Kerkzaken

Toespraak van Robert Pierson tot de Generale Conferentieread-in-english

19-12-2013
Inleiding in blauw door Stephen Bohr, commentaar in rood door Ingrid Wijngaarde
Op 15 oktober 1978 hield Robert Pierson, president van de Generale Conferentie van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten zijn afscheidstoespraak tot het Jaarcongres van de Generale Conferentie.
Het Jaarcongres is de eindejaarsbijeenkomst van afgevaardigden van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten van over de hele wereld om de zakelijke aangelegenheden van de kerk te bespreken. In zijn hartstochtelijke toespraak waarschuwde hij voor enkele verontrustende ontwikkelingen die hij in de kerk in die tijd zag gebeuren.
Het zaad van deze ontwikkelingen kan terug getraceerd worden naar de eindjaren 1950 toen de leiders van de Generale Conferentie Ministeriële Associatie een bijeenkomst belegden met de evangelische apologeet Walter Martin en hem exclusief materiaal ter hand stelden om onderzoek te doen naar ons kerkgenootschap.

Dr. Martin concludeerde dat het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten geen sekte is, maar niets anders dan een groep evangelische christenen. Martins vragen aan de leiders, hebben in 1957 geresulteerd in het omstreden boek, Questions on Doctrine, een zogenaamde publieksvriendelijke uitleg over de geloofspunten van onze kerk.
Critici binnen de kerk vonden dat dit boek een uiterst incompleet beeld gaf van wat Adventisten geloven en vooral de uitleg over onze visie over de betekenis van het heiligdom en de natuur van Christus heeft veel ophef veroorzaakt. Zij zagen het boek als een verraad, om de wereld ter wille te zijn en om niet anders gezien te worden door andere christelijke groeperingen. Het boek is daarom twee jaar na verschijnen uit de handel gehaald, maar is inmiddels opnieuw en gereviseerd verschenen onder de titel Seventh-Day Adventists Answer Questions on Doctrine (2002), onder redactie van George Knight.

In de dagen van voorzitter Pierson, waren echter de zaden van het onkruid, die in de eindjaren van 1950 gezaaid waren, uitgegroeid tot planten, planten die in onze dagen vruchtdragende bomen zijn geworden.
Als u de toespraak van broeder Pierson leest, dan ontkomt u er niet aan u te verwonderen over zijn onfeilbare waarneming van de crisis die het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten in die tijd doormaakte. Hij voorzag dat er nog grotere gevaren voor de kerk op de loer lagen in de nabije toekomst.
En we kunnen niet ontkennen dat zijn woorden heden in vervulling zijn gegaan. Als u meer wilt weten over wat er gaande is in het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten van vandaag, dan raad ik u aan het boek te lezen “Here we Stand” te verkrijgen bij www.secretsunsealed.org. Als u een beetje wil begrijpen waar de tegenwoordige verwarring en strijd over Vrouweninzegening, Betrokken Kerk, spirituele formatie, mindfullness, etc. in onze ZDA-kerk over gaat, raad ik u dringend aan te lezen over de alfa-crisis in Battle Creek in 1850: Omega II – Gods gemeente op het randje door Lewis R. Walton, te verkrijgen bij Stichting Bazuin te Zion (Engels: God’s Church at the Brink, bij Hartland Publications and Media ). En: The Omega Rebellion van Rick Howard,  te verkrijgen bij www.remnantpublications.com. Echte eye openers!

Als u de toespraak van Robert Pierson leest, zult u zich, geliefde Zevende-dags Adventist, blijven vasthouden aan de speciale boodschap, missie en levensstijl van onze geliefd kerkgenootschap, ook al vergaat de hemel? Ik bid tot God dat u dat zult doen!
Een hartenkreet van de scheidende voorzitter van de Generale Conferentie, gehouden op het Eindejaarscongres op 15 oktober 1978:

“Dit zal de laatste keer zijn dat ik in mijn rol als president voor de wereldleiders van mijn kerkgenootschap sta, uw kerk, onze kerk en ik heb een paar woorden die ik u wil nalaten.

Ik heb mijn gedachten genomen uit een stuk dat broeder en zuster Ralph Neall hebben geschreven over hoe een sekte zich ontwikkelt in een kerk. Zij schrijven dat een sekte vaak begint met een charismatische leider, die grote ijver en toewijding bezit en dat de beweging ontstaat als protest tegen wereldgezindheid en vormendienst in een gevestigde kerk. De beweging wordt gewoonlijk omarmd door de armen. De rijken zouden namelijk teveel verliezen door zich aan te sluiten, omdat het in het algemeen impopulair, veracht en vervolgd wordt door de gemeenschap. De groep houdt zich streng aan specifiek gedefinieerde geloofspunten, onderschreven door gedreven leden. Elk lid maakt een persoonlijk besluit om zich aan te sluiten en weet waarin hij gelooft. Er is weinig organisatie en bezit en er zijn weinig gebouwen. De groep heeft strikte standaarden en handhaaft gedragsregels. Predikers, vaak zonder opleiding, komen op doordat zij zich innerlijke geroepen voelen. Er is weinig zorg voor het onderhouden van relaties met de omgeving.

Daarna vindt een overgang plaats naar de volgende generatie. Door groei ontstaat de behoefte aan organisatie en gebouwen. Als resultaat van werk en ijver, worden leden welgesteld. Als de rijkdom toeneemt, neemt de vervolging van de groep af. Kinderen die geboren worden in de beweging hoeven geen persoonlijke beslissing te maken om erbij te horen. Zij hoeven niet noodzakelijkerwijs te weten waarin ze geloven. Zij hoeven hun positie niet keer op keer te verdedigen. Deze zijn voor hen uitgewerkt. Predikers worden eerder geselecteerd en opgeleid door oudere werkers , dan dat ze zich geroepen weten.

In de derde fase ontwikkelt de organisatie zich verder en worden er instituten opgericht. De nood wordt gezien voor scholen om het geloof van de vaders door te geven. Hogescholen worden opgericht. Leden moeten worden vermaand om zich aan de standaarden te houden, terwijl tegelijkertijd de eisen voor het lidmaatschap worden verlaagd. De groep wordt laks over het ontnemen van het lidmaatschap aan niet-praktiserende leden. De ijver voor missie raakt bekoeld. Er is meer zorg voor de relatie met de omgeving. Leiders bestuderen methoden om reclame te maken voor hun geloof en gaan soms zelfs zo ver dat zij beloningen geven als motivatie van de leden om dienstbaar te zijn. Jongeren vragen zich af waarom zij anders zouden moeten zijn dan anderen en trouwen met partners die niet hetzelfde geloven als zij.

In de vierde generatie gaat er veel automatisch. Het aantal administrateurs neemt toe terwijl het aantal werkers aan de basis in verhouding afneemt. Grote kerkconferenties worden gehouden om kerkleerstellingen te definiëren. Meer scholen, universiteiten en seminaries worden opgericht. Deze zoeken de erkenning van de wereld en worden steeds meer werelds. Er is een heroverweging van positie en een modernisering van methoden. Veel aandacht wordt gegeven aan moderne cultuur, met zorg voor kunst, architectuur, literatuur. De beweging gaat op zoek naar “relevantie” voor de moderne samenleving door betrokken te raken bij populaire doelen. Diensten worden een vast ritueel. De groep verheugd zich in de volledige aanvaarding door de wereld. Zie daar, de sekte is een kerk geworden!

Broeders en zusters, dit moet nooit gebeuren met het Kerkgenootschap der Zevende-dags adventisten! Dit zal niet gebeuren met het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten. Dit is niet zomaar een kerk – dit is Gods kerk!

Maar u bent de mannen en de vrouwen die in dit heiligdom bij elkaar zitten van morgen en op u rekent God opdat dit niet gebeurt.

Reeds, broeders en zusters, zijn er subtiele krachten aan het werk. Jammer genoeg zijn er mensen in de kerk die de inspiratie van de Bijbel in twijfel trekken, die de eerste 11 hoofdstukken van Genesis belachelijk maken, die vraagtekens zetten bij de korte chronologie van de aarde in Geest der Profetie en die subtiel en niet zo subtiel de Geest der Profetie aanvallen. Er zijn sommigen die wijzen op e hervormers en de moderne theologen als ene bron en de norm voor de leer van de Zevende-dags Adventisten. Er zijn sommigen die voorgeven moe te zijn van de ouderwetse Adventistische gezegden. Er zijn sommigen die de standaarden van onze geliefde kerk wensen te vergeten. Er zijn sommigen die begeren naar en flirten met de evangelische kerken. Het zijn zij, die de mantel van een speciaal volk willen afrukken en zij, die de weg willen gaan van de seculiere, materialistische wereld.

Collega leiders, geliefde broeders en zusters – laat dit niet gebeuren! Ik smeek u uit de grond van mijn hart, met alles wat in mij is – laat dit niet gebeuren! Ik smeek Andrews Universiteit, het Seminarie op Loma Linda Universiteit – laat dit niet gebeuren!
We zijn geen Zevende-dags Anglicanen, geen Zevende-dags Lutheranen – wij zijn Zevende-dags Adventisten! Dit is Gods laatste gemeente met Gods laatste boodschap voor de wereld.

U bent de mannen en vrouwen, de leiders, op wie God rekent om het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten te bewaren als Gods overblijvende kerk, de kerk die God heeft voorbestemd te zegevieren!

De dienstknecht der Heren zegt: “Angstwekkende gevaren bedreigen hen die verantwoordelijkheden dragen in het werk van de Heer – gevaren die, als ik eraan denk mij doen beven.” (Selected Messages, Volume 2, p. 391). En in Ezechiël 22:30 lezen we: “Ik heb onder hen gezocht naar iemand, die een muur zou kunnen optrekken en voor mijn aangezicht op de bres zou kunnen staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten.”

Ik geloof vanmorgen, collega leiders, dat God op zoek is naar mannen en vrouwen, onverschrokken leiders, mannen en vrouwen die meer van Gods kerk en Gods waarheid houden dan van hun leven, die zich ervoor inzetten dat deze kerk onder Gods leiding doorgaat naar het koninkrijk. De taak die voor ons ligt zal geen gemakkelijke zijn. Als ik de Bijbel en de Geest der Profetie vanmorgen goed begrijp dan wacht ons een tijd van verdrukking, een tijd van strijd die de kerk en deze wereld nog nimmer hebben meegemaakt.

De dienstknecht des Heren vertelt ons: “De vijand der zielen heeft gezocht de gedachten in te brengen dat een groot hervormingswerk gedaan moet worden onder de Zevende-dags Adventisten en dat dit hervormingswerk zou bestaan uit het opgeven van de leerstellingen die als de pilaren van ons geloof staan en hij zal een proces van reorganisatie in gang zetten. Wat zou het resultaat zijn als deze reorganisatie plaatsvindt? De principes der waarheid die God in Zijn wijsheid heeft gegeven aan de overblijvende kerk, zouden weggedaan worden. Onze godsdienst zou veranderen. De fundamentele principes, die het werk de laatste 50 jaren hebben ondersteund, zullen als verkeerd bestempeld worden. Een nieuwe organisatie zal worden gevestigd. Een nieuwe orde van boeken zouden worden geschreven. Een systeem van intellectuele filosofie zou worden geïntroduceerd. De grondleggers hiervan zouden gaan naar de steden en daar een wonderlijk werk doen. Natuurlijk zou de sabbat niet bijzonder meer zijn, evenals de God die het schiep. Niets zou toegestaan worden om de weg van de nieuwe beweging te hinderen. De leiders zouden leren dat deugd beter is dan kwaad, maar omdat God uit het zicht is verdwenen, zullen zij zich afhankelijk stellen van menselijke macht, welke zonder God, waardeloos is.” (Selected Messages, volume 1, pp. 204, 205)

Het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten heeft haar alfa jaren geleden al beleefd. U en ik zijn de leiders, die voor de omega zullen moeten staan, die van dezelfde subtiele duivelse oorsprong zal zijn. Het effect zal verwoestender zijn dan de alfa. Broeders, ik smeek u, studeer, weet wat u te wachten staat, en met Gods hulp, bereid het volk voor wat hen te wachten staat!

“God roept om mannen die voorbereid zijn op de noodtoestand, mannen die in een crisis niet gevonden zullen worden, staande aan de verkeerde kant.” (Review and Herald, November 5, 1903)

“We gaan met rassenschreden naar het laatste conflict en dit is geen tijd van compromissen. Het is geen tijd om van kleur te verschieten. Laat niemand, wanneer de strijd hevig wordt, een verrader worden. Het is geen tijd om onze wapens neer te leggen of te verbergen en Satan het voordeel te geven in de strijd.” (Review and Herald, December 6, 1892)

En nu roep ik uw aandacht naar het visioen van de dienstknecht van de Heer, waarin ze een schip zag die op een ijsberg afstevende. Ze zegt: “Daar, hoog uittorend boven het schip, was een gigantische ijsberg. Een stem met autoriteit riep uit: “Ga het tegemoet!” Er was geen moment van aarzeling. Het was tijd om in actie te komen. De bootsman zette vol stoom en de man aan het stuurwiel stuurde het schip recht op de ijsberg af. Met een klap sloeg het schip op de ijsberg. Er was een angstwekkende schok en de ijsberg brak in ontelbare stukken, die met veel geraas op het dek vielen. De passagiers werden heen en weer geschud door de kracht van de aanvaring, maar er gingen geen levens verloren. Het schip was beschadigd, maar kon gerepareerd worden. Ze stuiterde terug van de botsing, bevend van boeg naar boeg als een levend wezen. Daarna ging ze verder op haar weg.
Ik kende de betekenis van dit beeld zeer goed. Ik had mijn orders ontvangen. Ik had de woorden gehoord, als de stem van onze Kapitein: “Ga het tegemoet!”Ik wist wat mijn plicht was en dat er geen moment te verliezen was. De tijd om beslist in actie te komen, was gekomen. Ik moet zonder dralen de oproep te gehoorzamen: Ga het tegemoet!” (Selected Messages, volume 1, pp. 205, 206)

Medeleiders van onze kerk, het kan zijn dat over niet al te lange tijd u het tegemoet zal moeten treden. Ik bid dat God u genade en moed en wijsheid zal geven.

Ten slotte, “Wat een wonderbare gedachte is het dat de grote strijd op het eind loopt! In het afsluitende werk zullen we met gevaren geconfronteerd worden, waarvan we niet zullen weten hoe ermee om te gaan. Maar laten we niet vergeten dat de drie grote machten van de hemel aan het werk zijn, dat een goddelijke hand aan het stuur is en dat God Zijn doel zal bereiken. Hij zal Zich uit de wereld een volk vergaderen, dat Hem zal dienen in gerechtigheid.” (Selected Messages, volume 2, p. 391)

Wat een wonderlijke zekerheid hebben we vanmorgen, broeders en zusters, dat u en ik in Gods werk staan. Dit werk is niet afhankelijk van een mens; het is afhankelijk van onze relatie met Hem. Er is maar een manier voor ons om de toekomst tegemoet te gaan en dat is aan de voet van het kruis. Een kerk met het oog gericht op de Man van Golgotha zal nooit in afvalligheid wandelen.
Dank u, broeders en zusters, dat u mij de gelegenheid hebt gegeven om u te dienen in de afgelopen 45 jaar en mag God een ieder van u rijkelijk zegenen.”

Naschrift
Robert Pierson had in 1978 een loepzuivere vooruitziende blik in de toekomst, onze tijd, waarin hij voorzag dat mensen op hoge posities de fundamentele geloofspunten van ons kerkgenootschap van binnenuit zouden uithollen. En hij is niet de enige geweest. Ook Ellen White waarschuwde keer op keer voor charmante mannen met valse ideeën, zoals Kellogh.
Maar we hoeven niet af te gaan op inzichten van mensen, want de Here Jezus zelf heeft ons gewaarschuwd voor valse leer binnen de kerk: “Zie ik heb het u voorzegd.”

Wij zijn zeer naïef en dwaas als we denken dat we onaantastbaar zijn voor afvalligheid, omdat we “rijk zijn - in waarheid - en aan niets gebrek hebben.” Wij hebben het onmiskenbare voorbeeld van het oude Israel, dat met meer dan 10 miljoen zielen uit Egypte trok, zich vruchtbaar vermenigvuldigde in Kanaan om 600 jaar daarna – slechts 15 generaties –slechts 7001 getrouwen te hebben in het deel rijk Israel! Ook bij ons ligt de afval op de loer door onheilige bondgenootschappen; ook bij ons kan een tempelhersteller zich ontpoppen in een profetendoder, omdat hij slechte adviseurs heeft, of de wereld eerder ter wille wil zijn dan te gehoorzamen (zie het levensverhaal van Koning Joas in 2Kon 11-12; 2Kron 24:17-22).

We hebben het vaak over onze unieke Adventidentiteit. En inderdaad, onze unieke bijdrage aan de religieuze wereld is onze unieke verklaring van de profetische boeken Daniel en Openbaring en vooral de unieke verkondiging van Openbaring 14:6-13 en Openbaring 18:1-4.
Onze boodschap is niet slechts de sabbat, want dan zouden we Zevende-dags Pinkstergenoten kunnen worden. Aan de manier waarop we ons tegenwoordig presenteren, zou je denken dat we dat zijn.

Het unieke aan onze kerk is dat we een compleet pakket hebben. Vroeger noemden we het ‘de tegenwoordige waarheid’: een boodschap van hoop en oordeel (die gaan altijd hand in hand!), een oproep tot aanbidding van de ware God, een ondubbelzinnige heiligdomsleer verbonden met de verzoening door Jezus Christus, - een boodschap dat het verschil uitmaakt!De vier-engelen boodschappen zijn het evangelie van gerechtigheid door geloof in wat Jezus Christus gedaan heeft, doet en zal doen. Zullen we hiervan afnemen?

Ik wil u een paar indringende vragen stellen. Ik hoop dat u zelf wil nadenken over de juiste antwoorden.
  1. Hoe kunnen we een licht zijn als we de lamp onder de korenmaat houden?
  2. Hoe kunnen we zout zijn als we een smaakloze boodschap zonder verschillen prediken? Het is het zout dat het verschil uitmaakt!
  3. Hoe kunnen we ons in toenemende mate ongemakkelijk voelen bij de traditionele uitleg van ons kerkgenootschap en ons laten verleiden om aangelengde wijn te schenken, als het Gods laatste oproep is aan miljoenen zielen die verloren gaan als wij hen niet vertellen over Gods rechtmatige aanspraken, die door de christelijke wereld op allerlei wijzen terzijde worden geschoven? We zeggen vaak: “O, we veranderen niet de inhoud van de boodschap, alleen de manier waarop we het verkondigen.” Maar heeft God niet zelf de inhoud èn de vorm bepaald?
  4. Hoe kunnen we roepen “vrees God en geef Hem eer … die de zee, …en de waterbronnen gemaakt heeft” als we niet meer mogen wijzen naar de valse sabbat?
  5. Hoe kunnen we “gevallen, gevallen is Babylon” roepen als we niet meer durven vertellen wie Babylon is, dat zij de moederkerk is en dat zij dochters heeft, dat zij een contra-evangelie predikt, waarvan de hele wereld dronken wordt?
  6. Hoe kunnen we waarschuwen “indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken ontvangt … die zal ook drinken van de ongemende gramschap van God” als we die macht niet meer mogen identificeren en waarom God dat merkteken zo afschuwelijk vindt?
  7. Hoe kunnen we roepen “gaat uit van haar Mijn Volk” als we onszelf bij haar aansluiten en ons daardoor ongemakkelijk voelen om een boodschap van afscheiding te prediken?
  8. Hoe kunnen we de aarde met de lichtglans van het eeuwig evangelie verlichten, als we niet meer boven de aarde mogen uitstijgen en mogen wijzen op het valse evangelie, die met een valse middelares en een vals offer de wereld omver loopt? Ik weet dat het voor mij een logische vraag zou zijn om te stellen: “Zevende-dags Adventist, wàt bedoel je, wìe bedoel je, waarin verschilt jouw boodschap met die van mij en waaraan toets je jouw aanspraken?”
In onze dagen is er veel twijfel over bijna van alles – en het is opmerkelijk dat het vooral onze theologisch geleerden zijn die massaal ontrouw worden aan onze geloofspunten – zesdaagse schepping, 1844, Ellen White, huwelijk, eenheid in onwaarheid, goddelijkheid van Christus, enzovoorts.
  1. Waarom worden er zoveel woorden gewijd aan de belijdenis: “onze kostbare Adventistische identiteit”als we zo blij moeten zijn met het feit dat onze boodschap steeds meer in de coulissen blijft hangen?
  2. Wat is er met ònze boodschap in ònze sabbatdiensten gebeurd? het bijwonen van zondagmorgen-causerie op zaterdag?
  3. Waarom voelen meer en meer 'geleerden' zich zo ongemakkelijk bij onze Adventistische identiteit  en toch staan zij erop te blijven om de boodschap van binnenuit te veranderen? Is dat een morele daad? 
Ik ben tot het inzicht gekomen dat God ons niet alleen de opdracht geeft om de laatste waarschuwing van de drie engelen (of vier) aan de wereld te verkondigen, maar Hij heeft ons ook zelf verteld hoe (de methode) we dat moeten doen.
We moeten vliegen in het midden van de hemel en de hele aarde met het licht van het eeuwig evangelie van Christus verlichten – met kracht, onverhuld, onverbloemd, met open vizier, zonder te knipperen met de ogen als de vijand tegenover ons staat, voor de hele wereld zichtbaar en herkenbaar – en we moeten het met luide stem van de daken schreeuwen! Dat is onze methode!
God heeft zich afhankelijk gemaakt van menselijke instrumenten. Hij heeft u en mij nodig, want er gaan kinderen van Hem verloren, maar bovenal, het is een voorrecht in Zijn dienst te staan! “Er is geen tijd te verliezen, kinderen van God en iedereen die zich nog bij Hem wil aansluiten, het uur is gekomen waarop God de aarde en zij die erop wonen, zal oordelen, iedereen!
Er is hoop en verzoening voor Gods kinderen, die Hem onvoorwaardelijk gehoorzamen; zij die God tegenstreven, wacht een verschrikkelijk oordeel, waarbij de Zondvloed, Sodom en Gomorra als niets zullen zijn!”Dàt is ons mandaat, onze enige Missie!
  • Is dit een moeilijke boodschap aan een wereld die gewend is geraakt aan culturele religie? JA!
  • Is dit een moeilijke boodschap als zelfs medegelovigen je de mond willen snoeren? JA!
  • Is dit een moeilijke boodschap aan een wereld die niet meer gelooft in God en Satan en waar het merendeel van de christelijke wereld gelooft dat Gods gerechtigheid een soort goedkope genade is, die alles met de mantel der liefde bedekt? JA!
  • Is dit een moeilijke boodschap als het merendeel van de christelijke wereld de autoriteit van kerkleiders boven die van de Schepper God stelt? Die meerderheid kan toch geen ongelijk hebben? JA!
  • Maar zullen wij daarom onze plicht verzaken? NEE!
  • Zullen we ons bang terugtrekken of ons in toenemende wijze ongemakkelijk voelen? NEE! Hoe zouden we daarna God nog recht in de ogen zien? Het zou zijn alsof wij tegen Hem zeggen: “U hebt mij niet van kracht en moed voorzien.”
De gebedslezing van dinsdag 10 november 2009 zei het zo mooi: “… aanbidding (van de Schepper God) is .. een leven van radicale gehoorzaamheid.
Als we werkelijk God eren, wordt alles wat we doen een dankoffer van lof en gebed.”

Dan vallen we niet in de valkuil van zinloze discussies over “opgelegde laagdrempeligheid of doelgerichte eigentijdsheid” want dan is alles wat afbreuk doet aan de radicale gehoorzaamheid die God verlangt, ongezeglijke afgoderij, ongeacht hoe de meerderheid van de wereld er ook tegenaan kijkt. God geeft al bijna 6.000 jaar lang meer dan genoeg bewijzen dat Zijn plan niet zal falen, want Hij is gisteren, vandaag en morgen dezelfde, tot in eeuwigheid en Zijn woorden keren nooit ledig tot Hem terug, maar volbrengen waartoe Hij ze uitzendt!

Maar zal hij mij, zal Hij u kennen als Hij komt?

Zal Hij verklaren: “Wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer?”...

Ik ben liever een dwaze slaaf van Christus, dan een wijze slaaf van Satan. En u?

Erken nu met geheel uw hart en ziel, dat niet een van alle goede beloften die de HERE, uw God, u gegeven heeft, onvervuld gebleven is. - Jozua 23:14


Copyright © Promise Ministry