Tamid in Daniel – een betere uitleg pdf knop

door Ingrid A. Wijngaarde
15-10-2017

Inleiding
Het Bijbelboek Daniel is alleen te begrijpen als de heiligdomsleer begrepen wordt. Omdat veel Zevende-dags Adventisten geen onderwijzing meer ontvangen in het heiligdom, of onvoldoende - in andere kerken al helemaal niet - , is Daniel voor velen een gesloten boek. Hieronder een betere uitleg van tamid - dagelijkse o.a. in Daniel 8, dan wij meestal te horen krijgen... De heiligdomsleer is het absolute fundament voor de ZDA-theologie. Letterlijk elke leerstelling en geloofspunt van de ZDA-kerk vindt zijn basis in de heiligdomsleer, dat Jezus Hogepriester is in het Hemelse Heiligdom.
Bij een uitleg van de cruciale verzen in Daniel 8:8-14; 23-26 moet daarom het heiligdom als begrepen worden verondersteld. Het heiligdom is de directe context van al de profetische hoofdstukken (2, 7-12) in het boek Daniel en vooral van Daniel 8:8-14, en ook van de boeken Nieuw Testamentische boeken Romeinen, Hebreeën en Openbaring.

Elke controverse die ontstaat en ooit is ontstaan over de ZDA-profetische uitleg van de boeken Daniel en Openbaring, heeft zijn oorsprong is wanbegrip van de betekenis van het heiligdom in Israël. In de uitleg hieronder over de betekenis van tamid in Daniel, wordt verondersteld dat lezer het heiligdom van Israël begrijpt.

Tamid - dagelijks offer (NBG51)
Wat bedoelt Daniel met wat in onze Bijbels vertaald is als het dagelijks offer? (Het Engels doet het beter en vertaalt met “the daily” of “the continualy”); e.thmid (het tamid) in het Hebreeuws. Er staat geen “offer” achter. In mijn Bijbel heb ik enkele jaren geleden overal het woord offer doorgestreept. Hieronder vertel ik u waarom.

E.thmid komt 5 keer in Daniel voor en iedere keer om aan te geven wat de kleine horenmacht doet (8:11,12,13; 11:31 en 12:11). Thmid wordt in Daniel nooit gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord, maar als een zelfstandig naamwoord, te zien aan het lidwoord e..

De gangbare ZDA-uitleg is dat het een bijvoeglijk naamwoord is dat in Daniel “substantief”, als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, en dat er dus geen zelfstandig naamwoord wordt geïmpliceerd, maar dat de lezer dat er zelf bij moet denken (Don F. Neufeld, Seventh-day Adventist Encyclopedia, Revised Edition (Hagerstown, MD: Review and Herald, 1976), 367-370).

Hoewel ik geen theoloog ben, ben ik het niet mee eens met deze uitleg, omdat daarin volledig voorbij gegaan wordt aan de heiligdomscontext van Daniel 8.
Nergens in referentie tot het heiligdom wordt in het OT thmid als bijvoeglijk naamwoord gekoppeld aan (morgen of avond)offer – het zelfstandig naamwoord dat je erbij zou moeten denken volgens Neufeld. Morgen- en avondoffer heet oluth l.bqr u.lorb en offers voor bepaalde dagen zijn olth ium.

Voor offers die dagelijks of altijd op gezette tijden of dag aan dag werden gebracht(bijvoorbeeld de morgen- en avondoffers), is het woord thmid altijd gekoppeld aan het woord l.ium of olth. Olth of Oluth betekent offer, opgaand voor de Heer (zie Ezra 3:3-5).

Maar er zijn maar zes soorten “voortdurende” zonder referentie naar “offer” – in relatie tot het heiligdom:
(1) het toonbrood (EX 25:30: Lev 24:8; Num 4:7, 16).
(2) het licht van de zes-armige kandelaar (Ex 27:20; Lev 24:2,3,4).
(3) het wierook op het reukofferaltaar (Ex 30:8).
(4) En de attributen op het kleed van de hogepriester: De borstschild en het embleem op zijn voorhoofd (Ex 28:29,30,38).
(5) de wolk, boven de tabernakel (Num 9:16).
(6) In Deut 11:12 vinden we een tamid niet in relatie tot het heiligdom, waar God belooft dat Hij voortdurend voor het land zal zorgen.

Tamid komt totaal 104 keer voor in het gehele OT, maar dus in slechts 9 keer in relatie tot het heilige èn zonder referentie naar een offer (1 t/m 3) en in elk van die 9 keren gaat het om onderdelen van het verlossingswerk die in de typische dienst alleen plaatsvonden in het Heilige en niet bij het brandofferaltaar in de voorhof.

Wat de kleine horen doet en wat hij niet doet
Wij Zevende-dags Adventisten weten dat de kleine horenmacht in Daniel 8 voor meer staat dan keizerlijk Rome, een politieke macht. Dat is alleen het geval in vers 9 en 10.

Vanaf vers 11 is de kleine horen symbool voor pauselijk Rome, een godsdienstige macht, die direct ingrijpt in de dienst in het heiligdom. Het is niet zinvol om hier het aardse heiligdoem in te vullen want die heeft na de kruisdood van Christus geen enkele verlossende betekenis eer.

In de verzen 11 en 12 staat, wat deze godsdienstige macht in zijn arrogantie heeft gedaan: De eredienst in overtreding is dat iemand aanbidding opeist en die in de plaats stelt voor “het echte” in de echte tempel van God. Zie Hebreeën 9:11-17.

Nou weet elke ZDA-er die onze heiligdomsleer echt begrijpt, dat tamid – “het voortdurende” nooit betrekking kàn hebben op de oude morgen- en avondoffer, omdat die offers werden gebracht op het brandofferaltaar in de voorhof en dus niet in het heiligdom. Elk offer dat op dat altaar werd gebracht, stelde de kruisdood van Christus voor, “die buiten de stad” geleden heeft (stad is heiligdom), maar de aanval op Gods heiligdom in Daniel 8 geschiedt zowel letterlijk als symbolisch na de kruisdood van Christus. Offers op het brandofferaltaar hadden geen enkele waarde meer – het offer was volkomen gebracht.

Het is dus niet logisch te stellen dat de kleine horen het morgen- en avondoffer ontnomen heeft, want dat offer is volbracht. Men gaat mee in een foutieve vertaling vanwege een foutief begrip van de schaduwdiensten in het heiligdom en vanwege het toegevoegde woord offer, dat niet in de Hebreeuwse grondtekst staat.

Elke ZDA-er weet dat Christus is opgevaren naar het hemels heiligdom om in het hemelse Heilige dienst te doen als onze Hogepriester en Middelaar. De taak van de aardse hogepriester in het Heilige was het verzorgen van het toonbrood, van de lampen en van het wierookaltaar (Lev 24:1-8). En ja dat gebeurde ook dagelijks, maar er was geen relatie met de Voorhof.

Toonbrood staat voor het Woord van God; Licht voor de Geest van Christus; Wierook voor de gebeden waarmee Hij voortdurend (thmid) voor ons pleit bij de Vader (Heb 7:25!).

Elke ZDA-er begrijpt dat analoog aan de aardse dienst, onze Hogepriester in 1844 óók is begonnen aan Zijn dienst in het Heilige der Heilige. Omdat hij geen mens is, kan Hij wel in en uit lopen, de aardse hogepriester mocht er slechts 1x per jaar in En daardoor kan Hij nog steeds voortdurend voor ons pleiten, ofschoon we reeds in de anti-typische grote verzoendagfase zitten.

Eredienst door een leger rebellen
De eredienst, die nu in overtreding is ingesteld door pauselijk Rome is: Traditie staat boven het Woord (1: brood); de Kerk is de standaard voor inspiratie (2: licht) en vergeving vindt plaats door de bemiddeling van aardse priesters (3: wierook), met de aardse zondige hogepriester aan het hoofd (paus). Hiermee werd de waarheid van het evangelie van Christus te gronde gericht en met voeten vertreden, door in elke Heilige Mis Christus opnieuw te offeren (Mass van massacre), werd het offer van Christus overbodig gemaakt, maar daarmee ook Zijn dienstwerk in de het hemels heiligdom. Immers paus en priester hebben directe controle op verlossing en kunnen je direct de hemel in bidden en zalig verklaren.

Deze gedaanteverwisseling van het heiligdom was zo meesterlijk dat iedereen erin trapte en alles wat deze macht deed lukte (Daniel 8:12) , want zijn sluwheid is bovennatuurlijk (Openbaring 13:2 zegt dat hij zijn macht, troon en kracht van de duivel zelf ontvangt).

Hoe heeft het pausdom nu het voortdurende bemiddelende dienstwerk van Christus weggenomen en Zijn heiligdom ten gronde gericht? (Dan 8:11)? Door de bemiddeling voor de mens te plaatsen in de handen van de priesters, doormiddel van de biechtstoel en door Christus in elke mis opnieuw te offeren, heeft het pausdom de hemelse bemiddeling van Christus uit het denken van de mens verwijderd. Door het dienstwerk van Christus in het hemels heiligdom te vervangen door de dienst van priesters, heeft het Zijn heiligdom ter aarde geworden en met voeten vertreden, en het op die manier verontreinigd. De reiniging van het heiligdom dat zou plaatsvinden na de 2300 avonden en morgens, is aldus het herstel van deze Bijbelse leer, dat Jezus onze enige Hogepriester en Middelaar is in het hemels heiligdom, waar Hij dienst doet ten behoeve van ons. We hebben geen aardse middelaar nodig.

Heiligdom in rechten staat hersteld
Uit de geschiedenis weten we dat keizerlijk (politiek) Rome de Vorst van het heer, Jezus, heeft gekruisigd, de letterlijke tempel in Jeruzalem heeft vernietigd en zo de drie ‘voortdurende’ hogepriesterlijke bemiddeling-ceremonies heeft doen ophouden en de heiligen – zowel joden als christenen - zwaar heeft vervolgd. Maar de essentie van Daniel 8:11,12 is dat pauselijk Rome een stap verder is gegaan: ze heeft de taak van Christus overgenomen en onder straffe des doods 1260 (538-1798) tot 1290 jaar (530-1798) afgedwongen, afhankelijk van wanneer je het beginpunt van die machtsuitoefening stelt.

Uit de geschiedenis weten we dat in 508 AD Clovis, de koning van de Franken, door de Kerk werd aangesteld tot gesel der opstandige Vandalen, Herulen en Oostgothen, die de macht van Rome weigerden te erkennen. Dit zijn de drie horens in Daniel 7:8, die ‘uitgeplukt’ werden door de Kerk, in haar strijd om de godsdienstige suprematie in het West Romeinse rijk (het huidig Europa). In 538 AD was de macht geconsolideerd en de laatste keizer van Rome - Justinianus – gaf zijn titel van pontifex maximus (=grote bruggenbouwen, middelaar tussen aarde en hemel = hogepriester) officieel aan de Bisschop van Rome, nadat hij in 533 AD al bij decreet had bepaald dat de bisschop van Rome het enige hoofd van de christelijke kerk zou moeten zijn.

Donkere middeleeuwen met verschrikkelijke vervolgingen breken aan: Daniel 7:25; 12:7; Openbaring 11:3; 12:6,14 schetsen tijd, tijden en een halve tijd – 1260 jaar tot 1798. De gevangenneming van de paus in dat jaar betekende het einde van de uitoefening van de verdrukkende macht van de Kerk op het geweten van de gelovigen en de heropening van Gods Woord voor de ernstige Bijbelonderzoeker.

De gelovigen begonnen “heen en weer te rennen” ernstig te onderzoeken en kennis nam toe. Het kleine boekje werd geopend en men ging begrijpen dat de grootste tijdsprofetie in de Bijbel ten einde liep (Openbaring 10:6)! Men pakte het kleine boekje (Daniel) uit de hand van de hemelse gezand en men at het gulzig op als was het honing. Men bleef met verlangen de wederkomst verwachten, maar men begreep de boodschap niet ten volle. “Welzalig hij die blijft verwachten en duizend driehonderd vijfendertig dagen bereikt” (Daniel 12:12). Wij kennen onze geschiedenis: Het werd een bittere teleurstelling.

En het heeft dus 1335 jaar (538-1844) geduurd voordat Gods Bijbelvast volk doorkreeg wat de waarheid van het heiligdom, die 1260 jaar met voeten was vertreden, inhield: op 23 oktober 1844 richtte het Adventvolk de blik omhoog, en zag het blinkend licht van het hemels heiligdom, waar Christus voortdurend (tamid) voor ons pleit! Zó werd het heiligdom in rechten staat hersteld.

De engel zegt tegen Johannes: “Gij moet wederom profeteren over vele natiën en volken en talen en koningen” (Openbaring 10:11). De ZDA-kerk werd geboren. De verkondiging van het eeuwig evangelie aan “aan alle volk en stam en taal en natie” werd haar “credo”, de verkondiging van de drie engelen boodschap en het werpen van licht op het hemels heiligdom waar Christus tamid voor ons pleit, haar opdracht.

Bevestiging van BRI - Gerhard Pfandl
In 2013 toen ik dit onderwerp begon te bestuderen, heb ik een intensieve emailwisseling gehad met Gerhard Pfandl van de Bible Research Institute (BRI). Ik was eruit, maar de Heer heeft mij tegengehouden dit onderwerp toen verder uit te werken, hoewel ik een paar keer eraan ben begonnen. Vandaag vielen voor mij de laatste stukjes van de laatste verzen van het boek Daniel op hun plek.
Hoewel Gerhard Pfandl in 2013 beweerde dat e.thmid in Daniel gebruikt wordt als een bijvoeglijk naamwoord (ik kan het zelfstandig naamwoord in het Hebreeuws niet ontdekken) zei hij het volgende, wat mijn uitleg ondersteunt:

“Uw begrip van tamid in het boek Daniel is in de basis correct. In Daniel, waar we het woord tamîd vijf keer tegenkomen (Dan 8:11-13; 11:31; 12:11), zien we het altijd terug met het lidwoord erbij, maar zonder het woord ʿōlâ of enig ander woord dat verwijst naar een offer, wat betekent dat het bijvoeglijk naamwoord tamîd als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt….

Hierdoor begrijpen we dat in Daniel het woord tamîd verwijst naar de hele voortdurende dienstwerk van de Vorst van de heer (Dan.8:11) dat begonnen is in AD 31… Het is het dienstwerk van Jezus in het hemels heiligdom, dat begon in 31 AD. De ‘dagelijkse’ of ‘voortdurende’ dienst in het Oude Testament stelde Gods voortdurende weldadige voorziening voor de mens, en wees symbolisch vooruit naar het dienstwerk van Christus in het hemels heiligdom die begon na Zijn hemelvaart (Heb 7:25), zie Seventh-day Adventist Bible Dictionary: “Daily”) ….”

Bevestiging van BRI - Ángel Rodriguez
Na wat verder onderzoek op de BRI website vond ik verdere ondersteuning voor mijn uitleg in een artikel van Ángel Rodriguez, 1 waarin hij heel fijntjes opmerkt dat in Daniel niet staat dat de kleine horenmacht de Vorst vernietigt, maar zich ertegen verheft (m.a.w. Hem uitdaagt). Dit is volledig in lijn met hoe ik de tamid-passages in Daniel begrijp.

“We merken op dat de kleine horen niet in staat is de Vorst te doden of te overwinnen. Het ontneemt hem slechts het dagelijkse/tamid. Het schrijft zan zichzelf toe wat het exclusieve werk is van de Vorst in het hemelse heiligdom. Dit is de betekenis van de tekst “en Hem [ de Vorst] werd het dagelijks ontnomen.” …

De kleine horen ontneemt de Vorst het dagelijkse door zich Zijn priesterlijk werk na te bootsen. Door het werk van de Vorst voor zichzelf op te eisen, maakt de kleine horen het middelaarswerk van de Vorst onnodig voor hen die zijn politieke en godsdienstige aspiraties ondersteunen. …

In Daniel 8:11, werpt, gooit, in de zin van ontkennen, afschaffen of onnodig maken, de kleine horen “de plaats” (Hebr.) van het heiligdom ter aarde; 2

Goed lezen van Daniel 8:11 laat zien dat er een nauw verband bestaat tussen het wegnemen van het dagelijkse en de daad van het ter gronde of wegwerpen of verwerpen van de plaatst van het heiligdom. Het uiteindelijk doel van het heiligdom is direct gerelateerd aan het werk van de messiaanse Vorst, dat wil zeggen, Zijn werk van bemiddeling en vergeving van zonden. Door het verduisteren van het begrip over de voortdurende dienst van de Vorst, heeft de kleien horen in feite de meest basale betekenis van het hemelse heiligdom als centrum van bemiddeling en vergeving verworpen….

Een andere daad van de kleine horen wordt beschreven in vers 12 (letterlijk Hebreeuws 3 : “En een leger werd in overtreding (peshac) ingesteld tegen het dagelijkse.” 4 Wat de tekst lijkt te zeggen is dat toen de kleine horen de betekenis van het dagelijkse verduisterde, het onmiddellijk een leger aanstelde om de controle erover uit te voeren en het te bedienen. 5

Daniel informeert ons dat de daad van de kleine horen tegen het voortdurende en het hemels heiligdom in essentie de manifestatie is van een geest van rebellie tegen God. Zijn werk kan met één woord worden weergegeven – rebellie (Hebrew, peshac). Peshac is een van de sterkste begrippen van zonde in het Oude Testament, omdat het zonde omschrijft als een aanval op Gods soevereiniteit. De persoon ‘die een peshac doet, rebelleert niet allen tegen Yahweh, of verheft zich niet alleen tegen God, maar breekt totaal met Hem en neemt weg, steelt wat van Hem is, berooft Hem en pleegt fraude tegen hem, legt zijn handen op dat wat Hem toebehoort.’ Begrijpen van wat peshac inhoudt, is beschrijven dat hier een nauwkeurige beschrijving wordt gegeven van wat de kleine horen heeft gedaan.”


Voetnoten
    • 2 hij maakt het tot iets aards, terwijl de plaats ervan in de hemel is.[terug 2]
    • 3ENG KJV: And [to him] a host was given against te daily by reason of transgression. [terug 3]
    • 4Niet alleen de plaats van het heiligdom werd ter aarde geworpen, maar ook de waarheid, de betekenis ervan werd een aardse dienst, met aardse priesters en een aardse hogepriester in Rome. [terug 4]
    • 5 De NBG vertaalt meteen met dat er “een eredienst wordt ingesteld”. De Hebreeuwse tekst geeft eigenlijk meer details – er wordt een leger van priesters aangesteld om de rebellie (overtreding) te controleren en strijd te voeren tegen het dagelijkse. [terug 5]


    Erken nu met geheel uw hart en ziel, dat niet een van alle goede beloften die de HERE, uw God, u gegeven heeft, onvervuld gebleven is. - Jozua 23:14


    Copyright © Promise Ministry