De Hogepriester: een gedetailleerde beschrijvingpdf knop

kledijDe kledij van de hogepriester was gemaakt van kostbaar materiaal en was het werk van vakmanschap, gepast voor zijn verheven positie. In aanvulling op het linnen gewaad van de gewone priester, droeg hij een blauwe mantel, ook zonder naad geweven. De zoom van deze mantel was rondom versierd met gouden belletjes en granaatappels van blauw, purper en scharlakenrood. Over deze mantel droeg hij een efod, een korte hes van goud, blauw, purper, scharlakenrood en wit. Het werd met een gordel van dezelfde kleuren, wondermooi ontworpen, bevestigd. De efod was mouwloos en op met goud geborduurde schouderstukken waren twee onyxstenen bevestigd, waarop elk de namen van zes stammen van Israël gegraveerd waren.

Over de efod werd en borstplaat gedragen, het meest heilige van de priesterlijke kledij. Het was van hetzelfde materiaal als de efod. Het was in de vorm van een vierkant, een handbreedte breed en hing aan twee gouden ringen vanaf de schouders aan een blauw koord. Aan de randen edelstenen bevestigd, dezelfde waarvan de twaalf fundamenten van de Stad van God zijn gemaakt. Binnen deze randen waren 3 rijen van vier edelstenen in goud gezet, en net als op die van de schouderstukken, was op elke steen de naam van een van de stammen van Israël gegraveerd. De instructies van de Heer waren: “Aaron zal de namen van de kinderen van Israël in het borstplaat van oordeel op zijn hart dragen wanner hij het heilige binnengaat, het is een voortdurende gedenkplaat voor de Heer.” Exodus 28:29. Zo pleit Christus, de grote Hogepriester, met Zijn bloed voor de Vader ten behoeve van de zondaar, en Hij draagt op Zijn hart de namen van elke berouwvolle, gelovige ziel. De Psalmist zegt: “Ik ben arm en behoeftig, maar de Heer denkt aan mij.” Psalm 40:17.

Aan de rechter en linkerzijde van de borstplaat waren twee grote glimmende stenen. Deze werden de Urim en de Tummim genoemd. Door middel van deze stenen maakt God Zijn wil bekend via de hogepriester. Wanneer er vragen die om een beslissing van God vroegen naar voeren werden gebracht, was een lichtglans om de steen aan de rechterkant het teken dat God instemde en toestemming gaf, terwijl een donkere schaduw rondom de steen aan de linkerkant een bewijs was dat God iets afkeurde.

De hoed van de hogepriester bestond uit een wit linnen hoofddoek, waaraan met een blauw koord een gouden schild was bevestigd met het opschrift: "Den Here heilig." Alles wat verbonden was met de kleding en het gedrag van de priesters was bestemd om op de toeschouwer een indruk te maken van Gods heiligheid, van de heiligheid van Zijn dienst, en van de zuiverheid die geëist werd van hen die tot Hem naderden. (Patriarchen en profeten, hfdst. 30 )

Erken nu met geheel uw hart en ziel, dat niet een van alle goede beloften die de HERE, uw God, u gegeven heeft, onvervuld gebleven is. - Jozua 23:14


Copyright © Promise Ministry