Promise Ministry

egw knop2 gedicht knop

Events en promos

LightchannelSponsoren gevraagd voor Luther-folders

 
Luther 1517-2017
Op 31 oktober van dit jaar is het 500 jaar geleden dat Luther zijn 95 stellingen aanbracht op de deur van de kerk in Wittenberg, Duitsland. Voor protestanten is dit een bijzondere gebeurtenis. De Rooms-katholieke kerk heeft in dit kader 2017 uitgeroepen tot een speciaal jubileumjaar. Zij wil dit op grootse wijze vieren samen met de Lutherse kerk. En dat gebeurt niet zomaar, want de Lutherse kerk en Rome hebben besloten om de scheiding ongedaan te maken en om één te worden. Ze hebben daartoe een omvangrijk document ondertekend. 2017 wordt daarmee uitgeroepen tot het jaar van het einde van het protestantisme. Dit is een belangrijk moment om even stil bij te staan.

Wij hebben voor deze gelegenheid een folder gemaakt die we in 2017 breed willen verspreiden. Bijgevoegd treft u deze folder. Van deze folder hebben we er inmiddels 20.000 laten drukken. Deze zijn nu bijna geheel verdeeld.  

Maar wij willen graag meer verspreiden dan deze 20.000 folders: er zijn 17 miljoen Nederlanders! Wij zoeken hiervoor sponsors. Als u daarin wilt bijdragen dan is dit van harte welkom. Om u een indruk te geven: het drukken van 20.000 Luther folders kost ongeveer 4.000€, maar 100.000 folders zijn een stuk goedkoper: 13.000 €. Onderaan dit bericht vindt u ons bankrekeningnummer en onze contactgegevens.  

Mocht u nog andere mensen kennen die in dit project geïnteresseerd kunnen zijn, geef dan hun gegevens aan ons door, zodat wij hen kunnen benaderen. U kunt dit bericht zelf ook doorsturen.  

Het LightchannelTV team
Bankrekeningnummer: NL06ABNA0510405916
Website: www.lightchannelTV.org (binnenkort beschikbaar)
Email: johan@lightchannel.nl
Mobiel bereikbaar: 06-55734233

10 manieren om er het meeste uit te halen

 
We doen een beroep op Gods beloften in Zijn woord dat onze inspanningen niet zonder resultaat zullen zijn, maar dat Gods woord dat we zullen prediken datgene zal bereiken waar God het voor bestemd heeft. Als we samenkomen aan het begin van dit nieuwe jaar, zullen we wonderbaarljke dingen meemaken, terwijl we blijven geloven dat het beste nog komt!

Lees meer...

31 augustus: Eeuwig vooruitzien


De eeuwige samenleving
Daar zullen wij kennen zoals ook wij gekend zijn. Daar zullen de goede eigenschappen en sympathieën die God in de ziel heeft geplant, hun ware beoefening vinden. De zuivere gemeenschap met heilige wezens, de harmonische omgang met de gezegende engelen en met de verlosten uit alle eeuwen, de heilige gemeenschapsband die “het hele gezin in de hemel en op aarde” samenbindt - dat alles zal behoren tot de belevenissen van het hiernamaals.

Zang en muziek
Daar zal zang en muziek zijn, zulke muziek en zang als, behalve in de visioenen Gods, geen sterfelijk oor ooit heeft beluisterd en tot geen menselijke ziel is doorgedrongen.
“En de zangers gelijk de speellieden, mitsgaders al Mijn fonteinen zullen daar zijn”. Ps. 87:7, Statenvert. “Daarginds verheft men zijn stem en jubelt; over de majesteit des hemels juicht men”. Jes.24:14.
“Want de Here troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang”. Jes. 51:3.
Daar zal iedere kracht ontwikkeld, ieder talent vermeerderd worden. Daar zullen de grootste ondernemingen uitgevoerd, de verhevenste doelstellingen bereikt, de hoogste ambities verwezenlijkt worden. En steeds zullen er nieuwe hoogten te bestijgen, nieuwe wonderen te aanschouwen, nieuwe waarheden te begrijpen zijn, steeds nieuwe objecten die een beroep op de krachten van lichaam, geest en ziel zullen doen.

Schatten van het universum
Al de schatten van het heelal zullen voor de kinderen Gods ter bestudering open liggen. Met onuitsprekelijke blijdschap zullen wij ingaan in de vreugde en de wijsheid van niet-gevallen wezens. Wij zullen delen in al de schatten die door de eeuwen heen bijeen vergaard zijn door het aanschouwen van het werk van Gods handen. En de jaren der eeuwigheid zullen steeds voortgaan heerlijker openbaringen aan het licht te brengen. “Oneindig veel meer... dan wij bidden en beseffen” (Efez. 3:20), zullen ons in alle eeuwigheid de gaven Gods worden toebedeeld.
“Zijn dienstknechten zullen Hem vereren” Openb. 22:3. Het leven op aarde is het begin van het leven in de hemel; de opvoeding op aarde is een inleiding tot de beginselen des hemels; het levenswerk hier is een oefening voor het levenswerk daar. Wat we in karakter en in heilig dienen nu zijn, is de zekere voorafschaduwing van wat we zullen zijn.
“De Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te dienen”. Matth. 20:28. Het werk van Christus hier op aarde is Zijn werk in de hemel, en ons loon voor de samenwerking met Hem in deze wereld zal de grotere kracht en het grotere voorrecht zijn van de samenwerking met Hem in de toekomende wereld.
“Gij zijt Mijn getuigen, spreekt de Here, dat Ik God ben”. Jes. 43:12, Statenvert. Dat zullen wij ook in de eeuwigheid zijn.

Getuigen
Waarom is toegestaan dat de grote strijd voortduurde door de eeuwen heen? Waarom werd Satan bij het begin van zijn opstand niet vernietigd? Dat was opdat het heelal wat betreft Gods handelwijze met het kwade van Zijn rechtvaardigheid overtuigd zou worden; opdat de zonde eeuwig verdoemd zou worden. In het verlossingsplan zijn hoogten en diepten, welke zelfs de eeuwigheid niet kan omvatten, wonderen die engelen verlangen te doorgronden. Van al de geschapen wezens hebben alleen de verlosten in hun eigen ervaring de werkelijke strijd met de zonde gekend; zij hebben gearbeid met Christus, en gemeenschap gehad met Zijn lijden, waartoe zelfs de engelen niet in staat waren; zullen zij dan ook niet getuigen van de wetenschap der verlossing, van hetgeen zelfs waardevol is voor niet-gevallen schepselen?

De heerlijkheid van deze verborgenheid
Zelfs nu is “aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods” bekend gemaakt. En Hij “heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten;... om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom Zijner genade te tonen naar Zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus”. Efez. 3:10; 2:6,7.
“In Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer”, (Ps. 29:9, Statenvert.) en het lied dat de verlosten eens zullen zingen - het lied van hun belevenis - zal de heerlijkheid Gods verkondigen: “Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij, Koning der volken! Wie zou niet vrezen, Here, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig”. Openb. 15:3,4.
In ons leven hier, aards en door de zonde beperkt, wordt de grootste vreugde gesmaakt en de hoogste opvoeding verkregen in het dienen. En in het toekomstige leven zal, niet belemmerd door de beperkingen van een zondige mensheid, eveneens in het dienen onze grootste vreugde en hoogste opvoeding gevonden worden. Steeds zullen wij getuigen en in dat getuigen bij vernieuwing leren “de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid... welke is Christus onder u, de hoop der heerlijkheid”. Col. 1:27, Statenvert.

Hij zal tevreden over ons zijn
“Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar wij weten dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is”. 1 Joh. 3:2.
Dan zal Christus in de vruchten van Zijn arbeid Zijn loon aanschouwen. In die grote schare die niemand tellen kan, staande “voor Zijn heerlijkheid in grote vreugde”, (Judas 24) zal Hij, wiens bloed ons heeft verlost en Wiens leven ons heeft geleerd “de moeite Zijner ziel zien en verzadigd worden”. Jes. 53:11. -- KV, hfdst 35

Dit is het einde van dit prachtig boek Karaktervorming van EGW. Op 1 september beginnen we aan nieuw avontuur.

30 augustus: Studieonderwerpen


Herstel van het koningschap
Daar zal niets zijn om “kwaad te doen noch verderf te stichten op gans Mijn heilige berg, zegt de Here”. Jes. 65:25. De mens zal in zijn verloren koningschap worden hersteld en de lagere orde der schepselen zal wederom zijn gezag erkennen; de grimmigen zullen daar een zacht karakter hebben en de vreesachtigen zullen vol vertrouwen zijn.

Oneindige geschiedenis
Daar zal voor de scholier geopend worden, een geschiedenis van oneindige omvang en van een onuitsprekelijke rijkdom. Hier krijgt de scholier, vanaf de vaste grond van Gods Woord, zicht op het uitgestrekte gebied van de historie en kan hij wederom enige kennis verkrijgen van de beginselen die de loop der menselijke gebeurtenissen bepalen. Maar zijn blik is nog steeds verduisterd en zijn kennis onvolkomen. Pas wanneer hij in het licht der eeuwigheid staat, zal hij alle dingen klaar en duidelijk kunnen onderscheiden.

De grote strijd
Dan zal voor hem geopenbaard worden het verloop van de grote strijd, die zijn oorsprong had vóór het begin van de tijd en die pas zal eindigen wanneer er geen tijd meer zal zijn. De geschiedenis van de aanvang der zonde; van het fatale bedrog met zijn kronkelwegen; van de waarheid die, door zich niet te laten afbuigen van haar rechte lijnen, de dwaling tegemoet getreden is en overwonnen heeft - dat alles zal aan het licht komen. De sluier die hangt tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld zal terzijde geschoven worden, en wonderbaarlijke dingen zullen geopenbaard worden.

De dienst der engelen
Niet eerder dan wanneer wij de voorzieningen van God zien in het licht van de eeuwigheid, zullen wij begrijpen wat we te danken hebben aan de hulp en de tussenkomst van Zijn engelen. Hemelse wezens hebben in de aangelegenheden van de mensen een werkzaam aandeel genomen. Ze zijn verschenen in gewaden als het licht van de bliksem; ze zijn gekomen als mensen, gekleed als voetgangers langs de weg. Ze hebben de aangeboden gastvrijheid van mensen aangenomen; ze hebben door de nacht overvallen reizigers als gidsen gediend. Ze hebben de bedoeling van de verderver tenietgedaan en de slag van de vernietiger afgeweerd.
Hoewel de heersers dezer wereld het niet weten, hebben toch vaak engelen op hun raadszittingen gesproken. Menselijke ogen hebben hen aanschouwd. Menselijke oren hebben hun woorden beluisterd. In raadzalen en voor rechtbanken hebben hemelse boodschappers gepleit voor vervolgden en verdrukten. Zij hebben bedoelingen en boze plannen verijdeld, die anders ellende en smart over Gods kinderen zouden hebben gebracht. Voor de scholieren op de hemelse school zal dit alles eenmaal worden ontvouwd. Iedere verloste zal eens de dienst der engelen, in zijn eigen leven verricht, begrijpen. De engel die vanaf zijn eerste ogenblik zijn bewaker was, de engel die waakte over zijn schreden en zijn hoofd beschermde in tijden van gevaar; de engel die met hem was in het dal van de schaduw des doods, die zijn graf noteerde, die de eerste was om hem in de opstandingsmorgen te begroeten - met deze engel zal hij eenmaal spreken en de geschiedenis vernemen van goddelijke tussenkomst in het persoonlijke leven en van hemelse samenwerking in elk werk ten bate der mensheid - welk een gebeurtenis zal dat zijn!

Levensverwikkelingen duidelijk gemaakt
Al die verwikkelingen en moeiten in het leven zullen dan worden begrepen. Waar wij slechts verwarring en teleurstelling, verijdelde bedoelingen en doorkruiste plannen zagen, zullen wij dat dan zien als een breed, alles overheersend, overwinnend doel, een goddelijke harmonie.

Vruchten van wat in het leven is gezaaid
Daar zullen allen die met een onzelfzuchtige geest gewerkt hebben, de vrucht van hun arbeid aanschouwen. Het resultaat van elk goed beginsel en van elke nobele daad zal gezien worden. Iets daarvan zien wij hier reeds. Maar hoe weinig van het resultaat van het edelste werk in de wereld wordt in dit leven openbaar aan degene die dit werk gedaan heeft! Hoe velen werken onzelfzuchtig en onvermoeid voor mensen die buiten hun bereik raken en van wie zij niets meer weten. Ouders en onderwijzers worden naar hun laatste rustplaats gebracht, terwijl het schijnt alsof hun levenswerk geheel vergeefs is geweest; zij weten niet dat door hun getrouwheid stromen van zegen zijn ontstaan, die nooit zullen ophouden te vloeien. Alleen door het geloof zien zij de kinderen die zij hebben opgevoed, tot een zegen en een bezieling voor hun medemensen worden en die invloed voltrekt zich verder in wel duizend richtingen. Menige arbeider verkondigt in de wereld boodschappen die kracht, hoop en moed brengen, woorden die een zegen zijn voor mensenzielen in alle landen; maar van de vruchten van zijn arbeid in eenzaamheid en afzondering weet hij weinig af. Zo worden gaven gegeven, lasten gedragen, zo wordt arbeid verricht. Mannen zaaien het zaad, waarvan anderen boven hun graven een rijke oogst zullen inzamelen. Zij planten bomen opdat anderen daarvan de vruchten zullen eten. Zij zijn hier tevreden in de wetenschap dat zij krachten ten goede in beweging hebben gebracht. In het hiernamaals zullen de vruchten van de arbeid van al deze mensen worden gezien.

Het hemelse verslag
Elke gave die God heeft geschonken om mensen tot onzelfzuchtige arbeid aan te zetten, staat opgetekend in de boeken des hemels. Dit na te gaan in zijn wijd vertakte richtingen, diegenen te zien die door onze arbeid uit hun gevallen staat zijn opgeheven en veredeld, in hun geschiedenis de uitwerking van ware beginselen te aanschouwen - dit alles zal behoren tot een van de studieobjecten en beloningen van de hemelse school. -- KV, hfdst 35

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

29 augustus: Nieuwe scholing


Gods school
De hemel is een school; zijn studiegebied het heelal; zijn leraar de Oneindige. Een onderdeel van deze school was gevestigd in de Hof van Eden; en wanneer het verlossingsplan volbracht is, zal opnieuw in de Hof van Eden de onderwijzing worden hervat. “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben”. 1 Cor.2:9. De kennis van deze dingen kan alleen door Zijn Woord worden verkregen, en zelfs dit openbaart die kennis nog maar ten dele.
De ziener van Patmos geeft de volgende beschrijving van de plaats van de school van het hiernamaals:
“Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan....

Een nieuwe aarde
“En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid die voor haar man versierd is”. Openb. 21:1,2.
“De stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam”. Openb. 21:23.
Tussen de school die in het begin gevestigd werd in het Paradijs en de school van het hiernamaals ligt het hele verloop van de wereldgeschiedenis, - de geschiedenis van menselijke overtreding en lijden, van een Goddelijke offerande en van overwinning over dood en zonde. De omstandigheden van die eerste school in Eden zullen niet allen worden teruggevonden in de school van het toekomstige leven. De boom der kennis van goed en kwaad, die de eerste mensen op de proef stelde, zal daar niet meer zijn. Daar is geen verleider, geen mogelijkheid meer om kwaad te doen. Elk karakter heeft de toets van het kwade doorstaan en is niet langer ontvankelijk voor de kracht daarvan.

Toelatingseisen
“Wie overwint”, zegt Christus, “hem zal Ik geven te eten van de boom des levens die in het paradijs Gods is”. Openb. 2:7. Het plaatsen van de boom des levens in de Hof van Eden was voorwaardelijk en ten slotte werd die weer teruggenomen. Maar de gaven van het toekomstige leven zijn absoluut en eeuwig.
De profeet aanschouwt de “rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam”. “En aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens”. “En de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”. Openb. 22:1,2; 21:4.

Geheel uit rechtvaardigen
“Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan,
Voor altoos zullen zij het land bezitten,
Een scheut die Ik geplant heb,
Een werk Mijner handen,
Tot Mijn verheerlijking.” -- Jes. 60:21 

Door God geleerd
Wanneer de mens wederom tot de tegenwoordigheid van God wordt toegelaten, zal hij, gelijk in het begin, door God worden onderwezen: “Mijn volk zal te dien dage Mijn Naam kennen, dat Ik het ben die spreek: Zie, hier ben Ik”. Jes. 52:6.
“De tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn” Openb. 21:3. 

Bij de waterbronnen des levens
“Dezen zijn het die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in Zijn tempel... Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens”. Openb. 7:14-17.
“Nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ben ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben”. 1 Cor. 13:12.
“Zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn”. Openb. 22:4.

Boek der natuur
Wanneer de sluier die nu onze blik verduistert, weggenomen zal zijn en onze ogen die wereld van schoonheid, waarvan wij nu door de microscoop slechts een enkele glimp opvangen, zullen aanschouwen; wanneer wij de grootheid en heerlijkheid der hemelen zien, die wij nu door de telescoop van verre kunnen onderzoeken; wanneer, nadat het verderf der zonde is weggenomen, de ganse aarde zal verschijnen “in de schoonheid van de Here onze God”, welk een gebied zal er dan open liggen voor onze studie! Daar zal de onderzoeker der wetenschap de verslagen van de schepping lezen, zonder overblijfselen van de wet des kwaads op te merken. Hij kan luisteren naar de muziek van de stemmen der natuur, maar hij zal geen zweem van smart of geweeklaag bespeuren. In alles wat geschapen is, kan hij één handschrift vinden, in het ganse heelal ziet hij de Naam Gods met grote letters geschreven, en noch op de aarde noch op de zee of aan de hemel zal hij één spoor van het kwaad terugvinden.
Daar zal de mens wederom leven als in het Paradijs, het leven in hof en veld. “Zij zullen huizen bouwen en die bewonen, wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten; zij zullen niet bouwen, opdat een ander er wone; zij zullen niet planten opdat een ander het ete, want als de levensduur der bomen zal de leeftijd van Mijn volk zijn, en van het werk hunner handen zullen Mijn uitverkorenen genieten”. Jes. 65:21,22. -- KV, hfdst 35

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

28 augustus: Het leven eist discipline


De harde levenstucht
Buiten de tucht van het gezin en de school, hebben allen te maken met de harde tucht van het leven. Hoe men die verstandig tegemoet kan treden, is een les die alle kinderen en de gehele jeugd duidelijk gemaakt moet worden. Het is waar dat God ons liefheeft, dat Hij werkt voor ons geluk, en dat wij nooit ziekte en ellende zouden hebben gekend, wanneer men Zijn wet altijd had gehoorzaamd; en het is niet minder waar dat in deze wereld als gevolg van de zonde, ziekten, moeiten en lasten zich voordoen in ieders leven. Wij kunnen kinderen en jonge mensen voor hun leven lang een weldaad bewijzen, wanneer we hen leren deze moeiten en lasten dapper te aanvaarden. Wanneer wij hun sympathie bewijzen, moeten we dat nooit zo doen dat zij daardoor medelijden met zichzelf krijgen. Zij hebben eerder bemoediging en versterking nodig dan dat wat verzwakt.

“Wees sterk”
Zij moeten leren dat deze wereld geen paradeveld, maar een slagveld is. Allen zijn geroepen als goede soldaten moeilijkheden te verdragen. Zij moeten sterk zijn en zich als mannen gedragen. Leer hen dat de beste karaktertoets gevonden wordt in de bereidheid lasten te dragen, moeilijke posten in te nemen en het werk te doen dat gedaan moet worden, al brengt dat dan geen aardse erkenning en beloning.
De juiste wijze om moeilijkheden op te lossen is ze niet uit de weg te gaan, maar ze te overwinnen. Dit heeft betrekking op alle discipline, zowel in de jeugd als in de latere jaren. Wanneer in de jonge jaren de opvoeding van het kind wordt verzuimd, waardoor vanzelfsprekend de verkeerde neigingen sterker worden, dan maakt dit zijn latere opvoeding des te moeilijker en wordt de tucht vaak een al te pijnlijk proces. Pijnlijk is die latere opvoeding vooral voor de lagere natuur, omdat de natuurlijke verlangens en neigingen daardoor worden doorkruist; maar die pijn zal vergeten worden in een verhevener blijdschap.

Treden omhoog
Laat men de kinderen en de jeugd leren dat elke vergissing, elke fout, elke moeilijkheid, die overwonnen wordt een schrede omhoog is naar betere en hogere dingen. Juist door zulke ervaringen hebben allen die van het leven het beste wilden maken dat te maken is, succes behaald.

Het onzichtbare
Wij moeten “niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig” 2 Cor. 4:18. De ruil die wij doen door de verloochening van zelfzuchtige verlangens en neigingen is een ruil van het waardeloze en vergankelijke voor het kostbare en eeuwigblijvende. Daarin ligt geen offer, maar oneindig gewin. “Iets beters” is het wachtwoord van de opvoeding, de wet van alle waarachtig leven. Voor alles wat Hij wenst dat wij zullen opgeven, biedt Christus iets beters. Vaak gaat het hart van de jeugd uit naar dingen en genoegens die misschien niet kwaad schijnen, maar die men toch ook niet onder het beste kan rangschikken. Ze doen het leven afwijken van zijn edelste doel. Willekeurige maatregelen of directe veroordeling zijn niet altijd voldoende om deze jongelui zover te brengen dat ze loslaten wat hun lief is. Vestig hun aandacht op iets beters dan uiterlijk vertoon, eerzucht of genotzucht. Breng hen in aanraking met verhevener schoonheid, met hogere beginselen, met nobeler levens. Leidt hen zo, dat zij zien op Hem die “zeer lieflijk” is. Wanneer de blik op Hem gericht wordt, vindt het leven zijn middelpunt. De geestdrift, de ernstige toewijding, de hartstochtelijke vlijt van de jeugd vinden hier dan hun ware doel. Plicht wordt dan een blijdschap en offers brengen een vreugde. Christus te eren, Hem gelijk te worden, voor Hem te werken, wordt dan ‘s levens hoogste eer en grootste vreugde.
“De liefde van Christus dringt ons”. 2 Cor. 5:14. -- KV, hfdst 34

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

27 augustus: Wat gij niet wilt dat u geschiedt ...


De regel van de Heiland
De gulden regel van de Heiland - “Gelijk gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hen evenzo” (Luc. 6:31) - moet de regel zijn van allen die zich de opvoeding van kinderen en jeugd tot taak hebben gesteld. Zij zijn de jongere leden van het gezin des Heren, onze mede-erfgenamen van de genade des levens. De regel van Christus moet in alle heiligheid worden waargenomen tegenover de minst intelligenten, de jongsten, tegenover hen die de meeste fouten maken en zelfs tegenover de dwalenden en opstandigen.

Openbare tuchtmaatregelen
Wanneer de onderwijzer deze regel volgt, zal hij zoveel mogelijk vermijden over de fouten of dwalingen van een leerling te spreken. Hij moet ernaar streven hem niet onder handen te nemen of te straffen in tegenwoordigheid van anderen. Hij zal een scholier niet eerder wegzenden of alles moet gedaan zijn om hem op de goede weg te brengen. Maar wanneer dit stuit op de houding van de scholier, omdat zijn koppigheid of minachting voor het gezag voor de leiding van de school een bedreiging vormt en zijn invloed op anderen een slechte uitwerking heeft, dan moet hij wel weggezonden worden. Nochtans zal bij velen de schande van weggestuurd te worden leiden tot nog grotere onverschilligheid en ondergang. In de meeste gevallen moet, wanneer wegsturen onvermijdelijk is, aan de zaak geen ruchtbaarheid worden gegeven. Na beraadslaging en samenwerking met de ouders moet de onderwijzer zelf in alle stilte de verwijdering van de scholier op zich nemen.

Rechtvaardigheid en medelijden
In deze tijd van bijzondere gevaren, staat de jeugd aan alle kanten bloot aan verzoekingen; en omdat het zo gemakkelijk is af te dwalen, is de grootste inspanning nodig om tegen de stroom in te roeien. Elke school moet een “vrijstad” voor de in verzoeking gevallen jonge mensen zijn, een plaats, waar men zich in alle geduld en wijsheid met hun fouten zal bemoeien.
Onderwijzers die hun verantwoordelijkheden begrijpen, zullen alles uit hun eigen hart en leven wegnemen, dat hen zou beletten met succes op te treden tegen de eigenzinnigen en ongehoorzamen. Liefde en vriendelijkheid, geduld en zelfbeheersing, zullen te allen tijde de wet van hun woorden zijn. Barmhartigheid en medelijden moeten samengaan met rechtvaardigheid. Wanneer terechtwijzing noodzakelijk is, zullen zij niet spreken in drift, maar in ootmoed. Met alle zachtheid zullen zij de overtreder zijn fouten voorhouden en hem helpen zich te beteren. Elke goede onderwijzer zal voelen, dat, indien hij zich dan toch vergist, hij zich beter kan vergissen aan de kant van de barmhartigheid dan aan de kant van de gestrengheid.

Op het rechte pad terugbrengen door zachtheid
Vele jonge mensen, van wie men denkt dat ze onverbeterlijk zijn, zijn niet zo eigenzinnig als ze ogenschijnlijk lijken. Velen die als hopeloze gevallen worden beschouwd, kunnen door verstandige tucht op de goede weg worden teruggebracht. Vaak zijn dat degenen die voor vriendelijke woorden en daden zeer gevoelig zijn. De onderwijzer moet trachten het vertrouwen te winnen van de scholier die moeilijkheden heeft en door het goede in zijn karakter te erkennen en te ontwikkelen kan hij in veel gevallen het verkeerde verbeteren zonder de nadruk daarop te vestigen.

Ons voorbeeld
De goddelijke Leraar heeft geduld met de dwalenden in al hun fouten. Zijn liefde verkilt nooit; Zijn pogingen, hen te winnen, houden nooit op. Hij wacht met open armen om steeds weer de dwalenden, de opstandigen en zelfs de afvalligen te verwelkomen. Zijn hart is ontroerd over de hulpeloosheid van een klein kind, dat ruw behandeld wordt. De kreet van menselijk lijden bereikt nooit tevergeefs Zijn oor. Hoewel allen in Zijn oog waardevol zijn, gaan Zijn sympathie en liefde bijzonder uit naar hen die te kampen hebben met ruwe, weerbarstige, koppige neigingen; want Hij kent oorzaak en gevolg. Wie het gemakkelijkst in verzoeking valt en het meeste tot dwaling geneigd is, is ook het speciale voorwerp van Zijn zorg.
Alle ouders en onderwijzers moeten de eigenschappen aankweken van Hem die de zaak van de bedroefden, de lijdenden en de verzochten tot de Zijne maakt. De ouder of onderwijzer moet iemand zijn die “tegemoetkomend kan zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar hij ook zelf met zwakheid omvangen is” Hebr. 5:2. Jezus behandelt ons veel beter dan wij verdienen; en zoals Hij ons behandelt, moeten wij anderen behandelen. De handelwijze van ouders en onderwijzers is niet goed, wanneer ze niet lijkt op die welke de Heiland onder dezelfde omstandigheden zou volgen. -- KV, hfdst 34

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

26 augustus: Vrijheid versus toegeeflijkheid


Verzoeken en bevelen
Aan de hand van ditzelfde beginsel is het beter te vragen dan te commanderen; hij aan wie iets gevraagd wordt is in de gelegenheid zijn trouw aan de juiste beginselen te tonen. Zijn gehoorzaamheid is eerder het gevolg van keuze dan van dwang. De voorschriften die in het schoollokaal gehandhaafd worden, moeten voor zover dat mogelijk is, de geest van de school vertegenwoordigen. Elk beginsel dat daarin besloten ligt, moet de scholier zó worden voorgehouden, dat hij van de rechtvaardigheid daarvan overtuigd is. Op deze wijze zal hij verantwoordelijkheid voelen te zorgen dat de voorschriften die hij zelf heeft helpen vaststellen, gehoorzaamd worden.

Het handhaven der regels
Men kan volstaan met betrekkelijk weinig regels, maar ze moeten goed doordacht zijn; en wanneer ze eenmaal zijn vastgesteld, moeten ze ook worden doorgevoerd. Doorgaans erkent het verstand en leert het zich aan te passen aan dat wat niet veranderd kan worden. De mogelijkheid van toegeeflijkheid kan verlangen, hoop, en onzekerheid opwekken, waaruit rusteloosheid, prikkelbaarheid en weerspannigheid voortkomen. Men moet duidelijk maken dat de heerschappij van God geen compromis met het kwade kent. Noch in het gezin, noch op school mag ongehoorzaamheid worden geduld. Geen ouder of onderwijzer die hart heeft voor het welzijn van hen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd, zal zich toegeeflijk tonen tegenover een koppige eigenzinnigheid, die alle gezag trotseert en haar toevlucht neemt tot uitvluchtjes om aan gehoorzamen te ontkomen.
Treedt men niet ernstig op tegen wat verkeerd is, of zoekt men door vleien of omkoping toegeeflijkheid te verkrijgen, om ten slotte voor wat vereist wordt een of ander vervangmiddel te aanvaarden, dan is dat geen liefde, maar overdreven gevoeligheid. “Elke dwaas zal de schuld verbloemen” (Spr. 14:9), of zoals een Engelse vertaling zegt: “De dwazen spotten met de zonde”. Wij moeten ons ervoor hoeden, zonde lichtvaardig op te nemen. Haar macht over de boosdoener is geweldig. “Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze, in de strikken zijner zonde raakt hij vast” Spr. 5:22. Het grootste kwaad dat men een kind of jongeling kan aandoen ligt daarin dat men het toestaat verstrikt te raken in de banden van een verkeerde gewoonte.

Vrijheid in gehoorzaamheid
Jonge mensen hebben een aangeboren liefde voor vrijheid; hun hart gaat uit naar een zekere ongedwongenheid; en nu moeten zij begrijpen dat deze onschatbare zegeningen slechts genoten kunnen worden door gehoorzaamheid aan de wet van God. Deze wet is de bewaarder van ware vrijheid. Zij omlijnt en verbiedt die dingen welke ontaarding en slavernij teweeg brengen en zo verleent ze aan hen, die gehoorzaam zijn, bescherming tegen de macht van het kwaad.
De Psalmist zegt: “Dan zal ik wandelen op ruime baan, want ik zoek Uw bevelen … Ja, Uw getuigenissen zijn mijn verlustiging, zij zijn mijn raadslieden”. Ps. 119:45,24.

Kritiek en veroordeling
In onze pogingen het verkeerde te verbeteren moeten wij ons hoeden voor de neiging tot vitterij of kritiek. Aanhoudende berisping doet verwarring ontstaan, maar brengt geen verandering teweeg. Bij vele jonge mensen, en vooral bij degenen die erg gevoelig zijn, belemmert een atmosfeer van onsympathieke kritiek de ontwikkeling van de geest, zoals een ijzige wind een beletsel is voor de bloemen om zich te ontvouwen. Een kind, dat herhaaldelijk berispt wordt voor een bepaalde fout, denkt op het laatst dat die fout alleen hem aankleeft en dat het tevergeefs is daartegen te strijden. Zo ontstaan moedeloosheid en wanhoop, die vaak verborgen worden onder een schijn van onverschilligheid of trots.

Doel van het berispen
Een berisping heeft alleen zin, wanneer de overtreder ertoe gebracht kan worden zijn fout in te zien en gewillig te zijn daarin verbetering aan te brengen. Wanneer dit is bereikt, moet hij gewezen worden op de bron van vergiffenis en kracht. Men moet ernaar streven dat hij zijn zelfrespect behoudt en dat hij opnieuw moed en hoop krijgt. Dit is het beste, maar ook het moeilijkste werk dat ooit aan menselijke wezens werd toevertrouwd. Het vereist bijzondere takt, fijngevoeligheid, kennis van de menselijke natuur en een hemels geloof en geduld, bereidheid te werken, te waken en te wachten. Er is geen belangrijker werk dan dit.

Zelfbeheersing
Wie toezicht over anderen willen uitoefenen, moeten eerst zichzelf kunnen beheersen. Wanneer men tegen een kind of een jong mens driftig optreedt, wekt dat zijn verbolgenheid. Wanneer een ouder of onderwijzer driftig wordt en gevaar loopt domme dingen te zeggen, is het beter dat hij zwijgt. Juist in dat zwijgen ligt een wonderbaarlijke kracht.

Medeleven en lankmoedigheid
De onderwijzer moet verwachten dat hij komt te staan tegenover verkeerde neigingen en verstokte harten. Maar wanneer hij daarmee te doen krijgt, moet hij nooit vergeten dat hijzelf ook een kind is geweest dat tucht nodig had. Zelfs nu, met al zijn voordelen van leeftijd, opvoeding en ervaring, vergist hij zich nog vaak en is hij zelf aangewezen op barmhartigheid en lankmoedigheid. Wanneer hij de jeugd opvoedt, moet hij bedenken dat hij omgaat met kinderen die dezelfde neigingen tot het kwaad hebben als hijzelf. Zij moeten nog bijna alles leren en sommigen leren moeilijker dan anderen. Met de minder begaafde leerling moet hij geduld hebben en deze niet berispen om zijn onwetendheid, maar elke kans aangrijpen om hem te bemoedigen. Vooral met gevoelige, zenuwachtige leerlingen moet hij voorzichtig omgaan. Het bewustzijn van zijn eigen onvolmaaktheden moet hem ertoe brengen aanhoudend medeleven en lankmoedigheid te tonen tegenover diegenen, die ook met moeilijkheden te kampen hebben. -- KV, hfdst 34

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

25 augustus: Zelfbeheersing leren


Het leren van gehoorzaamheid
Een van de eerste lessen die een kind moet leren, is de les der gehoorzaamheid. Vóór het oud genoeg is te begrijpen, kan het leren te gehoorzamen. Door een zachte, volhardende drang moet die gewoonte worden aangeleerd. Op die manier kunnen grotendeels die latere conflicten tussen eigen wil en gezag voorkomen worden die immers zo veel bijdragen tot het ontstaan van verwijdering en verbittering tegenover ouders en onderwijzers, en maar al te vaak tot het verzet tegen alle gezag, zowel goddelijk als menselijk.

Zelfbeheersing
Het doel van de tucht is de opvoeding van het kind tot zelfbeheersing. Het moet zelfvertrouwen en zelfbeheersing leren. Zodra het in staat is iets te begrijpen, moet zijn verstand gericht worden op gehoorzaamheid. Ga zo met het kind om, dat het gehoorzaamheid ziet als goed en redelijk. Laat het zien dat alle dingen aan wetten onderworpen zijn en dat ongehoorzaamheid uiteindelijk leidt tot alle mogelijke rampen. Wanneer God zegt: “Gij zult niet”, waarschuwt Hij ons liefdevol voor de gevolgen van ongehoorzaamheid, om ons voor alle ellende te sparen.
Probeer de kinderen te laten zien dat ouders en onderwijzers Gods vertegenwoordigers zijn en dat hun wetten in het gezin en op school ook de Zijne zijn, wanneer zij in overeenstemming met Hem handelen. Zoals het kind ouders en onderwijzers moet gehoorzamen, moeten dezen op hun beurt God gehoorzamen.

Het “breken” van de wil
Ouders zowel als onderwijzers moeten nagaan hoe de ontwikkeling van het kind geleid moet worden zonder die te hinderen door al te veel toezicht. Te veel leiding is even verkeerd als te weinig leiding. Het pogen de wil van het kind “te breken”, is een grove fout. Kinderen zijn verschillend geaard; terwijl door geweld uiterlijk een onderwerping verkregen kan worden, worden vele kinderen innerlijk des te opstandiger. Zelfs al zou de ouder of de onderwijzer erin slagen het kind zijn wil op te leggen, dan zouden voor de kinderziel de gevolgen niet minder nadelig zijn. De discipline van een menselijk wezen dat de jaren des onderscheids heeft bereikt, moet verschillen van de africhting van het stomme dier. Het dier wordt enkel onderwerping aan zijn meester geleerd. Voor het dier is de meester verstand, oordeel en wil. Deze soms bij de opvoeding van de kinderen toegepaste methode, maakt van hen niet veel meer dan automaten. Het verstand, de wil en het geweten staan onder de macht van een ander. Het is niet Gods bedoeling dat de geest van een mens aldus wordt beheerst. Zij die de persoonlijkheid verzwakken of vernietigen, nemen een verantwoordelijkheid op zich, die enkel kwade gevolgen kan hebben. Terwijl de kinderen onder zo’n tucht staan, lijken ze veel op goed afgerichte soldaten; maar wanneer die macht ophoudt, zal men ervaren dat kracht en standvastigheid aan het karakter ontbreken. Omdat de jonge mensen nooit geleerd hebben, zichzelf leiding te geven, zien zij geen andere beperking dan wat door de ouders of onderwijzer wordt verlangd. Komen zij daar eenmaal onderuit, dan weten ze niet hoe zij hun vrijheid moeten gebruiken, en vaak geven ze zich dan over aan uitspattingen die op den duur hun ondergang zijn.
Daar het onderwerpen van de wil bij sommige leerlingen veel moeilijker is dan bij anderen, moet de onderwijzer de gehoorzaamheid aan zijn eisen zo gemakkelijk mogelijk stellen. De wil moet geleid en gevormd worden, maar niet genegeerd of onderdrukt. Bescherm de wilskracht, want in de strijd van het leven is die zo nodig.

De waarde van wilskracht
Elk kind moet de wezenlijke kracht van de wil begrijpen. Men moet het laten zien hoe groot de verantwoordelijkheid is, die in deze gave besloten ligt. De wil is de drijvende kracht in de natuur van de mens, de kracht om een besluit te nemen of een keuze te maken. Elk menselijk wezen met verstand begiftigd, bezit de kracht het goede te kiezen. In elke ervaring van het leven zegt Gods Woord ons: “Kiest dan heden wie gij dienen zult” Jozua 24:15. Iedereen kan zijn wil plaatsen aan de kant van Gods wil, kan kiezen om Hem te gehoorzamen en wanneer hij zich aldus met goddelijke werktuigen heeft verbonden, kan hij staan, waar niets hem tot het kwade kan dwingen. In elke jongeling, in elk kind ligt de kracht om met Gods hulp een onkreukbaar karakter te vormen en een nuttig leven te leiden.
De ouder of de onderwijzer die door een dergelijke leiding het kind tot zelfbeheersing opvoedt, zal het grootste en meest blijvende succes behalen. Voor de oppervlakkige toeschouwer zal zijn werk misschien niet op zijn voordeligst uitkomen; het zal misschien niet zo hoog worden gewaardeerd als dat van degene die de geest en de wil van het kind onder een absoluut gezag houdt; maar later zal men het resultaat van de betere opvoedingsmethode zien.

Eergevoel
De verstandige opvoeder zal in de omgang met zijn leerlingen proberen het vertrouwen aan te moedigen en het eergevoel te versterken. Het is voor kinderen en jongelui werkelijk een zegen wanneer ze bemerken dat men vertrouwen in hen stelt. Velen, zelfs de kleine kinderen, hebben een sterk eergevoel; zij allen wensen met vertrouwen en respect behandeld te worden en dat is hun recht. Zij moeten niet het gevoel krijgen dat ze niet uit kunnen gaan of thuis kunnen komen zonder dat op hen wordt gelet. Achterdocht schaadt en veroorzaakt juist het kwaad, dat men daardoor wil voorkomen. In plaats van zo aanhoudend argwaan te tonen, moeten onderwijzers in hun omgang met de leerlingen de werkingen van de rusteloze geest zien na te gaan en moeten zij invloeden in het werk stellen die het kwade tegengaan. Laat de jonge mensen voelen dat zij vertrouwd worden, dan zullen er maar weinigen zijn die hier misbruik van zullen maken. -- KV, hfdst 34

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

24 augustus: Samenwerking


Invloed van het gezin
Bij de karaktervorming zijn geen andere invloeden zo van belang als de invloed van het gezin. Het werk van de onderwijzer moet dat van de ouders aanvullen, maar moet dat niet vervangen. In alles wat het welzijn van het kind betreft, moet er een samenwerking zijn tussen de ouders en de onderwijzers.

Samenwerking der ouders
De samenwerking moet reeds in het gezinsleven tot stand komen tussen de vader en moeder zelf. Bij de opvoeding van hun kinderen, dragen zij samen de verantwoordelijkheid, en aanhoudend moet hun streven erop gericht zijn, samen te werken. Zij moeten zich aan God overgeven en bij Hem hulp zoeken om elkander tot steun te zijn. Laten ze hun kinderen leren oprecht te zijn tegenover God en tegenover beginselen, en aldus eerlijk tegenover zichzelf en tegenover allen met wie zij te maken hebben. Wanneer de kinderen zo zijn opgevoed, zullen ze op school geen zorgen of moeilijkheden veroorzaken. Zij zullen een hulp voor hun onderwijzers en een voorbeeld en bemoediging voor hun medescholieren zijn.

Naast de onderwijzer staan
Ouders, die hun kinderen op deze wijze opvoeden, zullen niet behoren tot degenen die de onderwijzer kritiseren. Zij voelen dat zowel het belang van hun kinderen als de rechtvaardigheid ten opzichte van de school eisen dat zij hem helpen en respecteren die in hun verantwoordelijkheid deelt.

Kritiek
Hierin falen tal van ouders. Door hun haastige, ongegronde kritiek wordt de invloed van de trouwe, zich opofferende onderwijzer vaak zo goed als te niet gedaan. Vele ouders, wier kinderen door toegeeflijkheid bedorven zijn, belasten de onderwijzer met de onaangename taak hun verzuim goed te maken; en dan maken zij door hun manier van doen zijn taak bijna hopeloos. Hun kritiek en hun afgeven op de leiding van de school zetten de kinderen aan tot ongehoorzaamheid en versterken hen in hun verkeerde gewoonten.
Is kritiek op of voorstellen voor het werk van de onderwijzer noodzakelijk, dan moet men hem apart daarover spreken. Heeft dit geen resultaat, dan moet de kwestie worden voorgelegd aan hen die de verantwoordelijkheid van het beheer van de school dragen. Niets moet gezegd of gedaan worden wat het respect der kinderen tegenover hem, van wie hun welzijn in zo grote mate afhangt, verzwakt.

De onderwijzer op de hoogte stellen
Daar de ouders zowel met het karakter van hun kinderen als met hun fysieke eigenaardigheden en zwakheden goed bekend zijn, zou het een hulp zijn voor de onderwijzer, wanneer hij daarvan op de hoogte werd gesteld. Het is heel jammer dat velen dit niet inzien. De meeste ouders tonen weinig belangstelling om zich op de hoogte te stellen van de eigenschappen van de onderwijzer, of met hem in zijn arbeid samen te werken.
Omdat de ouders zo zelden contact zoeken met de onderwijzer, is het des te belangrijker dat de onderwijzer contact zoekt met de ouders. Hij moet zijn scholieren thuis een bezoek brengen, teneinde zich op de hoogte te stellen van de invloeden en omgeving waarin zij verkeren. Wanneer hij persoonlijk in aanraking komt met hun thuissituatie en met hun leven, kan het de banden tussen hem en zijn leerlingen versterken en hem leren hoe hij met de jonge mensen met hun verschillende aanleg en aard het best kan omgaan.

Een dubbele zegen
Wanneer hij van zijn belangstelling in de gezinsopvoeding blijk geeft, doet hij aan twee kanten een goed werk. Door geheel op te gaan in hun werk en in hun zorgen, zien veel ouders geen kansen meer het leven hunner kinderen ten goede te beïnvloeden. De onderwijzer kan veel doen door deze ouders te wijzen op hun mogelijkheden en voorrechten. Hij zal ook ouders ontmoeten voor wie het gevoel van hun verantwoordelijkheid een zware last is, zo verlangend zijn ze dat hun kinderen zullen opgroeien tot goede, nuttige mannen en vrouwen. Vaak kan de onderwijzer deze ouders helpen in het dragen van hun lasten en door daarover te beraadslagen, zullen zowel de onderwijzer als de ouders bemoedigd en gesterkt worden.

Ouders en kinderen
In de gezinsopvoeding van de jeugd is het beginsel van samenwerking van onschatbare waarde. Vanaf hun prilste jaren moet men de kinderen leren dat zij deel uitmaken van het gezin. Zelfs de kleintjes moet reeds geleerd worden in het dagelijkse werk een handje te helpen en men moet ze laten voelen dat hun hulp nodig is en gewaardeerd wordt. De oudere kinderen moeten hun ouders helpen door belangstelling te tonen voor hun plannen en te delen in hun verantwoordelijkheden en lasten. Vaders en moeders moeten de tijd nemen om hun kinderen te onderrichten en ze moeten hen tonen hoe zeer zij hun hulp waarderen, hun vertrouwen gaarne hebben en hun gezelschap op prijs stellen. Wanneer de ouders dit doen, zullen de kinderen niet aarzelen daarop in te gaan. Niet alleen zullen de ouderlijke lasten worden verlicht en de kinderen een praktische opvoeding van onschatbare waarde ontvangen, maar de gezinsbanden zullen versterkt en de karaktereigenschappen verdiept worden.

Onderwijzers en scholieren
Samenwerking moet de geest en de wet van het schoollokaal zijn. De onderwijzer die de medewerking van zijn leerlingen weet te verkrijgen, verschaft zich een waardevolle hulp om de orde te handhaven. Door te helpen in het schoollokaal zal menige jongen wiens rusteloosheid aanleiding is tot wanorde en ongehoorzaamheid, een uitlaat voor zijn overvloedige energie vinden. Laten de ouderen de jongeren, de sterken de zwakken helpen; en laat zo veel mogelijk een ieder in de gelegenheid gesteld worden iets te doen waarin hij uitmunt. Dat zal zelfrespect en het verlangen zich nuttig te maken, aanmoedigen.

Bijbelse voorbeelden
Voor de jeugd als ook voor de ouders en onderwijzers zou het goed zijn de les van samenwerking zoals die in de Bijbel geleerd wordt, ter harte te nemen. Besteed onder die vele voorbeelden vooral aandacht aan de bouw van de tabernakel - die aanschouwelijke les van karaktervorming - waaraan het hele volk deelnam; “iedere man wiens hart hem dreef, ieder wiens geest hem drong”. Exod. 35:21. Lees hoe te midden van armoede, moeilijkheden en gevaren de muren van Jeruzalem door de teruggekeerde gevangenen werden herbouwd, hoe de grote taak tot een succesvol einde werd gebracht, omdat “het volk lust had om te werken”. Neh. 4:6. Lees hoe de discipelen deel hadden in het wonder van de Heiland, toen de duizenden werden gespijzigd. Het voedsel vermeerderde in de handen van Christus, maar de discipelen ontvingen het brood en gaven het door aan de wachtende schare.
“Wij zijn leden van elkander”. Daarom “dient elkander, een ieder naar de genadegave die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods”. Efez. 4:25; 1 Petr. 4:10.
Wel mochten de woorden, geschreven door de bouwers van afgodsbeelden in het verleden, maar dan met een waardiger doel, als motto aangenomen worden door de karakterbouwers van heden: “De een hielp de ander en zeide tot zijn makker: Houd moed!” Jes. 41:6. ver uw leerlingen. Weerspiegel Hem. -- KV, hfdst 33

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

23 augustus: Geschikt om te onderwijzen


Een hoge maatstaf
Maar de bruikbaarheid van de onderwijzer berust niet zozeer op de omvang van zijn verworven kennis, als wel op het verheven doel waarnaar hij streeft. De ware onderwijzer is niet tevreden met een oppervlakkige gedachtengang, een trage geest of een zwak geheugen. Aanhoudend zal hij streven naar hogere maatstaven en betere methoden. In zijn leven zal een bestendige wasdom te zien zijn. In het werk van zo’n onderwijzer is een frisheid, een verkwikkende kracht die zijn leerlingen opwekt en aanspoort.
De onderwijzer moet in alle opzichten geschikt voor zijn werk zijn. Hij moet de wijsheid en takt bezitten met mensen om te gaan. Hoe groot zijn wetenschappelijke kennis ook is, hoe uitstekend ook zijn eigenschappen op ander gebied, indien hij het respect en vertrouwen van zijn leerlingen niet wint, zal zijn arbeid tevergeefs zijn.

Leiding geven
Er zijn onderwijzers nodig met een goed onderscheidingsvermogen, die elke kans aangrijpen om iets goeds te bereiken; bij wie de juiste waardigheid samengaat met geestdrift. Zij moeten leiding kunnen geven en onderlegd zijn in het onderwijzen; zij moeten tot denken aansporen, en energie en volharding bij hun scholieren opwekken. De mogelijkheid kan bestaan dat een onderwijzer zelf niet zo’n goede opleiding heeft genoten en dat hij niet zo algemeen ontwikkeld is als wenselijk was. Wanneer hij nochtans een goede mensenkennis bezit, zijn werk liefheeft en de betekenis daarvan waardeert, wanneer hij bereid is zichzelf verder te ontwikkelen en volhardend te arbeiden, zal hij de behoeften van zijn scholieren leren kennen, en door zijn medelevende, vooruitstrevende geest zal hij hen bezielen hem te volgen wanneer hij hen voorwaarts en opwaarts wil leiden.

Moeilijkheden
Onder de kinderen en opgroeiende jeugd die aan de zorg van de onderwijzer zijn toevertrouwd, bestaat groot verschil in aanleg, gewoonten en opvoeding. Sommigen hebben geen bepaald doel of vaste beginselen. Daarom moeten zij hun verantwoordelijkheden en mogelijkheden leren kennen. Maar weinig kinderen hebben in het gezin een goede opvoeding gehad, en velen zijn thuis verwend. Hun hele opvoeding is oppervlakkig. Ze mochten hun eigen zin doen en zich onttrekken aan verantwoordelijkheden en lasten, waardoor standvastigheid, doorzettingsvermogen en zelfverloochening ontbreken. Tucht zien ze vaak als een onnodige beperking. Bij andere kinderen werden de teugels te strak gehouden waardoor ze ontmoedigd werden. Willekeurige beperkingen en hardheid maakten hen koppig en wantrouwend. Wanneer deze onvolmaakte karakters worden bijgeschaafd, moet dit werk in de meeste gevallen door de onderwijzer gebeuren.

Inzicht en medeleven
Om dit met succes te kunnen doen, moet hij dat medeleven en inzicht bezitten, dat hem in staat zal stellen bij zijn leerlingen de oorzaak van de fouten en dwalingen op te sporen. Hij moet ook de takt en bekwaamheid, het geduld en de vastberadenheid bezitten om ieder van zijn leerlingen de juiste hulp te geven - voor de weifelenden en gemakzuchtigen die bemoediging en bezieling dat ze zich gaan inspannen; voor de ontmoedigden medeleven en waardering welke vertrouwen zullen wekken om aan de studie te gaan.

Omgang met de leerlingen
Wat de prettige omgang met hun leerlingen betreft, schieten onderwijzers vaak te kort. Zij geven blijk van te weinig medeleven en vriendelijkheid en zij tonen te veel de strenge waardigheid van een rechter. Al moet de onderwijzer vastberaden zijn, hij moet toch niet dictatoriaal optreden. Wanneer hij hard en streng is, zijn leerlingen op een afstand houdt of hen onverschillig bejegent, zal dit alles hem beletten op hen een invloed ten goede te kunnen uitoefenen.

Partijdigheid
Onder geen enkele omstandigheid mag de onderwijzer partijdig zijn. Hij openbaart een absoluut verkeerd begrip van zijn taak wanneer hij de innemende, prettige leerling voortrekt, en kritisch, ongeduldig of onsympathiek staat tegenover diegenen die bemoediging en hulp het meest nodig hebben. In zijn optreden tegen lastige kinderen wordt het karakter getoetst en bewijst de onderwijzer of hij werkelijk voor zijn arbeid geschikt is.

Verantwoordelijkheid
Groot is de verantwoordelijkheid van hen die het op zich nemen een menselijke ziel te leiden. De goede vader en moeder zullen dat zien als een hun toevertrouwd pand, waarvan zij zich nooit geheel kunnen losmaken. Van zijn eerste tot zijn laatste dag voelt het kind de kracht van die band, welke het verbindt met het hart van de ouders; de daden, de woorden, ja zelfs de blik van de ouders oefenen op het kind een invloed ten goede of ten kwade uit. In deze verantwoordelijkheid deelt ook de onderwijzer en hij moet voortdurend de heiligheid daarvan zien en zich het doel van zijn werk voor ogen houden. Hij is er niet alleen om zijn dagelijkse plichten te doen, zijn opdrachtgevers te behagen of de goede naam van de school hoog te houden; hij moet ook acht slaan op het hoogste goed van zijn leerlingen als individuen, op de plichten die het leven hen oplegt, op het werk en de voorbereiding die voor dit alles vereist is. Het werk dat hij dag in dag uit doet, zal op zijn leerlingen, en door hen op anderen een invloed uitoefenen, welke in omvang en kracht zal toenemen tot het einde des tijds. De vruchten van zijn werk zal hij moeten zien op die grote dag, wanneer elk woord en elke daad voor God in herinnering gebracht zal worden.
De onderwijzer die dit beseft, zal niet het gevoel hebben dat zijn taak is afgelopen wanneer hij zijn dagelijkse lesrooster heeft afgewerkt en zijn leerlingen voor een poos aan zijn directe zorg zijn onttrokken. Hij zal bezorgd zijn voor deze kinderen en jonge mensen. Voortdurend zal hij nagaan en zijn best doen hoe hij hen kan brengen tot de hoogste graad van wat bereikt kan worden.

Persoonlijke vervolmaking
Wie de kansen en voorrechten van zijn werk ziet, zal niet toelaten dat ook maar iets in de weg staat naar zijn persoonlijke vervolmaking. Hij zal alle mogelijke moeite doen op deze hoge trap te komen. Alles wat hij zijn leerlingen wil laten bereiken, zal hij zichzelf ten doel stellen.

Onze hulpbron
Hoe dieper het gevoel voor verantwoordelijkheid is en hoe krachtiger de inspanning tot persoonlijke vervolmaking, des te scherper zal de onderwijzer de gebreken zien die zijn bruikbaarheid in de weg staan, en des te meer zal hij die betreuren. Wanneer hij de belangrijkheid van zijn werk met zijn moeilijkheden en mogelijkheden ziet, zal zijn hart vaak uitroepen: “Wie is hiertoe bekwaam?”
Beste onderwijzer, wanneer u ziet hoeveel behoefte u hebt aan kracht en leiding - een behoefte waarin geen menselijke hulpbron kan voorzien - vraag ik u de beloften na te gaan van Hem die de wonderbaarlijke Raadgever is.
“Zie”, zegt Hij, “Ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven, die niemand kan sluiten”. Openb. 3:8.
“Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden”. “Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; Mijn oog is op u”. Jer. 33:3; Ps. 32:8.
“Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.” Matth. 28:20.

De hoogste voorbereiding
Wat betreft de hoogste voorbereiding voor uw werk, wijs ik u op de woorden, het leven, de methoden van de grootste Leraar die de wereld ooit heeft gekend. Ik vraag u: zie op Hem. Hier is uw ware ideaal. Aanschouw het, overpeins het, tot de Geest van de Goddelijke Leraar van uw hart en leven bezit zal hebben genomen.
“Weerspiegelend de heerlijkheid des Heren” zult u “veranderd worden naar hetzelfde beeld” 2 Cor. 3:18.
Dit is het geheim van de macht over uw leerlingen. Weerspiegel Hem.  -- KV, hfdst 32

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

22 augustus: Verstandige leraren letten op hun gezondheid


Lichamelijke gezondheid
Voor bijna elke andere eigenschap die bijdraagt tot zijn succes, is de onderwijzer in grote mate afhankelijk van zijn lichamelijke gezondheid. Hoe beter zijn gezondheid is, des te beter zal zijn werk zijn.
Zo afmattend zijn de verantwoordelijkheden, dat hij van zijn kant zorg moet dragen zijn gezondheid en vitaliteit te bewaren. Vaak wordt hij vermoeid van hoofd en hart, met de bijna onweerstaanbare neiging neerslachtig, onverschillig of prikkelbaar te worden. Het is niet alleen zijn plicht zich tegen zulke gemoedsstemmingen te verzetten, maar ook de oorzaak daarvan te vermijden. Hij moet rein van hart en opgewekt blijven, vol vertrouwen en medeleven. Om altijd flink en kalm en opgewekt van humeur te zijn, moet hij de kracht van hersenen en zenuwen sparen.
Daar in zijn werk de kwaliteit van veel meer belang is dan de kwantiteit, moet hij zorgen niet overwerkt te raken en in zijn dagelijkse bezigheden niet te veel te willen bereiken. Ook moet hij geen andere verantwoordelijkheden op zich nemen, die hem voor zijn werk ongeschikt zouden maken, en zich verre houden van vermaken en genoegens, die meer vermoeien dan ontspannen.

Arbeid in de open lucht
Beweging in de open lucht, en vooral nuttige arbeid, is een van de beste middelen tot ontspanning van lichaam en geest; en het voorbeeld van de onderwijzer zal zijn leerlingen belangstelling en eerbied voor handenarbeid bijbrengen. Op elk gebied moet de onderwijzer zich nauwgezet aan de gezondheidsbeginselen houden. Hij moet dit niet alleen doen vanwege de invloed daarvan op zijn prestaties, maar ook vanwege de invloed daarvan op zijn leerlingen. In alle dingen moet hij matig zijn; in dieet, kleding, arbeid, ontspanning moet hij een voorbeeld zijn.

Algemene ontwikkeling
Met lichamelijke gezondheid en oprechtheid van karakter moet ook een algemene ontwikkeling van hoogstaand peil samen gaan. Hoe meer waarachtige kennis de onderwijzer bezit, des te beter zal zijn werk zijn. Het schoollokaal is geen plaats voor oppervlakkig werk. Geen onderwijzer die tevreden is met oppervlakkige kennis, zal veel kunnen presteren. -- KV, hfdst 32

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

20 augustus: Jonge zendelingen


Juiste focus
Het is kennis dat medeleven opwekt, en medeleven is de bron van succesvolle arbeid. Om bij de kinderen en bij de jeugd sympathie en de geest van zelfverloochening voor de lijdende miljoenen in verre gebieden te wekken, moet men hen met deze landen en volken bekend maken. Op dit gebied kan in onze scholen veel bereikt worden. In plaats van hun aandacht te vestigen op de heldendaden van de Alexanders en Napoleons uit de geschiedenis, kan men de scholieren beter het leven laten bestuderen van mannen als de apostel Paulus en Maarten Luther, Moffat, Livingstone en Carey. En niet te vergeten de geschiedenis der zending zoals die zich in onze tijd ontwikkelt. In plaats van hun geheugen te belasten met een lijst van namen en theorieën, die voor hun leven waardeloos zijn, en waaraan, eenmaal buiten de school, ze ternauwernood nog aandacht schenken, kunnen zij beter een studie maken van alle landen waar zendingswerk gedaan wordt en bekend worden met de volken en hun noden. <

Arbeiders uit het gewone volk
In dit afsluitingswerk van het evangelie moet nog een zeer groot veld bewerkt worden, en meer dan ooit tevoren moeten helpers uit het gewone volk in dit werk worden ingeschakeld. Zowel de jeugd als de ouderen zullen geroepen worden van de akker, wijngaard of werkplaats om door de Meester te worden uitgezonden en Zijn boodschap te verkondigen. Velen van hen hebben weinig gelegenheid voor opleiding gehad, maar Christus ziet in hen eigenschappen die hen in staat zullen stellen aan Zijn bedoeling te beantwoorden. Wanneer zij hun hart in het werk leggen en graag willen leren, zal Hij ze geschikt maken om voor Hem te werken.
Hij die de diepten van ‘s werelds ellende en wanhoop kent, kent ook de middelen welke in de nood voorzien. Aan alle kanten ziet Hij zielen in duisternis, gebukt onder zonde, droefheid en pijn. Maar Hij ziet ook hun mogelijkheden; Hij ziet de hoogte die zij kunnen bereiken. Hoewel menselijke wezens hun zegeningen misbruikt, hun talenten verknoeid en de waardigheid van een godzalig mensengeslacht verloren hebben, zal nochtans de Schepper in hun verlossing verheerlijkt worden.

De keuze van de Heiland
De last van de arbeid voor mensen in nood in de moeilijke gebieden der aarde, legt Christus op hen die gevoel hebben voor de onwetenden en voor hen die zijn afgedwaald. Hij zal aanwezig zijn om diegenen te helpen, wier harten ontvankelijk zijn voor medeleven, al zijn hun handen misschien ruw en onbekwaam. Hij wil werken door hen die barmhartigheid in ellende, en winst in verlies zien. Wanneer het Licht der wereld voorbij gaat, zal in alle moeiten een voorrecht, in verwarring orde, en in ogenschijnlijke mislukking succes gezien worden. Rampen zullen gezien worden als zegeningen en ellende als barmhartigheid. Arbeiders uit het gewone volk die de smarten van hun medemensen delen zoals hun Meester de smarten deelde van de ganse mensheid, zullen in het geloof aanschouwen hoe Hij met hen meewerkt.
“Nabij is de grote dag des Heeren, nabij en hij nadert haastig”. Zef. 1:14. En een wereld moet gewaarschuwd worden.
Duizenden en nog eens duizenden van de jeugd en van de ouderen moeten zich met elke voorbereiding die zij kunnen krijgen, aan dit werk wijden. Reeds gaan velen in op de roepstem van hun Here en Heiland en hun aantal zal nog groter worden. Laat elke christelijke opvoeder zulke arbeiders sympathie en medewerking verlenen. Laat hij de aan zijn zorg toevertrouwde jeugd bemoedigen en helpen opdat ze voorbereid worden om in de gelederen hun plaats in te nemen.

Kans om geschoold te worden
Er is geen beroep waarin de jeugd groter zegening kan ontvangen. Allen die zich aan de dienst des Heren wijden, zijn Gods helpende hand. Zij zijn de medearbeiders van de engelen; veelmeer nog zijn ze de menselijke werktuigen door wie de engelen hun opdracht vervullen. Engelen spreken door hun stem en werken door hun handen. En de menselijke arbeiders, in samenwerking met hemelse machten, plukken de vruchten van hun opvoeding en ervaring. Welke “universiteitsopleiding” kan als scholingsmiddel hiermee gelijk staan?

Het erfdeel onzer kinderen
Hoe snel zou de boodschap van een gekruisigde, verrezen en spoedig komende Heiland aan de wereld gebracht kunnen worden, met zulk een leger van toegeruste, goed getrainde jongelui! Hoe spoedig zou dan het einde komen, het einde van lijden, van smart en zonde! Hoe spoedig zouden dan onze kinderen, in plaats van een erfdeel hier, bevlekt door zonde en smart, hun erfdeel ontvangen waar “de rechtvaardigen het land beërven en daarin voor immer wonen”; waar “geen inwoner zal zeggen: “Ik ben ziek”, en “niet meer gehoord zal worden het geluid van geween”. Ps. 37:29; Jes. 33:24; 65:19. -- KV, hfdst 31

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

21 augustus: Voorbereiding op opvoeding


De lessen van een moeder
Het kind ontvangt de eerste lessen van de moeder. Gedurende de periode van de grootste ontvankelijkheid en de snelste ontwikkeling ligt zijn opvoeding grotendeels in haar handen. Zij is de eerste die in de gelegenheid is het karakter ten goede of ten kwade te vormen. Zij moet de waarde van de kans die zij krijgt begrijpen en meer dan elke andere onderwijzer moet zij in staat zijn daarvan het beste gebruik te maken. En toch is er geen ander aan wiens opvoedingsarbeid zo weinig aandacht geschonken wordt als aan die van haar. De moeder, wier invloed op de opvoeding het krachtigst en meest vèrreikend is, is degene aan wie systematisch nagenoeg alle hulp wordt onthouden.

Gebrek aan voorbereiding
Degenen aan wie de zorg van het kleine kind wordt opgedragen, zijn maar al te vaak niet op de hoogte van zijn lichamelijke behoeften; zij weten weinig van de wetten der gezondheid of de beginselen van de ontwikkeling. En zij zijn ook niet in staat zorg te dragen voor zijn verstandelijke en geestelijke groei. Zij zijn misschien bekwaam om zaken te leiden of in gezelschap een goed figuur te slaan; zij nemen misschien een vooraanstaande plaats in in de literatuur of in de wetenschap, maar van de opvoeding van een kind weten ze maar weinig af. Het is hoofdzakelijk wegens deze tekortkoming, vooral wat betreft de verwaarlozing van de vroege lichamelijke ontwikkeling, dat zo velen van de mensheid sterven in de kinderjaren, en dat er onder degenen die volwassen worden zo velen zijn, voor wie het leven slechts een last is.

Scholing van de ouders
Zowel op de vaders als op de moeders rust verantwoordelijkheid ten aanzien van de opvoeding van het kind in de eerste jaren en ook daarna, en het is nodig dat beiden zich terdege op die taak voorbereiden. Alvorens mannen en vrouwen aan een mogelijk ouderschap denken, moeten zij bekend worden met de wetten van de lichamelijke ontwikkeling - met fysiologie en gezondheidsleer, met de uitwerking van invloeden vóór de geboorte, met de erfelijkheidswetten, gezondheidsmaatregelen, kleding, lichaamsoefening en behandeling van ziekten; en ook moeten zij de wetten van de geestelijke ontwikkeling en zedelijke opvoeding kennen.
Dit opvoedingswerk heeft de oneindige God van zo groot belang geacht, dat engelen voor Zijn troon naar een aanstaande moeder werden gezonden ter beantwoording van de vraag: “Hoe moeten dan de leefwijze en het werk van de jongen zijn?” (Richt. 13:12) en de vader te onderrichten aangaande de opvoeding van de beloofde zoon.
Nooit zal de opvoeding bereiken wat zij kan en moet bereiken, tenzij de belangrijkheid van het werk der ouders ten volle wordt erkend en zij voor de geheiligde verantwoordelijkheden der opvoeding worden opgeleid.

De veelzijdige onderwijzer
Algemeen wordt erkend dat een onderwijzer voor zijn taak een grondige voorbereiding moet ontvangen; en toch zien slechts weinigen wat in die opleiding het noodzakelijkst is. Wie de verantwoordelijkheid die besloten ligt in de opvoeding der jeugd, waardeert, zal beseffen dat enkel de scholing op wetenschappelijk en literair gebied niet voldoende kan zijn. De onderwijzer moet een veel omvangrijker opleiding ondergaan dan door boeken verkregen kan worden. Hij moet niet alleen een goed ontwikkeld verstand hebben, maar ook een ruime opvatting; hij moet niet alleen met zijn hele ziel bij zijn werk zijn maar ook met zijn ganse hart.

Noodzakelijke eigenschappen
Alleen Hij die het verstand schiep en zijn wetten bepaalde, kan ten volle de behoeften van het verstand begrijpen en de ontwikkeling daarvan leiden. De beginselen van de opvoeding die Hij heeft ingesteld, zijn de enig betrouwbare gids. Daarom is het voor elke onderwijzer nodig deze beginselen te kennen en die zo te aanvaarden dat zijn eigen leven daardoor wordt beheerst. Ervaring in de praktijk van het leven is onmisbaar. Orde, grondigheid, stiptheid, zelfbeheersing, een opgewekt humeur, onpartijdigheid, zelfopoffering, onkreukbaarheid en beleefdheid, zijn noodzakelijke eigenschappen.
Omdat de jeugd zoveel oppervlakkigheid van karakter, zoveel onechts om zich heen ziet, is het des te meer nodig dat de woorden, de houding en gedragingen van de onderwijzer blijk geven van een verheven en nobel karakter. Kinderen zien direct of iets gekunsteld of gebrekkig is. Op geen andere manier kan de onderwijzer het respect van zijn leerlingen winnen dan door in zijn eigen karakter de beginselen te openbaren, die hij hun wil bijbrengen. Alleen wanneer hij dit in zijn dagelijkse omgang met hen doet, kan hij op hen een blijvende invloed ten goede uitoefenen. -- KV, hfdst 32

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

19 augustus: Wat kunnen jonge mensen doen?


Het kiezen van een bezigheid
De bijzondere plaats die ons in het leven wordt toegewezen, wordt bepaald door onze capaciteiten. Niet allen bereiken dezelfde ontwikkeling of doen hetzelfde werk met dezelfde bekwaamheid. God verwacht niet dat de hysop de afmetingen van de ceder of dat de olijfboom de hoogte van de statige palm bereikt. Maar ieder moet naar een doel streven, zo hoog, als de verbinding van de menselijke met de goddelijke kracht hem mogelijk maakt te bereiken.

Oorzaak van mislukking
Velen worden niet wat ze zouden kunnen worden omdat ze de kracht die in hen is, niet ontwikkelen. Zij leggen geen beslag op de Goddelijke kracht, zoals ze dat zouden kunnen doen. Velen laten zich afleiden van de richting, waarin zij het beste succes zouden kunnen bereiken. Terwijl ze naar groter eer of een prettiger werkkring zoeken, gaan ze zich op iets toeleggen, waarvoor ze niet geschikt zijn. Menigeen die talenten bezit voor een of ander ambacht, kiest in zijn eerzucht een hoger beroep; en hij die een goede boer, handwerksman of ziekenverpleger zou kunnen zijn, neemt de positie in van een predikant, advocaat of arts, terwijl zijn capaciteiten daartoe niet toereikend zijn. Dan zijn er weer anderen, die een verantwoordelijke positie zouden kunnen bekleden, maar die, door gebrek aan energie, vlijt of volharding, zich tevreden stellen met een gemakkelijker werkkring.
Het is nodig dat we Gods levensplan meer navolgen. Ons best doen in het werk dat het meest voor de hand ligt, onze wegen aan God opdragen, en letten op de aanwijzingen van Zijn voorzienigheid - ziedaar de voorschriften die een veilige leiding in de keuze van een werkkring garanderen. Hij die van de hemel neerdaalde om ons voorbeeld te zijn, bracht bijna dertig jaar van Zijn leven door in het dagelijkse gewone werk; maar in die tijd bestudeerde Hij het Woord en de werken Gods en hielp en onderwees Hij allen die onder Zijn invloed kwamen. Toen Hij Zijn openbaar dienstwerk begon, ging Hij het land door, genas de zieken, troostte de bedroefden en verkondigde het evangelie aan de armen. Dit is ook het werk van al Zijn volgelingen.

Dienstbaar zijn
“De eerste onder u”, zo sprak Hij, “worde als de jongste en de leider als de dienaar. Want... Ik ben in uw midden als dienaar”. Luc. 22:26,27.
Christus lief te hebben en trouw te zijn is de bron van al het waarachtig dienen. In het hart dat door Zijn liefde wordt beroerd, ontstaat een verlangen voor Hem te arbeiden. Men moet dit verlangen aanmoedigen en in de juiste banen leiden. Men moet de aanwezigheid van armen, bedroefden, onwetenden of ongelukkigen, hetzij in het gezin, de omgeving of de school, niet als een tegenslag beschouwen, maar daarin, wat het dienen betreft, een kostelijke gelegenheid zien.
In dit werk, evenals in elk ander, wordt bekwaamheid verkregen door de praktijk. Juist door zich te oefenen in de gewone plichten des levens en in het dienen van de nooddruftigen en zieken, wordt vaardigheid verkregen. Zonder dit worden de best bedoelde pogingen vaak nutteloos en zelfs nadelig. Zwemmen leert men immers in het water en niet op het droge.

Kerkverplichtingen
Een andere verplichting, vaak te oppervlakkig beschouwd, welke aan de jeugd, die de eisen van Christus heeft leren kennen, duidelijk gemaakt moet worden, is de verplichting die zij als lid van de gemeente hebben.
De verhouding tussen Christus en Zijn gemeente is zeer innig en heilig; Hij de Bruidegom, en de gemeente de bruid; Hij het hoofd en de gemeente het lichaam. Gemeenschap met Christus houdt dus ook in: gemeenschap met Zijn gemeente.
De gemeente is georganiseerd om te dienen; en in een dienend leven voor Christus is gemeenschap met de gemeente een van de eerste schreden. Getrouwheid aan Christus eist de trouwe vervulling van kerkelijke plichten. Dit is een belangrijk onderdeel van iemands opleiding, en in een gemeente, doortrokken van ‘s Meesters leven, zal dat er toe leiden dat men zich met de wereld daarbuiten bezighoudt.

Jeugdverenigingen
Er zijn tal van richtingen, waarin de jeugd gelegenheid kan vinden om te helpen. Zij moeten zich in groepen verenigen tot een christelijke liefdedienst, en deze samenwerking zal blijken een hulp en bemoediging te zijn. Door belangstelling te tonen voor het werk van de jonge mensen, zullen ouders en onderwijzers in staat zijn hen te helpen met hun eigen grotere ervaring zodat hun pogingen succes zullen hebben. -- KV, hfdst 31

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

18 augustus: Fouten in de opvoeding


Zelfzucht
Kunnen wij, in verband met dit bevel, onze zonen en dochters opvoeden tot een naar de uiterlijke vorm respectabel leven, een zogenaamd christelijk leven, waaraan echter Zijn zelfopoffering ontbreekt, een leven waarover het vonnis van Hem die de waarheid is, moet luiden: “Ik ken u niet”?
Duizenden doen dit. Zij denken voor hun kinderen de zegeningen van het evangelie zeker te stellen, terwijl zij de geest daarvan verloochenen. Maar dit is een onmogelijkheid. Zij die het voorrecht van de gemeenschap met Christus in het dienen verwerpen, verwerpen de enige opleiding welke iemand in staat stelt met Hem te delen in Zijn heerlijkheid. Zij verwerpen de scholing die in dit leven kracht en karakteradel verleent. Menige vader en moeder die hun kinderen niet gebracht hebben aan de voet van het kruis van Christus, hebben te laat geleerd, dat zij ze aldus overgaven aan de vijand van God en mens. Zij bezegelden hun ondergang, niet alleen voor het toekomstige, maar ook voor het huidige leven. De verzoeking overwon hen. Zij groeiden op als een vloek voor de wereld, tot verdriet en schande voor hen die hun het leven gaven.

In beslag genomen door studie
Velen werden, zelfs in hun voorbereiding om God te dienen, door verkeerde opvoedingsmethoden afkerig gemaakt. In het algemeen wordt hier het leven te vaak gezien als te bestaan uit verschillende perioden, de periode van het leren en de periode van het doen - de theorie en de praktijk. Ter voorbereiding op een dienend leven worden jonge mensen naar school gezonden, om kennis op te doen uit boekenstudie. Terwijl ze aldus van de verantwoordelijkheden van het dagelijkse leven zijn afgesneden, raken ze verdiept in de studie en verliezen vaak het eigenlijke doel uit het oog. De geestdrift van hun eerste overgave verflauwt en velen komen onder de invloed van een persoonlijke, zelfzuchtige eerzucht. Wanneer zij zijn afgestudeerd bemerken duizenden dat zij van het leven vervreemd zijn. Zij zijn zo lang bepaald bij het abstracte en theoretische, dat, wanneer alle krachten opgewekt moeten worden voor de harde strijd van het werkelijke leven, zij daarop niet voorbereid zijn. In plaats van het edele werk dat zij zich hadden voorgesteld, wordt al hun energie opgebruikt in een strijd om louter het bestaan. Na herhaalde teleurstellingen, zelfs wanhopend aan de mogelijkheid zich een eerlijk bestaan te verzekeren, komen velen tot twijfelachtige of misdadige praktijken. De wereld wordt beroofd van de dienst die ze had kunnen ontvangen, en God wordt beroofd van de zielen die Hij had willen verheffen en louteren en eren als Zijn vertegenwoordigers.
Vele ouders maken de fout onderscheid tussen hun kinderen te maken wat de opvoeding betreft. Zij getroosten zich bijna elk offer om voor het kind met een helder verstand de beste kansen te verkrijgen. Maar deze kansen worden niet noodzakelijk geacht voor de kinderen die minder belovend zijn. Voor de vervulling van de gewone plichten des levens wordt een gewone scholing voldoende geacht.

Wie zullen wij een goede scholing geven?
Maar wie is in staat uit een gezin met kinderen diegenen te kiezen op wie de zwaarste verantwoordelijkheden zullen rusten? Hoe vaak is het niet voorgekomen dat menselijk oordeel precies verkeerd was? Denk maar eens aan de ervaring van Samuël toen hij werd uitgezonden om van de zonen van Isaï een tot koning te zalven. Zeven edele jonge mannen gingen aan hem voorbij. Toen zijn ogen vielen op de eerste, schoon van aangezicht, goed gebouwd, met de houding van een vorst, riep de profeet uit: “zeker staat hier voor de Here Zijn gezalfde”. Maar God zeide: “let niet op zijn voorkomen noch op zijn rijzige gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het komt immers niet aan op wat de mens ziet, de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan”. En van alle zeven klonk het getuigenis: “De Here heeft deze niet verkoren”. 1 Sam. 16:6,7,10. En pas nadat David weggeroepen was van de kudde, werd de profeet toege staan zijn taak te vervullen.

“Niet zoals de mens ziet”
De oudere broeders, uit wie Samuël zijn keuze had willen maken, bezaten niet de eigenschappen die God als noodzakelijk zag voor een heerser over Zijn volk. Hovaardig, egoïstisch, zelfvoldaan, werden zij opzij gezet voor degene op wie zij neerkeken, die de oprechtheid en de eenvoud van zijn jeugd had bewaard, en die, omdat hij gering was in eigen oog, door God kon worden opgeleid voor de verantwoordelijkheden van het koninkrijk. Zo ziet God ook heden in menig kind, dat de ouders wilden passeren, talenten ver boven die welke anderen openbaren, van wie men denkt dat ze zoveel beloven. En wie is eigenlijk bekwaam, wat betreft de mogelijkheden van het leven, te onderscheiden wat van meerder of minder belang is?
En hoe menige werker van nederige afkomst, die zijn schouders zette onder een of andere onderneming die de wereld tot zegen werd, heeft resultaten bereikt welke koningen hem konden benijden! Laat elk kind daarom een opvoeding voor de hoogste dienst ontvangen. “Zaai uw zaad in de morgen en laat uw hand tegen de avond niet rusten, want gij weet niet of het ene gelukken zal of het andere”. Pred. 11:6. -- KV, hfdst 31

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

17 augustus: De levenstaak


Een vastomlijnd doel
Succes op een of ander gebied vereist een bepaald omlijnd doel. Wie waarlijk succes in het leven wil bereiken, moet steeds het doel, dat zijn inspanning waard is, vast in het oog houden. Zo’n doel wordt de jeugd van heden voorgesteld. Het door de hemel vastgestelde plan het evangelie aan de wereld te brengen in dit geslacht, is het edelste doel dat op elk menselijk wezen een beroep kan doen. Het opent een arbeidsveld voor ieder, wiens hart door Christus is beroerd.

Gods doel met de jeugd
Gods doel met de kinderen die opgroeien in onze gezinnen, is wijder, dieper en hoger dan onze beperkte gezichtskring kan omvatten. Vroeger heeft Hij uit de nederigste kringen mensen die volgens Hem trouw waren, geroepen om in de hoogste kringen der wereld van Hem te getuigen. En menige jongeman van deze tijd, die als Daniël in zijn ouderlijk huis in Judea opgroeit, Gods Woord en Zijn werken bestudeert en onderlegd wordt tot een trouwe dienst, zal eenmaal staan voor volksvertegenwoordigingen, voor rechtbanken, in koninklijke hoven als een getuige van de Koning der koningen. Velen zullen geroepen worden om God in de wijde wereld te dienen. De ganse wereld gaat open voor het evangelie. Ethiopië strekt zijn handen uit naar God. Vanuit Japan, China en India, van de nog in duisternis verkerende landen van ons eigen continent, vanuit elke hoek van onze wereld komt de roep van zondige harten die de God der liefde willen leren kennen. Miljoenen en miljoenen hebben nog nooit iets gehoord van God of van Zijn liefde die geopenbaard is in Christus. Het is hun recht deze kennis te ontvangen. Zij hebben dezelfde aanspraak op de genade van de Heiland als wij. En het is de plicht van ons, die de kennis hebben ontvangen, met onze kinderen aan wie wij deze kennis kunnen overdragen, op die roep in te gaan. Tot elk gezin en elke school, tot elke ouder, onderwijzer, en het kind op wie het licht van het evangelie heeft geschenen, komt in deze crisistijd de vraag, welke ook aan koningin Esther werd gesteld in die crisis destijds in de geschiedenis van Israël: “Wie weet of gij niet juist met het oog op deze tijd de koninklijke waardigheid verkregen hebt?” Esther 4:14.

Gods lijden voor ons
Zij wier gedachten uitgaan naar het bespoedigen of het belemmeren van het evangelie, overdenken dat doorgaans van hun eigen standpunt en die van de wereld; slechts weinigen overdenken vanuit Gods standpunt. Weinigen denken aan het lijden dat de zonde onze Schepper heeft aangedaan. De ganse hemel leed mee in de doodsstrijd van Christus, maar dat lijden begon of eindigde niet met Zijn verschijning in het vlees. Voor ons traag begrip is het kruis een openbaring van de pijn die de zonde, vanaf haar ontstaan, het hart van God heeft toegebracht. Elke afwijking van het recht, elke wrede dood, elk falen van de mens Zijn ideaal te benaderen, smart Hem. Toen over Israël de rampen kwamen als een zeker gevolg van hun afdwaling van God - onderworpen door hun vijanden, een gruwzame behandeling en dood - wordt in verband daarmede gezegd dat “Hij Israëls ellende niet langer kon aanzien” “In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd.... en Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van ouds”. Richteren 10:16; Jes. 63:9.
Zijn Geest “pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen”. Zoals “de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is”, (Rom. 8:26,22) zo doet ook het hart van de oneindige Vader pijn door Zijn medeleven. Onze wereld is een groot ziekenhuis, een toonbeeld van ellende, waarbij wij met onze gedachten bijna niet durven vertoeven. Zouden wij daarvan een besef hebben, zoals de werkelijkheid is, dan zou de last te vreselijk zijn. En toch voelt God dit alles. Om de zonde en haar gevolgen te vernietigen, gaf Hij Zijn geliefde Zoon en Hij heeft het in onze macht gesteld, door met Hem mee te werken, aan dit toneel van ellende een einde te maken. “Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen”. Matth. 24:14.

Wanneer het einde zal komen
Het bevel van Christus tot Zijn volgelingen luidt: “Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping”. Marc. 16:15. Niet dat allen geroepen zijn om prediker of zendeling te worden in de gewone zin van het woord; maar allen mogen Zijn medearbeiders zijn in het brengen van de “blijde boodschap” aan hun medemensen. Aan allen, groot en klein, geschoolden en niet-geschoolden, aan jong en oud wordt het bevel gegeven. -- KV, hfdst 31

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

15 augustus: Twijfelen door voorbeeld?


Een oorzaak van twijfel
Dit zijn lessen welke alleen degene die ze zelf geleerd heeft, aan anderen kan onderwijzen. Dat de leer van de Bijbel op de jeugd zo weinig uitwerking heeft, vloeit daaruit voort, dat zovele ouders en onderwijzers belijden het Woord te geloven, terwijl ze in hun leven de kracht daarvan verloochenen. Soms komen jonge mensen zover, dat ze de kracht van het Woord aanvoelen. Zij zien hoe kostbaar de liefde van Christus is. Zij zien de schoonheid van Zijn karakter, de mogelijkheden van een leven dat aan Zijn dienst wordt gewijd. Maar als tegenstelling zien zij het leven van hen die eerbied voor Gods geboden belijden. Op hoe velen zijn de woorden van toepassing, die gesproken werden tot de profeet Ezechiël: “Uw volksgenoten spreken... de een zegt tot de ander, ieder tot zijn naaste: Kom toch mee en hoor, welk woord er van de Here is uitgegaan. En zij komen bij u als in een volksoploop, zetten zich voor u neer als Mijn volk, en horen uw woorden, maar doen er niet naar; woorden van liefde zijn in hun mond, maar hun hart gaat uit naar hun woekerwinst. Zie, gij zijt voor hen als een liefdeslied, schoon van klank, passend bij snarenspel. Zij horen uw woorden, maar zij doen er geenszins naar”. Ezech. 33:30-32.

De Bijbel om het leven te vormen
Men kan de Bijbel beschouwen als een boek vol goede zedelijke lessen, waarop acht geslagen moet worden zover als dat overeen komt met de geest des tijds en met onze positie in de wereld; maar het is iets anders wanneer men het boek beschouwt zoals het werkelijk is, - het Woord van de levende God - het Woord dat ons leven is, het Woord dat onze daden, onze woorden en onze gedachten moet vormen. Ziet men Gods Woord als iets dat geringer is dan dit, dan staat dat gelijk met de verwerping ervan. En deze verwerping door hen die belijden erin te geloven, is wel een van de eerste oorzaken van twijfel en ongeloof onder de jeugd.

Tijd voor gebed
Een intensiteit zoals nooit tevoren werd gezien is bezig de wereld in bezit te nemen. In vermaak, in geld-verdienen, in de strijd om de macht, ja in de worsteling om het bestaan ontketent zich een vreselijke kracht, die lichaam, ziel en geest in beslag neemt. Te midden van deze krankzinnige wedloop laat God zich horen. Hij nodigt ons uit in alle eenzaamheid met Hem gemeenschap te zoeken. “Laat af en weet, dat Ik God ben”. Ps. 46:11.
Zelfs in hun wijdingsuren ontgaat velen de zegen van een werkelijke gemeenschap met God. Zij hebben te veel haast. Met jachtende schreden haasten zij zich over de drempel van Gods liefdevolle tegenwoordigheid, misschien zijn zij een ogenblik binnen de geheiligde grenzen, zonder echter op Gods raad te wachten. Zij gunnen zich geen tijd met hun Leraar omgang te hebben. Met hun lasten gaan ze weer naar hun werk.
Deze arbeiders kunnen nooit de hoogste graad van succes bereiken, tenzij zij het geheim van de kracht leren kennen. Zij moeten zich tijd gunnen te denken, te bidden, op God te wachten voor een hernieuwing van lichamelijke, verstandelijke en geestelijke kracht. Zij hebben behoefte aan de verheffende invloed van Zijn Geest. Wanneer zij die invloed ondergaan, zullen ze verkwikt worden door nieuw leven. Het afgetobde lichaam en de vermoeide hersens zullen nieuwe kracht ontvangen, en van het hart zullen de lasten worden weggenomen.

Een kostelijke ervaring
Niet een kort oponthoud in Zijn tegenwoordigheid, maar een persoonlijk contact met Christus, een zich nederzetten aan Zijn voeten om gemeenschap met Hem te hebben - ziedaar onze grootste behoefte. Voor de kinderen van onze gezinnen en de scholieren van onze scholen zou het een geluk zijn, wanneer ouders en onderwijzers in hun eigen leven de kostelijke ervaring zouden leren die wij vinden in deze woorden van het Hooglied: -

“Als een appelboom onder de bomen des wouds,
Zo is mijn geliefde onder de jonge mannen.
In zijn schaduw begeer ik te zitten
En zoet is zijn vrucht voor mijn verhemelte.
Hij heeft mij gebracht naar het wijnhuis
En zijn banier over mij was de liefde.”
Hoogl. 2:3,4 -- KV, hfdst 30

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

15 augustus: Gebed


Gebed en geloof
Gebed en geloof staan met elkaar in nauw verband en ze moeten tezamen worden beoefend. In het gebed des geloofs ligt een goddelijke wetenschap; het is een wetenschap, die ieder moet verstaan die van zijn levenswerk een succes wil maken. Christus zegt: “Alwat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen”. Marc. 11:24. Hij maakt ons duidelijk dat ons vragen in overeenstemming met Gods wil moet zijn; wij moeten datgene vragen wat Hij heeft beloofd en wat we ook ontvangen moet gebruikt worden om Zijn wil te doen. Wordt aan de voorwaarden voldaan, dan is de vervulling van de belofte een zekerheid. We mogen vragen om vergeving van zonden, om de Heilige Geest, om een karakter gelijk aan dat van Christus; om wijsheid en kracht voor Zijn werk, om elke gave die Hij heeft beloofd; dan moeten we echter ook geloven dat we ontvangen, en God dank brengen dat we hebben ontvangen.

“Gelooft dat gij het hebt ontvangen”
Wij moeten niet uitzien naar een uiterlijk bewijs van de zegen. De gave ligt in de belofte besloten en we kunnen aan het werk gaan in de volle zekerheid dat wat God beloofd heeft, Hij machtig is te volbrengen, en dat de gave die wij alreeds bezitten, verwerkelijkt zal worden wanneer we die het meest nodig hebben.

Het verborgen gebed
Wanneer wij zo leven door het Woord van God, betekent dat, dat we ons hele leven aan Hem wijden. Aanhoudend zullen we beseffen dat we op Zijn hulp zijn aangewezen en van Hem afhankelijk zijn; het hart zal naar God uitgaan. Gebed is noodzakelijk, want het is het leven der ziel. Het gebed in het gezin, het gebed in het openbaar zijn noodzakelijk maar het is de verborgen gemeenschap met God die het leven der ziel bewaart.
Het was op de berg met God dat Mozes het voorbeeld van dat wonderbaarlijke gebouw aanschouwde, dat de woonplaats van Zijn heerlijkheid zou zijn. Het is op de berg met God - in de verborgen plaats der gemeenschap - dat wij Zijn heerlijk ideaal voor de mensheid moeten overpeinzen. Aldus zullen wij in staat gesteld worden ons karakter te vormen, opdat aan ons Zijn belofte vervuld mag worden: “Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn”. 2 Cor. 6:16.

Het voorbeeld van de Heiland
Het was in de uren van het gebed in de eenzaamheid dat Jezus, toen Hij op aarde was, wijsheid en kracht ontving. Laten de jonge mensen Zijn voorbeeld volgen door in de ochtend- en avondschemering een rustige gelegenheid te vinden tot gemeenschap met hun Vader in de hemel. En laten ze ook overdag hun harten keren tot God. Bij elke schrede op onze weg zegt Hij: “Ik, de Here, uw God, grijp uw rechterhand vast,... Vrees niet, Ik help u”. Jes. 41:13. Welk een kracht en verkwikking, welk een vreugde en blijdschap zouden er in het leven van onze kinderen zijn, wanneer zij deze lessen in het begin van hun leven zouden leren. -- KV, hfdst 30

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

14 augustus: Volmaakt vertrouwen


Hulp voor hen met weinig zelfvertrouwen
Laten zij die weinig zelfvertrouwen hebben, die door gebrek aan zelfvertrouwen terugdeinzen voor zorg en verantwoordelijkheid, leren op God te vertrouwen. Zo zal menigeen, die zich anders maar een nummer of misschien een hulpeloze last in de wereld voelen, met Paulus kunnen zeggen: “Ik vermag alle dingen in Hem Die mij kracht geeft”. Fil. 4:13.

De Beschermer van het goede
Ook voor het kind, dat zich gauw beledigd is, heeft het geloof kostelijke lessen. De neiging om het kwade te weerstaan of het onrecht te wreken, ontspruit vaak aan een zuiver besef voor recht en een actieve, krachtige geest. Laat men zo’n kind leren dat God de eeuwige waker is over het recht. Hij voelt een tedere zorg voor de mensen, die Hij zo heeft liefgehad dat Hij Zijn geliefde Zoon schonk om hen te redden. Hij zal met elke boosdoener afrekenen.
“Want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan”. Zach. 2:8.
“Wentel uw weg op de Here en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken; Hij zal uw gerechtigheid doen opgaan als het licht en uw recht als de middag”. Ps. 37:5,6.
“Daarom is de Here een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. Daarom vertrouwen op U wie Uw Naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o Here”. Ps. 9:10,11.

Volmaakt in Christus
God wil dat wij de barmhartigheid die Hij voor ons aan de dag legt, aan anderen zullen betonen. Zij die opvliegend, zelfvoldaan of wraakzuchtig zijn, zouden er verstandig aan doen te zien op de Zachtmoedige en Nederige, Die als een lam ter slachting werd geleid, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders. Laten zij zien op Hem, Die door onze zonden doorboord werd en Die onze smarten heeft gedragen, en zij zullen leren te lijden, te verdragen, te vergeven.
Door geloof in Christus kan elk karaktergebrek verbeterd, elke bezoedeling gereinigd, elke fout gecorrigeerd en elk talent ontwikkeld worden. “Gij hebt volheid gekregen in Hem”. Col. 2:10. -- KV, hfdst 30

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot dagen.

13 augustus: Het bewijs van geloof


Wat is geloof?
Geloof is vertrouwen op God - gelovende dat Hij ons liefheeft en het beste weet wat goed voor ons is. Het doet ons dus Zijn weg en niet onze weg kiezen. Het aanvaardt Zijn wijsheid in plaats van onze onwetendheid, Zijn kracht in plaats van onze zwakheid, Zijn rechtvaardigheid in plaats van onze zondigheid. Ons leven, wijzelf, komen Hem reeds toe; het geloof erkent Zijn eigendomsrecht en aanvaardt de zegen daaraan verbonden.
Waarheid, oprechtheid, reinheid zijn aangewezen als de geheimen voor succes in het leven. En het is geloof, dat ons in het bezit stelt van deze beginselen. Elke goede aandrang of elk goed streven is een gave van God; door het geloof wordt van God het leven ontvangen dat alleen de ware groei en doelmatigheid kan voortbrengen.

Hoe geloof te beoefenen
Hoe het geloof geoefend kan worden, moet bijzonder duidelijk gemaakt worden. Tegenover elke belofte van God staan voorwaarden. Wanneer we bereid zijn Zijn wil te doen, staat al Zijn kracht tot onze beschikking. Welke gave Hij ook belooft, deze ligt besloten in de belofte zelf. “Het zaad is het Woord Gods”. Luc. 8:11. Zo zeker als de eik in de eikel is, zo zeker is de gave Gods in Zijn belofte. Wanneer we de belofte aanvaarden, hebben we de gave.
Het geloof dat ons in staat stelt Gods gaven te ontvangen, is op zichzelf een gave die elk menselijk wezen in een zekere mate wordt verleend. Het groeit wanneer het geoefend wordt door de toe-eigening van Gods Woord. Willen we het geloof versterken, dan moeten we het vaak in contact met Gods woord brengen.

De kracht van Gods Woord
Bij het bestuderen van de Bijbel moet men de scholier op de kracht van Gods Woord opmerkzaam maken. Bij de schepping “sprak Hij en het was er; Hij gebood en het stond er”. Hij “roept het niet-zijnde tot aanzijn” (Ps. 33:9; Rom. 4:17), want wanneer Hij dat roept, is het er.

Resultaten van Gods Woord
Hoe vaak hebben zij die hun vertrouwen stelden op Gods Woord, hoewel zijzelf totaal hulpeloos waren, de macht van de hele wereld weerstaan. Neem Henoch, rein van hart, heilig van leven, die zich vastklemde aan zijn geloof in de triomf van de gerechtigheid over een verdorven en spottend geslacht. En Noach met zijn gezin tegen de mannen van zijn tijd, mannen die de grootste lichamelijke en verstandelijke kracht bezaten, maar het meest gedegenereerd waren op zedelijk gebied. Of de kinderen Israëls aan de Rode Zee, een hulpeloze, bange menigte van slaven tegen het machtigste leger van het machtigste volk op aarde. En David, een herdersjongen, maar reeds in het bezit van Gods belofte van de troon, tegen Saul, de heersende vorst, die vastbesloten was zijn macht te handhaven. Ook Sadrach en zijn vrienden in de vurige oven en Nebukadnezar op de troon. Daniël tussen de leeuwen, die zijn vijanden had op de hoogste posten van het koninkrijk. Jezus aan het kruis en de Joodse priesters en oversten die zelfs de Romeinse landvoogd dwongen hun wil uit te voeren. Paulus in ketenen om de dood van een misdadiger te ondergaan onder Nero, de despoot van een wereldrijk.
Zulke voorbeelden worden niet alleen in de Bijbel gevonden. In elk geschiedkundig boek over de menselijke vooruitgang kan men die vinden. De Waldenzen en de Hugenoten, Wycliffe en Huss, Hieronymus en Luther, Tyndale en Knox, von Zinzendorf en Wesley en nog tal van anderen hebben getuigd van de kracht van Gods Woord tegen menselijke macht en politiek die het boze ondersteunden. Dit zijn inderdaad de edelen der wereld. Dit is hun koninklijke afstamming. Ook nu nog worden er jonge mensen geroepen in deze rij van edelen hun plaatsen in te nemen. -- KV, hfdst 30

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

12 augustus: Sabbatonderwijzing


De Sabbat een teken
De waarde van de Sabbat als opvoedingsmiddel is niet hoog genoeg te schatten. Wat God van ons verlangt, geeft Hij weer terug, verrijkt, verheerlijkt met Zijn heerlijkheid. De tiende die Hij van Israël vroeg, was bestemd om onder de mensen het voorbeeld van Zijn tempel in de hemel, het teken van Zijn tegenwoordigheid op aarde, in zijn volle schoonheid te bewaren. Zo wordt ook het gedeelte van onze tijd dat Hij vordert, ons teruggegeven met Zijn Naam en Zijn zegel erop. Het is, zegt Hij, “een teken tussen Mij en u... zodat gij weet dat Ik de Here ben”; omdat “in zes dagen de Here de hemel en de aarde heeft gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag, daarom zegende de Here de Sabbatdag en heiligde die”. Exod. 31:13; 20:11. De Sabbat is een teken van scheppende en verlossende kracht; het wijst op God als de bron van leven en van kennis; het roept herinneringen wakker aan de oorspronkelijke heerlijkheid van de mens en getuigt aldus van Gods bedoeling ons naar Zijn beeld te herscheppen.

De dag van het gezin
De Sabbat en het gezin werden beiden in de hof van Eden ingesteld, en het is Gods bedoeling dat ze onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Op die dag is het, meer dan op elke andere, mogelijk het leven van het Paradijs te leven. Het was Gods plan dat de leden van het gezin verenigd zouden zijn, in arbeid en studie, in aanbidding en ontspanning, de vader als priester van zijn huis, en vader en moeder beide om hun kinderen te onderwijzen en te vergezellen. Maar de resultaten van de zonde, die de levensomstandigheden hebben gewijzigd, zijn voor deze nauwe band in hoge mate een beletsel. Het gebeurt vaak dat gedurende de week de vader de gezichten van zijn kinderen ternauwernood ziet. Hij krijgt bijna de kans niet, met zijn kinderen om te gaan of hen te onderwijzen. Maar Gods liefde heeft aan het zwoegen een grens gesteld. Over de Sabbat houdt Hij Zijn genadige handen uitgespreid. Op Zijn dag stelt Hij het gezin in de gelegenheid met Hem, met de natuur en met elkaar verenigd te zijn.

De Sabbat en de natuur
Omdat de Sabbat het gedenkteken is van de scheppingskracht, is het boven elke andere dag verheven waarop wij door Zijn werken met God bekend zullen worden. In de gedachtegang van de kinderen moet de Sabbat verbonden worden met de schoonheid in de natuur. Gelukkig is het gezin dat op de Sabbatdag naar de plaats der aanbidding kan gaan, zoals Jezus en de discipelen naar de synagoge gingen, door de akkers, langs de oever van het meer en door de bossen. Gelukkig zijn de vader en moeder die hun kinderen kunnen onderwijzen uit Gods geschreven Woord met illustraties uit het opengeslagen boek der natuur; die kunnen gaan zitten onder de groene bomen, in de zuivere, open lucht, teneinde het Woord te bestuderen en de Vader in de hemel lof te zingen.
Door zo’n gemeenschappelijke omgang kunnen ouders hun kinderen met zichzelf verbinden en zo ook met God door banden die nooit verbroken kunnen worden.

Bijbelstudie
Als middel tot een verstandelijke opvoeding, zijn de kansen die de Sabbat biedt, van onschatbare waarde. Leer de Sabbatschoolles niet door een haastig overzicht van de desbetreffende teksten op Sabbatmorgen, maar door een zorgvuldige studie van de les van de volgende week op Sabbatnamiddag met een dagelijkse herhaling of verklaring gedurende de week. Zo zal de les in het geheugen gegrift worden, een schat die nooit geheel verloren zal gaan.
Laten ouders en kinderen, wanneer ze de preek beluisteren de aangehaalde teksten met hun inhoud opschrijven en zoveel mogelijk de gedachtegang onthouden, om ze na thuiskomst onder elkaar te kunnen herhalen. Dit zal ertoe bijdragen om de ongedurigheid, waarmee kinderen zo vaak naar de prediking luisteren, weg te nemen en bovenal zal het de gewoonte aankweken, aandachtig te luisteren.

Rijke beloning
Wanneer de scholier dan de onderwerpen nog eens overdenkt, zullen voor hem schatten zichtbaar worden, waarvan hij nooit heeft gedroomd. In zijn eigen leven zal hij de werkelijkheid leren zien van de ervaring die beschreven staat in de tekst:
“Zo vaak Uw woorden gevonden werden, at ik ze op, Uw Woord was mij tot vreugde en blijdschap mijns harten”. Jer. 15:16.
“Ik overdenk Uw inzettingen”. “Kostelijker zijn zij dan goud, ja dan veel fijn goud... Ook laat Uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning”. Ps. 119:48; 19:11,12. -- KV, hfdst 29

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

11 augustus: Schoonheid


Hogere doelstellingen
Laat de jeugd zien dat in de kleding evenals in het dieet, eenvoud in het leven onmisbaar is voor een hogere gedachten. Laat ze zien hoeveel er is te leren en te doen; hoe kostbaar de dagen der jeugd zijn als een voorbereiding op de levenstaak. Help hen dat ze zien welke schatten er in het Woord van God liggen, in het boek der natuur en in de levensbeschrijvingen van hoogstaande mensen.
Bepaal hun gedachten bij het lijden in de wereld opdat zij dat helpen verlichten. Laat hen zien dat door elke euro die verspild wordt aan uiterlijk vertoon, de verkwister beroofd wordt van de middelen om de hongerigen te spijzigen, de naakten te kleden en de treurenden te troosten.
Men mag niet toestaan dat ze in hun leven de beste kansen missen, dat hun denken zich niet ontwikkelt, hun gezondheid te gronde gaat, hun geluk verstoord wordt, enkel en alleen door te gehoorzamen aan modevoorschriften die niet het uitvloeisel zijn van gezond verstand, en die niet praktisch en smaakvol zijn.

Smaak en netheid in de kleding
Te zelfder tijd moet de jeugd geleerd worden de les der natuur te zien. “Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd.” Pred. 3:11. Zowel in de kleding als in alle andere dingen is het ons voorrecht onze Schepper te eren. Hij wil dat onze kleding niet alleen netjes is zonder nadeel voor de gezondheid, maar ook praktisch en smaakvol.
Het karakter van iemand wordt beoordeeld naar de wijze waarop men zich kleedt. Een verfijnde smaak, een beschaafde geest zullen geopenbaard worden in de keuze van eenvoudige, gepaste kleding. Wanneer een kuise eenvoud in de kleding samengaat met bescheidenheid, zal dat een jonge vrouw omgeven met een atmosfeer van geheiligde terughoudendheid die voor haar een schild tegen tal van gevaren zal zijn. Laat men de meisjes leren dat de kunst zich te kleden ook de kunde inhoudt om hun eigen kleren te maken. Naar dit verlangen moet het hart van elk meisje uitgaan. Het zal een middel zijn zich nuttig en onafhankelijk te maken, dat zij zich niet mag laten ontgaan.

De meest verheven schoonheid
Het is goed dat men zich houdt aan wat mooi is en dat gaarne bezit, maar God wil dat ons hart in de eerste plaats uitgaat naar de hoogste schoonheid - namelijk die onvergankelijk is. De beste producten van het menselijke vernuft bezitten niet die schoonheid welke de vergelijking kan doorstaan met de schoonheid van karakter, welke in Zijn oog van “grote waarde” is.
Laat men de jonge mensen en kinderen leren voor zichzelf dat koninklijke kleed te kiezen, dat geweven is op de weefgetouwen des hemels - “blinkend en smetteloos fijn linnen” (Openb. 19:8) dat al de heiligen der aarde zullen dragen. Dit kleed, het vlekkeloze karakter van Christus, wordt ieder menselijk wezen om niet aangeboden. Maar allen die dat ontvangen, zullen het reeds hier ontvangen en dragen.
Laat men de kinderen leren dat wanneer ze hun harten openen voor reine, liefdevolle gedachten en ze liefdevolle, goede werken doen, zij zich kleden met dat prachtige kleed van Zijn karakter. Dit gewaad zal hun hier op aarde schoonheid en minzaamheid verlenen en hun in het hiernamaals toegang geven tot het paleis van de Koning. Zijn belofte luidt: “Zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het waardig zijn.” Openb. 3:4. -- KV, hfdst 28

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

10 augustus: Zedig gekleed


De rivaal van de onderwijzer
Geen opvoeding kan volmaakt zijn die wat de kleding betreft, niet de juiste beginselen leert. Wanneer dat niet wordt geleerd, is het opvoedingswerk verkeerd en raakt het achterop. Verlangen naar mooie kleren en verslaafdheid aan de mode zijn de grootste tegenstanders van de onderwijzer en vormen grote hindernissen.
De mode is een meesteres die heerst met ijzeren hand. In vele gezinnen worden tijd, kracht en de aandacht van ouders en kinderen in beslag genomen door het voldoen aan haar eisen. De rijken streven ernaar elkaar te overtreffen in het navolgen van haar altijd-wisselende voorschriften; de middenstand en armere standen streven ernaar de standaard gesteld door hen die zogenaamd boven hen staan te benaderen. Waar de middelen of de draagkracht beperkt zijn en het verlangen naar status groot is, wordt de last bijna ondraaglijk.

Een last in het gezin
Bij velen gaat het er niet om hoe passend of zelfs hoe mooi een kledingstuk is, want als de mode verandert, moet het kledingstuk vermaakt worden of anders ter zijde gelegd. Zo zijn de leden van het gezin gedoemd tot aanhoudende arbeid. Er is dan geen tijd de kinderen op te voeden, geen tijd voor gebed of Bijbelstudie, geen tijd om de kleinen te helpen met God bekend te raken door Zijn werken. Er is geen tijd en geen geld voor weldadigheidswerk. Vaak wordt er ook bezuinigd op het eten. Aan de keuze der spijzen wordt geen aandacht besteed en ze worden in alle haast klaargemaakt, terwijl aan de eisen der natuur slechts ten dele wordt voldaan. Daaruit ontstaan verkeerde dieetgewoonten, wat ziekte kan veroorzaken of tot onmatigheid leidt.

Bron van verleiding
Het verlangen naar uiterlijk vertoon werkt verspilling in de hand en in vele jonge mensen wordt het streven naar een hoogstaand leven gedood. In plaats van een verdere scholing te volgen, nemen ze een of andere betrekking om geld te verdienen, ten einde aan hun verlangen naar kleren te voldoen. En door deze hartstocht vindt menig jong meisje haar ondergang.
In vele gezinnen zijn de bronnen van inkomsten te zwaar belast. Niet in staat aan de eisen van de moeder en de kinderen te voldoen, wordt de vader tot oneerlijkheid verleid en opnieuw komen daaruit schande en ondergang voort.

Mode en kerkdienst
Zelfs de dag der aanbidding en de kerkdiensten ontkomen niet aan de heerschappij van de mode. Eerder bieden ze de kans tot een nog groter vertoon van haar macht. De kerk wordt een paradeveld en de mode wordt meer bestudeerd dan de preek. De armen die niet kunnen voldoen aan de eisen van de mode, blijven helemaal weg uit de kerkdienst. De rustdag wordt in ledigheid en door de jeugd vaak in slecht gezelschap doorgebracht.
Op school is ongeschikte en ongerieflijke kleding voor de meisjes vaak een hinder in hun studie en ontspanning. Hun gedachten zijn bezig met andere dingen en de onderwijzer staat voor de moeilijke taak hun belangstelling op te wekken.

Een tegengaande invloed
Om de toverkracht van de mode te breken, is er voor de onderwijzer vaak geen beter middel dan contact met de natuur. Laat de leerlingen de vreugde smaken die gevonden wordt bij een rivier, of meer, of bij de zee; laat ze de heuvels beklimmen of genieten van de schoonheid van een zonsondergang, of de schatten van bos en veld onderzoeken; leer ze het genoegen van het kweken van planten en bloemen; want daarbij zal de belangrijkheid van een bandje of strikje geheel in het niet verzinken. -- KV, hfdst 28

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

9 augustus: Respect voor anderen


Respect voor superieuren
Respect moet getoond worden voor Gods vertegenwoordigers - voor predikanten, leraars, en ouders die geroepen zijn in Zijn plaats te spreken en te handelen. In de respect aan hen betoond, wordt Hij geëerd.
God verlangt ook bijzonder minzame respect voor bejaarden. Hij zegt: “De grijsheid is een sierlijke kroon, zij wordt op de weg der gerechtigheid gevonden”. Spr. 16:31. Zij vertelt van strijd en van behaalde overwinningen; van gedragen lasten en weerstane verzoekingen. Zij vertelt van vermoeide voeten die hun laatste rust naderen, van plaatsen die weldra open zullen zijn. Leer de kinderen dat zij daaraan denken en door hun beleefdheid en respect zullen zij het pad van de bejaarde effenen, en in hun eigen leven deugd en schoonheid brengen, wanneer zij acht geven op het gebod: “Voor het grijze haar zult gij opstaan en aan de oude zult gij eer bewijzen.” Lev. 19:32.

Vertolkers van God
Ouders en onderwijzers moeten veel meer waardering tonen voor de verantwoordelijkheid en de eer, die God hun heeft opgelegd, Hem persoonlijk bij het kind te vertegenwoordigen. Het karakter, geopenbaard in het dagelijkse leven, zal ten goede of ten kwade aan het kind deze woorden van God vertolken: - “Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt zich de Here over wie Hem vrezen” Ps. 103:13. “Als iemand die zijn moeder troost, zo zal Ik u troosten”. Jes. 66:13.
Gelukkig is het kind, in wie zulke woorden liefde, dankbaarheid en vertrouwen doen ontwaken; gelukkig het kind, bij wie de tederheid, gerechtigheid en lankmoedigheid van vader en moeder en onderwijzer de liefde, gerechtigheid en lankmoedigheid van God vertolken. Gelukkig het kind, dat door vertrouwen, onderdanigheid en respect tegenover zijn aardse beschermers, leert zijn God te vertrouwen, gehoorzamen en eerbiedigen. Wie kind of leerling zo’n gave toebedeelt, heeft hem een schat gegeven, kostbaarder dan de rijkdom van alle eeuwen - een schat die blijft in alle eeuwigheid. -- KV, hfdst 27

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

8 augustus: Eerbied voor God


Eerbied voor Gods tegenwoordigheid
Een andere kostelijke deugd die zorgvuldig gekoesterd moet worden, is eerbied. Waarachtige eerbied voor God wordt ingegeven door een gevoel voor Zijn oneindige grootheid en een besef van Zijn tegenwoordigheid. Elk kind moet een diepe indruk hebben van dit gevoel van de Onzienlijke. Men moet het kind leren, het uur en de plaats van de gebedssamenkomst en de kerkdiensten als heilig te zien omdat God daar aanwezig is. En wanneer de eerbied tot uiting komt in houding en manieren, zal het gevoel dat hiertoe bezielt, zich verdiepen. Het zou voor jong en oud goed zijn die woorden van de Heilige Schrift, welke aantonen hoe de plaats die Gods bijzondere tegenwoordigheid aanduidt, beschouwd moet worden, te bestuderen, te overpeinzen en vaak te herhalen.
“Doe uw schoenen van uw voeten”, beval Hij Mozes bij de brandende braamstruik, “want de plaats waarop gij staat, is heilige grond”. Exod. 3:5.
Nadat Jakob het visioen van de engelen had aanschouwd, riep hij uit: “Waarlijk, de Here is in deze plaats, en ik heb het niet geweten... Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels”. Gen. 28:16,17.
“De Here is in Zijn heilige tempel. Zwijg voor Hem, gij ganse aarde”. Hab. 2:20.

“De Here is een groot God,
Een groot Koning boven alle goden...
Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen,
Knielen voor de Here, onze maker.”
“Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe,
“Zijn volk, de schapen die Hij weidt.
Gaat met een loflied Zijn poorten binnen,
Zijn voorhoven met lofgezang,
Looft Hem, prijst Zijn Naam.”
Ps. 95:3-6; 100:3,4

Voor Zijn naam
Eerbied moet ook getoond worden voor de naam van God. Nooit moet die naam lichtvaardig of gedachteloos worden uitgesproken. Zelfs in het gebed moet de veelvuldige of nodeloze herhaling daarvan vermeden worden. “Heilig en geducht is Zijn naam”. Ps. 111:9.
Wanneer engelen die noemen, bedekken zij hun aangezichten. Met welk een eerbied moeten wij, gevallen en zondige mensen, die naam dan op onze lippen nemen!

Eerbied voor Gods Woord
Wij moeten eerbied hebben voor Gods Woord. Ook voor de gedrukte Bijbel zullen wij eerbied tonen en die niet zien als een gewoon boek of er zorgeloos mee omgaan. En nooit mogen we met een aangehaalde tekst een grap of spitsvondige zinspeling maken. “Alle woord Gods is gelouterd”; “gedegen zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd”. Spr. 30:5; Ps. 12:7.
Bovenal moet de kinderen geleerd worden dat ware eerbied aan de dag wordt gelegd door gehoorzaamheid. God heeft niets bevolen wat onnodig is, en er is geen andere manier om eerbied te tonen, die Hem zo behaagt als gehoorzaamheid tegenover datgene wat Hij heeft gesproken. -- KV, hfdst 27

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

7 augustus: Respect


Respect voor anderen
Het kenmerk van ware beleefdheid is respect voor anderen. De wezenlijke, vruchtdragende opvoeding is die welke het medeleven op een brede basis stelt en algemene vriendelijkheid bevordert. De zogenaamde beschaving die jonge mensen geen respect voor hun ouders leert, die hen niet ontvankelijk maakt voor hun goede eigenschappen of verdraagzaam tegenover hun gebreken, en hulpvaardig in hun behoeften; die hen tegenover de jeugd en de ouderdom en de ongelukkigen niet toegewijd en vriendelijk, edelmoedig en hulpvaardig maakt, en beleefd tegen iedereen, is een mislukking. Werkelijke beschaving in gedachten en manieren wordt beter geleerd in de school van de Goddelijke Leraar, dan door het navolgen van gestelde regels. Zijn liefde die bezit neemt van het hart, verleent het karakter die beschaving, waardoor het op den duur gaat harmonieëren met Zijn karakter. Deze opvoeding verleent een hemelse waardigheid en adel.
Zij verleent innemendheid en beschaafde manieren, welke nooit geëvenaard kunnen worden door het oppervlakkige vernisje van de moderne maatschappij. De Bijbel schrijft hoffelijkheid voor en men vindt daarin tal van voorbeelden van de onzelfzuchtige geest, beminnelijkheid, de innemendheid welke ware beleefdheid kenmerken. En toch zijn dat slechts weerkaatsingen van het karakter van Christus. Al de waarachtige goedheid en hoffelijkheid in de wereld, zelfs onder degenen die Zijn Naam niet erkennen, zijn uit Hem. En het is Zijn verlangen dat deze kenmerken in Zijn kinderen volmaakt worden weerspiegeld. Het is Zijn bedoeling dat de mensen in ons Zijn schoonheid zullen aanschouwen.

De beste verhandeling over etiquette
De beste verhandeling over etiquette ooit aan het papier toevertrouwd, is het kostelijke onderwijs gegeven door de Heiland, met de woorden van de apostel Paulus, ingegeven door de Heilige Geest - woorden die onuitwisbaar gegrift moeten zijn in het geheugen van ieder mens, jong of oud: - “Gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.” Joh. 13:34.

“De liefde is lankmoedig,
de liefde is goedertieren,
zij is niet afgunstig.
de liefde praalt niet,
zij is niet opgeblazen,
zij kwetst niemands gevoel,
zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd,
zij rekent het kwade niet toe,
zij is niet blijde over ongerechtigheid,
maar zij is blijde met de waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij,
Alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
De liefde vergaat nimmer meer.”
1 Cor. 13:4-8
-- KV, hfdst 27
We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

6 augustus: Waarde van hoffelijkheid


Hoffelijkheid
De waarde van hoffelijkheid wordt te laag aangeslagen. Velen die een vriendelijke aard hebben, hebben geen vriendelijke omgangsvormen. Velen die door hun eerlijkheid en oprechtheid respect afdwingen, ontbreekt het aan hartelijkheid. Dit gebrek staat hun eigen geluk in de weg en is een beletsel anderen van dienst te zijn. Juist door onnadenkendheid in dit opzicht vallen de prettigste ervaringen in het leven aan deze onhoffelijkheid ten offer. Vooral ouders en onderwijzers moeten zich toeleggen op blijmoedigheid en hoffelijkheid. Allen kunnen een vriendelijk uiterlijk, een prettige stem, een beleefde manier van doen bezitten en dit zijn inderdaad elementen waarvan kracht uitgaat. Kinderen voelen zich aangetrokken tot mensen die warmte en opgewektheid uitstralen. Weest tegenover hen vriendelijk en innemend en zij zullen tegenover u en onder elkaar dezelfde geest aan de dag leggen.

Regels der etiquette
Ware hoffelijkheid leert men niet door enkel de regels van de etiquette na te volgen. Men moet zich steeds behoorlijk gedragen. Waar beginselvastheid niet in het gedrang komt, zal respect voor anderen ertoe leiden dat heersende gewoonten worden nagevolgd. Werkelijke beleefdheid eist geen opoffering van beginsel aan vormelijkheid en conventie. Zij kent geen hokjesgeest. Zij leert zelfrespect, eerbied voor de waardigheid van de mens als mens, achting voor elk lid van de mensheid.

Overschatting van vormelijkheid
Het gevaar bestaat dat aan enkel de manieren en vormen een te hoge waarde wordt toegekend, en er te veel tijd aan opvoeding in deze richting wordt besteed. Het inspannende leven dat van de jeugd wordt gevraagd, het harde, vaak onsympathieke werk dat de gewone plichten des levens verlangen en nog meer, de bemoeienissen voor de verlichting van ‘s werelds lasten ten aanzien van onwetendheid en rampzaligheid - dat alles laat weinig plaats over voor beleefdheidsvormen.
Velen die op de etiquette grote nadruk leggen, tonen weinig respect voor alles, hoe voortreffelijk ook, wat niet met hun gekunsteld standpunt overeenkomt. Dat is een verkeerde opvoeding. Kritische hovaardij en benepen exclusivisme worden daardoor bevorderd. -- KV, hfdst 27

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

5 augustus: Houding en gedrag


Zelfverloochening
Een van de karaktereigenschappen die in elk kind moet worden aangebracht en gekoesterd, is dat zich-zelf-vergeten, aan het leven een onbewuste beminnelijkheid verleent. Van al de uitmuntende karaktereigenschappen is dit wel een van de mooiste en voor elke ware levenstaak is het een van de noodzakelijkste eigenschappen. Kinderen hebben waardering, sympathie en bemoediging nodig, maar men moet er voor oppassen dat bij hen geen eerzucht wordt gewekt.

Ootmoed, waardigheid
Het is niet verstandig veel aandacht aan hen te besteden en in hun tegenwoordigheid op hun knapheid te wijzen. De ouder of onderwijzer die het ware karakterideaal en de te bereiken mogelijkheden in het oog houdt, kan geen zelfvoldaanheid aankweken of aanmoedigen. Hij zal bij de jeugd het verlangen of het streven niet aanmoedigen om hun talenten of bekwaamheid te prijzen. Wie een ander meer acht dan zichzelf, zal nederig zijn, en nochtans zal hij een waardigheid bezitten die niet verlaagd of bezoedeld wordt door uiterlijk vertoon of menselijke grootheid.
Karakterdeugden worden niet ontwikkeld door willekeurige wetten of voorschriften. Ze worden ontwikkeld door te verkeren in het zuivere, het nobele, het ware. En waar reinheid van hart en nobelheid van karakter is, zal dat geopenbaard worden door zuiverheid en nobelheid in woorden en daden.
“Wie reinheid van hart bemint en wiens lippen vriendelijk zijn, de Koning is zijn vriend”. Spr. 22:11.
En zoals het met de taal is, zo is het met elke andere studie, die zo geleid moet worden dat karaktervorming en karaktervastheid daaruit voortkomen. 

Les der geschiedenis
Voor geen studie geldt dit meer dan voor geschiedenis. Laat men die bestuderen vanuit het goddelijke oogpunt.
Zoals doorgaans geleerd wordt, is geschiedenis niet meer dan een verslag van de opkomst en ondergang van koninkrijken, hofintriges, de overwinningen en nederlagen van legers - een verhaal van eerzucht en hebzucht, van bedrog, wreedheid en bloedvergieten. Geschiedenis, op deze wijze onderricht, kan niet anders dan nadelige resultaten opleveren. De weerzinwekkende herhaling van misdaden, gruwelen, de snoodheden, de geschilderde wreedheden, zaaien een zaad dat in menig leven kwade oogst zal opleveren.

Vanuit goddelijk oogpunt
Veel beter kan men in het licht van Gods Woord de oorzaken nagaan welke aan de opkomst en ondergang van koninkrijken ten grondslag liggen. Men moet de jeugd deze verslagen laten bestuderen opdat ze zien hoe de ware bloei der volken verbonden is geweest met het aannemen van de goddelijke beginselen. Laat hen de geschiedenis van de grote Hervormingsbewegingen bestuderen om te zien hoe vaak deze beginselen, hoewel veracht en gehaat terwijl de aanhangers daarvan in de kerker en op het schavot werden gebracht, juist door deze offers hebben overwonnen.
Een dergelijke studie zal een brede, duidelijke kijk op het leven geven. Ze zal de jeugd helpen om iets van haar verhoudingen en haar samenhang te begrijpen, hoe wonderbaarlijk wij tezamen verbonden zijn in de grote broederschap van de maatschappij en van de volken en in hoe grote mate de verdrukking of vernedering van één lid verlies voor allen betekent.

Praktisch rekenen leren
Bij het lesgeven in rekenen moet het werk praktisch zijn. Men moet de jonge mensen en de kinderen niet enkel het oplossen van denkbeeldige problemen leren, maar ook hoe ze nauwgezet hun eigen inkomsten en uitgaven moeten noteren. Laat hen het juiste gebruik van geld leren door het te gebruiken. Of ze dat van hun ouders hebben gekregen of zelf hebben verdiend, is niet van belang. Laat de jeugd leren hun eigen kleren, boeken en andere benodigdheden zelf uit te kiezen en te kopen. Door al hun uitgaven te noteren, zullen ze, als op geen andere manier, de waarde en het gebruik van geld leren kennen.

Een nuttige opleiding
Deze opleiding zal hen helpen om spaarzaamheid uit gierigheid enerzijds en verkwisting anderzijds te onderscheiden. Op de juiste wijze geleerd, zullen gewoonten van weldadigheid worden aangekweekt. Het zal de jeugd helpen geld te leren geven, niet op een ingeving van het ogenblik, als hun gevoelens worden opgewekt, maar regelmatig en systematisch.
Op deze manier zal elke scholing een hulp worden in de oplossing van dat grootste van alle problemen: de opvoeding van mannen en vrouwen die zich zo goed mogelijk van de plichten van het leven zullen kwijten. -- KV, hfdst 26

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

4 augustus: Taalgebruik en woorden


De taal
En in elk onderdeel van de opvoeding zijn objecten waarvan het bereiken van veel meer belang is dan van die, verkregen door louter technische kennis. Neem bijvoorbeeld de taal. Van veel meer belang dan het leren van vreemde talen, hetzij levende of dode, is het schrijven en spreken en in alle opzichten beheersen van de eigen taal; maar geen scholing, verkregen door kennis van de grammaticale regels kan wat betreft de belangrijkheid vergeleken worden met taalstudie vanuit meer verheven standpunt. Met deze studie is voor een groot deel ‘s levens wel en wee verbonden.

De voornaamste eis
De hoofdzaak van de spreektaal is, dat ze zuiver, vriendelijk en waar is, - “de hoorbare uitdrukking der innerlijke schoonheid”. God zegt dienaangaande: “Al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat”. Fil. 4:8. En zijn de gedachten dusdanig, dan zal alzo ook de uitdrukking zijn.

Spreekgewoonten
De beste school voor deze taalstudie is het gezin; maar aangezien het werk in huis zo vaak wordt verwaarloosd, komt het op de onderwijzer aan zijn leerlingen te helpen met het aankweken van goede spreekgewoonten. Geroddel De onderwijzer kan veel doen om die slechte gewoonte die een vloek is voor de samenleving, voor de omgeving en voor het gezin, namelijk de gewoonte om te lasteren, te roddelen, onvriendelijke kritiek uit te oefenen, tegen te gaan. Hierin moet geen moeite gespaard worden. Breng de leerlingen onder ogen dat deze gewoonte een gebrek aan beschaving, wellevendheid en goedheid van het hart openbaart; het maakt iemand zowel ongeschikt voor de omgang met de waarlijk beschaafde en welopgevoede mensen in deze wereld, als met de heiligen in de hemel. Met afschuw denken wij aan de kannibaal die zich te goed doet aan het nog warme vlees van zijn slachtoffer; maar zijn de resultaten van deze praktijk erger dan de angst en de ellende veroorzaakt door geroddel, het belasteren van een goede naam, het bezoedelen van iemands karakter? Leer de kinderen en de jeugd wat God aangaande deze dingen zegt: “Dood en leven zijn in de macht der tong”. Spr. 18:21.
In de schriften worden kwaadsprekers gelijk gesteld met “haters van God”, met hen die “vindingrijk in het kwaad” zijn, met mensen “zonder hart of barmhartigheid”, vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid”. Het is “de rechtseis van God... namelijk dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen”. Rom. 1:30,31,29,32. Wie door God tot een burger van Sion wordt gerekend, is degene die “waarheid spreekt in zijn hart”, “die met zijn tong niet lastert”.... “en geen smaad op zijn naaste laadt”. Ps. 15:2,3.

Overdrijving, krachttermen
Gods Woord veroordeeld ook het bezigen van die zinloze gezegden en uitdrukkingen die grenzen aan het profane. Het veroordeelt de onoprechte beleefdheden, het uit de weggaan van de waarheid, de overdrijvingen, de opzettelijke verkeerde voorstellingen in de handel, die in de maatschappij en in het zakenleven maar al te veelvuldig voorkomen. “Laat het ja dat gij zegt, ja zijn en het neen, neen, wat daarboven uitgaat is uit de boze”. Matth. 5:37.
“Zoals een dolleman die brandende pijlen en dodelijke schichten afschiet, zo is hij, die zijn naaste bedriegt, en zegt: Deed ik het niet voor de grap?”. Spr. 26:18,19. Insinuaties Nauw verbonden met laster is de bedekte toespeling, de sluwe insinuatie, waardoor de onoprechte van hart zo terloops op het kwaad wijst, dat hij niet ronduit durft te zeggen. De jeugd moet geleerd worden deze gewoonten uit de weg te gaan zoals zij de melaatsheid uit de weg zouden gaan. 

Haastig in het spreken
In het spreken is misschien geen fout, die door jong en oud zo lichtvaardig wordt gemaakt, als het bezigen van haastige, ongeduldige woorden. Zij denken zich voldoende te verontschuldigen door te zeggen: “Ik was even in de war en bedoelde helemaal niet wat ik gezegd heb”. Maar Gods Woord neemt dat niet zo lichtvaardig. De Bijbel zegt: “Ziet gij iemand die met zijn woorden te haastig is, voor een dwaas is meer hoop dan voor hem”. Spr. 29:20.
“Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft”. Spr. 25:28.
De haastige, driftige, losse tong kan in een enkel ogenblik meer kwaad doen dan het berouw van een geheel leven kan teniet doen.
Harten zijn gebroken, vrienden vervreemd, levens stuk geslagen door ruwe, ondoordachte woorden van hen die hulp en genezing hadden kunnen brengen!
“Er zijn er, wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan”. Spr. 12:18. -- KV, hfdst 26

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

3 augustus: Basisbeginselen


Eenvoud

De leraar moet zich aanhoudend toeleggen op eenvoud en doelmatigheid. Zijn onderwijs moet aanschouwelijk zijn en zelfs wanneer hij te maken heeft met oudere leerlingen, moet elke verklaring helder en duidelijk zijn. Tal van oudere leerlingen zijn verstandelijk nog kinderen.

Geestdrift
Een belangrijk element in het opvoedingswerk is geestdrift.
Op dit punt gaf een beroemde toneelspeler eens een nuttige wenk: De Aartsbisschop van Canterbury had hem eens gevraagd hoe het kwam dat toneelspelers in hun spel hun gehoor zo in hun macht hadden, terwijl ze toch maar spraken over denkbeeldige dingen, terwijl predikanten wanneer ze het evangelie brengen, hun gehoor zo weinig beroeren terwijl zij toch over reële aangelegenheden spreken. “Met verschuldigde eerbied tegenover Uwe eminentie”, antwoordde de acteur, “sta mij toe te zeggen dat de reden heel duidelijk is: die ligt namelijk in de kracht van de geestdrift. Wij op het toneel spreken van verzonnen dingen alsof ze reëel waren en U op de kansel spreekt van reële dingen alsof ze verzonnen zijn”.
De leraar heeft in zijn werk te doen met werkelijke dingen en daarover moet hij spreken met al de kracht en geestdrift, voortvloeiende uit de kennis van hun werkelijkheid en belangrijkheid.
Elke onderwijzer moet ervoor zorgen dat zijn werk bekroond wordt met omlijnde resultaten. Alvorens hij in de klas een onderwerp gaat behandelen, moet hij een omlijnd plan voor ogen hebben en weten wat hij wil bereiken. Bij de behandeling van een onderwerp moet hij niet eerder tevreden zijn, dan wanneer de leerling de daarin liggende grondgedachte begrijpt, de waarheid daarvan doorziet en in staat is een duidelijke uiteenzetting te geven van wat hij heeft geleerd.

Het beheersen der grondbeginselen
Zolang het belangrijke doel van de opvoeding in het oog wordt gehouden, moet de jeugd worden aangemoedigd zo ver te gaan als hun vermogens dat toestaan. Maar voor zij met de zwaardere studie beginnen, moeten zij de voorgaande beheersen. Dit principe wordt maar al te vaak verwaarloosd. Zelfs onder de scholieren van de hogere scholen en onder de studenten van de universiteiten komt een groot gebrek aan kennis voor van de basisopleiding. Tal van scholieren wijden hun tijd aan hogere wiskunde terwijl ze niet in staat zijn een eenvoudige boekhouding te voeren. Velen studeren voordrachtskunst om welsprekendheid meester te worden, terwijl ze de kunst om begrijpelijk en vol uitdrukking voor te lezen, niet machtig zijn. Velen die de studie der welsprekendheid hebben voleindigd, zijn niet in staat om een gewone brief op te stellen en zonder taalfouten te schrijven.
Grondige kennis van de basisvakken moet niet enkel de voorwaarde zijn om naar een hogere klas over te gaan, maar moet ook voortdurend een proef zijn voor het vervolgen van de studie en de vooruitgang. -- KV, hfdst 26

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

2 augustus: Persoonlijke behoeften


Persoonlijke contact
Bij de goede onderwijsmethode is het persoonlijke element noodzakelijk. In Zijn onderwijs hield Christus zich met de mensen persoonlijk bezig. Hij leidde de twaalf discipelen op door persoonlijk contact en omgang. Het was in privégesprekken, vaak soms met één luisteraar, dat Hij Zijn kostbaarste onderwijzingen gaf. Voor de geëerde Rabbi tijdens het nachtelijk gesprek op de Olijfberg, voor de verachte vrouw bij de bron van Sichar legde Hij zijn rijkste schatten bloot; want bij deze toehoorders onderscheidde Hij het gevoelige hart, het onbevooroordeelde verstand, de ontvankelijke geest. Zelfs de menigte die zich zo vaak om Hem verdrong, was voor Christus geen anonieme massa van menselijke wezens. Hij sprak rechtstreeks tot elk verstand en deed een beroep op ieders hart. Hij sloeg de gezichten van Zijn toehoorders gade, Hij zag de lichtglans in hun ogen die vertelde dat de waarheid contact had met de ziel, en dan trilde Zijn hart van blijdschap.
Christus erkende de mogelijkheden in elk menselijk wezen. Hij liet zich niet afstoten door een onaantrekkelijk uiterlijk of door een ongunstige omgeving. Mattheüs riep Hij uit het tolhuis en Petrus en zijn broeders uit het vissersscheepje opdat ze van Hem zouden leren.

De nood van heden
Dezelfde persoonlijke belangstelling, dezelfde aandacht voor persoonlijke ontwikkeling zijn nodig in het opvoedingswerk van heden. Tal van ogenschijnlijk weinig belovende jonge mensen zijn rijkelijk begiftigd met talenten die niet gebruikt worden. Hun vermogens liggen verborgen vanwege een gebrek aan onderscheiding van de kant van hun opvoeders. In menige jongen of meisje, naar het uiterlijk zo onaantrekkelijk als ruw-gehouwen steen, kan kostbaar materiaal gevonden worden dat de proef van vuur, storm en verdrukking zal doorstaan. De goede opvoeder zal opmerkzaam zijn op wat uit zijn leerlingen kan groeien en ook de waarde van het materiaal erkennen waaraan hij zijn krachten besteedt. Hij zal voor elke leerling een persoonlijke belangstelling tonen en zal ernaar streven al diens vermogens te ontwikkelen. Hij zal elke poging, hoe onvolmaakt ook, om met het juiste beginsel in harmonie te raken, aanmoedigen.

Vlijt
Alle jonge mensen moeten op de noodzakelijkheid en de kracht van vlijt worden gewezen. Want veel meer dan van intellect of talent, hangt succes hiervan af. Zonder vlijt hebben de grootste talenten weinig waarde, terwijl personen met gewone natuurlijke begaafdheid door een juist gerichte inspanning wonderen hebben verricht. En het genie, over wiens verrichtingen wij verbaasd staan, heeft zijn succes vrijwel zonder uitzondering te danken aan onvermoeide, geconcentreerde arbeid. Jonge mensen moeten leren zich ten doel te stellen al hun vermogens te ontwikkelen, de zwakkere zowel als de sterkere. Velen hebben de neiging hun studie binnen bepaalde grenzen, waarvoor zij een natuurlijke voorliefde hebben, te beperken. Tegen deze dwaling moet gewaakt worden. De natuurlijke begaafdheden wijzen de richting van de levenstaak aan, en deze moeten, wanneer ze iets goeds beogen, zorgvuldig worden ontwikkeld. Terzelfder tijd moet men bedenken dat een evenwichtig karakter en doelmatige arbeid op welk gebied ook, grotendeels berusten op een gebalanceerde ontwikkeling, die het gevolg is van een degelijke, veelzijdige opleiding. -- KV, hfdst 26

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

1 augustus: Geheugentraining als middel


Overbelasting van het geheugen
Eeuwenlang heeft de opvoeding hoofdzakelijk te doen gehad met het geheugen. Dit vermogen werd tot het uiterste belast, terwijl de andere verstandelijke krachten niet overeenkomstig ontwikkeld werden. Scholieren hebben hun tijd besteed met het overladen van hun geest met kennis, waarvan maar heel weinig in toepassing gebracht kon worden. Het verstand, zo overladen met hetgeen het niet kan verwerken of opnemen, wordt verzwakt; het is niet meer in staat zich krachtig en zelfstandig in te spannen en stelt zich tevreden met af te gaan op het oordeel en de waarneming van anderen.

Geheugentraining dient onderscheidingsvermogen
Toen de gebreken van deze methode werden geconstateerd, zijn sommigen tot het andere uiterste overgegaan. Volgens hun inzicht moet de mens enkel dat ontwikkelen wat binnen in hem is. Een dergelijke opleiding brengt de scholier tot zelfgenoegzaamheid, waardoor hij afgesneden wordt van de bron van ware kennis en macht. De opvoeding die bestaat in het oefenen van het geheugen, met de neiging om zelfstandig denken te verwaarlozen, heeft een zedelijke draagwijdte die te weinig wordt erkend. Wanneer de scholier de kracht om voor zichzelf te denken en te oordelen opoffert, wordt hij onbekwaam om onderscheid te maken tussen waarheid en dwaling en wordt dan een al te gemakkelijke prooi van de misleiding. Hij komt er gemakkelijk toe om overlevering en gewoonte na te volgen. Het is een bijna algemeen over het hoofd gezien feit, nochtans niet zonder gevaar dat dwaling zich zelden voordoet zoals ze in werkelijkheid is. Juist omdat zij met waarheid vermengd of verbonden is, wordt dwaling aangenomen. Het eten van de boom der kennis van goed en kwaad veroorzaakte de ondergang van onze stamouders en het aanvaarden van een vermenging van goed en kwaad is de ondergang van de mensen heden ten dage. Het verstand dat zich verlaat op het oordeel van anderen zal vroeg of laat misleid worden.

Rede en geloof
Het vermogen om onderscheid te zien tussen goed en kwaad, kunnen we alleen bezitten door een persoonlijke afhankelijkheid van God. Iedereen moet voor zichzelf van Hem leren door Zijn Woord. Onze verstandelijke vermogens werden ons gegeven om te gebruiken en God wil dat we die oefenen. “Komt toch en laat ons tezamen richten”, (Jes. 1:18) luidt Zijn uitnodiging tot ons. Door op Hem te vertrouwen kunnen we wijsheid verkrijgen ons “het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen”. Jac. 1:5; Jes. 7:15. -- KV, hfdst 26

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

31 juli: Vaste voor het karakter


De grondslag voor het karakter
In elk geslacht en in elk land is het ware fundament en voorbeeld tot karaktervorming hetzelfde geweest. De goddelijke wet, “Gij zult de Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart... en uw naaste als uzelf”, (Luc. 10:27) het grote beginsel, geopenbaard in het karakter en het leven van onze Heiland, is het enige, veilige fundament en de enige betrouwbare gids.
“Uw tijden zullen bestendig zijn, een rijkdom van heil, wijsheid en kennis” (Jes. 33:6)- die wijsheid en kennis welke alleen Gods Woord kan schenken.

Gods geboden
Het is evenzeer waar in deze tijd als toen tot Israël de woorden werden gesproken om Zijn geboden te gehoorzamen: “Dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn in de ogen der volken”. Deut. 4:6.
Hier is de enige bescherming voor de persoonlijke onkreukbaarheid, voor reinheid van het gezin, het welzijn van de samenleving, of de stabiliteit van de natie. Te midden van alle moeilijkheden en gevaren des levens en de met elkaar in botsing komende stromingen, is de enige veilige en zekere levensregel te doen wat God zegt. “De bevelen des Heeren zijn waarachtig”, en “wie zo handelt, zal nimmer wankelen”. Ps. 19:9; 15:5. -- KV, hfdst 25

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

30 juli: De wereld


Gevaren in de wereld
Wanneer de jeugd de wereld ingaat om daar de verlokkingen van de zonde het hoofd te bieden - de hartstocht naar geld, naar vermaak en uitspattingen, uiterlijk vertoon, weelde en verkwisting, bedrog, diefstal en corruptie - welke geestelijke stromingen zullen zich dan voordoen?
Het spiritisme beweert dat mensen niet-gevallen halfgoden zijn; dat “elke geest zichzelf zal richten”, dat “ware kennis de mensen plaatst boven alle wetten”; dat “alle bedreven zonden onschuldig zijn”; want “wat is, is goed”, en “God veroordeelt niet”. Van de slechtste mensen wordt gezegd dat ze in de hemel zijn en daar bijzonder worden geëerd. Daarom houdt het spiritisme alle mensen voor: “het hindert niet wat je doet, leef zoals je wilt, de hemel is je thuis”. Vele mensen gaan daardoor geloven dat verlangen de hoogste wet is, dat losbandigheid vrijheid is en dat de mens alleen zichzelf rekenschap verschuldigd is.
Wanneer men zulke leerstellingen tegenkomt juist in het begin van het leven, wanneer de impulsen het sterkst en zelfbeheersing en reinheid het allermeest nodig zijn, waar zijn dan de beveiligingen van de deugd? Wat moet de wereld ervoor bewaren een tweede Sodom te worden?

Wetteloosheid
Tezelfder tijd probeert de anarchie alle wetten, niet alleen de goddelijke maar ook de menselijke, weg te vagen. De opeenhoping van rijkdom en macht; de grote concerns om weinigen te verrijken ten koste van velen; het verbond van de minder bedeelden ter verdediging van hun belangen en eisen; de geest van onrust, van opstand en bloedvergieten; de wereldwijde verspreiding van dezelfde leuzen die leidden tot de Franse Revolutie, dat alles schijnt de gehele wereld te verwikkelen in een strijd gelijk aan die welke Frankrijk in beroering bracht.
Dat zijn de invloeden waar de jeugd van heden zich tegenover geplaatst ziet. Om te midden van zulke beroeringen staande te blijven, moeten de jonge mensen nu de grondslagen voor het karakter leggen. -- KV, hfdst 25

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

29 juli: Valse wijsheid en fantasie


Heidense schrijvers
Op welke werken worden tijdens de ontvankelijkste levensjaren de gedachten van jonge mensen gericht? Uit welke bronnen wordt de jeugd geleerd te drinken bij hun taal- en literaire studie? - Uit de bronnen van het heidendom; uit fonteinen die gevoed worden door het verderf van het oude heidendom. Zij moeten schrijvers lezen van wie gezegd wordt dat ze een minachting hebben voor de beginselen der moraliteit. En van hoeveel hedendaagse schrijvers kan niet hetzelfde worden gezegd! Bij hoevelen zijn niet stijl en taalschoonheid slechts een vermomming van de beginselen die in hun wezenlijke mismaaktheid de lezer zouden afstoten!

Romans
Bovendien zijn er nog tal van romanschrijvers die in het rijk der verbeelding tot liefelijke dromen lokken. En al mag men die schrijvers niet openlijk beschuldigen van immoraliteit, toch prikkelen hun werken niet minder tot het kwade. Duizenden en duizenden worden daardoor beroofd van tijd, energie en zelftucht die zo nodig zijn voor de ernstige levensproblemen.

Valse wetenschap
In de doorgaans gevolgde lijn van de wetenschappelijke studie, doen zich even grote gevaren voor. Evolutieleer en soortgelijke dwalingen worden op scholen vanaf de kleuterschool tot de universiteit geleerd. Op die wijze wordt de studie van de wetenschap die eigenlijk tot het kennen van God moest leiden, zodanig vermengd met de speculaties en theorieën van mensen dat daaruit ongeloof ontstaat.

Hogere kritiek
Zelfs de Bijbelstudie, zoals die vaak op scholen wordt gehouden, berooft de wereld van de kostbare schat van Gods Woord. Het werk van de “hogere kritiek”, met zijn ontleding, zijn gissing, zijn vervorming, vernietigt het geloof in de Bijbel als een goddelijke openbaring; zij berooft Gods woord van de kracht om het leven van de mens te beheersen, te verheffen en te bezielen. -- KV, hfdst 25

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

28 juli: Opvoeding en karakter


Karakter het hoogste doel
Een goede opvoeding erkent de waarde van wetenschappelijke kennis of literaire talenten; maar hoger dan kennis waardeert ze macht; en hoger dan macht, goedheid; hoger dan verstandelijke gaven, karakter. De wereld heeft niet zozeer gebrek aan mannen van groot intellect als aan mannen met een nobel karakter. Ze heeft mannen nodig wier talenten beheerst worden door standvastige beginselen. “Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid”. “De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort”. Spr. 4:7; 15:2. Een juiste scholing verschaft deze wijsheid. Zij leert het beste gebruik niet van één, maar van al onze vermogens en talenten. Op deze wijze omvat de opvoeding de gehele kring van onze verplichtingen, nl. tegenover onszelf, tegenover de wereld, en tegenover God.

Uitzicht voor onze jeugd
Karaktervorming is het belangrijkste werk, ooit aan menselijke wezens toevertrouwd en nooit te voren was een nauwkeurige studie daarvan van zo groot belang als nu. Nooit is een vroeger geslacht geroepen om werken van zo’n geweldige omvang onder ogen te zien; nooit eerder werden jonge mannen en vrouwen gesteld tegenover gevaren zo groot als waar tegenover zij zich heden geplaatst zien.

Gevaren op school
Wat is het streven van de opvoeding in een tijd als deze? Op welke beweegreden wordt het meest een beroep gedaan? - Op zelfzucht. Veel van de opvoeding die gegeven wordt, doet de naam schande aan. In ware opvoeding vindt men een invloed tegen zelfzuchtige ambitie, begeerte naar macht, minachting voor de rechten en noden der mensheid, welke een vloek zijn voor onze wereld. Wedijver Gods plan voor het leven biedt een plaats voor elk menselijk wezen. Iedereen moet zijn talenten tot het uiterste ontwikkelen; of hij veel of weinig bezit, als hij trouw zijn plicht doet, heeft hij recht op eer. In Gods plan is geen plaats voor zelfzuchtige wedijver. “Die zich afmeten naar zichzelf en zich vergelijken met zichzelf” “zijn niet wijs”. Wat wij ook doen, moet gedaan worden “als uit kracht door God verleend”. Het moet gedaan worden “van harte, als voor de Here en niet voor mensen; gij weet toch dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer”. 2 Cor. 10:12; 1 Petr. 4:11; Col. 3:23,24. Van bijzondere waarde is het gedane werk en de scholing die men verkrijgt wanneer men zich houdt aan deze beginselen. Maar hoe geheel anders is de opvoeding die nu gegeven wordt! Vanaf de vroegste jaren wordt bij het kind een beroep gedaan op wedijver en rivaliteit; zelfzucht wordt daardoor aangekweekt, wat de wortel is van alle kwaad.
Zo ontstaat er een strijd om de hoogste plaats en wordt het systeem van “inpompen” aangemoedigd, hetgeen in zo vele gevallen de gezondheid aantast en de bruikbaarheid niet bevordert. In tal van gevallen leidt wedijver ook tot oneerlijkheid, en door eerzucht en ontevredenheid aan te kweken, verbittert de wedijver het leven en draagt ertoe bij de wereld te bevolken met die rusteloze, woelige geesten die voor de maatschappij een voortdurende bedreiging vormen. Het gevaar ligt niet enkel in de methoden. Dat wordt ook gevonden in het onderwijsmateriaal. -- KV, hfdst 25

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

27 juli: Alleen de zon komt voor niets op


Scholieren die hun eigen schoolgeld verdienen
Vele scholieren zouden tijdens hun studie een waardevolle opleiding verkrijgen wanneer ze hun levensonderhoud zelf verdienden. In plaats van schulden te krijgen of aangewezen te zijn op de zelfverloochening van hun ouders, moeten jonge mannen en vrouwen leren op zichzelf te vertrouwen. Zo zullen zij de waarde van het geld, de waarde van de tijd, kracht en de kansen die ze hebben, leren kennen, en veel minder in verzoeking komen om aan ijdele en verkwistende gewoonten toe te geven. De lessen van spaarzaamheid, vlijt, zelfverloochening, praktisch zakelijk beheer en volharding, aldus verkregen, zullen een zeer belangrijk onderdeel van hun uitrusting voor de strijd des levens blijken te zijn. En de les om zichzelf te helpen, die de scholier leert, zou de onderwijsinstellingen er voor bewaren in schulden te komen waarmee zo vele scholen te kampen hebben en waardoor ze zo vaak tot beperkingen zijn gedwongen. Prent de jeugd in dat hun opvoeding er niet toe dient hun te leren hoe ze aan ‘s levens onaangename taken en zware lasten kunnen ontkomen, maar dat het doel daarvan is het werk te verlichten door het leren van betere methoden en hogere doelstellingen. Leer de scholieren dat het ware levensdoel niet is voor zichzelf zo veel mogelijk winst te maken, maar hun Schepper te eren door hun deel te doen in het werk der wereld en de helpende hand te bieden aan hen die zwakker zijn en minder kennis bezitten.

Nauwgezetheid en gedegenheid
Een van de voornaamste oorzaken, waarom mem zo vaak op lichamelijke arbeid neerziet, is de nalatige en onnadenkende wijze, waarop dat werk vaak wordt gedaan. Het wordt gedaan uit noodzaak en niet uit vrije keuze. De arbeider doet het werk niet met geestdrift en zo heeft hij geen zelfrespect en ontvangt ook geen respect van anderen. De opleiding tot handenarbeid moet deze dwaling wegnemen. Die opleiding moet gewoonten van nauwgezetheid en degelijkheid aankweken. Scholieren moeten leren bij hun arbeid tactisch en systematisch te werk te gaan. Zij moeten leren tijd te sparen en elke kracht op de beste wijze te gebruiken. Zij moeten niet alleen onderricht ontvangen ten aanzien van de beste methoden, maar ook met lust bezield worden om die steeds te vervolmaken. Het moet hun doel worden om hun werk zo volmaakt te doen als menselijke hersenen en handen maar kunnen.

Meesters in de arbeid
Zo’n opleiding zal van de jeugd wat het werk betreft meesters maken en geen slaven. Zij zal het lot van de harde zwoegers verlichten, en zal zelfs de nederigste arbeid veredelen. Wie het werk louter als geestdodend beziet en daaraan begint met een zelfgenoegzame onwetendheid, zonder de lust daarin verbetering te brengen, zal het inderdaad een last vinden. Maar zij die in het nederigste werk een wetenschap zien, zullen daarin de nobelheid en schoonheid zien, en door dat werk trouw en doelmatig te doen, zullen zij er vreugde in vinden. Wanneer een jonge man zo wordt opgeleid, zal hij, wat ook zijn roeping in het leven is en zolang hij eerlijk blijft, zijn werk op nuttige en eervolle wijze verrichten. -- KV, hfdst 24

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

26 juli: Praktisch onderricht voor iedereen


Voor scholieren
Aan de scholieren moet ten aanzien van de landbouw niet enkel theoretisch, maar ook praktisch onderricht worden gegeven. Terwijl zij in zich opnemen wat de wetenschap leert aangaande de natuur en de bewerking van de grond, de waarde van de verschillende gewassen en de beste produktiemethoden, moeten ze hun kennis ook leren gebruiken. De leraars moeten de scholieren bij hun landbouwwerk helpen en laten zien welke resultaten door hun bekwame, verstandige werkwijze verkregen worden. Zo zal oprechte belangstelling en lust gewekt worden om het werk zo goed mogelijk te doen. Met de versterkende werking van de arbeid in de open lucht, zonneschijn en frisse lucht, zal zo’n streven liefde voor het landbouwwerk wekken, waardoor menige jongeman dit werk als beroep zal kiezen. Zo zullen zich invloeden doen gelden welke de grote en sterke stroom van arbeiders van het platteland naar de steden zullen keren.

Voor de werklozen
Zo zouden onze scholen ook kunnen meehelpen om de vele werklozen bezigheid te verschaffen. Duizenden hulpeloze, hongerende mensen, van wie dagelijks sommigen in de rijen der misdadigers worden opgenomen, zouden in een gelukkig, gezond, onafhankelijk leven zelfstandig kunnen worden, indien ze zouden leren bekwaam en ijverig de grond te bewerken.

Voor bollebozen
Ook hoofdarbeiders in het algemeen moeten de zegen van de handenarbeid leren kennen. Iemand kan een briljante geest hebben; hij kan vaardig zijn in het ontwerpen van ideeën; zijn kennis en geschiktheid mogen hem de toelating tot ambt of beroep verzekeren dat hij gekozen heeft; toch zal hij misschien nog lang niet die geschiktheid bezitten om aan de eisen van dat ambt of beroep te voldoen. Een scholing, enkel verkregen uit boeken, leidt tot oppervlakkig denken. Praktisch werk houdt een aanmoediging in tot scherpe waarneming en onafhankelijk denken. Wanneer dat op de juiste wijze wordt verricht, leidt het tot ontwikkeling van praktische wijsheid, welke wij gezond verstand noemen. Het ontwikkelt een talent om plannen te maken en uit te voeren, schenkt moed en volharding, en brengt de mens er toe om tact en vaardigheid aan de dag te leggen. 

Voor de dokter
De arts die door zijn praktische werkzaamheid in de ziekenkamer een fundament voor zijn beroepservaring heeft gelegd, zal snel inzicht en veelzijdige kennis hebben, en bekwaamheid om in noodgevallen direct op de juiste wijze in te grijpen - allemaal noodzakelijke eigenschappen die enkel door praktische oefening verkregen worden.

Voor de predikant, zendeling, leraar
De predikant, de zendeling, de leraar zullen zien dat hun invloed bij de mensen sterk toeneemt, wanneer blijkt dat zij de kennis en vaardigheid bezitten voor de praktische plichten van het dagelijkse leven. En het succes, en misschien zelfs wel het leven van de zendeling, hangen vaak af van zijn kennis van praktische dingen. Te kunnen koken, bij ongevallen en rampen handelend op te treden, ziekten te behandelen, een huis of zelfs een kerk te bouwen als dat nodig is - dat alles bepaalt vaak het verschil tussen succes en mislukking in zijn levenswerk. -- KV, hfdst 24

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

25 juli: Thuis leren


De eerste ambachtsschool
Voor elk kind moet het ouderlijk huis de eerste ambachts- of huishoudschool zijn. En dan moet zo veel mogelijk elke school mogelijkheid tot handenarbeid geven. Zo’n opleiding zou grotendeels de plaats van het gymnastieklokaal innemen en bovendien van nut zijn door het bevorderen van een waardevolle tucht.

Scholen voor handenarbeid
Aan de opleiding tot handenarbeid moet veel meer aandacht besteed worden dan ze tot nu heeft ontvangen. Scholen moeten gesticht worden die, behalve de hoogste verstandelijke en zedelijke vorming, de beste middelen voor lichamelijke ontwikkeling en voor een vakopleiding bieden. Daar moet les worden gegeven in landbouw, in verschillende ambachten - waartoe zoveel mogelijk de nuttigste vakken behoren - en ook in de huishoudkunde, koken van gezonde spijzen, naaien, het maken van kleren, verzorging van zieken en dergelijke. Daar moeten dus akkers, werkplaatsen, ziekenkamers zijn en het werk op elk gebied moet onder leiding staan van bekwame leerkrachten.

Het leren van een vak
Het werk moet een bepaald doel hebben en moet grondig gedaan worden. Hoewel het goed is dat ieder van verschillende vakken enige kennis bezit, is het toch absoluut nodig dat men zich op minstens één vak speciaal toelegt. Elke jongeman die de school verlaat, moet een of ander vak of beroep kennen, waarmee hij zo nodig zijn brood kan verdienen.

Kosten
Vaak wordt tegen het ambachtsonderwijs op school het bezwaar geopperd dat er zoveel kosten mee gepaard gaan. Maar het doel dat bereikt wordt, is de kosten waard. Geen ander ons opgedragen werk is zo belangrijk als de opvoeding van de jeugd en alle kosten die voor de juiste uitvoering daarvan besteed worden, zijn wel besteed. Zelfs uit het oogpunt van de financiële resultaten, zullen de kosten besteed aan de opleiding tot handenarbeid de beste besparing blijken te zijn. Velen van onze jongens zouden op deze wijze van de straathoeken en uit de café’s gehouden worden; de gelden, uitgegeven voor akkers, werkplaatsen en baden zouden meer dan verantwoord zijn door wat uitgespaard wordt op ziekenhuizen en tuchtscholen. En wie kan de waarde van de jeugd voor de mensheid en het volk schatten wanneer ze worden opgeleid om nuttige, produktieve arbeid te verrichten?

Landbouw
Bezigheden, verricht in de open lucht, die het gehele lichaam in actie brengen, vormen de beste ontspanning na de studie. Geen handenarbeid is van meer waarde dan landbouw. Er moet veel meer gedaan worden om belangstelling voor landbouwwerk te wekken en aan te moedigen. Laat de leraar de aandacht van de scholieren vestigen op wat de Bijbel aangaande de landbouw zegt, namelijk dat het Gods bedoeling was dat de mens de aarde zou bewerken; dat aan de eerste mens, de heerser over de gehele wereld, een hof werd gegeven om die te bebouwen; en dat velen van de groten der wereld zich niet geschaamd hebben om de grond te bewerken. Wijst op de kansen die een dergelijk leven beiden. De wijze Salomo zegt: “Een voordeel voor het land bij dit alles is een koning die de akkerbouw begunstigt” Pred. 5:8. Van degene die de grond bebouwt, zegt de Bijbel: “Zijn God onderricht hem over de juiste wijze en onderwijst hem”. En verder: “Wie de vijgeboom verzorgt, geniet de vrucht” Jes. 28:26; Spr. 27:18. Wie zijn brood verdient door de akkerbouw ontkomt aan vele verzoekingen en geniet ontelbare voorrechten en zegeningen, waarvan degenen die hun werk in de grote steden hebben, verstoken blijven. En in deze dagen van enorme concerns en van concurrentie op zakelijk gebied zijn er maar weinigen die zich zo in een werkelijke onafhankelijkheid kunnen verheugen en de zekerheid hebben dat ze vruchten op hun arbeid zullen ontvangen als de landbouwer. -- KV, hfdst 24

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

24 juli: Dagelijks werk


Kennis van de dagelijkse plichten
Vele leervakken die de tijd van de scholier in beslag nemen, dragen maar weinig bij tot zijn bruikbaarheid en geluk; maar wel is nodig dat elke jongen of meisje in de jeugdjaren gedegen kennis van de dagelijkse plichten bezit. Het is niet direct nodig dat een meisje een vreemde taal of wiskunde leert, of pianoles krijgt; maar het is absoluut nodig dat ze leert goed brood te bakken, goed zittende kleren te maken en al die kleine plichten weet te doen die tot het huishouden behoren.
Voor de gezondheid en het geluk van het hele gezin is niets van zo vitaal belang als verstand en bekwaamheid bij degene die het eten bereidt. Zij kan door slecht bereide, ongezonde spijzen niet alleen de bruikbaarheid van de volwassenen, maar ook de ontwikkeling van het kind belemmeren. Maar wanneer ze spijzen bereidt, die voorzien in de behoeften van het lichaam en die er tegelijkertijd aanlokkelijk en smakelijk uitzien, kan ze evenveel bereiken in de goede richting, als ze anders bereikt zou hebben in de verkeerde richting. Zo houdt levensgeluk op tal van manieren nauw verband met getrouwheid in de dagelijkse plichten.
Omdat man en vrouw beiden hun deel doen in de stichting van een gezin, moeten zowel jongens als meisjes kennis van de huishoudelijke plichten hebben. Een bed opmaken en een kamer opruimen, afwassen, een maaltijd bereiden, zijn eigen kleren wassen en herstellen, is een arbeid die geen enkele jongeman minder mannelijk zal maken; het zal hem integendeel gelukkiger en bruikbaarder maken. En wanneer op hun beurt meisjes zouden leren een paard in te spannen en te mennen, zaag en hamer te gebruiken en ook de hark en de schoffel, dan zouden ze beter in staat zijn de moeilijkheden van het leven het hoofd te bieden.

Eert de arbeider
De kinderen en jonge mensen kunnen uit de Bijbel leren hoe God het dagelijks werk heeft geëerd. Ze moeten eens lezen van de “zonen der profeten” (2 Kon. 6:1-7), scholieren op school die voor zichzelf een huis bouwden en voor wie een wonder werd verricht om een geleende bijl, die verloren was geraakt, weer tevoorschijn te brengen. Laat ze eens lezen van Jezus de timmerman en Paulus de tentenmaker, die de hoogste menselijke en goddelijke dienst verbonden met het werk van een arbeider. Ook moeten ze eens lezen van de jongen wiens vijf broden door de Heiland werden gebruikt in dat grote wonder om de duizenden te spijzigen; van Dorkas, de naaister, die uit de dood werd opgewekt opdat zij kon doorgaan met het maken van kleren voor de armen; van de wijze vrouw, beschreven in Spreuken die “bezig is met wol en vlas en werkt met vaardige handen”, die “haar huis het voedsel geeft, haar dienstmaagden haar deel”, die een wijngaard plant” (Spr. 31:13,15,16) .... en “haar armen versterkt”; die “haar hand uitbreidt naar de ellendige; ja, haar handen uitstrekt naar de nooddruftige”, die “toezicht houdt op de gang van haar huishouding en het brood der traagheid niet eet.” Spr. 31:17,20,27.
Van zo iemand zegt God: “Zij is te prijzen. Geeft haar van de vrucht harer handen, dat haar daden haar roemen in de poorten”. Spr. 31:30,31. -- KV, hfdst 24

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

23 juli: Werken moet


Arbeid is een zegen
Bij de schepping was de arbeid bedoeld als een zegen. Het betekende ontwikkeling, kracht, geluk. De veranderde toestand der aarde door de vloek der zonde heeft een verandering in de arbeidsomstandigheden gebracht; en toch, hoewel de arbeid samen gaat met vrees, moeiten en zorgen, is hij nog steeds een bron van geluk en ontwikkeling. En ook is hij een beveiliging tegen verzoeking. De tucht die daarvan uitgaat, werkt remmend op genotzucht en bevordert vlijt, reinheid en vastberadenheid. Zo wordt de arbeid een deel van Gods grote plan voor ons herstel uit de zondeval.

Arbeid adelt
De jeugd moet de adel van de arbeid leren inzien. Laat hen zien dat God altijd werkt. Alle dingen in de natuur verrichten de hun opgelegde taak. Werkzaamheid bezielt de ganse schepping en om onze taak te vervullen moeten ook wij actief zijn.

Gods medearbeiders
In ons werk zijn we Gods medearbeiders. Hij geeft ons de aarde en haar schatten; maar we moeten die geschikt maken voor ons nut en gemak. Hij doet de bomen groeien, maar wij maken daar hout van om ons huis te bouwen. In de aarde heeft Hij verborgen het goud en zilver, het ijzer en de kolen; maar alleen door arbeid kunnen wij dat verkrijgen.
Laat zien dat, terwijl God alle dingen geschapen heeft en voortdurend in stand houdt, Hij ons een macht geschonken heeft, die niet geheel ongelijk is aan de Zijne. Over de krachten der natuur is ons in zekere mate de macht gegeven om die te beheersen. Zoals God uit de chaos de aarde in haar schoonheid tevoorschijn riep, kunnen wij uit de verwarring orde en schoonheid tevoorschijn brengen. En hoewel alle dingen door de zonde zijn bevlekt, voelen wij na gedane arbeid een vreugde, gelijk aan de Zijne toen Hij Zijn ogen liet gaan over de schone aarde en zei dat ze “zeer goed” was.
In de regel wordt de beste beweging voor de jeugd gevonden in nuttige bezigheid. Door het spel ontwikkelt het kleine kind zich en vindt daarin ook afleiding; en al zijn spelen moeten van die aard zijn dat ze niet alleen de lichamelijke, maar ook de verstandelijke en geestelijke groei bevorderen. Wanneer hij sterk en verstandig wordt, zal de beste ontspanning gevonden worden in een of andere bezigheid die nuttig is. Wat de hand oefent tot nuttige arbeid, en de jeugd leert om de lasten des levens mee te helpen dragen, bevordert het best de groei van geest en karakter.

Een noodzakelijke tucht
De jeugd moet beseffen dat leven vlijtige arbeid, verantwoordelijkheid en plichtsbesef betekent. Zij hebben een opleiding nodig die van hen praktische mannen en vrouwen maakt, die moeilijkheden het hoofd weten te bieden. Zij moeten leren dat de tucht tot systematische, geregelde arbeid noodzakelijk is, niet alleen als een beveiliging tegen de wisselvalligheden van het leven, maar als hulp tot een veelzijdige ontwikkeling.

Nietsdoen veroorzaakt verwording
Ondanks alles wat gezegd en geschreven is over de waardigheid van de arbeid, overheerst het gevoel dat hij vernedert. Jonge mannen willen liever leraar, boekhouder, koopman, dokter, advocaat worden of een of andere positie innemen, die geen lichamelijke arbeid vereist. Jonge vrouwen voelen niets voor het huishoudelijk werk en zoeken een andere opleiding. Zij moeten allen leren dat geen man of vrouw zich vernedert door eerlijke handenarbeid. Wat vernedert is nietsdoen en zelfgenoegzaamheid, en het resultaat is een leeg, onvruchtbaar leven - een veld dat open ligt voor de groei van alle boosheid. “De grond die de regen welke er telkens opvalt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; doch als hij doornen en distelen draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking die uitloopt op verbranding”. Hebr. 6:7,8. -- KV, hfdst 24

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

22 juli: Bescherm hun hart


Eenvoudige gewoonten in vroegere eeuwen
In deze gevallen, zoals in alle dingen die ons welzijn betreffen, heeft de Bijbel ons de weg gewezen. Onder het volk dat onder Gods leiding was gesteld, was het leven in vroegere tijden eenvoudig. Hun leven was zeer innig met de natuur verbonden. De kinderen hielpen de ouders in hun arbeid en leerden de schoonheden en de verborgenheden van de schatkamer der natuur kennen. En in de stilte van bos en veld verdiepten ze zich in die machtige waarheden die van het ene geslacht op het andere waren overgegaan. Zo’n opvoeding schiep sterke mensen.
In deze tijd is het leven gekunsteld geworden en de mensen zijn ontaard. Al kunnen we niet geheel en al terugkeren tot de eenvoudige gewoonten van het verleden, toch kunnen we daaruit wel lessen trekken die van onze ontspanningsuren zullen maken wat de naam reeds zegt - uren van ware opbouw wat betreft lichaam, ziel en geest.

Bezigheden in de open lucht
De omgeving van het huis en de school staat met het ontspanningsvraagstuk in nauw verband. Bij de keuze van een plaats voor het huis en de school moet men met deze dingen rekening houden. Wie het geestelijk en lichamelijk welzijn van meer belang achten dan geld of de eisen en de gewoonten van de maatschappij, moeten er voor zorgen dat hun kinderen de zegen ontvangen van de lessen der natuur en van ontspanning temidden van de natuur. Het zou in het belang van het opvoedingswerk zijn wanneer elke school zo was gelegen dat voor de scholieren land ter bebouwing beschikbaar was, met toegang tot bos en veld.

Medewerking van de onderwijzer
Op het gebied van ontspanning voor de scholier zullen de beste resultaten verkregen worden door de persoonlijke medewerking van de onderwijzer. De goede leraar kan zijn scholier weinig gaven schenken, zo waardevol als de gave van zijn persoonlijk gezelschap. Het is waar dat wij mannen en vrouwen en hoeveel te meer jonge mensen en kinderen, alleen kunnen begrijpen als er een band van sympathie bestaat; en we moeten hen begrijpen om hen zo goed mogelijk te kunnen helpen. Om de band van sympathie tussen onderwijzer en leerling te versterken zijn er weinig middelen zo doeltreffend als de prettige omgang buiten het schoollokaal. Op scholen is tijdens de ontspanningsuren de onderwijzer altijd bij zijn leerlingen. Hij is in alle opzichten één met hen in hun streven, vergezelt hen op hun excursies en schijnt zich geheel met hen te vereenzelvigen. Het zou voor onze scholen heel goed zijn wanneer deze gewoonte overal werd nagevolgd. Het zou voor de leraar een grote opoffering zijn, maar hij zou rijk beloond worden.

Hulpvaardigheid aanmoedigen
Geen ontspanning, enkel ten bate van henzelf, zal voor kinderen en jonge mensen zó’n grote zegen afwerpen als die welke hen behulpzaam maakt ten opzichte van anderen. Van nature enthousiast en ontvankelijk, is de jeugd gauw bereid op een ingeving te reageren. Wanneer plannen gemaakt worden om planten te gaan kweken, kan de onderwijzer proberen belangstelling te wekken om het schoolterrein en het klaslokaal met bloemen te versieren. Dit zal een dubbel voordeel opleveren. Wat de scholieren willen gaan verfraaien, zullen ze nooit vuil willen maken. Een verfijnde smaak, ordelievendheid en zorgzaamheid zullen worden aangemoedigd, en de geest van kameraadschap en samenwerking die ontwikkeld wordt, zal voor de leerlingen altijd een zegen blijken te zijn. Zo kan ook een nieuwe belangstelling voor de arbeid in de tuin of voor de excursies naar bos of veld gewekt worden, wanneer de scholieren worden aangemoedigd diegenen te gedenken die van al dat schoons zijn verstoken, om met hen het mooie van de natuur te delen.
De oplettende onderwijzer zal tal van gelegenheden vinden om de scholieren te wijzen waar ze behulpzaam kunnen zijn. Vooral kleine kinderen staan tegenover de onderwijzer met eerbied en het grootste vertrouwen. Wat hij ook zal voorstellen - bijvoorbeeld thuis behulpzaam te zijn, het dagelijkse werk trouw te verrichten, zieken en armen te dienen - kan niet nalaten vruchten voort te brengen. En ook op die manier wordt een tweevoudige winst verkregen. Het vriendelijke voorstel zal ook zijn terugslag hebben op de ontwerper daarvan. Dankbaarheid en medewerking van de kant der ouders zullen de last van de onderwijzer lichter maken en zijn weg verlichten.

Een beveiliging tegen het kwaad
De aandacht geschonken aan lichaamscultuur en ontspanning zal zonder twijfel soms de geregelde gang van zaken op school onderbreken; maar die onderbreking zal geen hinder blijken te zijn. Wat betreft de versterking van lichaam en geest, het aankweken van een onzelfzuchtige geest en de verbondenheid tussen de leerling en de onderwijzer door gemeenschappelijke belangstelling en vriendelijke omgang, zal het leven van tijd en inspanning honderdvoudig belonen. De rusteloze energie, die voor de jeugd zo vaak een bron van gevaar is, zal zich kunnen uiten tot zegen voor anderen. Wanneer de gedachten bij het goede worden bepaald is dat een betere beveiliging tegen het kwaad dan talloze tuchtmiddelen. -- KV, hfdst 23

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

21 juli: Sport en feestjes


Gymnastische oefeningen
De vraag van doelmatige ontspanning voor hun leerlingen bereidt de onderwijzers heel vaak moeilijkheden. Gymnastische oefeningen nemen op tal van scholen een goede plaats in, maar zonder nauwlettend toezicht leiden ze vaak tot buitensporigheden. In het gymnastieklokaal heeft menigeen onder de jeugd, door zijn streven naar een staaltje van kracht of vlugheid, voor zijn leven lang een of ander letsel gekregen.

Aard van de sportbeoefening
Oefeningen in een gymnastieklokaal, hoe goed ook geleid, kunnen de ontspanning in de open lucht niet vervangen. Daarom moet op onze scholen naar iets beters worden uitgezien. De leerlingen hebben inspannende lichaamsoefeningen nodig. Er zijn weinig verkeerde dingen die meer gevreesd moeten worden dan traagheid en doelloosheid. Nochtans hebben zij, wie het welzijn van de jeugd ter harte gaat, zich vaak het hoofd gebroken over de aard van de atletische sportbeoefening. Onderwijzers voelen zich ongerust wanneer zij de invloed van zulk soort sport zowel op de vorderingen van de scholier op school als op zijn succes in het latere leven, zien. De spelen die zoveel van zijn tijd in beslag nemen, houden hem van de studie af. Ze doen niets om de jonge mensen voor te bereiden op hun praktische levenstaak. Zij oefenen geen invloed uit op beschaving, karakteradel, of ware mannelijkheid.

Voetbalsport en bokssport
Sommige zeer populaire sporten, zoals voetbal en boksen, ontaarden in ruwheid. Ze ontwikkelen dezelfde karaktereigenschappen als de spelen van het oude Rome. Heerszucht, het trots zijn op ruwe kracht, minachting voor het leven, oefenen op de jeugd een demoraliserende macht uit die verbijsterend is.
Andere atletische spelen, niet zo ruw van aard, zijn nauwelijks minder verwerpelijk omdat ze tot excessen leiden. Zij prikkelen het verlangen naar vermaak en opwinding en kweken zo tegenzin voor nuttige arbeid, neiging om praktische plichten en verantwoordelijkheden van zich af te schuiven. Op den duur bederven ze het genoegen voor de eenvoudige dingen des levens en de vreugden daarvan. Zo wordt de weg bereid voor losbandigheid en wetteloosheid met al de daaruit voortkomende verschrikkelijke gevolgen.

Feestjes
Zoals ze gewoonlijk geleid worden, zijn ook feestjes een belemmering voor de werkelijke groei, hetzij van de geest of van het karakter. Lichtzinnig gezelschap, verkwistend vermaak zoekende gewoonten, oefenen op het leven een zeer nadelige invloed uit. Ouders en onderwijzers kunnen heel veel doen om, in plaats van zulke amusementen, gezonde en nuttige ontspanning te geven. -- KV, hfdst 23

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

20 juli: Ontspanning


Ontspanning, vermaak
Tussen ontspanning en vermaak is een verschil. Ontspanning versterkt en bouwt op. Door ons van onze dagelijkse zorgen en bezigheden weg te roepen, geeft ze verkwikking voor geest en lichaam en stelt ons aldus in staat met nieuwe kracht tot de ernstige levenstaak terug te keren. Vermaak daarentegen wordt gezocht ter wille van het plezier en leidt vaak tot excessen; het verbruikt de krachten die nodig zijn voor nuttige bezigheid en wordt een beletsel voor het ware levenssucces.

Lichamelijke rust: het kind
Het gehele lichaam is bestemd voor arbeid en wanneer de lichaamskrachten niet in gezonde staat worden gehouden door actieve bezigheid, kunnen de geestelijke krachten niet langer gebruikt worden tot hun hoogste capaciteit. Het niet werkzaam zijn van het lichaam, in het schoollokaal welhaast onvermijdelijk, - met andere ongezonde toestanden - maakt dit lokaal voor kinderen, vooral voor hen met een zwakke gezondheid, tot een onaangename plaats. Vaak is de luchtverversing onvoldoende. Verkeerd gemaakte banken leiden tot onnatuurlijke houdingen en belemmeren aldus de werking van hart en longen. Hier moeten kleine kinderen van drie tot vijf uren per dag verblijven en ademen ze onzuivere lucht in, misschien wel geïnfecteerd door ziektekiemen. Dan is het geen wonder dat in het klaslokaal zo vaak de grond gelegd wordt voor een levenslange ziekte. De hersenen, het teerste van alle lichaamsorganen, welke de bron zijn van de zenuwkracht van het gehele organisme, lijden wel het meest daaronder. Terwijl ze tot voortijdige of overmatige activiteit gedwongen worden, en dat nog vaak onder ongezonde toestanden, worden ze verzwakt en vaak is het een blijvend kwaad dat daaruit voortkomt.

Buitenleven voor kinderen
Kinderen moeten niet te lang in afgesloten ruimten verblijven; ook mag men van hen niet eisen dat ze zich hard op hun studie toeleggen, voordat er een goede basis gelegd is voor hun lichamelijke ontwikkeling. Voor de eerste acht of tien levensjaren van een kind is het veld of de tuin het beste schoollokaal, de moeder de beste onderwijzeres, de natuur het beste leerboek. Zelfs wanneer het kind oud genoeg is om naar school te gaan, moet zijn gezondheid als van groter belang gezien worden dan kennis uit de boeken. Voor zijn lichamelijke en geestelijke groei moet hij geplaatst worden onder de gunstigste omstandigheden.

Lichamelijke rust: de scholier
Het kind loopt niet enkel gevaar wat betreft gebrek aan lucht en beweging. Zowel op de middelbare als de lagere scholen wordt wat voor de gezondheid noodzakelijk is, maar al te dikwijls verwaarloosd. Menige scholier zit dag aan dag in een afgesloten ruimte over zijn boeken gebogen, met zijn borst zo ineengedrongen dat hij niet vol en diep kan ademhalen, met koude voeten en een warm hoofd, terwijl zijn bloed traag stroomt. Omdat het lichaam niet voldoende wordt gevoed, verslappen de spieren en het gehele organisme verzwakt en wordt ziek. Vaak worden zulke scholieren invalide voor het hele leven. Hadden ze hun studies onder juiste omstandigheden verricht, met regelmatige beweging in de zon en de open lucht, dan hadden ze de school, sterker naar lichaam en geest, verlaten.

Uitwerking op het verstand
De scholier die met beperkte tijd en middelen worstelt om een opleiding te verwerven, moet zich bewust zijn dat tijd besteed aan lichaamsoefeningen geen verloren tijd is. Wie zich voortdurend verdiept in zijn boeken zal na verloop van tijd ervaren dat de geest zijn frisheid heeft verloren. Wie juiste aandacht besteden aan lichaamsontwikkeling, zullen in hun studie grotere vorderingen maken dan wanneer ze hun gehele tijd aan de studie hadden besteed. Wanneer men zich uitsluitend bepaalt bij een enkele gedachtengang, raakt de geest vaak uit zijn evenwicht. Elk talent kan zonder gevaar geoefend worden, wanneer de verstandelijke en lichamelijke krachten even zwaar zijn belast en de onderwerpen van gedachte variëren.

Zedelijke uitwerking
Lichamelijke nonactiviteit verslapt niet alleen de verstandelijke, maar ook de zedelijke kracht. De hersenzenuwen die in verbinding staan met het gehele organisme, zijn het middel waardoor de hemel in verbinding staat met de mens en het innerlijke leven beïnvloedt. Wat de circulatie van de elektrische stroom in het zenuwstelsel hindert, waardoor de vitale krachten verzwakken en de verstandelijke ontvankelijkheid vermindert, maakt het moeilijker om de zedelijke natuur op te wekken.
Door vermeerdering van de bloedstroom naar de hersenen, doet overmatige studie een ziekelijke prikkelbaarheid ontstaan met de neiging om de kracht der zelfbeheersing te verminderen, waardoor men grillig en onberekenbaar wordt. Daaruit komt onreinheid voort. Het verkeerd gebruiken of niet gebruiken van de lichamelijke krachten is grotendeels verantwoordelijk voor de golf van zonde die de wereld overspoelt. “Hovaardij, zatheid van brood en zorgeloze rust” zijn evenzeer de doodsvijanden van de menselijke vooruitgang in dit geslacht als toen zij leidden tot de vernietiging van Sodom. Onderwijzers moeten deze dingen begrijpen en moeten hun leerlingen op dit gebied onderrichten. Leert de scholieren dat een goed geleid leven afhankelijk is van een goed geleid denken en dat lichamelijke inspanning absoluut nodig is voor reinheid van gedachten. est, verlaten. -- KV, hfdst 23

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

17 juli: Een heilige tempel


Juiste fysieke gewoonten
“Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op Zijn tijd” (Pred. 3:11); en ware schoonheid zal verkregen worden, niet door Gods werk te bezoedelen, maar door in harmonie te komen met de wetten van Hem Die alle dingen geschapen heeft en Die een welbehagen vindt in hun schoonheid en volmaaktheid. Wanneer men het mechanisme van het lichaam bestudeert, moet men er aandacht aan schenken hoe wonderlijk het de middelen aanpast aan het doel en hoe de verschillende organen van elkaar afhankelijk zijn en hoe harmonisch zij samenwerken. Wanneer de belangstelling van de leerling aldus is opgewekt en hij de belangrijkheid van lichaamscultuur is gaan inzien, kan door de leraar veel meer gedaan worden tot het verkrijgen van een juiste ontwikkeling en goede gewoonten.

Houding
In de eerste plaats moet gestreefd worden naar een correcte houding, zowel bij het zitten als bij het staan. God heeft de mens rechtop geschapen en het is Zijn verlangen dat hij niet enkel de lichamelijke, maar ook de geestelijke en zedelijke zegen, de gratie en waardigheid en zelfbeheersing, de moed en het zelfvertrouwen bezit, welke door een rechte houding zo zeer worden bevorderd. Laat de leraar door voorbeeld en voorschrift dit punt nader toelichten. Laat zien wat een correcte houding is en dring er op aan dat men zich daaraan zal houden.

Ademhaling
Behalve een juiste houding zijn ademhaling en stemverzorging van zeer veel belang. Wie rechtop zit en staat, kan, beter dan anderen, goed adem halen. Vooral moet de leraar zijn leerlingen de belangrijkheid van diep ademen onder het oog brengen. Wijs er op hoe de gezonde werking van de ademhalingsorganen, welke bevorderlijk is voor de bloedsomloop, het gehele organisme kracht verleent, de eetlust opwekt, de spijsvertering bevordert en een goede, gezonde slaap teweeg brengt, en dus niet alleen het lichaam verkwikt, maar ook de geest kalmeert. Terwijl de belangrijkheid van een diepe ademhaling wordt aangetoond, moet men erop aandringen dat deze wordt beoefend. Laat oefeningen doen die dit bevorderen en let er op dat die goede gewoonte wordt gehandhaafd.

Stemoefeningen
De oefening van de stem neemt in de lichaamscultuur een bijzondere plaats in omdat ze de longen uitzet en versterkt, hetgeen ziekte kan voorkomen. Om goed te kunnen lezen en spreken, moet er op gelet worden dat de buikspieren voldoende ruimte hebben bij de ademhaling en dat de ademhalingsorganen op geen enkele wijze belemmerd worden. Laat de spanning daarbij liever komen op de spieren van de buik dan op die van de keel. Grote vermoeidheid en ernstige keel- en longziekten kunnen daardoor voorkomen worden. Zorgvuldige aandacht dient gegeven te worden aan een duidelijke articulatie, zachte, welluidende tonen en een niet te snelle voordracht. Dit zal niet alleen de gezondheid bevorderen, maar zal er ook veel toe bijdragen dat de leerling op een prettige, doelmatige wijze zijn werk doet.

Gezonde kleding
Wanneer men deze dingen onderwijst, doet zich een prachtige gelegenheid voor om te wijzen op het dwaze en verkeerde van het zich inrijgen alsook van elke andere gewoonte welke de levensactiviteit belemmert. Een bijna eindeloze rij van ziekten komt voort uit ongezonde kleding en op dit punt moet nauwkeurig onderricht worden gegeven. Breng de scholieren onder het oog, dat, wanneer de kleren op de heupen drukken of druk uitoefenen op een of ander lichaamsorgaan, dit een gevaar inhoudt. De kleren moeten zo gemaakt worden dat een diepe ademhaling gewaarborgd is en dat de armen zonder enige moeite boven het hoofd geheven kunnen worden. Het samenpersen der longen belemmert niet enkel hun ontwikkeling maar hindert het proces van de spijsvertering en van de bloedsomloop, hetgeen aldus een verzwakking van het gehele lichaam betekent. Al zulke gewoonten verminderen zowel de lichamelijke als de geestelijke kracht en zijn een belemmering voor de vooruitgang van de scholier en dus ook van zijn succes.

Reinheid, zonlicht, ventilatie
Wanneer onderricht wordt gegeven in de gezondheidsleer zal de ernstige leraar elke kans aangrijpen de noodzakelijkheid aan te tonen van volkomen reinheid, zowel wat betreft de persoonlijke gewoonten als ook van de omgeving. Op de waarde van het dagelijkse bad ter bevordering van de gezondheid en als prikkel van de geestelijke werkzaamheid, moet de nadruk gelegd worden. Aandacht moet ook geschonken worden aan zonlicht en ventilatie, de hygiëne van de slaapkamer en van de keuken. Leer de scholieren dat een gezonde slaapkamer, een heldere keuken en een tafel, voorzien van smakelijke, gezonde spijzen, meer zullen bijdragen tot het geluk van het gezin en de achting van elke verstandige bezoeker dan vele kostbare meubelen in de ontvangkamer. Dat “het leven meer is dan het voedsel, en het lichaam meer dan de kleding” (Luc. 12:23), is een les die nu niet minder nodig is dan ten tijde van de Goddelijke Leraar, ruim negentienhonderd jaren geleden.

Kennis om te gebruiken
Wie fysiologie studeert, moet leren dat het doel van zijn studie niet enkel is het verkrijgen van kennis ten aanzien van feiten en beginselen. Dit alleen werpt weinig nut af. Hij kan de belangrijkheid van ventilatie inzien; zijn kamer mag vol zuivere lucht zijn; maar wanneer hij zijn longen niet goed vult, zal hij van de gevolgen van een verkeerde ademhaling te lijden hebben. Zo kan hij ook de noodzakelijkheid van reinheid inzien en kunnen de nodige middelen daartoe aanwezig zijn; maar dat alles zal van geen nut zijn, als men ze niet toepast. Wanneer men deze beginselen onderwijst, is het een eerste vereiste, de leerling de belangrijkheid daarvan bij te brengen, zodat hij ze nauwgezet in praktijk brengt.

Het lichaam Gods tempel
Door een bijzonder prachtig en indrukwekkend beeld toont het Woord van God ons de waarde die Hij toekent aan ons lichaams-organisme, evenals de verantwoordelijkheid die op ons rust om dit in de beste conditie te bewaren: “Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?” “Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig”. 1 Cor. 6:19; 3:17.
Leg bij de leerlingen de nadruk op de gedachte dat het lichaam een tempel is, waarin God wil wonen; dat het rein moet worden gehouden, de woonplaats van verheven, nobele gedachten. Wanneer zij in het bestuderen van de fysiologie zien dat ze inderdaad “gans wonderbaar zijn toebereid” (Ps. 139:14), zullen ze van eerbied worden vervuld. In plaats van het werk van Gods handen te bezoedelen, zullen ze graag van zichzelf willen maken wat mogelijk is om Gods glorievol plan in vervulling te doen gaan. Zo zullen zij de wetten van gezondheid gaan gehoorzamen, niet bij wijze van opoffering en zelfverloochening, maar zoals het inderdaad is, als een onschatbaar voorrecht en zegen. -- KV, hfdst 21

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

19 juli: Een heilig dieet


Prikkelend dieet Thee en koffie, sterke kruiden, zoetigheden en gebak dragen bij tot een slechte spijsvertering. Ook het gebruik van vlees is schadelijk. De daaruit voortvloeiende prikkelende werking moet voldoende bewijs zijn tegen het gebruik van vlees, terwijl de bijna algemene ziekelijke toestand der dieren het dubbel verwerpelijk maakt. Het prikkelt de zenuwen en wekt hartstochten op, waardoor de doorslag gegeven wordt aan de op lager peil staande neigingen. Wie zich gewennen aan overdadig, prikkelend voedsel, zullen na verloop van tijd constateren dat de maag niet genoeg heeft aan eenvoudig voedsel. De maag verlangt dan naar voedsel dat steeds meer gekruid, steeds scherper en prikkelender is. Wanneer de zenuwen worden gestoord en het organisme verzwakt, schijnt de wil machteloos om het onnatuurlijke verlangen te weerstaan. Het tere slijmvlies van de maag wordt geprikkeld en raakt ontstoken tot het meest prikkelende voedsel geen verlichting meer geeft. Er wordt een dorst verwekt die alleen door alcohol gelest kan worden.

Zelfbeheersing als beveiliging
In de eerste plaats moet men zich hoeden tegen het begin van het kwaad. Bij het onderricht aan de jeugd moet vooral gewezen worden op het gevolg van de geringste afwijking van wat goed is. Leer de scholier de waarde van een eenvoudig, gezond dieet ter voorkoming van het verlangen naar onnatuurlijke stimulansen. Leer hen zich vroeg te oefenen in zelfbeheersing. De jeugd moet de gedachte bijgebracht worden dat ze meesters moeten zijn en geen slaven. Over het koninkrijk dat binnenin hen is, heeft God hen als heersers gesteld, en nu moeten zij het hun door de Hemel gegeven koningschap uitoefenen. Wanneer zulk onderricht trouw wordt gegeven, zullen de gevolgen ver buiten de jeugd zichtbaar zijn. Daarvan zullen invloeden uitgaan welke duizenden mannen en vrouwen aan de rand van de ondergang, zullen redden.

Dieet en verstandelijke ontwikkeling
Aan de verhouding van het dieet tot de verstandelijke ontwikkeling moet veel meer aandacht geschonken worden dan men tot nu toe heeft gedaan. Geestelijke verwarring en traagheid zijn vaak het gevolg van verkeerde voeding. Vaak wordt beweerd dat bij de keuze van voedsel, de eetlust een veilige gids is. Dit zou waar zijn, wanneer de gezondheidswetten altijd waren gehoorzaamd. Maar door verkeerde gewoonten die van geslacht op geslacht zijn overgegaan, is de eetlust zo verdorven geworden dat deze voortdurend verlangt naar een schadelijke bevrediging. Men kan daarop niet meer als gids vertrouwen.

Voedingswaarde der spijzen
Bij de studie der gezondheidsleer moet men de leerlingen de voedingswaarde van de verschillende voedingsmiddelen leren. Het gevolg van een geconcentreerd, prikkelend dieet, evenals van voedingsmiddelen met te weinig voedingsstoffen, moet duidelijk aangetoond worden. Thee en koffie, wittebrood, uitjes en augurken in azijn, grovere groentesoorten, zoetigheden, specerijen en gebak geven niet de juiste voeding. Menige scholier is ziek geworden door het gebruik van zulk voedsel. Menig zwak kind, niet in staat tot een krachtige inspanning van geest en lichaam, is het slachtoffer van een gebrekkig dieet. Granen, vruchten, noten en groenten, in de juiste samenstelling, bevatten al de voedingsstoffen, en wanneer ze op de juiste wijze worden bereid, vormen ze het dieet dat zowel de lichamelijke als de verstandelijke kracht op de beste wijze bevordert.

Keuze, samenstelling
Niet alleen moet aandacht geschonken worden aan de eigenschappen van het voedsel, maar ook of dit geschikt is voor de verbruiker. Vaak is voedsel dat geschikt is voor mensen die lichamelijke arbeid doen, niet geschikt voor hoofdarbeiders. Ook moet aandacht geschonken worden aan de juiste samenstelling van het voedsel. Hoofdarbeiders en degenen die zittend werk doen, moeten bij een maaltijd maar een zeer kleine verscheidenheid van spijzen gebruiken.
Ook moet gewaakt worden tegen teveel eten, zelfs van het gezondste voedsel. De natuur kan niet meer verbruiken dan voor de opbouw van de verschillende lichaamsorganen nodig is, en overdaad schaadt het organisme. Bij zo menige scholier wordt verondersteld dat hij ziek geworden is van te zware studie, terwijl de ware oorzaak teveel eten is. Wanneer voldoende aandacht wordt geschonken aan de wetten der gezondheid, is er weinig gevaar voor een geestelijke overbelasting; maar in vele gevallen van zogenaamde geestelijke inzinking, is het de overbelasting van de maag die het lichaam vermoeit en de geest verzwakt.

Regelmaat in eten en slapen
In de meeste gevallen zijn twee maaltijden per dag te verkiezen boven drie. Wanneer het avondmaal gebruikt wordt op een vroeg uur, wordt de spijsvertering van het voorafgaande maal gestoord. Wanneer het later wordt genomen dan is het nog niet verteerd wanneer men naar bed gaat. Hierdoor krijgt de maag niet voldoende rust. De slaap is niet rustig, de hersenen en zenuwen zijn vermoeid, men heeft geen trek in het ontbijt, het gehele lichaam is niet verkwikt en niet gereed voor de dagelijkse plichten.
De belangrijkheid van regelmaat wat betreft de tijd van eten en slapen moet men niet onderschatten. Aangezien het werk van de lichaamsopbouw plaats vindt gedurende de rusturen, is het noodzakelijk, vooral onder de jeugd, dat men regelmatig en overvloedig slaap krijgt.

Gezellig samenzijn
Zoveel mogelijk moeten we haastig eten vermijden. Hoe korter de tijd voor een maaltijd is, des te minder moet men eten. Het is beter een maaltijd over te slaan dan te eten zonder goed te kauwen. De maaltijd moet een tijd zijn van gezelligheid en verkwikking. Alles wat de ziel bezwaart of irriteert, moet gemeden worden. Vertrouwen, vriendelijkheid en dankbaarheid tegenover de Gever van alle goede dingen moeten gekoesterd worden en de conversatie moet opgewekt zijn met aangename gedachten, die verheffen zonder te vermoeien. -- KV, hfdst 22

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

18 juli: Matigheid


Eenvoudig leven; nobele gedachten
Elke leerling moet de verhouding tussen een eenvoudige levenswijze en hoogstaande gedachten begrijpen. Aan ons persoonlijk ligt de beslissing of we ons leven zullen laten beheersen door de geest of door het lichaam. De jeugd moet, ieder voor zichzelf, de keuze maken die aan het leven vorm geeft en wij moeten geen moeite sparen om hem de krachten waarmee hij te maken heeft en de invloeden die karakter en lot bepalen, te doen begrijpen.

Het voorkomen van onmatigheid
Onmatigheid is een vijand, waartegen ieder op zijn hoede moet zijn. De snelle groei van dit kwaad moet ieder die zijn medemensen liefheeft, opwekken om daartegen te strijden. De gewoonte op de scholen onderwerpen betreffende matigheid te behandelen is een stap in de goede richting. Op elke school en in elk gezin moet onderricht op dit gebied gegeven worden. De jeugd en de kinderen moeten begrip krijgen van de uitwerking van alcohol, tabak en andere soortgelijke vergiften, die verderfelijk zijn voor het lichaam, het verstand verduisteren en de ziel zinnelijk maken. Het moet duidelijk gemaakt worden dat iemand die deze dingen gebruikt, niet lang in het bezit kan blijven van de volledige kracht van zijn lichamelijke, verstandelijke en zedelijke vermogens.

Oorzaken van onmatigheid
Maar om tot de wortel van onmatigheid te komen, moeten we dieper gaan dan het gebruik van alcohol of tabak. Nietsdoen, doelloos leven of slechte omgang kunnen de aanleiding zijn. Vaak komt het voor in gezinnen die ervan overtuigd zijn dat ze volgens de matigheidsbeginselen leven. Alles wat de spijsvertering stoort, een verkeerde verstandelijke prikkeling veroorzaakt, of op een andere wijze het organisme verzwakt, waardoor het evenwicht tussen de verstandelijke en lichamelijke krachten wordt verbroken, verzwakt de macht van de geest over het lichaam, en zo ontstaat een neiging tot onmatigheid. Als oorzaak van de ondergang van menige veelbelovende jonge man kan men een onnatuurlijke eetlust, verwekt door een ongezond dieet, aanwijzen....

Zegeningen van matigheid
Van de toepassing van matigheid en regelmaat in alle dingen gaat een wonderbaarlijke macht uit. Dat zal meer doen dan onze omstandigheden of natuurlijke begaafdheden om die rustige en prettige sfeer tot stand te brengen welke zoveel bijdraagt om de weg des levens te effenen. Tegelijk zal men inzien dat de aldus verkregen macht tot zelfbeheersing een van de waardevolste eigenschappen is om met succes het hoofd te bieden aan de zware plichten en werkelijkheden die iedereen op zijn tijd tegenkomt. De wegen der wijsheid “zijn liefelijke wegen en al haar paden zijn vrede”. Spr. 3:17. Laat een elk van de jeugd, met vóór zich de mogelijkheden van een roeping, hoger dan die van gekroonde vorsten, de les overdenken die besloten ligt in de woorden van de wijze man: “Heil u, o land... welks vorsten maaltijd houden te rechter tijd, als mannen en niet als dronkaards!” Pred. 10:17. -- KV, hfdst 22

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

16 juli: Wetmatigheden


De wetten der natuur zijn van Goddelijke oorsprong
Bij het onderricht in de fysiologie komen onderwerpen voor, waaraan doorgaans niet die aandacht geschonken wordt welke nodig is - onderwerpen van veel groter waarde voor de leerling dan de technische bijzonderheden welke gewoonlijk over dit onderwerp gegeven worden. Als het grondbeginsel van alle opleiding voor deze vakken moet men de jeugd leren dat de wetten der natuur de wetten Gods zijn - even waarachtig van goddelijke oorsprong als de voorschriften van de tien geboden. De wetten die ons lichamelijk organisme beheersen, heeft God op elke zenuw, spier en vezel van het lichaam geschreven. Elke nalatige of opzettelijke schending van deze wetten is een zonde tegenover onze Schepper.
Hoe nodig is het daarom grondige kennis van deze wetten te bezitten! Aan de beginselen van de gezondheidsleer, zoals die toegepast wordt bij dieet, oefening, verzorging van kinderen en behandeling van zieken en vele soortgelijke zaken, moet veel meer aandacht geschonken worden dan tot nu toe.

Invloed van de geest op het lichaam
Op de invloed van de geest op het lichaam, evenals van het lichaam op de geest, moet de nadruk gelegd worden. De elektrische kracht van de hersenen, aangezet door geestelijke werkzaamheid, geeft levenskracht aan het gehele gestel en is daarom een onschatbare hulp om weerstand te bieden aan ziekten. Dit moet duidelijk gemaakt worden. De macht van de wil en de belangrijkheid van zelfbeheersing, zowel in het behoud als in het herstel van de gezondheid, het deprimerende en zelfs verderfelijke gevolg van boosheid, ontevredenheid, zelfzucht of onreinheid, en, anderzijds de wonderbaarlijke leven-gevende kracht welke gevonden wordt in opgewektheid, onbaatzuchtigheid en dankbaarheid moeten eveneens getoond worden.

Opgewektheid, dankbaarheid
Er ligt een fysiologische waarheid - een waarheid waaraan wij onze aandacht moeten schenken - in de Bijbeltekst “Een vrolijk hart bevordert de genezing”. Spr. 17:22. “Uw hart beware Mijn geboden”, zegt God, “want lengte van dagen, en jaren van leven en vrede, zullen zij u vermeerderen”. “Want zij zijn leven voor wie ze vinden, genezing voor hun ganse lichaam”. “Vriendelijke woorden” zijn volgens de Schrift niet alleen “zoet voor de ziel”, maar ook “medicijn voor het gebeente”. Spr. 3:1,2; 4:22; 16:24.
De jeugd moet de diepe waarheid begrijpen die ten grondslag ligt aan het Bijbelse gezegde dat bij God “de bron des levens is”. Ps. 36:10. Hij is niet alleen de oorsprong van alles maar Hij is het leven van alles dat leeft. Het is Zijn leven dat we ontvangen in de zonneschijn, in de zuivere, heerlijke lucht, in het voedsel dat ons lichaam opbouwt en onze kracht in stand houdt. Het is door Zijn leven dat we bestaan, van uur tot uur, van seconde tot seconde. Tenzij ze verdorven zijn door de zonde, leiden al Zijn gaven tot leven, tot gezondheid en vreugde. -- KV, hfdst 21

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

15 juli: Wonderbaar toebereid


Belangrijkheid van lichaamscultuur
Daar het verstand en de ziel door het lichaam tot uitdrukking komen, is zowel verstandelijke als geestelijke kracht in hoge mate afhankelijk van lichamelijke kracht en werkzaamheid; wat de lichamelijke gezondheid bevordert, bevordert ook de ontwikkeling van een sterke geest en een evenwichtig karakter. Zonder gezondheid kan niemand zijn verplichtingen ten opzichte van zichzelf, zijn medemensen, of zijn Schepper duidelijk begrijpen of geheel vervullen. Daarom moet men even zorgvuldig over de gezondheid als over het karakter waken. Kennis van fysiologie en van gezondheidsleer moet de basis zijn van alle opvoedkundig werk.

Veronachtzaming der beginselen
Hoewel men tegenwoordig in het algemeen wel begrip heeft van de fysiologie, is er een angstwekkende onverschilligheid wat betreft de gezondheidsbeginselen. Zelfs onder degenen die met deze beginselen op de hoogte zijn, zijn er maar weinigen die ze in praktijk brengen. Men volgt zo blindelings zijn neigingen en ingevingen alsof het leven eerder door het toeval wordt beheerst dan door omlijnde, onveranderlijke wetten.

Een oorzaak van het falen
In hun jeugdige bloei en levenskracht zijn jonge mensen zich weinig bewust van de waarde van hun overvloeiende energie. Een schat, kostbaarder dan goud, belangrijker om in het leven vooruit te komen dan geleerdheid of stand of rijkdom, wordt lichtvaardig beoordeeld en schromelijk verkwist! Hoevelen hebben met opoffering van hun gezondheid in het streven naar rijkdom en macht, het doel van hun verlangen bijna bereikt om dan hulpeloos ineen te storten, terwijl anderen, die lichamelijk meer uithoudingsvermogen bezaten, het vurig begeerde doel bereikten! Door het verwaarlozen van de gezondheidswetten met al de nadelige gevolgen voor het lichaam, zijn velen tot verkeerde gewoonten gekomen, tot het opgeven van elke hoop voor deze wereld en de volgende.

Onderricht in fysiologie
In het bestuderen van de fysiologie moeten de leerlingen de waarde van lichamelijke energie leren inzien en hoe deze het best bewaard en ontwikkeld kan worden om bij te dragen tot een zo groot mogelijk succes in de grote strijd van het leven.
Reeds vroeg moet men kinderen in eenvoudige, gemakkelijke les-sen de grondbeginselen van fysiologie en gezondheidsleer bijbrengen. Het werk moet begonnen worden door de moeder in het gezin om daarna nauwgezet op school te worden voortgezet. Wanneer de leerlingen ouder worden, moet het onderricht op dit gebied voortgaan, tot ze in staat zijn zorg te dragen voor het huis waarin ze wonen. Zij moeten gaan begrijpen hoe belangrijk het is, tegen ziekte te waken door de kracht van elk orgaan te bewaren, en ook leren wat gedaan moet worden bij gewone ziekten en ongevallen. Elke school moet onderricht geven zowel in fysiologie als in gezondheidsleer en zoveel mogelijk moeten middelen aanwezig zijn om de bouw, het gebruik en de verzorging van het lichaam aanschouwelijk voor te stellen. -- KV, hfdst 21

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

14 juli: Uitleg halen uit de Bijbel


Omvangrijke studie
De Bijbel is zijn eigen uitlegger. De ene tekst moet met de andere worden vergeleken. De onderzoeker moet niet alleen leren het Woord te zien als één geheel, maar ook het verband tussen zijn onderdelen. Hij moet kennis verkrijgen van zijn grote kerngedachte, van Gods oorspronkelijk doel met de wereld, van het ontstaan van de grote strijd, en van het werk der verlossing. Hij moet de natuur van de twee grondbeginselen die om de oppermacht strijden, verstaan en hun werking uit de verslagen van de geschiedenis en de profetie tot aan de grote voleinding toe, kunnen bewijzen. Hij moet zien hoe deze strijd binnensluipt in elke fase van de menselijke ervaring; hoe in elke levensdaad hijzelf òf de een òf de andere van de twee met elkaar in strijd zijnde beweegredenen openbaart; en hoe, of hij al dan niet wil, hij op dit ogenblik beslist aan welke kant van de strijd hij gevonden zal worden. Elk deel van de Bijbel is ontstaan door de inspiratie van God en heeft zijn nut. Aan het Oude Testament moet niet minder aandacht geschonken worden dan aan het Nieuwe. Wanneer we het Oude Testament bestuderen, zullen we ervaren dat levende fonteinen opspringen, waar de oppervlakkige lezer enkel een woestijn ontdekt.

Daniël en de Openbaring
Vooral de Openbaring van Johannes, in samenhang met het boek Daniël, vraagt een bijzonder onderzoek. Het is de taak van iedere Godvrezende leraar na te gaan hoe hij het evangelie, dat onze Heiland persoonlijk bekend maakte aan Zijn dienstknecht Johannes, duidelijk en begrijpelijk kan maken. “De Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen weldra moet geschieden”. Openb. 1:1.
Niemand moet zich in de studie van de Openbaring laten ontmoedigen door haar ogenschijnlijk geheimzinnige symbolen. “Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, Die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt”. Jac. 1:5. “Zalig hij, die voorleest, en zij die horen de woorden der profetie, en bewaren hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij”. Openb. 1:3.

Voortdurend studeren
Wanneer een wezenlijke liefde voor de Bijbel is ontwaakt, en de onderzoeker begint te beseffen hoe uitgestrekt het terrein en hoe kostbaar zijn schat is, zal hij elke kans willen grijpen om met Gods Woord bekend te worden. Het onderzoek daarvan zal niet beperkt worden tot een bepaalde tijd of plaats. En deze voortdurende studie is een van de beste middelen om liefde voor de Schriften aan te kweken. De onderzoeker moet zijn Bijbel altijd bij zich hebben. Wanneer u maar de gelegenheid hebt, lees dan een tekst en denk daarover na. Grijp de kans, wanneer u op straat wandelt, of op het station wacht of met iemand een afspraak hebt om een of andere kostelijke gedachte uit de schatkamer der waarheid te verkrijgen.

Resultaten der studie
De voornaamste beweegredenen van de ziel zijn geloof, hoop en liefde en juist naar die krachten verwijst een goed doorgevoerd Bijbelonderzoek. De uiterlijke schoonheid van de Bijbel, de schoonheid van verbeelding en uitdrukking, is als het ware de achtergrond van zijn wezenlijke schat - de schoonheid der heiligheid. In zijn verslag van de mannen die met God wandelden, kunnen wij flitsen van Zijn heerlijkheid opvangen. In Degene Die “zeer liefelijk” is, aanschouwen we Hem, van Wie alle schoonheid van hemel en aarde slechts een flauwe weerspiegeling is. “Als Ik van de aarde verhoogd ben”, sprak Hij, “zal Ik allen tot Mij trekken”. Joh. 12:32. Wanneer de Bijbelonderzoeker de Verlosser aanschouwt, is in de ziel de geheimzinnige kracht van het geloof, de aanbidding en liefde ontwaakt. De ogen zijn gevestigd op Christus, en de aanschouwer groeit naar het evenbeeld van Hem Die hij vereert. De woorden van de apostel Paulus worden de taal der ziel: “Ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat... Dit alles om Hem te kennen en de kracht Zijner opstanding en de gemeenschap aan Zijn lijden”. Fil. 3:8-10.

Stromen van zegen
De bronnen van hemelse vrede en blijdschap, in de ziel ontsloten door de woorden der Inspiratie, zullen een machtige rivier van invloed worden, die allen die binnen zijn bereik komen, zal zegenen. Laten de jonge mensen van heden, de jonge mensen die met de Bijbel in hun handen opgroeien, de ontvangers en de kanalen worden van zijn leven-gevende kracht; dan zullen stromen van zegen zich uitstorten over de wereld, invloeden, van welker kracht om te genezen en te troosten wij nauwelijks besef hebben, rivieren van levend water, fonteinen, “die opspringen ten eeuwigen leven”! -- KV, hfdst 20

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

13 juli: Studeren met een doel


Doel der studie
De Bijbelonderzoeker moet geleerd worden, dat hij de Bijbel moet gaan onderzoeken in de geest van een leerling. Wij moeten zijn bladzijden bestuderen, niet als een bewijs om onze meningen te ondersteunen, maar alleen om te weten wat God zegt.
Juiste kennis van de Bijbel kan alleen verkregen worden met de hulp van de Heilige Geest, door Wie het Woord gegeven is; en om ons die kennis eigen te maken, moeten we ook daarnaar leven. Alles wat Gods woord beveelt, moeten we gehoorzamen. En op alles wat het belooft, mogen we aanspraak maken. Het leven dat ons door de Schrift wordt voorgeschreven, is het leven dat we door haar kracht kunnen leven. Alleen wanneer de Bijbel zo wordt aanvaard, kan het onderzoek daarvan de juiste resultaten afwerpen.

Grondigheid en concentratie
De bestudering van de Bijbel vraagt onze grootste inspanning en een aanhoudende gedachtenconcentratie. Zoals de mijnwerker delft naar de gouden schatten in de aarde, zo vlijtig en volhardend moeten wij speuren naar de schat van Gods Woord.
In de dagelijkse studie is de methode van vers tot vers doorgaans de beste. Laat de leerling een vers nemen en daarop de geest concentreren om achter de gedachte te komen die God voor hem in dat vers heeft gelegd en die te overpeinzen tot deze zijn persoonlijk bezit geworden is. Een enkele passage, aldus bestudeerd, heeft meer waarde dan het doorlezen van een aantal hoofdstukken zonder een omlijnd doel, waaruit ten slotte niets geleerd wordt.
Een van de hoofdoorzaken van geringe geestelijke groei en zedelijke zwakheid ligt daarin dat men zijn gedachten niet op één punt concentreert om tot een goed resultaat te komen. Wij gaan er prat op dat er zoveel boeken verschijnen en er zoveel gelezen wordt; maar de vermenigvuldiging van boeken, zelfs boeken die op zichzelf niet schadelijk zijn, kan nochtans een positief kwaad inhouden. Door de aanhoudende stroom van boeken die steeds van de pers komen, ontstaat bij jong en oud de gewoonte oppervlakkig te lezen, waardoor de bezielende, levenwekkende gedachte verloren gaat.

Ongezonde literatuur
Daar komt nog bij dat een groot deel van de tijdschriften en boeken die, evenals de kikvorsen van Egypte het land overdekken, niet alleen laag bij de grond, onbeduidend en schadelijk is, maar ook onrein en vernederend. Het lezen daarvan verdooft en vernietigt niet alleen de geest, maar verderft en verdelgt ook de ziel. De geest, het hart, dat traag is en geen doel heeft, valt gemakkelijk ten prooi aan het kwaad. Juist op zieke, levenloze organismen ontwikkelen zich de zwammen. In een leeg verstand heeft Satan zijn werkplaats. Laat het verstand gericht zijn op hoge en heilige idealen, laat het leven een hoogstaand doel, een alles in beslag nemend streven hebben en het kwaad zal geen voedingsbodem vinden.

Een schild tegen verleiding
Laat men de jeugd dan leren het Woord van God nauwgezet te onderzoeken. Wanneer dat wordt opgenomen in de ziel, zal het een sterk bolwerk tegen verleiding blijken te zijn. De Psalmist zegt: “Ik berg Uw woord in mijn hart, opdat ik tegen U niet zondige”. “Naar het woord Uwer lippen heb ik mij gewacht voor de paden van de geweldenaar”. Ps. 119:11; 17:4. -- KV, hfdst 20

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

12 juli: Voorbeeld en invloed


Persoonlijke invloed en voorbeeld
Als een voorbereiding om Zijn geboden aan de kinderen te leren, beveelt God dat ze verborgen moeten liggen in de harten van de ouders. “Wat Ik u heden gebied, zal in uw hart zijn”, zegt Hij; “en gij zult het uw kinderen inprenten”. Deut. 6:6,7. Willen we dat onze kinderen belangstelling hebben voor de Bijbel, dan moeten wij er zelf belang in stellen. Willen we in hen liefde wekken voor Bijbel-onderzoek, dan moeten ook wijzelf daarvan houden. De waarde van ons onderricht aan hen zal slechts bepaald worden door ons eigen voorbeeld en onze eigen geest.

Abraham een voorbeeld
God riep Abraham om een leraar van Zijn Woord te zijn; Hij verkoos hem om de vader van een groot volk te worden, omdat Hij zag dat Abraham zijn kinderen en zijn huisgenoten in de beginselen van Gods wet zou onderrichten. Wat het onderricht van Abraham kracht verleende, was de invloed die uitging van zijn eigen leven. Zijn grote gezin bestond uit meer dan duizend zielen, onder wie vele gezinshoofden en een groot aantal van hen was pas bekeerd van het heidendom. Zo’n huishouding vereiste een vaste hand aan het roer. Zwakheid en aarzeling zouden hier niet veel baten. Van Abraham heeft God gezegd: “Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heren zouden bewaren”. En toch oefende hij zijn gezag met zo’n wijsheid en minzaamheid uit, dat harten werden gewonnen. Het getuigenis van de Goddelijke Wachter luidt: “Zij zullen de weg des Heren bewaren door gerechtigheid en recht te doen”. Gen. 8:19. De invloed van Abraham strekte zich ook uit buiten zijn eigen huis. Waar hij ook zijn tent neerzette, hij plaatste daarnaast het altaar tot offerande en aanbidding. Wanneer de tent werd opgebroken, bleef het altaar achter en menig rondzwervende Kanaäniet die uit het leven van Abraham Zijn knecht, God had leren kennen, vertoefde bij dat altaar om de Here een offer te brengen.
En heden zal het onderwijs van Gods Woord evenveel succes hebben wanneer het een even trouwe weerspiegeling vindt in het leven van de leraar.

Onderzoek bij de bron
Het is niet voldoende wanneer we weten wat anderen aangaande de Bijbel hebben gedacht en geleerd. Iedereen moet in het oordeel God rekenschap van zichzelf geven en ieder moet nu voor zichzelf leren wat waarheid is. Maar om dat onderzoek nuttig te doen zijn, moet de belangstelling van de leerling worden gewekt. Vooral voor degene die te maken heeft met kinderen met een zeer uiteenlopende aanleg, opleiding en gedachtenkring, is dit een zaak die men niet uit het oog mag verliezen. Bij Bijbelonderricht aan kinderen zal het goed zijn hun neigingen na te gaan, op te merken waarin zij belangstellen en hun belangstelling op te wekken door te laten zien wat de Bijbel aangaande deze dingen zegt. Hij die ons schiep met al onze verschillende neigingen, heeft in Zijn Woord voor ieder iets gegeven. Wanneer de leerlingen zien dat de lessen van de Bijbel van toepassing zijn op hun eigen leven, breng hun dan onder het oog dat ze ook daaruit raad kunnen putten.

Schoonheid van gedachten en uitdrukking
Help hen ook de wonderlijke schoonheid van de Bijbel te leren waarderen. Tal van boeken zonder werkelijke waarde, boeken die opwindend en schadelijk zijn, beveelt men aan, of laat men lezen vanwege hun zogenaamde letterkundige waarde. Waarom zouden we onze kinderen laten drinken uit deze vergiftigde wateren, wanneer ze vrije toegang hebben tot de zuivere bronnen van Gods Woord? De Bijbel bezit een volheid, een kracht, een diepte van betekenis, die onuitputtelijk is. Spoor de kinderen en opgroeiende jeugd aan naar zijn schatten, zowel van gedachte als van uitdrukking, te zoeken. Wanneer de schoonheid van deze kostelijke dingen hun gedachten in beslag neemt, zal een verzachtende, onderwerpende kracht hun harten beroeren. Zij zullen getrokken worden tot Hem Die Zich op deze wijze aan hen heeft geopenbaard. En er zijn slechts weinigen die niet méér zullen willen weten van Zijn werken en wegen. -- KV, hfdst 20

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

11 juli: Speuren naar wijsheid


Een Bijbelonderzoeker
Als kind, als jongeling en als man bestudeerde Jezus de Schriften. Als kleine jongen stond Hij elke dag aan de knieën van Zijn moeder die Hem onderwees uit de boeken der profeten. In Zijn jeugd was Hij vaak in de vroege morgen en in de avondschemering in alle eenzaamheid te vinden op de berghellingen of tussen de bomen van het bos om een rustig uur door te brengen in gebed en in de bestudering van Gods Woord. Gedurende Zijn dienstwerk op aarde getuigde Zijn nauwgezette kennis van de Schrift en van de vlijt waarmede Hij deze bestudeerde. En omdat Hij kennis vergaderde zoals ook wij die kunnen vergaderen, is Zijn wonderbaarlijke kracht, verstandelijk zowel als geestelijk, een getuigenis van de waarde van de Bijbel als opvoedingsmiddel.

Verhalen voor de kleinen
Toen de hemelse Vader ons Zijn Woord gaf, vergat Hij de kinderen niet. Waar kunnen we in alles wat mensen geschreven hebben, iets vinden dat zo tot het hart spreekt, iets dat zo de belangstelling bij de kleinen kan opwekken, als de verhalen uit de Bijbel?
In deze eenvoudige verhalen kunnen de grote beginselen van Gods wet duidelijk gemaakt worden. Zo kunnen ouders en onderwijzers door illustraties die de kinderen gemakkelijk kunnen begrijpen, heel vroeg beginnen, gehoor te geven aan de aanwijzingen des Heren aangaande Zijn geboden: “Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat”. Deut. 6:7.

Aanschouwelijk onderwijs
Aanschouwelijk onderwijs met behulp van schoolborden, landkaarten en platen, zal meehelpen deze lessen duidelijk te maken en ze in het geheugen te prenten. Ouders en onderwijzers moeten steeds zoeken naar betere methoden. Aan het Bijbelonderricht moeten wij onze zuiverste gedachten, onze beste methoden en krachten schenken.

Gemeenschappelijke studie in het gezin
Om liefde voor het onderzoek van de Bijbel op te wekken en te versterken, moet men er nauwkeurig op letten hoe het wijdingsuur benut wordt. De uren van de morgen- en avondwijding moeten de beste en nuttigste zijn van de hele dag. Laat men goed begrijpen dat tijdens deze uren geen troebele, onvriendelijke gedachten gekoesterd mogen worden; dat ouders en kinderen samenkomen om Jezus te ontmoeten en heilige engelen binnen de muren van hun huis uit te nodigen. De diensten moeten kort en vooral levendig zijn, zich aanpassend aan de omstandigheden, terwijl van tijd tot tijd variatie gebracht moet worden. Laat allen deelnemen aan het lezen van de Bijbel, het leren en vooral vaak herhalen van Gods wet. Hij zal de belangstelling van de kinderen groter maken wanneer ze af en toe mogen kiezen wat er gelezen zal worden. Stel hun vragen over dat onderwerp en geef ze de gelegenheid, eveneens vragen te stellen. Wijs op datgene wat de betekenis van het onderwerp kan verduidelijken. Wanneer op deze wijze de dienst niet te lang wordt gemaakt, laat dan de kleinen ook deelnemen aan het gebed en laat ze meezingen, al is het maar een enkel vers.
Wil men zo’n dienst in alle opzichten doen slagen, dan moet aandacht geschonken worden aan de voorbereiding. En ouders moeten elke dag de tijd nemen om met hun kinderen de Bijbel te onderzoeken. Dat zal zeer zeker wat inspanning, voorbereiding en opoffering vereisen, maar de moeite zal rijkelijk beloond worden. -- KV, hfdst 20

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

10 juli: Het zekere woord der profetie


Bestudering der profetie
De profeten aan wie deze verheven tonelen werden geopenbaard, verlangden de betekenis daarvan te kennen. Zij “hebben gezocht en gevorst... terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen10 juli: Het zekere woord der profetie doelde... Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn... in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan”. 1 Petr. 1:10-12.
Van welk een diepe betekenis, van welk een groot belang zijn voor ons die aan de vooravond van hun vervulling staan, deze schilderingen van de komende dingen - gebeurtenissen, waarop sinds onze stamouders het Paradijs moesten verlaten, Gods kinderen onder waken en bidden hebben gewacht, en waarnaar zij steeds hebben verlangd!
In deze tijd, vlak voor de grote eindcrisis, zijn de mensen, evenals voor de eerste verwoesting der wereld, verdiept in genoegens en zinnelijke lusten. In beslag genomen enkel door wat men ziet en wat voorbij gaat, hebben ze het onzienlijke en het eeuwige uit het oog verloren. Voor dingen die vergaan terwijl ze worden gebruikt, offeren ze onmetelijke rijkdommen. Hun gedachten moeten op een hoger doel worden gericht, hun levensblik moet verwijd worden. Zij moeten uit de verdoving van hun wereldse dromen worden opgewekt.

Een les voor deze tijd
Uit de opkomst en ondergang van volken, zo duidelijk gemaakt op de bladzijden van de Heilige Schrift, moeten ze leren hoe waardeloos die enkel uiterlijke en wereldse glorie is. Daar is Babylon, met al zijn pracht en praal, welks gelijke de wereld sindsdien nooit heeft aanschouwd - een pracht en een praal, welke de volken van die tijd stabiel en duurzaam leken - hoe volkomen is het ten onder gegaan! Als “de bloem des velds” is het vergaan.
Zo vergaat alles dat niet op God is gegrondvest. Allen dat wat met Zijn doel verbonden is en Zijn karakter uitdrukt, kan blijven bestaan. Zijn beginselen zijn de enige blijvende dingen, die onze wereld kent.
En juist deze grote waarheden moeten door jong en oud geleerd worden. Wij moeten de vervulling van Gods doelwit in de geschiedenis der volkeren en in de openbaring van de toekomende dingen bestuderen, opdat wij het zienlijke en het onzienlijke kunnen schatten op hun juiste waarde, om te kunnen weten wat het ware levensdoel is; opdat, wanneer we de dingen des tijds zien in het licht der eeuwigheid, wij daarvan het beste en nobelste gebruik maken. Wanneer wij zo hier de beginselen van Zijn Koninkrijk leren en daarvan onderdanen en burgers worden, kunnen wij voorbereid zijn op Zijn komst om met Hem Zijn koninkrijk binnen te gaan.

Het einde is nabij
De dag is nabij. Wat betreft de nog te leren lessen, het nog te verrichten werk, de nog aan te brengen karakterverandering, rest ons nog maar een korte spanne tijds. “Zie, het huis Israëls zegt: het gezicht dat hij schouwt, heeft betrekking op een verwijderde toekomst, en hij profeteert aangaande verre tijden. Daarom, zegt tot hen: zo zegt de Here Here: Geen van Mijn woorden zal nog langer worden uitgesteld. Het woord dat Ik spreken zal, zal in vervulling gaan, luidt het woord van de Here Here”. Ezech. 12:27,28. -- KV, hfdst 19

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

9 juli: De dag des Heren


Slag na slag
“Wee die dag, want nabij is de dag des Heren; als een verwoesting komt hij van de Almachtige... Verschrompeld zijn de zaadkorrels onder haar aardkluiten; verwoest zijn de voorraadschuren; gescheurd staan de korenbakken, want het koren is verdroogd. Hoe kreunt het vee! De runderkudden dolen rond, want er is voor hen geen weide; ook de schapenkudden lijden zwaar”. “De wijnstok is verdord en de vijgeboom is verwelkt; granaatappelboom, ook palm en appelboom, alle bomen des velds zijn verdord. Voorwaar, de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht”. Joël 1:15-18,12.
“Ik moet ineenkrimpen, o wanden mijns harten! Mijn hart jaagt in mij. Ik kan niet zwijgen; want bazuingeschal hoor ik, strijdrumoer! Slag na slag wordt gemeld, ja, het gehele land is verwoest”.
“Ik zag de aarde, en zie, zij was woest en ledig; ik zag naar de hemel, en zijn licht was er niet. Ik zag de bergen, en zie, zij beefden, en alle heuvelen schudden. Ik zag, en zie, er was geen mens en al het gevogelte des hemels was weggevlogen. Ik zag, en zie, de gaarde was woestijn en al zijn steden waren in puin gestort”. Jer. 4:19,20,23-26.

De tijd van Jakobs benauwdheid
“Wee, want groot is die dag, zonder weerga; een tijd van benauwdheid is het voor Jakob; maar daaruit zal hij gered worden”. Jer. 30:7.
“Kom, mijn volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is”. Jes. 26:20.

“Want Gij, o Heer, zijt mijn toevlucht,
De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld;
Geen onheil zal u treffen
En geen plaag zal uw tent naderen.” Ps. 91:9,10.

Onze God komt
“De God der goden, de Here spreekt en roept de aarde
van waar de zon opgaat tot waar zij ondergaat.
Uit Sion, de volkomen schoonheid,
verschijnt God in lichtglans.
Onze God komt, en zal niet zwijgen.”
“Hij roept tot de hemel daarboven,
En tot de aarde om Zijn volk te richten....
Daar verkondigt de hemel Zijn gerechtigheid
Want God is rechter” Ps. 50:1-6.

“Dochter Sions... de Here zal u verlossen uit de macht van uw vijanden. Wel zijn nu vele volken tegen u vergaderd die zeggen: Zij worde ontwijd en moge onze ogen zich aan Sion verlustigen! Maar zij kennen de gedachte des Heren niet en verstaan Zijn raadslag niet”. “Om dat men u, Sion, de verstotene noemt, degene naar wie niemand vraagt”, “zal Ik u genezing schenken, u van uw wonden genezen, zegt de Here”. “Ik breng een keer in het lot van de tenten van Jakob en over zijn woningen zal Ik Mij ontfermen”. Micha 4:10-12; Jer. 30:17,18.

Hij zal verlossen
“En men zal te dien dage zeggen: Zie, Deze is onze God,
Van Wie wij hoopten dat Hij ons zou verlossen;
Dit is de Here, op Wie wij hoopten;
Laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.”

“Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen... en de smaad van Zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Here heeft het gesproken”. Jes. 25:9,8.
“Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem zien als een veilige woonstede, als een tent die niet verplaatst wordt... Want de Here is onze Rechter, de Here is onze Wetgever, de Here is onze Koning”. Jes. 33:20-22.
“Hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid recht spreken”. Jes. 11:4.

De regering des vredes
Dan zal Gods doel vervuld zijn; de beginselen van Zijn koninkrijk zullen door allen onder de zon geëerd worden.

“Van geen geweld zal in uw land meer gehoord worden,
Van verwoesting noch verderf in uw gebied;
En gij zult uw muren Heil noemen
En uw poorten Lof.”
“Door gerechtigheid zult gij bevestigd worden.
Weet u verre van onderdrukking,
Want gij hebt niet te vrezen.
En van verschrikking, want zij zal tot u niet naderen.” Jes. 60:18; 54:14 -- KV, hfdst 19

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

8 juli: Wat God zegt, gebeurt


Vervulling der profetie
De geschiedenis, welke de grote “Ik Ben” in Zijn Woord heeft uitgestippeld door vanaf de eeuwigheid van het verleden tot de eeuwigheid van de toekomst in de profetische keten schakel aan schakel te verbinden, zegt ons waar wij in de loop der eeuwen zijn aangeland en wat wij in de komende tijd kunnen verwachten. Alles wat de profetie heeft voorzegd dat tot op heden zou gebeuren, staat opgetekend op de bladzijden der geschiedenis, en we kunnen verzekerd zijn dat wat nog komen moet, eveneens zijn vervulling zal krijgen. De uiteindelijke vernietiging van alle aardse heerschappij is in het Woord der waarheid duidelijk voorzegd. In de profetie, verkondigd toen het vonnis Gods werd uitgesproken over de laatste koning van Israël, komt een boodschap naar voren:
“Zo zegt de Here Here: Neem weg die tulband! zet af die kroon!
....verhoog wat laag is; verlaag wat hoog is. Een puinhoop, een puinhoop, een puinhoop zal Ik ze maken. Maar ook zo zal het niet blijven. Totdat Hij komt die er recht op heeft en aan Wie Ik het geven zal”. Ezech. 21:26,27.
De kroon, van Israël weggenomen, ging achtereenvolgens over op de koninkrijken Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. God zegt: “Maar ook zo zal het niet blijven. Totdat Hij komt die er recht op heeft en aan Wie Ik het geven zal”.

Tekenen der tijden
Die tijd is nabij. Heden verkondigen de tekenen der tijden dat we staan aan de vooravond van grote en plechtige gebeurtenissen.
Alles in onze wereld is in beweging. Voor onze ogen gaat de profetie van de Heiland in vervulling aangaande de gebeurtenissen die aan Zijn wederkomst vooraf gaan: “Gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen... volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn”. Matth. 24:6,7.

Aan de vooravond van een crisis
Het heden is een tijd van enorm belang voor alle levenden. Heersers en staatslieden, mannen die op hoge vertrouwensposten staan, mannen en vrouwen uit alle standen, hebben hun aandacht gericht op de gebeurtenissen om ons heen. Zij zien de gespannen, rusteloze verhoudingen onder de volken. Zij zien hoe zich van alle aardse activiteit een geweldige drift meester maakt en zij moeten wel tot de slotsom komen dat iets van beslissende betekenis spoedig zal plaats grijpen - dat de wereld aan de vooravond van een geweldige crisis staat.
Engelen houden nu de oorlogswinden in toom, opdat ze niet zullen waaien tot de wereld gewaarschuwd is voor haar komende ondergang; maar een storm is in aantocht die straks over de aarde zal losbarsten; en wanneer God Zijn engelen zal bevelen de winden los te laten, zal er zo’n strijd ontstaan als geen pen kan beschrijven.

De slottonelen
De Bijbel en de Bijbel alleen geeft een juiste kijk op deze dingen. Hierin worden de grote slottonelen in de geschiedenis onzer wereld beschreven, gebeurtenissen welke hun schaduw reeds vooruitwerpen, waarvan het geluid hunner nadering de aarde doet beven en de harten der mensen van vrees doet bezwijken.
“Zie, de Here ontledigt en verwoest de aarde, keert haar onderstboven en verstrooit haar inwoners... omdat zij de wetten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken. Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten... De vrolijke tamboerijnen zwijgen, het rumoer der uitgelatenen heeft opgehouden, de vrolijke citer zwijgt”. Jes. 24:1-8. -- KV, hfdst 19

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

7 juli: God heeft alles onder controle


Opkomst en ondergang van volken
Elk volk dat op het wereldtoneel is verschenen, is in de gelegenheid gesteld zijn plaats op aarde in te nemen om te zien of het aan het doel van de “Wachter en de Heilige” zou beantwoorden. De profetie heeft de opkomst en ondergang van de grote wereldrijken Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome geschilderd. In elk van deze rijken en van minder machtige volken heeft de geschiedenis zich herhaald. Elk volk kreeg zijn proeftijd, elk volk faalde daarin, zijn glorie verschrompelde, het verloor zijn macht en zijn plaats werd ingenomen door een ander.
Terwijl de volken Gods beginselen verwierpen en in deze verwerping hun eigen ondergang bewerkstelligden, trad nochtans aan het licht dat het Goddelijke alles overheersende doel zich door al hun bewegingen vervulde.

Visioen der cherubs
Deze les wordt geleerd in een wonderbaarlijke symbolische voorstelling die de profeet Ezechiël tijdens zijn ballingschap in het land der Chaldeeën gegeven werd. Dit visioen kreeg Ezechiël toen hij gebukt ging onder smartelijke herinneringen en sombere voorgevoelens. Het land van zijn voorouders was een woestenij. Jeruzalem was verlaten. De profeet zelf was een vreemdeling in een land waar eerzucht en wreedheid de overhand hadden. Aan alle kanten zag hij tirannie en onrecht, zijn ziel was in wanhoop en hij treurde dag en nacht. Maar de symbolen die hem getoond werden, openbaarden een macht ver verheven boven die van aardse heersers.

De leidende hand
Aan de oevers van de rivier de Kebar zag Ezechiël een stormwind die uit het Noorden scheen te komen, “een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal”. Een aantal raderen die in elkaar grepen, werden in beweging gebracht door vier levende wezens. Hoog boven hun hoofden was “wat er uitzag als lazuursteen dat de vorm had van een troon, en daarboven, op hetgeen een troon geleek, een gedaante, die er uitzag als een mens”. “Bij de cherubs was onder hun vleugelen iets zichtbaar, dat de vorm had van een mensenhand”. Ezech. 1:4,26; 10:8. De raderen waren in hun samenstelling zo gecompliceerd, dat het leek alsof alles in verwarring was; maar zij bewogen zich in volmaakte harmonie. Hemelse wezens, ondersteund en geleid door de hand onder de vleugels van de cherubs, dreven deze raderen aan; boven hen op de troon van saffier zat de Eeuwige; en rondom de troon was een regenboog, het embleem van Goddelijke genade.
Zoals dat bijzonder ingewikkelde raderstelsel geleid werd door de hand onder de vleugels van de cherubs, zo staat het gecompliceerde spel van menselijke gebeurtenissen onder Goddelijk beheer. Temidden van de strijd en het tumult der volken leidt Hij Die boven de cherubs troont, nog steeds de aangelegenheden hier op aarde.

Een plaats in Gods doel
De geschiedenis van de volken die de een na de ander de hun toegewezen tijd en plaats hebben ingenomen en onbewust getuigen van de waarheid waarvan zijzelf de betekenis niet begrijpen, spreekt tot ons. Aan elk volk en op elk mens van deze tijd heeft God een plaats in Zijn groot plan toegekend. Vandaag worden mensen en volken gemeten door het schietlood in de hand van Hem Die zich niet vergist. Allen bepalen door hun persoonlijke keuze hun lot en God heeft alles in Zijn macht om Zijn doel te bereiken. 4:23. -- KV, hfdst 19

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

6 juli: Aangestelde machthebber


De bron van de kracht
Deze dingen te begrijpen - te begrijpen dat “gerechtigheid een volk verhoogt”; dat “de troon door gerechtigheid wordt bevestigd” en “geschraagd door liefde” (Spr. 14:34; 16:12; 20:28); de uitwerking van deze beginselen te erkennen in de openbaring van Zijn macht die “koningen afzet en koningen aanstelt” (Dan. 2:21) - betekent dat men de filosofie van de geschiedenis begrijpt.
Alleen in het Woord Gods wordt dit duidelijk naar voren gebracht. Hier wordt getoond dat de kracht van volken zowel als van personen niet gevonden wordt in de kansen of bekwaamheden die hen onoverwinnelijk schijnen te maken en evenmin in hun opgeblazen grootheid. Hun kracht wordt afgemeten naar de trouw, waarmede zij Gods doel in vervulling doen gaan.

Doel van het regeren
Deze waarheid vindt men uitgebeeld in de geschiedenis van het oude Babylon. Aan Nebukadnezar, de koning van dat rijk, werd het ware doel van de landsregering getoond in het beeld van een grote boom, welks hoogte “reikte tot aan de hemel en hij was te zien tot aan het einde der gehele aarde; zijn loof was schoon en zijn vrucht zo overvloedig, dat hij voedsel bood voor allen; onder hem zocht het gedierte des velds schaduw en in zijn takken nestelde het gevogelte”. Dan. 4:11,12. Deze schildering toont het karakter van een regering die Gods oogmerk vervult - een regering die het volk beschermt en opbouwt.

Het grote Babylon
God maakte Babylon groot, opdat het dit doel zou verwezenlijken.
Het volk leefde in voorspoed, tot het een hoogte van rijkdom en macht bereikte, die nadien nooit is geëvenaard. Het wordt in de Schriften zeer terecht voorgesteld door dat geïnspireerde symbool, een “gouden hoofd” Dan. 2:38.
Maar de koning erkende de macht niet die hem had groot gemaakt. In de trots van zijn hart zei Nebukadnezar: “Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een koninklijke woonstede door de sterkte mijner macht en tot eer mijner majesteit?” Dan. 4:30.

Zijn onderdrukkende macht
In plaats van een beschermer der mensen te zijn, werd Babylon een trotse en wrede verdrukker. De woorden der Inspiratie, die de wreedheid en de hebzucht van de heersers in Israël schilderen, openbaren het geheim van Babylons val, en van de val van menig ander koninkrijk sinds het begin der wereld: “Het vet eet gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij, maar de schapen weidt gij niet; zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, gewonde verbindt gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet, maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij”. Ezech. 34:3,4.

Vergelding
Het vonnis van de Goddelijke Wachter kwam tot de heerser over Babylon: o Koning “u wordt aangezegd: het koningschap is van u geweken”. Dan. 4:31.

“Daal af, en zet u neer in het stof, dochter van Babel.
Zet u neer ter aarde, zonder zetel....
Zet u zwijgend neer en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeeën,
Want men zal u niet langer gebiedster der koninkrijken noemen.”
Jes.47:1-5.

“Gij, die aan grote wateren woont,
Die groot zijn van schatten,
Uw einde is gekomen, de maat waarop gij afgesneden wordt.”

“Babel, het sieraad der koninkrijken,
De trotse luister der Chaldeeën
Zal worden als Sodom en Gomorra,
Toen God ze onderstboven keerde.”

“Ik zal het maken tot een bezit van roerdompen en tot waterpoelen, en Ik zal het wegbezemen met de bezem der vergelding, luidt het woord van de Here der heerscharen.” Jer. 51:13; Jes. 13:19; 14:23. -- KV, hfdst 19

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

5 juli: Van overlang verkondigd


De vroegste annalen
De Bijbel is het oudste en omvangrijkste geschiedenisboek dat de mens bezit. Hij kwam fris uit de bron van de eeuwige waarheid en door de eeuwen heen heeft een goddelijke hand zijn zuiverheid bewaard. Hij verlicht het verre verleden waar het menselijke onderzoek tevergeefs tracht in door te dringen. Alleen in Gods Woord aanschouwen wij de kracht die de fundamenten der aarde legde en die de hemelen uitspreidde. Hier alleen vinden we een betrouwbaar verslag aangaande de oorsprong der volken. Hier alleen wordt een geschiedenis van ons ras gegeven, niet besmet door menselijke trots en vooroordeel.

Filosofie der geschiedenis
In de annalen van de menselijke geschiedschrijvers treedt de groei van volkeren, de opkomst en ondergang van wereldrijken naar voren als afhankelijk van de wil en de dapperheid van de mens. De vorming van de gebeurtenissen schijnt grotendeels bepaald te worden door zijn macht, eerzucht of zijn grillen. Maar in het Woord van God wordt het gordijn open geschoven, en zien wij achter, boven en door het hele spel en tegenspel van menselijke belangen, macht en driften, de werktuigen van de Almachtige, die in alle stilte en met geduld de raadslagen van Zijn eigen wil uitvoeren.

Verspreiding der rassen
De Bijbel openbaart de ware filosofie der geschiedenis. In die woorden van weergaloze schoonheid en minzaamheid, gesproken door de apostel Paulus tot de wijzen van Athene, wordt Gods doel met de schepping en de verspreiding van rassen en volkeren duidelijk gemaakt. Hij “heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten”. Hand. 17:26,27. God verkondigt dat een ieder die wil, kan komen “in de band van het verbond”. Ezech. 20:37. Bij de schepping was het Zijn doel dat de aarde bewoond zou worden door schepselen, wier bestaan een zegen zou zijn voor hen persoonlijk en voor elkander, en een eer voor hun Schepper. Allen die willen, kunnen zich met dit doel vereenzelvigen. Van hen wordt gezegd: “Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal Mijn lof verkondigen”. Jes. 43:21. God heeft in Zijn wet de beginselen geopenbaard die aan alle ware voorspoed zowel van volken als van personen ten grondslag liggen. “Dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn”, verkondigde Mozes aan de Israëlieten betreffende Gods wet. “Dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven”. Deut. 4:6; 32:47.
De zegeningen aldus verzekerd aan Israël, worden op dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verzekerd aan elk volk en aan iedere persoon onder de uitgestrekte hemel.

Nationale voorspoed
De macht, uitgeoefend door elke heerser op aarde, is door de Hemel toebedeeld; en van zijn gebruik van de aldus geschonken macht, hangt zijn welslagen af. Voor ieder geldt het woord van de Goddelijke Wachter: “Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kendet”. Jes. 45:5. En voor een ieder bevatten de woorden, in het verleden tot Nebukadnezar gesproken de levensles: “Doe uw zonden teniet door rechtvaardigheid en uw ongerechtigheid door erbarming jegens ellendigen - of er misschien verlenging van uw rust wezen moge”. Dan. 4:27. t uit te putten. -- KV, hfdst 19

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

4 juli: Geopenbaarde waarheden


Grenzen voor het begrip
Het is Gods bedoeling dat voor de oprechte zoeker de waarheden van Zijn Woord zich steeds zullen ontvouwen. Terwijl “de verborgen dingen voor de Here, onze God, zijn”, “zijn de geopenbaarde voor ons en onze kinderen”. Deut. 29:29. De gedachte dat bepaalde gedeelten van de Bijbel niet begrepen kunnen worden, heeft er toe geleid dat enkele van zijn belangrijkste waarheden verwaarloosd zijn. Het feit moet onderstreept en vaak herhaald worden dat de verborgenheden van de Bijbel er niet zijn omdat God geprobeerd heeft de waarheid te verzegelen, maar omdat onze persoonlijke zwakheid of onwetendheid ons onbekwaam maken de waarheid te begrijpen of in ons op te nemen. De begrenzing is niet te wijten aan Zijn opzet maar aan ons bevattingsvermogen. Van diezelfde Schriftgedeelten die als onbegrijpelijk vaak worden overgeslagen, verlangt God dat we er zoveel van in ons opnemen als ons verstand kan ontvangen. “Al de Schrift is van God ingegeven” opdat we “tot alle goed werk volmaakt toegerust” (2 Tim. 3:16,17) mogen zijn.

Onuitputtelijke rijkdommen
Het is onmogelijk voor welke menselijke geest ook om zelfs één waarheid of belofte van de Bijbel uit te putten. De een grijpt de heerlijkheid vanuit dit standpunt, een tweede vanuit een ander standpunt en nochtans zien we slechts flitsen. De volle glans ligt buiten onze gezichtskring.
Wanneer we de verheven dingen van Gods Woord beschouwen, zien we in een bron die zich beneden onze blik verbreedt en verdiept. Zijn breedte en diepte gaan ons verstand te boven. Wanneer we toezien, verwijdt zich de blik; uitgestrekt vóór ons zien we een oneindige zee zonder stranden. Van zo’n studie gaat een levenwekkende kracht uit. Het verstand en het hart ontvangen nieuwe kracht, nieuw leven.

Getoetst aan de ervaring
Dit beleven is het grootste bewijs van de Goddelijke oorsprong van de Bijbel. Wij ontvangen Gods Woord als voedsel voor de ziel langs dezelfde weg waardoor wij brood als voedsel voor het lichaam ontvangen. Brood voorziet in de behoeften van onze natuur; wij weten uit ervaring dat bloed, beenderstelsel en hersenen daardoor gevoed worden. Past dezelfde proef toe op de Bijbel: wanneer zijn beginselen in werkelijkheid de elementen van het karakter zijn geworden, wat is dan het resultaat? Welke veranderingen zijn in het leven ontstaan? “Het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen”. 2 Cor. 5:17. In zijn kracht hebben mannen en vrouwen de ketenen van zondige gewoonten verbroken. Zij hebben zelfzucht afgezworen. De onheiligen zijn eerbiedig geworden, de dronkaards geheelonthouder, de lasteraars rein. Zielen, die het evenbeeld van Satan waren, zijn veranderd naar het beeld Gods. Deze verandering op zichzelf is het wonder der wonderen. Een verandering gewrocht door het Woord, is een van de diepste verborgenheden van het Woord. Wij kunnen dat niet begrijpen; zoals de Schriften het verklaren, kunnen wij het enkel geloven dat het is “Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”. Col. 1:27.

Gelofte van eeuwige groei
Een kennis van deze verborgenheid verschaft een sleutel tot elke andere. Zij legt voor de ziel de schatten van het heelal bloot, de mogelijkheden van een onbeperkte ontwikkeling. En deze ontwikkeling wordt verkregen door het bestendige ontvouwen voor ons van het karakter Gods - de heerlijkheid en de verborgenheid van het geschreven Woord. Zou het voor ons mogelijk zijn, tot een volledig begrip van God en Zijn Woord te komen, dan zou er voor ons geen verdere ontdekking der waarheid, geen meerdere kennis, geen verdere ontwikkeling zijn weggelegd. God zou ophouden hoogverheven te zijn en de mens zou ophouden geestelijk te groeien. Gode zij dank is dat niet zo. Omdat God oneindig is en in Hem al de schatten der wijsheid begrepen zijn, mogen we tot in alle eeuwigheid altijd onderzoeken; altijd leren zonder de rijkdommen van Zijn wijsheid, goedheid of kracht uit te putten. -- KV, hfdst 18

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

3 juli: Gods geheimen


Kunt gij God doorgronden?
Geen begrensd verstand kan het karakter of de werken van de Oneindige ten volle begrijpen. Wij kunnen God niet doorgronden. Voor de sterkste en meest begaafde geesten, evenals voor de zwakste en onwetendste, moet dat heilige Wezen gehuld blijven in verborgenheden. Maar al zijn “rondom Hem wolken en donkerheid”, toch zijn “gerechtigheid en recht de grondslag van Zijn troon”. Ps. 97:2. Zover kunnen wij echter Zijn handelwijze met ons begrijpen dat we grenzeloze barmhartigheid verbonden met oneindige kracht kunnen ontdekken. Wij kunnen zoveel van Zijn bedoelingen begrijpen als wij in ons kunnen opnemen; buiten dat kunnen wij ons vertrouwen stellen op de hand die almachtig, op het hart dat vol liefde is.

Basis voor vertrouwen
Het Woord van God, evenals het karakter van zijn Maker, biedt verborgenheden die door sterfelijke wezens nooit ten volle begrepen kunnen worden. Maar God heeft in de Schriften voldoende bewijs gegeven van hun goddelijk gezag. Zijn eigen bestaan, Zijn karakter, de betrouwbaarheid van Zijn Woord zijn gefundeerd door een getuigenis dat een beroep doet op ons verstand; en dit getuigenis is overvloedig. Zeker, Hij heeft de mogelijkheid tot twijfel niet weggenomen: geloof moet rusten op ervaringen en niet op aanschouwen; wie willen twijfelen zijn daartoe in de gelegenheid, maar wie de waarheid willen kennen, vinden voor het geloof overvloedig grond.
Wij hebben geen reden aan Gods Woord te twijfelen omdat we de verborgenheden van Zijn voorzienigheid niet kunnen begrijpen. In de natuurlijke wereld zijn wij aanhoudend omringd door wonderen die ons verstand te boven gaan. Moeten we dan verbaasd staan in de geestelijke wereld eveneens verborgenheden te vinden die we niet kunnen peilen? De moeilijkheid ligt enkel en alleen in de zwakheid en begrensdheid van de menselijke geest.

Verborgenheden een bewijs van de Goddelijkheid
In plaats dat de verborgenheden een argument tegen de Bijbel vormen, zijn ze juist het sterkste bewijs van zijn Goddelijke inspiratie. Zou de Bijbel niets anders van God vermelden dan hetgeen wij zouden kunnen begrijpen; zou Zijn grootheid en majesteit door sterfelijke wezens begrepen kunnen worden, dan zou het Woord niet, zoals nu, de onmiskenbare bewijzen van Goddelijkheid dragen. De verhevenheid van zijn onderwerpen moet ons doen geloven dat het Gods Woord is.

Eenvoud en aanpassing
De Bijbel ontvouwt de waarheid met een eenvoud en aanpassing aan de noden en verlangens van het menselijke hart, welke de geleerdste geesten verbaasd en verrukt hebben, terwijl voor de nederigen en onwetenden de levensweg daarin duidelijk te vinden is. “Reizigers noch dwazen zullen er op dolen”. Jes. 35:8. Geen kind hoeft zich in de weg te vergissen en geen angstige zoeker behoeft het wandelen in het reine en heilige licht te ontgaan. En nochtans zijn de eenvoudigste waarheden daarin verweven met zeer verheven onderwerpen die ver boven de kracht van het menselijke begrip uitkomen - verborgenheden die Zijn heerlijkheid verbergen - verborgenheden welke het verstand in zijn onderzoekingen overweldigen, terwijl ze de oprechte zoeker naar waarheid eerbied en geloof inboezemen. Hoe meer wij de Bijbel onderzoeken, des te dieper wordt onze overtuiging dat dit het Woord is van de levende God en de menselijke rede buigt zich voor de majesteit van de Goddelijke openbaring. -- KV, hfdst 18

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

2 juli: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Lied in ons hart


De macht van het lied
De geschiedenis van de liederen in de Bijbel is vol aanwijzingen over de toepassing en de zegeningen van muziek en zang. Vaak staat muziek op een laag peil om verkeerde doeleinden te dienen en dan wordt het een van de meest verleidelijke middelen der verzoeking. Maar op de juiste wijze gebruikt, is het een kostbare gave Gods met de bedoeling de gedachten op te voeren naar verheven, nobele onderwerpen en de ziel te inspireren en te verheffen.
Zoals de kinderen Israëls op hun tochten door de woestijn hun weg opmonterden door de muziek van het heilige lied, zo gebiedt God Zijn kinderen van deze tijd eveneens door gezang, blijdschap op hun pelgrimsreis te brengen. Er zijn weinig middelen die krachtiger zijn om Zijn woorden in het geheugen te prenten dan ze te herhalen in het lied. En zo’n lied bezit een wonderbaarlijke kracht. Het bezit de kracht om ruwe, ongecultiveerde naturen te overwinnen; kracht om de gedachten te verkwikken en sympathie te verwekken, harmonische samenwerking te bevorderen en duisternis en sombere voorgevoelens die de moed vernietigen en de inspanning verzwakken, te verdrijven.

Een opvoedingsmiddel
Het is een van de doeltreffendste middelen om geestelijke waarheden in het hart te planten. Hoe vaak gebeurt het niet, wanneer de overbelaste ziel bijna bezwijkt, dat enkele woorden Gods in de gedachte komen - bijvoorbeeld een lang vergeten liedje uit de kindertijd - waardoor de verzoekingen hun kracht verliezen, het leven weer een andere betekenis en nieuwe doelstellingen krijgt, waardoor men aan andere mensen weer moed en blijdschap kan verschaffen!
De waarde van het lied als opvoedingsmiddel moet men nooit uit het oog verliezen. Laat men zich in het gezin toeleggen op het zingen van liederen, waardoor een prettige, zuivere atmosfeer wordt geschapen, dan zal er minder kritiek en meer opgewektheid en hoop en blijdschap zijn. Laat ook op school het lied weerklinken, dan zullen de leerlingen dichter tot God, tot hun onderwijzers en tot elkaar komen te staan.
Als onderdeel van de kerkdienst is het zingen even goed een daad van aanbidding als het gebed; ja, menig lied is een gebed. Wanneer het kind wordt geleerd om dit te erkennen, zal het meer nadenken over de betekenis van de woorden die het zingt en ontvankelijker zijn voor de kracht die daarvan uitgaat.

Het lied der engelen
Wanneer onze Verlosser ons leidt naar de drempel van de Oneindige, overgoten met de heerlijkheid van God, zullen we de onderwerpen van lofzang en dankzegging van het hemelse koor rondom de troon in ons op kunnen nemen; en wanneer de echo van het lied der engelen weerklinkt in onze woningen hier op aarde, zullen harten nauwer verbonden raken met de hemelse zangers. De gemeenschap met de hemel begint hier op aarde. Hier leren wij de grondtoon van haar lofzangen. -- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

1 juli: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Lied van Hoop


Tijdens de laatste crisis
Temidden van de zwartste schaduwen van de laatste grote crisis op aarde, zal Gods licht op zijn helderst schijnen en het lied van hoop en vertrouwen zal gehoord worden in de meest klare en verheven woorden.

“Te dien dage zal in het land Judea dit lied gezongen worden:


“Wij hebben een sterke stad;
Hij stelt heil tot muren en voorwal.
Opent de poorten,
Opdat een rechtvaardig volk binnenga dat zijn trouw bewaart.
Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede,
Omdat men op U vertrouwt.
Vertrouwt op de Here voor immer,
Want de Here, Here is een eeuwige rots.”
Jes. 26:1-4

“Met gejubel in Sion”
“De vrijgekochten des Heren zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer en zuchten zullen wegvlieden”. Jes. 35:10.
“Zo komen zij jubelend op de hoogte van Sion en stromen toe naar het goede des Heren.... en hun ziel zal zijn als een besproeide hof, zij zullen nooit meer versmachten”. Jer. 31:12. -- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

30 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Lied van Geloof


Tijdens Zijn leven op aarde weerstond Jezus verzoeking met een lied. Vaak wanneer scherpe stekelige woorden werden gesproken, vaak wanneer rond Hem heen de atmosfeer geladen was van moedeloosheid, van ontevredenheid, wantrouwen of onderdrukte vrees, werd Zijn lied van geloof en heilige blijmoedigheid gehoord.

Het lied van geloof van de Heiland
Op die laatste droeve avond van het Paasmaal, toen Hij weldra verraden en gedood zou worden, verhief Hij Zijn stem in de Psalm:

“De Naam des Heren zij geprezen,
Van nu aan tot in eeuwigheid.
Van waar de zon opgaat tot waar zij ondergaat,
Zij de Naam des Heren geloofd.”

“Ik heb de Here lief,
Want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen.
Want Hij heeft Zijn oor tot mij geneigd,
Daarom zal ik mijn leven lang tot Hem roepen.”

“Banden van de dood hadden mij omvangen,
Angsten van het dodenrijk hadden mij aangegrepen,
Ik ondervond benauwdheid en smart.
Maar ik riep de Naam des Heren aan:
Ach Here, red mijn leven.
Genadig is de Here en rechtvaardig,
Onze God is een ontfermer.”

“De Here bewaart de eenvoudigen;
Ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.
Keer weder, mijn ziel, tot uw rust,
Omdat de Here u heeft welgedaan.

Want Gij hebt mijn leven van de dood gered,
Mijn oog van tranen, mijn voet van aanstoot.”
Ps. 113:2,3; 116:1-8
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

29 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Heimwee


Verlangen naar Huis Tijdens zijn lange leven vond David op aarde geen rustplaats. “Wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht”, zei hij, “gelijk al onze vaderen; als een schaduw zijn onze dagen op aarde, zonder hoop”. 1 Kron. 29:15.

“God is ons een toevlucht en sterkte,
Ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden.
Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde,
Al wankelden de bergen in het hart van de zee.”
“Een rivier - haar stromen verheugen de stad Gods,
De heiligste onder de woningen des Allerhoogsten.
God is in haar midden, zij zal niet wankelen.
God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen....
De Here der heerscharen is met ons,
Een burcht is ons de God van Jakob.”

“Waarlijk, zo is God, onze God voor eeuwig en altoos;
Tot de dood toe zal Hij ons leiden.”
Ps. 46:2,3,5-9; 48:15
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

28 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - In angst en verdriet


Hetzelfde vertrouwen weerspiegelt zich in de woorden, geschreven toe David, als onttroont koning zonder kroon, uit Jeruzalem moest vluchten vanwege Absaloms opstand. Ellendig en vermoeid van zijn vlucht had hij met zijn gezellen enkele uren rust aan de oever van de Jordaan gezocht. Toen hij ontwaakte zag hij zich genoodzaakt opnieuw zijn heil in de vlucht te zoeken. In de duisternis moesten allen die bij hem waren, mannen, vrouwen en kleine kinderen, de diepe, snelstromende rivier doorwaden, want vlak achter hen waren de legerscharen van de verraderlijke zoon.

Zangen in de nacht
In dat uur van de donkerste beproeving, zong David: -

“Als ik luide roep tot de Here,
Antwoordt Hij mij van Zijn heilige berg.

“Ik legde mij neder en sliep,
Ik ontwaakte, want de Here schraagt mij.
Ik vrees niet voor tienduizenden van mijn volk
Die zich rondom tegen mij stellen.”
Ps. 3:5-7

Na zijn grote zonde, toen hij zichzelf vol angst verweet en verafschuwde, keerde hij nochtans tot God terug als zijn beste vriend:

“Wees mij genadig, o God, naar Uwe goedertierenheid;
Delg mijn overtredingen uit naar Uw grote barmhartigheid....
Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein,
Was mij, dan ben ik witter dan sneeuw”
Ps. 51:3-9
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

27 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Veilig bij God


Door het lied hield David temidden van de veranderingen van zijn wisselvallig leven gemeenschap met de hemel. Hoe heerlijk zijn zijn ervaringen als herdersjongen, weergegeven in de woorden:

De herderspsalm
“De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren....
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,
Ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij;
Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”
Ps. 23:1-4


In de schaduw van Uw vleugelen
Als volwassen man was hij een opgejaagde vluchteling die een schuilplaats zocht in de rotsen en holen van de woestijn, nochtans schreef hij:

“O God, Gij zijt mijn God, U zoek ik,
mijn ziel dorst naar U,
mijn vlees smacht naar U,
in een dor en dorstig land zonder water....
Want Gij zijt mij een hulp geweest,
In de schaduw van Uw vleugelen jubel ik.”

“Wat buigt gij u neder, o mijn ziel,
En wat zijt gij onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem nog loven,
mijn Verlosser en mijn God.”

“De Here is mijn licht en mijn heil,
voor wien zou ik vrezen?
De Here is mijns levens veste,
voor wien zou ik vervaard zijn?”
Ps. 63:2-8; 42:12; 27:1
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

26 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Lofzingen


Hoe vaak heeft in het geestelijke beleven deze geschiedenis zich herhaald! hoe vaak zijn door woorden van het heilige lied in de ziel de bronnen van berouw en geloof, van hoop en liefde en blijdschap ontsloten!

Met lofzangen
Het was met lofzangen dat de legers van Israël optrokken naar de grote overwinning onder Josafat. Josafat had bericht ontvangen van een dreigende oorlog.
“Een grote menigte is tegen u opgetrokken”, zo luidde de boodschap, “de Moabieten, de Ammonieten en met hen een deel van de Meünieten”. “Toen werd Josafat bevreesd en besloot de Here te raadplegen; hij riep door geheel Juda een vasten uit, en Juda kwam bijeen om hulp te zoeken bij de Here”. En Josafat stond in de voorhof van de tempel vóór zijn volk, stortte zijn ziel uit in het gebed en pleitte op Gods belofte, terwijl hij verwees naar Israëls hulpe-loosheid. “Wij immers zijn niet opgewassen tegen deze grote menigte die tegen ons is opgerukt”, zei hij, “en wij weten niet wat wij doen moeten, maar op U zijn onze ogen gevestigd”. 2 Kron. 20:2,1,3,4,12.

“Het is geen strijd van u”
Toen kwam op Jahaziël, een Leviet, “de geest des Heren.... en hij zei: Luistert, geheel Juda en inwoners van Jeruzalem en koning Josafat! Zo zegt de Here tot u: weest niet bevreesd en wordt niet verschrikt voor deze grote menigte, want het is geen strijd van u, maar van God.... Niet gij zult hierbij behoeven te strijden; stelt u op, blijft staan, dan zult gij zien dat de Here u de overwinning geeft.... weest niet bevreesd, wordt niet verschrikt; morgen moet gij tegen hen uittrekken, de Here is met u.” 2 Kron. 20:14-17.
“De volgende morgen vroeg trokken zij uit naar de woestijn van Tekoa”. 2 Kron. 20:20. Vóór het leger uit gingen de zangers, die hun stemmen verhieven in een lofzang tot God - Hem lovende voor de beloofde overwinning.
Op de vierde dag daarna keerde het leger, de buit van hun vijanden met zich mee voerende, naar Jeruzalem terug, terwijl zij opnieuw in hun lofzangen de Here loofden voor de behaalde overwinning. -- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

25 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Het heilige lied


Het heilige lied
De lofzang is de atmosfeer des hemels, en wanneer de hemel in aanraking komt met de aarde, is er muziek en zang - “loflied en geklank van gezang”. Jes. 51:
3. Boven de nieuw geschapen aarde, toen ze daar lag, schoon en onbevlekt, onder de glimlach van God, “juichten de morgensterren tezamen en jubelden al de zonen Gods”. Job 38:7.

Zo hebben menselijke harten, in harmonie met de hemel, Gods goedheid beantwoord in lofzangen. Vele gebeurtenissen uit de geschiedenis der mensheid zijn in liederen bewaard gebleven.

Bij de Rode Zee
Het eerste in de Bijbel vermelde lied van de lippen van mensen was die glorievolle uiting van dank door de heirlegers van Israël bij de Rode Zee: -

“Ik wil de Here zingen, want Hij is hoog verheven,
Het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee.
De Here is mijn kracht en mijn psalm,
Hij is mij tot heil geweest.
Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik,
De God mijns vaders, Hem prijs ik.”

“Uw rechterhand, Here, heerlijk door kracht;
Uw rechterhand, Here, verpletterde de vijand....
Wie is als Gij, onder de goden, Here,
Wie is als Gij, heerlijk in heiligheid,
Vreselijk in Uw roemrijke daden?”

“De Here regeert voor altoos en eeuwig....
Zingt de Here, want Hij is hoog verheven.”

Ex. 15:1,2, 6-11, 18-21
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

24 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Bileams lofprijzing tegen wil en dank


En niet minder in schoonheid is Bileams ongewilde profetie, aangaande de zegen over Israël:

Een oude profetie
“Uit Aram voerde mij Balak,
Moabs koning, uit de bergen van het Oosten:
Kom, vervloek mij Jakob,
En kom, verwens mij Israël.
Hoe zal ik vervloeken die God niet vervloekt?
Hoe zal ik verwensen, die de Here niet verwenst!
Want van der rotsen top zie ik hem,
Van de heuvelen aanschouw ik hem.
Zie, een volk dat alleen woont,
En onder de natiën zich niet rekent....

“Zie, ik heb bevel ontvangen te zegenen.
En zegent Hij, dan keer ik het niet.
Men schouwt geen onheil in Jakob,
En ziet geen rampspoed in Israël
De Here, zijn God is met hem,
En gejubel over de Koning is bij hem....
Want er bestaat geen bezwering tegen Jakob,
Noch waarzeggerij tegen Israël.
Thans worde gezegd van Jakob en van Israël
Wat God doet.”

Het visioen van de Almachtige
“De spreuk van hem die de woorden Gods hoort,
Die het gezicht des Almachtigen schouwt....
Hoe goed zijn uw tenten, o Jakob,
Uw woningen, o Israël!
Als valleien breiden zij zich uit,
Als tuinen aan een rivier,
Als aloë’s die de Here plantte,
Als cederen aan het water.”

“De spreuk van hem die de woorden Gods hoort,
En die de wetenschap des Allerhoogsten kent:....
Ik zie hem, maar niet nu;
Ik schouw hem, maar niet van nabij;
Een ster gaat op uit Jakob,
Een scepter rijst op uit Israël....
En hij zal heersen uit Jakob”

Num. 23:7-23; 24:4-6; 16-19
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

23 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Hooglied over de Lente


Uit het Hooglied
Vanwege de schoonheid van uitdrukking moet men ook de beschrijving van de lentetijd lezen, voorkomende in het “Hooglied”.

“Want zie, de winter is voorbij,
De regen is over, verdwenen.
De bloemen vertonen zich op het veld,
De zangtijd is aangebroken,
En ‘t gekir van de tortel wordt gehoord in ons land;
De vijgeboom laat zijn vroege vrucht zwellen,
En de wijnstokken in bloei geven geur.
Sta op, kom, mijn liefste,
Mijn schone, kom.”
Hooglied 2:11-13
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

22 juni: Gedichten en gezangen om God te prijzen - Het eerste gedicht


“Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte?....
Wie heeft de zee met deuren afgesloten,
Toen zij bruisend uit de moederschoot kwam?
Toen Ik wolken maakte tot haar kleed
En duisternis tot haar windselen;
Toen Ik de door Mij gestelde grens uitbrak,
Grendel en deuren aanbracht;
Toen Ik sprak: Tot hiertoe en niet verder zult gij komen,
Hier zal de trots uwer golven blijven staan.”

“Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden,
De dageraad zijn plaats aangewezen?....”

“Zijt gij doorgedrongen tot de bronnen der zee,
En hebt gij door de geheimenissen van de waterdiepte gewandeld?
Zijn de poorten des doods voor u onthuld,
En hebt gij de poorten der diepe duisternis aanschouwd?
Reikt uw begrip zo ver als de breedte der aarde?
Vertel het, indien gij dit alles weet.”

“Waar is de weg naar de woning van het licht,
En de duisternis, waar is haar verblijf?....
Zijt gij doorgedrongen tot de schatkamers van de sneeuw?
En hebt gij de schatkamers van de hagel gezien?....
Waar is de weg naar de plaats waar het licht zich verdeelt,
Vanwaar de oostenwind zich verbreidt over de aarde?
Wie heeft voor de stortvloed een geul gegraven,
En een weg voor de bliksemschichten,
Om regen te geven op het onbewoonde land,
op de steppe waar geen mens is;
om woestijn en woestenij te verzadigen
En de spruiten van het jonge groen te doen ontluiken?”

“Kunt gij de banden der Pleiaden binden
of de boeien van de Orion slaken?
Doet gij de tekens van de Dierenriem te rechter tijd opgaan,
En bestuurt gij de Beer met zijn jongen?”

Job 38:4-27,31,32
-- KV, hfdst 17

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

21 juni: Geloofshelden


“Door het geloof”
“En wat moet ik nog verder aanvoeren? Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta.... en Samuël en de profeten die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der beloften verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
“Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terug ontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap; zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling - de wereld was hunner niet waardig - zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
“Ook dezen allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen”. Hebr. 11:32-40. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

20 juni: Jonathan en Johannes de Doper


In het getuigenis van hen die door zelfverloochening gemeenschap met het lijden van Christus hebben gehad, staan de namen van Jonathan en Johannes de Doper - de een in het Oude, de andere in het Nieuwe Testament.

Een trouwe vriend
Jonathan, door geboorte de erfgenaam van de troon, wist nochtans dat hij door Goddelijke beschikking opzij was geschoven; maar voor zijn mededinger was hij de beste en trouwste vriend, want met gevaar van zijn eigen leven beschermde hij dat van David. Hij schaarde zich aan de kant van zijn vader gedurende de donkere dagen van zijn ondergaande macht en viel dan ook op het laatst aan zijn zijde; zo wordt de naam van Jonathan als een schat in de hemel bewaard, terwijl deze op aarde getuigt van het bestaan en de kracht van een onbaatzuchtige liefde.

De standvastige getuige
Bij zijn optreden als de voorloper van de Messias, bracht Johannes de Doper het volk in beroering. Van plaats tot plaats werd hij gevolgd door grote mensenmenigten uit alle klassen en standen. Maar toen Degene kwam, van Wie hij had getuigd, veranderde alles. De menigten volgden Jezus en het werk van Johannes scheen ten einde te lopen. Maar zijn geloof bleef onwrikbaar. “Hij moet wassen”, zei hij, “ik moet minder worden”. Joh. 3:30.
De tijd ging voorbij en het koninkrijk dat Johannes in alle zekerheid verwachtte, was nog niet opgericht. In de gevangenis van Herodes, afgesneden van de leven-gevende lucht en de vrijheid der woestijn, wachtte hij en zag uit.
Wapengekletter werd niet gehoord en de gevangenisdeuren werden niet opengerukt; maar het genezen van de zieken, de prediking van het evangelie, de oprichting van mensenzielen getuigden van het werk van Christus.

Gemeenschap door lijden
Alleen in de eenzaamheid van de cel, terwijl hij zag, waarheen zijn weg, evenals die van zijn Meester voerde, aanvaardde Johannes wat hem werd opgelegd - gemeenschap met Christus in het lijden. Gezanten van de hemel brachten hem naar het graf. De gevallen en niet-gevallen wezens van het heelal hadden gezien hoe zijn leven getuigenis had gedragen van een onbaatzuchtig dienen.

“Er is niemand opgestaan die groter was”
En in alle geslachten die sindsdien zijn voorbijgegaan, werden lijdende zielen geschraagd door het getuigenis van het leven van Johannes. In de gevangenis, op het schavot, op de brandstapel werden tijdens de duistere eeuwen mannen en vrouwen gesterkt door de herinnering aan hem van wie Jezus heeft gezegd: “Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper”. Matth. 11:11. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

19 juni: Jobs strijd


De beproeving van Job
Zeer vroeg in de geschiedenis van de wereld is het levensverhaal gegeven van iemand, tegen wie Satan deze strijd voerde.
Over Job, de patriarch van Uz, luidde het getuigenis van de Doorzoeker des harten: “Niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad”. Tegen deze man bracht Satan een boze beschuldiging in: “Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gijzelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten beschut?.... Strek daarentegen Uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit”; “tast zijn gebeente en zijn vlees aan; of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen”.
De Here zei tot Satan: “al wat hij bezit, zij in uw macht”. “Zie, hij zij in uw macht; alleen spaar zijn leven”.
Met deze toezegging vaagde Satan alles weg wat Job bezat - schapen en runderen, knechten en dienstmeisjes, zonen en dochters; en hij “sloeg Job met boze zweren van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe”. Job 1:8-12; 2:5-7.

Verkeerd begrip van tegenspoed
Maar aan zijn beker werd nog een ander element van bitterheid toegevoegd. Zijn vrienden die in tegenspoed slechts de vergelding van zonde zagen, maakten zijn zielelast nog zwaarder door hem van onrecht te beschuldigen.
Ogenschijnlijk door hemel en aarde verlaten, zich nochtans vasthoudend aan zijn geloof in God en zijn onkreukbaar geweten, riep hij in angst en vertwijfeling uit: -
“Mijn ziel heeft een afschuw van het leven.”
“Och, of Gij mij in het dodenrijk wildet versteken,
mij verbergen tot Uw toorn geweken was;
Dat Gij mij een tijd steldet en dan weer aan mij dacht!”
Job 10:1; 14:13

Heeft God hem verlaten?
“Zie, ik schreeuw: geweld! maar ik krijg geen antwoord;
Ik roep om hulp, maar er is geen recht....
Mijn eer heeft Hij mij ontroofd,
De kroon van mijn hoofd weggenomen....
Mijn nabestaanden zijn weggebleven
En mijn bekenden hebben mij vergeten....
Ontfermt u, ontfermt u mijner, gij mijn vrienden
Want Gods hand heeft mij getroffen!”

De zekerheid des geloofs
“O, dat ik Hem wist te vinden,
Dat ik tot Zijn woning mocht komen!....
Zie, ga ik naar het Oosten, Hij is er niet;
En naar het Westen, ik bespeur hem niet;
Werkt Hij in het Noorden, ik aanschouw hem niet;
Keert Hij zich naar het Zuiden, ik zie Hem niet;
Want Hij weet, hoe mijn wandel is;
Toetste Hij mij, ik kwam als goud te voorschijn”.
“Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen”.

“Ik weet: mijn Losser leeft,
En ten laatste zal Hij op het stof optreden;
Nadat mijn huid aldus geschonden is,
Zal ik uit mijn vlees God aanschouwen,
Dien ikzelf mij ten goede aanschouwen zal,
Dien mijn ogen zullen zien en niet een vreemde”.
Job 19:7-21; 23:3-10; 13:15; 19:25-27

Wat Job ontving
Job geschiedde naar zijn geloof. “Toetste Hij mij”, zegt Job, “ik kwam als goud te voorschijn”. Job 23:10. En zo gebeurde het ook. Door zijn geduldig verdragen rechtvaardigde hij zijn eigen karakter en aldus het karakter van Hem, Wiens vertegenwoordiger hij was. En “de Here bracht een keer in het lot van Job.... en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had.... Zo zegende de Here het verdere leven van Job meer dan het vroegere”. Job 42:10-12. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

18 juni: Strijd en moed


Gods getuigen zijn
Voor degenen die God liefhebben, degenen “die volgens Zijn voornemen geroepen zijn” (Rom. 8:28), heeft de Bijbelse levensbeschrijving nog een verhevener les in de leerschool van het lijden. “Gij zijt Mijn getuigen, spreekt de Here, dat Ik God ben” (Jes. 43:12 statenvert.) - getuigen dat Hij goed is en dat goedheid boven alles gaat. “Wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen”. 1 Cor. 4:9.

Beschuldiging van Satan
Onzelfzuchtigheid, het beginsel van Gods Koninkrijk, is het beginsel dat Satan haat; hij loochent het bestaan daarvan. Vanaf het begin van de grote strijd heeft hij geijverd, te bewijzen dat Gods daadwerkelijke beginselen zelfzuchtig waren, en op dezelfde wijze handelt hij met allen die God dienen. Het is het werk van Christus en van allen die Zijn naam dragen om deze bewering van Satan te weerleggen. Jezus kwam in de gestalte van een mens om in Zijn eigen leven een beeld van onzelfzuchtigheid te geven. En allen die dit beginsel aannemen, moeten Zijn medearbeiders zijn om dit beginsel in de praktijk van het leven te laten zien.
Het recht te verkiezen, omdat het recht is; voor de waarheid op te komen ten koste van lijden en offers - “dit is het deel van de knechten des Heren en hun recht van Mijnentwege, luidt het woord des Heren”. Jes. 54:17. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

17 juni: Salomo


Opgeleid voor de troon
Deze belevenissen verwekten en ontwikkelden een gave om met mensen om te gaan, met de verdrukten te sympathiseren en de ongerechtigheid te haten. In jaren van afwachting en gevaar leerde David in God zijn vertroosting, zijn kracht, zijn leven te vinden. Hij leerde dat hij alleen door Gods kracht tot de troon zou kunnen komen; alleen in Zijn wijsheid kon hij met wijsheid regeren. Het was alleen door de opleiding in de school van ontbering en lijden, dat van David, hoewel later bevlekt door zijn grote zonde, gezegd kon worden dat hij “recht en gerechtigheid handhaafde onder zijn gehele volk”. 2 Sam. 8:15.
De tucht van Davids jeugdervaringen ontbrak in die van Salomo. In omstandigheden, in karakter en in leven scheen hij begunstigd boven alle anderen. Edel in zijn jeugd, edel toen hij volwassen was, door God bemind, begon Salomo een regering die hoge beloften van voorspoed en eer inhield. Natiën verbaasden zich over de kennis en het inzicht van de man, aan wie God wijsheid had gegeven. Maar de hovaardij der voorspoed trok hem van God af. Van de vreugde der Goddelijke gemeenschap wendde Salomo zich af om bevrediging te vinden in zinnelijke genoegens.

De hovaardij van de voorspoed
Van deze belevenissen zegt hij: “Ik deed grote dingen: ik bouwde huizen, plantte wijngaarden, legde hoven en parken aan....; ik kocht slaven en slavinnen....; ik vergaderde mij ook zilver en goud, schatten van koningen en landschappen; ik verschafte mij zangers en zangeressen en dingen die de mensen bekoren, alle mogelijke genietingen. Zo werd ik groter en rijker dan allen die vóór mij te Jeruzalem geweest waren.... En niets dat mijn ogen wensten ontzegde ik ze, noch hield ik mijn hart van enige vreugde terug, ja, mijn hart verheugde zich over al mijn zwoegen.... Toen ik mij nu wendde tot alle werken die mijn handen hadden gewrocht en tot het zwoegen waarmee ik mij had afgetobd om die te volbrengen - zie, alles was ijdelheid en najagen van wind en er is geen voordeel onder de zon. En ik wendde mij om wijsheid benevens verdwaasdheid en onverstand in ogenschouw te nemen, immers, hoe staat de mens die de koning opvolgen zal, tegenover wat deze al gedaan heeft?”
Onvoldaan
“Daarom kreeg ik een afkeer van het leven.... ja, ik kreeg een afkeer van al mijn zwoegen, waarmee ik mij had afgetobd onder de zon”. Pred. 2:4-12,17,18.
Door zijn eigen bittere ervaring leerde Salomo de leegheid van een leven dat in aardse dingen zijn hoogste goed zoekt. Hij richtte altaren voor heidense goden op, alleen om te leren hoe ijdel hun belofte ten aanzien der zielerust is.

De late terugkeer
In zijn latere jaren, toen hij zich vermoeid en dorstig afwendde van de aardse gebroken regenbakken, keerde Salomo terug om te drinken uit de bron des Levens. De geschiedenis van zijn verspilde jaren, met hun lessen ter waarschuwing, stelde hij, door de Geest der inspiratie, te boek voor de na hem komende geslachten. En al werd dan het zaad van zijn zaaien door zijn volk vergaard in oogsten des kwaads, toch was het levenswerk van Salomo niet geheel verloren. Voor hem deed tenslotte de tucht van het lijden zijn werk. Maar wanneer Salomo in zijn jeugd de les had geleerd, die anderen in hun leven door lijden leerden, hoe schitterend zou dan, met zo’n dageraad, zijn levensdag geweest zijn! -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

16 juni: Elia en David


Een keer falen in het geloof
Door één keer te falen in zijn geloof verkortte Elia zijn levenstaak. Zwaar was de last die hij getorst had ten bate van Israël, trouw had hij zijn waarschuwingen gericht tegen de nationale afgodendienst en groot was zijn bekommernis toen hij in die drie en een half jaar van hongersnood wakende wachtte op een teken van berouw. Op de berg Karmel stond hij alleen voor God. Door de kracht van het geloof had de afgodendienst de nederlaag geleden en de gezegende regen getuigde van de stromen van zegen, wachtende om over Israël te worden uitgestort. Dan, in zijn vermoeidheid en zwakheid, vluchtte hij voor de bedreigingen van Izebel en eenzaam in de woestijn bad hij om te sterven.

Verlies voor Elia
Zijn geloof had schipbreuk geleden. Het werk, door hem begonnen, zou hij niet afmaken. God gebood hem een ander als profeet in zijn plaats te zalven. Maar God had de trouwe dienst van Zijn knecht gadegeslagen. Elia zou niet omkomen in ontmoediging en in de eenzaamheid der woestijn. Hij zou niet in het graf neerdalen, maar met Gods engelen ten hemel varen naar Zijn heerlijkheid. Deze levensverhalen zeggen wat elk menselijk wezen op een dag zal verstaan - dat de zonde enkel schaamte en verlies brengt; dat ongeloof gelijk staat met nederlaag; maar dat Gods genade reikt tot de diepste diepten; dat het geloof de berouwvolle ziel opricht om te verkeren onder hen die als kinderen Gods zijn aangenomen.

Tucht
Allen die in deze wereld God of de mens trouw dienen, ontvangen een voorbereidende opleiding in de school van het lijden. Hoe zwaarder de opdracht en hoe verhevener de dienst, des te ernstiger is de beproeving en des te strenger de tucht. Bestudeer maar eens de ervaringen van Jozef en van Mozes, van Daniël en David. Vergelijk de vroegste geschiedenis van David met de geschiedenis van Salomo en ga dan de resultaten na.

David
David was in zijn jeugd nauw verbonden met Saul en zijn verblijf aan het hof en zijn aanwezigheid te midden van ‘s konings hofhouding gaven hem een inzicht in de zorgen, smarten en verwikkelingen, verborgen onder de schittering en de praal van het koningschap. Hij zag van hoe weinig waarde menselijke heerlijkheid is om vrede aan de ziel te brengen. En opgelucht en blij keerde hij van het hof van de koning terug naar de schaapskooien en de kudden. Toen David door de jaloersheid van Saul moest vluchten in de woestijn, moest hij, geheel afgesneden van menselijke hulp, meer op God vertrouwen. De onzekerheid en de onrust van het woestijnleven, het aanhoudende gevaar, de noodzaak om steeds te moeten vluchten, het karakter der mannen die zich bij hem voegden - “ieder die in moeilijkheden verkeerde, ieder die een schuldeiser had, ieder die verbitterd was” (1 Sam. 22:2) - dat alles maakte een harde zelftucht noodzakelijk. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

15 juni: Lokvogels der zonde


Wanneer één zonde gekoesterd wordt
Geen waarheid plaatst de Bijbel in een helderder licht dan het gevaar van slechts een enkele afwijking van het recht - een gevaar zowel voor de kwaaddoener als voor allen die onder zijn invloed komen. Van een voorbeeld gaat een sterke kracht uit en wanneer het gaat om de boze neigingen van onze natuur, wordt het bijna onweerstaanbaar. De sterkste vesting van de ondeugd in onze wereld is niet het ongerechtige leven van de verworpen zondaar of de ontaarde uitgeworpene; het is dat leven dat naar buiten deugdzaam, eerbaar en nobel is, maar waarin één zonde wordt gekoesterd, aan één ondeugd wordt toegegeven. Voor de ziel die in het verborgene worstelt tegen een of andere sterke verzoeking, die bevende staat aan de rand van de afgrond, is zo’n voorbeeld één van de krachtigste verlokkingen tot zonde.

Lokvogels in dienst van de verzoeker
Hij die begaafd is met verheven begrippen ten aanzien van leven, waarheid en eer, maar nochtans opzettelijk één gebod van Gods heilige wet overtreedt, heeft zijn edele gaven veranderd in een verlokking tot zonde. Aanleg talent, sympathie, ja zelfs edelmoedige en vriendelijke daden kunnen aldus lokvogels van Satan worden om zielen te lokken naar de afgrond van de ondergang. Juist daarom heeft God zoveel voorbeelden gegeven die de resultaten van zelfs één enkele verkeerde daad laten zien. Vanaf het droeve verhaal van die ene zonde die de dood in de wereld met al onze ellende en het verlies van het Paradijs bracht, tot het verhaal van hem die voor dertig zilverlingen de Here der heerlijkheid verkocht, geeft de Bijbelse levensbeschrijving tal van voorbeelden, geplaatst als bakens ter waarschuwing bij de zijwegen, die afvoeren van de levensweg. 
Ook ligt er een waarschuwing opgesloten in het achtslaan op de gevolgen van het eenmaal toegeven aan menselijke zwakheid en dwaling, hetgeen de vrucht is van het loslaten van het geloof. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

14 juni: De ervaring van de verspieders


Het verslag
De waarheid dat zoals iemand “zijn eigen plannen maakt, zo is hij” (Spr. 23:7), vindt nog een beeld in de ervaring van Israël. Aan de grenzen van Kanaän gaven de spionnen, teruggekeerd van het verspieden van het land, hun verslag. Men had de schoonheid en vruchtbaarheid van het land uit het oog verloren door de vrees over de moeilijkheden om het land in bezit te nemen. De steden met de hemelhoge muren, de krijgsknechten als reuzen, de ijzeren wagens, deden hun geloof versagen. Daar zij voor dit probleem God geen raad vroegen, vond de zienswijze van de ongelovige verspieders weerklank bij de grote massa, want zij riepen: “Wij zullen tegen dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij”. Num. 13:31. Hun woorden bleken maar al te waar te zijn. Zij konden niet optrekken en hun leven lang bleven ze in de woestijn.

Door geloof naar de overwinning
Maar twee van de twaalf die het land bespied hadden, redeneerden anders. “Wij zullen het wel kunnen overmeesteren”, (Num. 13:30) zo drongen zij aan, want zij achtten Gods belofte sterker dan reuzen, ommuurde steden en ijzeren wagens. Voor hen was wat zij zeiden, waar. Hoewel Kaleb en Jozua de veertig jaren met hun broeders in de woestijn hebben gedwaald, hebben zij toch het beloofde land betreden. Nog even moedig van hart als toen hij met de heerscharen des Heren uit Egypte trok, vroeg en ontving Kaleb als zijn aandeel de burcht der reuzen. In de kracht Gods verdreef hij de Kanaänieten. De wijngaarden en olijvengaarden, waar hij zijn voeten had neergezet, werden zijn bezit. Hoewel de lafhartigen en opstandigen in de woestijn omkwamen, aten de geloofshelden de druiven van Eskol. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

13 juni: Eigendom van de Heer


De Levieten
Van de zonen van Jacob was Levi een van de wreedste en wraakzuchtigste, die de grootste schuld had aan de verraderlijke moord op de Sichemieten. De karaktereigenschappen van Levi, weerspiegeld in zijn nakomelingen, deden hun het besluit Gods deelachtig worden: “Ik zal hen verdelen onder Jacob en verstrooien onder Israël”. Gen. 49:7. Maar berouw deed een hervorming ontstaan; en door hun trouw tegenover God temidden van de afval van de andere stammen, werd de vloek veranderd in een teken van de allerhoogste eer.

Een vloek die veranderd werd
“Toen zonderde de Here de stam der Levieten af om de ark van het verbond des Heren te dragen, vóór de Here te staan om Hem te dienen en in Zijn Naam te zegenen”. “Mijn verbond met hem was: leven en vrede; Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht, opdat hij Mij zou vrezen en voor Mijn Naam beven.... In vrede en oprechtheid wandelde hij met Mij en velen bracht hij van ongerechtigheid terug”. Deut. 10:8; Mal. 2:5,6.
De aangewezen dienaren van het heiligdom, de Levieten, kregen geen land als erfdeel; zij woonden bij elkaar in steden, speciaal voor hen afgezonderd en werden onderhouden van de tienden, giften en offers, gewijd aan de dienst van God. Zij waren de leraars van het volk, gasten op al hun feesten en overal geëerd als dienstknechten en vertegenwoordigers van God. Aan het hele volk was het bevel gegeven: “Neem u er voor in acht, dat gij de Leviet niet aan zijn lot overlaat, zolang gij in uw land woont”. “Levi heeft geen bezit of erfdeel met zijn broederen; de Here is zijn erfdeel”. Deut. 12:19; 10:9. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

12 juni: Het leven van Jacob


Jacobs ervaring
Om het geboorterecht te verkrijgen, dat hem reeds toekwam door Gods belofte, nam Jacob zijn toevlucht tot bedrog, en hij oogstte de vergelding in de haat van zijn broeder. Gedurende de twintig jaar van zijn ballingschap werd hijzelf verongelijkt en bedrogen, en tenslotte moest hij de veiligheid zoeken door te vluchten; en ten tweede male kreeg hij loon naar werken toen de gebreken van zijn eigen karakter te voorschijn kwamen bij zijn zonen, - een maar al te waar beeld van de vergelding in het menselijke leven. Maar God zegt: “Ik zal niet altoos twisten noch voor eeuwig toornig zijn, anders zou de geest voor Mijn aangezicht bezwijken, terwijl Ik toch Zelf de levensadem heb gegeven. Om de ongerechtigheid zijner hebzucht was Ik toornig en sloeg het volk, terwijl Ik Mij in toorn verborg, maar het wendde zich en ging zijn eigengekozen weg. Zijn wegen heb Ik gezien doch Ik zal het genezen, het leiden en het weer vertroosting schenken, namelijk aan de treurenden ervan.... Vrede, vrede voor hem die verre en voor hem die nabij is, zegt de Here; en Ik zal hem genezen”. Jes. 57:16-19.

Winnen door verliezen
Jacob ging in zijn wanhoop niet ten onder. Hij toonde berouw, hij had zijn best gedaan, het onrecht zijn broeder aangedaan, goed te maken. En toen hij door de gramschap van Ezau met de dood werd bedreigd, zocht hij hulp bij God. “Hij streed tegen een Engel en overwon. Hij weende en smeekte Hem om genade”. “En Hij zegende hem daar”. Hosea 12:5; Gen. 32:29. In de kracht van Zijn macht stond hij die vergeving ontvangen had, op, niet langer de onderkruiper maar een vorst des Heren. Hij was niet alleen bevrijd uit de handen van zijn vertoornde broeder, maar hij was ook bevrijd uit zijn eigen handen. De kracht van het kwaad in zijn eigen natuur was gebroken, zijn karakter had een verandering ondergaan.
Toen de avond viel, was er licht. Toen Jacob een terugblik in zijn leven wierp, zag hij de steunende kracht Gods - “God Die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag; de Engel die mij verlost heeft uit alle nood”. Gen. 48:15,16.
Dezelfde ervaring is te zien in de geschiedenis van Jacobs zonen - zonde die vergelding verkreeg en berouw dat vrucht der gerechtigheid ten leven voortbracht.
God doet Zijn wetten niet teniet. Hij werkt niet lijnrecht daartegen in. Hij maakt het werk der zonde niet ongedaan. Maar Hij brengt een verandering teweeg. Door Zijn genade wordt de vloek ten zegen. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

11 juni: Biografieën in de Bijbel


“Die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend hebben.... in zwakheid hebben zij kracht ontvangen.”

Een ware beschrijving
Geen deel van de Bijbel heeft groter opvoedkundige waarde dan de levensbeschrijvingen die daarin voorkomen. Deze levensbeschrijvingen verschillen van alle anderen daarin, dat ze absoluut naar het leven geschilderd zijn. Voor een begrensd verstand is het onmogelijk, in alle dingen de handelingen van een ander in de rechte zin weer te geven. Alleen Hij Die het hart kent, Die de verborgen bronnen van beweegredenen en handelingen onderscheidt, kan waarheidsgetrouw het karakter schetsen of een betrouwbaar beeld van een mensenleven geven. Alleen in Gods Woord vindt men dergelijke schilderingen.
Geen waarheid leert de Bijbel duidelijker dan die, welke zegt dat wat we doen het resultaat is van wat we zijn. Grotendeels zijn de belevenissen van het leven de vrucht van onze persoonlijke gedachten en daden.

Vergelding
“Een ongegronde vloek treft geen doel”. Spr. 26:2.
“Zegt van de rechtvaardige dat het hem zal welgaan....; tot de goddeloze, dat het hem slecht zal gaan; want het werk zijner handen zal hem worden vergolden”. Jes. 3:10,11.
“Hoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk, de vrucht van hun eigen overleggingen”. Jer. 6:19.
Deze waarheid is verschrikkelijk en moet diep in ons dóórdringen. Elke daad heeft zijn reactie op de dader. Altijd zal een menselijk wezen in het kwaad dat een vloek is voor zijn leven, de vrucht van zijn eigen zaaien moeten zien. Nochtans zijn wij zelfs in deze toestand niet zonder hoop. -- KV, hfdst 16

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

10 juni: God ziet elke handeling


Een nooit zwijgende getuige
“Ik sloeg mijn ogen op, ik zag toe en ziet, een vliegende boekrol.... Dit is de vloek die uitgaat over het ganse land: volgens deze wordt ieder die steelt, van dit ogenblik af weggevaagd en volgens deze wordt ieder die vals zweert van dit ogenblik af weggevaagd. Ik heb die doen uitgaan, luidt het woord des Heren en hij komt tot het huis van de dief, en tot het huis van hem die bij Mijn naam vals zweert, en hij overnacht in zijn huis en vernietigt het, zowel zijn houtwerk als zijn stenen”. Zach. 5:1-4.
Elke boosdoener staat onder het oordeel van Gods wet. Hij kan op die stem geen acht slaan, hij mag proberen zich aan die waarschuwing te onttrekken, maar dat alles is tevergeefs; zij volgt hem, zij laat zich horen; zij neemt zijn vrede weg. Zij vervolgt hem tot het graf, al wordt op haar geen acht geslagen. In het oordeel getuigt zij tegen hem. Als met een niet te blussen vuur verteert ze ten slotte lichaam en ziel.

“Wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?” Marc. 8:36,37.

De vraag aller vragen
Dat is een vraag die de aandacht eist van elke ouder, elke onderwijzer, elke scholier - van elk menselijk wezen, jong of oud. Geen zakelijk plan en ook geen levensplan kan gezond of volmaakt zijn, dat enkel de korte jaren van dit leven omvat en voor de eindeloze toekomst geen voorzieningen treft. Laat men de jeugd leren om met de eeuwigheid rekening te houden. Laat men hun leren die beginselen te kiezen en zich dat bezit te verschaffen, welke van eeuwige duur zijn; voor zichzelf weg te leggen die “schat in de hemelen, die nooit opraakt, waar geen dief bij komt en geen mot ze schaadt”; zichzelf vrienden te maken “met behulp van de onrechtvaardige Mammon”, opdat, wanneer deze uitvalt, die vrienden hen mogen ontvangen “in de eeuwige tenten”. Luc. 12:33; 16:9.
Allen die dit doen, treffen de best mogelijke voorbereiding voor het leven in deze wereld. Niemand kan zichzelf een schat in de hemel wegleggen, zonder te ervaren dat zijn leven op aarde daardoor wordt verrijkt en veredeld.
“De godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst”. 1 Tim. 4:8. -- KV, hfdst 15

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

9 juni: Verantwoording afleggen


Een vruchteloos waagstuk
De Bijbel toont ons ook de gevolgen wanneer we in onze handelwijze met God en met anderen van de rechte beginselen afwijken. Van hen, wie Hij Zijn gaven heeft toevertrouwd, maar die onverschillig staan tegenover Zijn eisen, zegt God: - “Bedenkt wat u wedervaren is. Gij hebt veel gezaaid, maar weinig binnengehaald; gij hebt gegeten, maar zonder dat gij verzadigd werd; gij hebt gedronken, maar zonder dat gij voldaan werd; gij hebt u gekleed, maar zonder dat gij warm werd; en wie zich voor loon verhuurde, ontving zijn loon in een doorboorde buidel.... Gij hebt op veel gerekend, maar zie, het liep op weinig uit en toen gij het binnengehaald hadt, blies Ik er in”. “Kwam men bij een hoop van twintig maten, dan waren er slechts tien; kwam men bij de wijnpers om vijftig maten uit de bak te scheppen, dan waren er slechts twintig”. “Waarom dat? luidt het woord des Heren. Om Mijn huis dat verwoest ligt”. “Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing”. “Daarom heeft de hemel over u de dauw ingehouden en de aarde haar opbrengst”. Hag. 1:6-10; 2:17; 1:10; Mal. 3:8.

Voorspoed die arm maakt
“Daarom, omdat gij de geringe vertrapt.... ook al hebt gij huizen van gehouwen steen gebouwd, gij zult er niet in wonen, ook al hebt gij kostelijke wijngaarden geplant, gij zult er de wijn niet van drinken”. “De Here zal over u de vloek, de verwarring en de bedreiging doen komen in alles wat gij onderneemt”. “Uw zonen en dochters zullen aan een ander volk worden overgeleverd, terwijl gij het met eigen ogen ziet en de gehele dag naar hen smacht zonder iets te kunnen doen”. Amos 5:11; Deut. 28:20,32.
“Wie zich rijkdom verwerft, maar op onrechtmatige wijze, zal die op de helft zijner dagen moeten achterlaten, en bij zijn einde zal hij een dwaas zijn”. Jer. 17:11.
De verslagen van elke zaak, de bijzonderheden van elke handelsovereenkomst, worden nauwkeurig nagegaan door onzichtbare controleurs, werktuigen van Hem Die Zich nooit inlaat met ongerechtigheid, nooit het kwade door de vingers ziet, en nooit het verkeerde verbloemt.

Het nazien der verantwoording
“Indien gij de onderdrukking der armen en de beroving des gerichts en der gerechtigheid ziet.... verwondert u niet over zulk een voornemen, want Die hoger is dan de hoge, neemt er acht op”. “Geen donkerheid is er, noch diepe duisternis, waarin de bedrijvers van ongerechtigheid zich kunnen verbergen”. Pred. 5:7 statenvert.; Job 34:22.
“Zij zetten een mond op tegen de hemel en.... zeggen: Hoe zou God het weten? zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste?”
“Dit hebt gij gedaan”, zegt God, “en Ik heb gezwegen; gij beeldt u in dat Ik geheel en al ben als gij. Ik wil u berispen en het u onder het oog brengen”. Ps. 73:9-11; 50:21. -- KV, hfdst 15

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

8 juni: Zekerheden


Veiligheid der belegging
“Tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe”. “Welzalig is hij die acht slaat op de geringe; ten dage des onheils zal de Here hem uitkomst geven; de Here zal hem behoeden en hem in het leven behouden; hij zal geprezen worden op aarde; aan de lust van zijn vijanden geeft Gij hem niet prijs”. “Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here; Hij zal hem zijn weldaad vergelden”. Jes. 1:17; Ps. 41:2,3; Spr. 19:17. Wie zijn geld zo belegt, vergaart zich een dubbele schat. Buiten dat, wat, hoe wijs ook besteed, hij ten slotte moet achterlaten, stapelt hij schatten op voor de eeuwigheid - en wel die schat van het karakter, welke het waardevolste bezit is op aarde en in de hemel.

Een levensverzekering
“De Here kent de dagen der vromen en hun erfdeel zal voor altoos bestaan; in boze tijd zullen zij niet beschaamd worden, in dagen van hongersnood zullen zij verzadigd worden”. Ps. 37:18,19. “Hij die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt in zijn hart....;heeft hij tot zijn schade gezworen, hij verandert het niet”; “hij die gewin, door afpersing verkregen, versmaadt; die zijn handen weerhoudt om een geschenk aan te nemen.... en zijn ogen toesluit om het slechte niet te zien; die zal op hoogten wonen;....zijn brood is gewis, zijn water verzekerd. Uw ogen zullen de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen; zij zullen een wijd uitgestrekt land zien”. Ps. 15:2-4; Jes. 33:15-17.
God heeft in Zijn Woord een beeld geschilderd van een voorspoedig man - iemand wiens leven in de waarste zin des woords een succes was, een man die geëerd werd door hemel en aarde.

Een succesvolle loopbaan
Van zijn belevenissen zegt Job zelf: -

“Zoals ik was in de bloeitijd van mijn leven,
Toen Gods vertrouwelijke omgang in mijn tent toefde;
Toen de Almachtige nog met mij was,
En mijn kinderen rondom mij waren....

Wanneer ik uitging naar de stadspoort,
Mijn zetel deed plaatsen op het plein,
Dan verborgen knapen zich als ze mij zagen,
Hoogbejaarden verhieven zich en bleven staan,
Vorsten staakten hun gesprek
En legden de hand op hun mond
De stem der edelen verstomde....

“Wanneer een oor mij hoorde, prees het mij gelukkig,
En wanneer een oog mij zag, gaf het goede getuigenis van mij;
Want ik redde de ellendige, die om hulp riep,
De wees, en hem die geen helper had.

“De zegenwens van wie dreigde onder te gaan, kwam op mij,
En het hart der weduwe deed ik jubelen.
Met gerechtigheid bekleedde ik mij,
En mijn recht bekleedde mij als mantel en hoofddoek.
Tot ogen was ik voor de blinde
En tot voeten voor de kreupele,
Een vader was ik voor de armen,
En het rechtsgeding van mij onbekenden onderzocht ik.”

“Geen vreemdeling overnachtte buiten,
Mijn deuren deed ik open voor de reiziger.”

De kroon der ere
“Men luisterde naar mij en wachtte af....
Maar de glans van mijn aangezicht konden zij niet verdonkeren.
Verkoos ik hen te bezoeken, dan zat ik op de eerste plaats,
Ik troonde bij de schare als een koning,
als een die treurenden troost.”
Job 29:4-16; 31:32; 29:21-25

“De zegen des Heren, die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe”. Spr. 10:22. “Rijkdom en eer zijn bij mij, duurzaam goed en gerechtigheid” (Spr. 8:18), zegt de Wijsheid.
uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. En Ik zal vrede in het land geven.... zonder dat iemand u opschrikt”. Lev. 26:3-6. -- KV, hfdst 15

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

6 juni: Beheerders zijn


Rentmeesterschap
Maar zelfs onder hen die de waarde van deze eigenschappen erkennen en weten dat ze hun oorsprong in de Bijbel hebben, zijn er maar weinigen die het beginsel inzien waarop ze berusten.
Wat aan onkreukbaarheid in het zakenleven en aan waar succes ten grondslag ligt, is de erkenning van Gods eigendomsrecht. Hij, Die de Schepper is van alle dingen, is de oorspronkelijke eigenaar. Wij zijn Zijn rentmeesters. Alles wat wij hebben is ons door Hem toevertrouwd om naar Zijn aanwijzingen te gebruiken.
Dit is een verplichting die rust op elk menselijk wezen. Dat heeft te maken met het hele gebied der menselijke werkzaamheid. Of we dat nu wel of niet erkennen, we zijn toch rentmeesters, door God voorzien van vermogens en talenten en in de wereld geplaatst om een door Hem aangewezen werk te doen.
Aan een iegelijk mens is “zijn werk” (Marc. 13:34) gegeven - het werk waartoe zijn vermogens toereikend zijn - het werk dat tot zijn eigen bestwil en dat van zijn medemensen dient en dat tot de grootste eer van God strekt.

“Maakt u niet bezorgd”
Aldus is ons werk of onze roeping een deel van Gods verheven plan, en, zolang dat gedaan wordt in overeenstemming met Zijn wil, is Hijzelf verantwoordelijk voor de resultaten. Als “Gods medearbeiders” (1 Cor. 3:9) is het onze taak Zijn aanwijzingen trouw op te volgen. Dan is er helemaal geen reden om ons bezorgd te maken. Vlijt, trouw, zorg, spaarzaamheid en overleg worden verlangd. Ieder talent moet tot zijn uiterste vermogen worden aangewend. We moeten echter niet vertrouwen op de succesvolle resultaten van onze inspanning, maar op de belofte Gods. Het woord, dat Israël voedde in de woestijn, dat Elia in het leven hield in de tijd van hongersnood, bezit vandaag de dag dezelfde kracht. “Maakt u dus niet bezorgd, zeggende: wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken? .... Zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden”. Matth. 6:31-33.

Het teruggeven van tienden
Hij Die de mensen kracht geeft welstand te verkrijgen, heeft aan deze gave een verplichting verbonden. Van alles wat wij verkrijgen, maakt Hij aanspraak op een bepaald gedeelte. De tiende is des Heren. “Alle tienden van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte”, “alle tiende van runderen of klein vee....is de Here heilig”. Lev. 27:30,32.
De gelofte die Jacob te Bethel deed, laat zien hoe ver die verplichting gaat. “Van alles wat Gij mij schenken zult”, zei hij, “zal ik U stipt de tienden geven”. Gen. 28:22.
“Brengt de gehele tiende naar de voorraadkamer” (Mal. 3:10), luidt het bevel van God. Er wordt geen beroep gedaan op dankbaarheid of vrijgevigheid. Dit is heel eenvoudig een kwestie van eerlijkheid. De tiende is des Heren en Hij vraagt ons Hem terug te geven wat Hem toekomt.
“Voor zulke beheerders is dit tenslotte het vereiste: betrouwbaar te blijken”. 1 Cor. 4:2. Wanneer eerlijkheid een noodzakelijk beginsel is in het zakelijke leven, moeten wij dan niet onze verplichting tegenover God erkennen - de verplichting die aan elke andere ten grondslag ligt? -- KV, hfdst 15

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

7 juni: Winst en verlies


Het dienstwerk
Door de voorwaarden van ons rentmeesterschap hebben we een verplichting op ons genomen, niet alleen tegenover God, maar tegenover de mens. Elk menselijk wezen heeft aan de oneindige liefde van de Verlosser de gaven van het leven te danken. Voedsel, kleding, beschutting, lichaam en geest en ziel - dat alles is gekocht door Zijn bloed. En door de daaruit voortvloeiende verplichting van dankbaarheid en van dienen, heeft Christus ons verbonden met onze medemensen. Hij gebiedt ons: “Dient elkander door de liefde”. Gal. 5:13. “In zoverre gij dit aan een van deze Mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan”. Matth. 25:40.

“Ik ben een schuldenaar”
“Ik ben een schuldenaar”, roept Paulus uit, “van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden”. Rom. 1:14. En dat zijn ook wij. Door alles wat ons leven boven dat van anderen gezegend heeft, zijn wij onder een verplichting geplaatst ten opzichte van elk menselijk wezen, dat we van dienst kunnen zijn.
Deze waarheden zijn evengoed bestemd voor het kantoor als voor de huiskamer. De goederen die wij verhandelen zijn niet van ons en nooit kan men dit feit veilig uit het oog verliezen. We zijn slechts rentmeesters en van het kwijten van onze verplichting tegenover God en de mens, hangt zowel het welzijn van onze medemensen af, alsook ons eigen lot voor dit leven en voor het toekomende.

Winst en verlies
“Er zijn er die uitstrooien en toch nog meer verkrijgen; terwijl anderen meer inhouden dan recht is en toch gebrek lijden”. “Werpt uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen”. “De zegenende ziel wordt overvloedig verkwikt; wie laaft, wordt ook zelf gelaafd”. Spr. 11:24; Pred. 11:1; Spr. 11:25.
“Tob u niet af voor rijkdom.... richt gij uw oog er op, hij is er niet meer; want plotseling maakt hij zich vleugels, als een arend vliegt hij ten hemel”. Spr. 23:4,5.
“Geeft en u zal gegeven worden; een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u weder gemeten worden”. Luc. 6:38.

De voordeligste geldbelegging
“Vereer de Here met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten; dan zullen uw schuren met overvloed gevuld worden en uw perskuipen van most overstromen”. Spr. 3:9,10.
“Brengt de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in Mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten. Dan zal Ik, u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet verderve, en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zij... En alle volken zullen u gelukkig prijzen, omdat gij een land van welbehagen zijt”. Mal. 3:10-12.
“Indien gij in Mijn inzettingen wandelt en Mijn geboden nauwgezet in acht neemt, dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. En Ik zal vrede in het land geven.... zonder dat iemand u opschrikt”. Lev. 26:3-6. -- KV, hfdst 15

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

5 juni: Christenen in zaken


Het handboek van de zakenman
Er is geen onderdeel in het zakenleven, waarvoor de Bijbel niet een wezenlijke voorbereiding verschaft. Zijn beginselen van vlijt, eerlijkheid, spaarzaamheid, matigheid en reinheid, zijn het geheim van het ware succes. Deze beginselen, zoals ze naar voren komen in het Boek der Spreuken, vormen een schat van praktische wijsheid. Waar kan de koopman, de handwerksman, de directeur van een grote onderneming betere stelregels voor zichzelf en voor zijn ondergeschikten vinden, dan in deze woorden van de wijze man:

Stelregels voor elke dag
“Ziet gij een man, vaardig in zijn werk? hij zal ten dienste van koningen gesteld worden; ten dienste van onaanzienlijken wordt hij niet gesteld.”
“In alle moeitevolle arbeid zal voordeel zijn, maar het gepraat der lippen leidt enkel tot gebrek.” Spr. 22:29; 14:23.
“De ziel van de luiaard is begerig, maar tevergeefs”. “Een drinker en een doorbrenger verarmen, en slaperigheid doet vodden dragen”. Spr. 13:4; 23:21.
“Wie als lasteraar rondgaat, openbaart geheimen; laat u dus niet in met een loslippige.” Spr. 20:19.
“De verstandige houdt zijn woorden in”; maar “elke dwaas barst los.” Spr. 17:27; 20:3.
“Kom niet op het pad der goddelozen”; “zal iemand op gloeiende kolen lopen, zonder dat zijn voeten verbranden? Spr. 4:14; 6:28.
“Wie met wijzen omgaat, wordt wijs.” Spr. 13:10.
“Een man die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden”. Spr. 18:24 (Statenvert.).
De totale som van onze verplichting tegenover elkander ligt opgesloten in dat woord van Christus: “Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus”. Matth. 7:12.

Financiële beveiliging
Hoevelen zouden bankroet en financiële ondergang hebben kunnen voorkomen, indien zij acht hadden geslagen op de waarschuwingen, zo vaak en nadrukkelijk in de Schriften herhaald:
“Wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft”. Spr. 28:20.
“Een vermogen uit niets verkregen, slinkt weg; maar wie met eigen hand vergadert, wordt rijk”. Spr. 13:11.
“Schatten verwerven met een bedriegelijke tong is een verwaaiende nevel, dodelijke valstrikken”. Spr. 21:6.
“De man die leent is een knecht van de uitlener”. Spr. 22:7.
“Slecht vergaat het hem die borg is voor een vreemde, maar wie de handslag vermijdt, gaat veilig”. Spr. 11:15.
“Verleg de aloude grenzen niet en kom niet op de akker der wezen, want hun Losser is sterk; Hij zal hun rechtsgeding tegen u voeren”. “Die de arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen en de rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek”. “Die een kuil graaft, zal erin vallen, en die een steen wentelt, op hem zal hij wederkeren”. Spr. 23:10,11; 22:16; 26:27.

Een basis van vertrouwen
Dit zijn beginselen waarvan, zowel in wereldlijke als in godsdien-stige kringen, het welvaren der samenleving afhangt. Juist deze beginselen verlenen zekerheid aan eigendom en leven. Alles wat vertrouwen wekt en samenwerking mogelijk maakt, is de wereld verschuldigd aan de wet van God, zoals die geschreven staat in Zijn Woord en die nog wel vaag en bijna uitgewist, te vinden is in de harten van de mensen.

Goed kapitaal
De woorden van de Psalmist: “De wet van Uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud en zilver” (Ps. 119:72), bevestigen dat dit niet enkel waar is, wanneer men het beziet uit een godsdienstig oogpunt. Zij verkondigen een absolute waarheid die alom in de zakenwereld wordt erkend. Zelfs in deze tijd, waarin zo hartstochtelijk naar geld wordt gejaagd, met zijn scherpe concurrentie en twijfelachtige methoden, wordt het alom erkend dat voor een jonge man die het leven ingaat, onkreukbaarheid, vlijt, matigheid, reinheid en spaarzaamheid een beter kapitaal vormen dan een kapitaal aan geld. -- KV, hfdst 15

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

4 juni: Geloven wat verborgen is


Verborgenheden in de natuur
Wie het diepst dóórdringt in de verborgenheden der natuur, zal het meest zijn eigen onwetendheid en zwakheid gaan beseffen. Hij zal gaan inzien dat er diepten en hoogten zijn die hij niet kan bereiken, geheimenissen die hij niet kan doorvorsen, uitgestrekte velden der waarheid die nog onbetreden voor hem liggen. Met Newton zal hij zeggen: “Ik kom mijzelf voor als een kind op het strand der zee, dat kiezelsteentjes en schelpen vindt, terwijl de grote oceaan der waarheid onontdekt voor mij ligt”.

“Door het geloof verstaan wij”
Zij die het diepst in de wetenschap dóórdringen, moeten de werking van een oneindige kracht in de natuur erkennen. Wordt het verstand van de mens niet geholpen, dan is de leer der natuur voor hem slechts tegenstrijdig en teleurstellend. Alleen in het licht van de openbaring kan men die leer verstaan. “Door het geloof verstaan wij”. Hebr. 11:3.
“In den beginne schiep God”. Gen. 1:1. Hier alleen kan het verstand in zijn ijverig navorsen, evenals de duif die terugvloog naar de ark, rust vinden. Overal, aan alle kanten, is er de oneindige Liefde Die alle dingen uitwerkt om “het welbehagen van Zijn goedheid” te vervullen. 2 Thess. 1:11.
“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien”. Rom. 1:20.

De goddelijke Leraar
Maar hun getuigenis kan alleen worden verstaan met de hulp van de goddelijke Leraar. “Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is dan des mensen eigen geest die in hem is? Zo weet ook niemand wat in God is dan de Geest Gods”. 1 Cor. 2:11.
“Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid”. Joh. 16:13. Alleen met de hulp van die Geest die in den beginne “zweefde over de wateren”; van dat Woord, waardoor “alle dingen zijn geworden”; van dat “waarachtige Licht dat ieder mens verlicht, komende in de wereld”, kan het getuigenis van de wetenschap in de rechte zin worden uitgelegd. Alleen door hun leiding kunnen haar diepste waarheden onderscheiden worden.
Alleen onder de leiding van de Alwetende, zullen wij, bij het besturen van Zijn werken, in staat gesteld worden Zijn gedachten te doorvorsen. -- KV, hfdst 14

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

3 juni: De Maker van alle dingen


Alomtegenwoordigheid, alwetendheid
De grootheid van God is voor ons ondoorgrondelijk. “De Here heeft in de hemel Zijn Troon” (Ps. 11:4); en toch is Hij door Zijn Geest overal aanwezig. Hij heeft een nauwkeurige kennis van, en een persoonlijke belangstelling in al de werken van Zijn hand.

“Wie is als de Here, onze God
Die zeer hoog woont,
Die zeer laag neerziet
in de hemel en op de aarde?”
Ps. 113:5,6

“Waarheen zou ik gaan voor Uw Geest,
waarheen vlieden voor Uw aangezicht?
Steeg ik op ten hemel - Gij zijt daar,
of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde - Gij zijt er;
nam ik de vleugelen van de dageraad,
ging ik wonen aan het uiterste der zee,
ook daar zou Uw hand mij geleiden,
Uw rechterhand mij vastgrijpen.”
Ps. 139:7-10

“Gij kent mijn zitten en mijn opstaan,
Gij verstaat van verre mijn gedachten;
Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd....
Gij omgeeft mij van achteren en van voren,
Gij legt Uw hand op mij.
Het begrijpen is mij te wonderbaar,
te verheven, ik kan er niet bij.
Ps. 139:2-6

“Een Vader voor u”
De Maker van alle dingen verordende het zo, dat op wonderbaarlijke wijze de middelen zich aan het doel, de voorziening zich aan de behoefte aanpassen. Hij trof in de stoffelijke wereld voorziening dat aan elk ingeplant verlangen werd beantwoord. Hij schiep de menselijke ziel, in staat om te kennen en lief te hebben. En het ligt ook niet in Zijn aard om wat de ziel vraagt, onbevredigd te laten. Geen ontastbaar beginsel, geen onpersoonlijke geest kan bevrediging schenken aan de noden en verlangens van de mensen in dit leven waarin geworsteld wordt met zonden en smarten en moeiten. Het is niet genoeg, te geloven in wet en kracht, in dingen die geen medelijden kennen en die nooit de roep om hulp horen. Wij moeten weten dat er een almachtige arm is die ons ondersteunt, een eeuwige Vriend die medelijden met ons heeft. We moeten vertrouwen op een vriendelijke, hulpvaardige hand, op een hart vol tederheid. En precies zó heeft God zich in Zijn Woord geopenbaard. -- KV, hfdst 14

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

2 juni: God zorgt voor Zijn schepselen


De alles omvattende voorzienigheid
Wat deze aarde betreft, zeggen de Schriften dat het scheppingswerk voltooid was. “Zijn werken waren van de grondlegging der wereld af gereed”. Hebr. 4:3. Maar de kracht Gods wordt nog steeds uitgeoefend om hetgeen Hij geschapen heeft in stand te houden. Het is niet omdat het mechanisme, eenmaal in beweging gebracht, uit eigen inherente kracht blijft voortgaan, dat de pols slaat en de ademhaling geregeld gaat. Elke ademhaling, elke klop van het hart, is een bewijs van de zorg van Hem, in Wie wij leven en ons bewegen en zijn. Van het kleinste insect af tot de mens, is elk levend schepsel dagelijks aangewezen op Zijn voorzienigheid.

“Zij allen wachten op U....
Geeft Gij hun die, zij zamelen op;
Opent Gij Uw hand, zij worden met goed verzadigd.
Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verdelgd;
Neemt Gij hun adem weg, zij sterven.
En keren weder tot hun stof.
Zendt Gij Uw Geest, zij worden geschapen.
En Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem.”
Ps. 104:27-30

“Hij spant het noorden uit over de baaierd,
Hij hangt de aarde op aan het niet.
Hij bindt de wateren bijeen in Zijn wolken
Zonder dat het wolkendek daaronder scheurt....
Hij trok een kring over het watervlak
Tot waar het licht aan de duisternis grenst.”

“Wie zou verstaan?”

“De zuilen des hemels wankelden
En stonden ontzet voor Zijn dreigen.
Hij stilde de zee door Zijn kracht....
Door Zijn adem werd de hemel helder,
Zijn hand doorboorde de snelle slang.
Zie, dit zijn nog maar de uitlopers Zijner wegen,
En slechts een fluisterend woord vernemen wij van Hem
Wie zou dan den donder Zijner kracht kunnen verstaan?”
Job 26:7-10; 26:11-14

“In wervelwind en storm is Zijn weg,
Wolken zijn het stof Zijner voeten.”
Nahum 1:3

Een persoonlijk God
De grote kracht die door heel de natuur werkt en alle dingen in stand houdt, is niet, zoals sommige mannen der wetenschap beweren, een alles doordringend beginsel, een aandrijvende energie. God is een geest, nochtans is Hij een persoonlijk wezen, want de mens werd gemaakt naar Zijn beeld. Als een persoonlijk wezen heeft God zich geopenbaard in Zijn Zoon Jezus, de afstraling van Zijn heerlijkheid, “en de afdruk van Zijn wezen” (Hebr. 1:3), werd op aarde gevonden in de gedaante van een mens. Hij kwam naar de wereld als een persoonlijke Heiland. Als een persoonlijke Heiland voer Hij op naar de hemel. Als een persoonlijke Heiland bemiddelde Hij in de hemelse hoven. Vóór de troon van God dient om onzentwille “Een gelijk de Zoon des mensen”. Daniël 7:13.
Wanneer hij door de Heilige Geest schrijft, zegt de apostel Paulus van Christus dat “alle dingen door Hem en tot Hem geschapen zijn; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem”. Col. 1:16,17. De hand die de werelden in de ruimte schraagt, de hand die alle dingen door het hele universum Gods heen in hun vastgestelde loop en onvermoeide activiteit leidt, is de hand die voor ons aan het kruis werd genageld. -- KV, hfdst 14

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

1 juni: Zondvloed en interpretaties


Veranderingen door de Zondvloed
Het is waar dat in de aarde gevonden overblijfselen getuigen van het bestaan van mensen, dieren en planten, veel groter dan we nu kennen. Men ziet ze als het bewijs van het bestaan van een planten- en dierenwereld vóór de tijd van het Mozaïsche scheppingsverhaal. Maar wat deze dingen betreft geeft de Bijbelse geschiedenis voldoende verklaring. Vóór de Zondvloed stond de ontwikkeling van het planten- en dierenleven ver boven die welke sindsdien gekend is. Bij de Zondvloed werd de aardkorst opengereten, geweldige veranderingen vonden plaats en in de herformatie van de aardkorst werden vele bewijzen van het leven dat voordien bestond, bewaard. De uitgestrekte bossen die ten tijde van de Zondvloed in de aarde werden begraven en in steenkool veranderden, vormen nu de uitgebreide kolenvelden, en verschaffen ons de olie, waarvan we heden ten dage het profijt hebben. Toen deze dingen aan het licht werden gebracht, waren ze even zovele stomme getuigen van de waarheid van Gods Woord.

De evolutie van de mens
Verwant aan de theorie van de evolutie van de aarde, is die welke beweert dat uit kiemen, weekdieren en viervoetige dieren in een opgaande lijn de evolutie van de mens, het kroonstuk van de schepping, is ontstaan.
Wanneer men de gelegenheden van de mensen voor een wetenschappelijk onderzoek eens nagaat, hoe kort is dan zijn leven, hoe begrensd zijn actiegebied, hoe beperkt zijn visie, hoe veelvuldig en groot de dwalingen in zijn conclusies, vooral wanneer het gebeurtenissen betreft waarvan men aanneemt dat ze voorafgaan aan de Bijbelse geschiedenis, hoe vaak worden de veronderstelde interpretaties der wetenschap herzien of terzijde geschoven; hoe gemakkelijk worden de aangenomen perioden van de ontwikkeling der aarde van tijd tot tijd met miljoenen jaren vermeerderd of verminderd en hoe dikwijls komen de theorieën, verkondigd door verschillende mannen der wetenschap, niet met elkaar in botsing! Wanneer we dit alles nu nagaan, zullen we dan, ter wille van onze zogenaamde afstamming van kiemen, weekdieren en apen, de verklaring van de Heilige Schrift verwerpen, die zo verheven is in haar eenvoud: “God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem”? Gen. 1:27. Zullen wij dat verslag van onze stamboom verwerpen - een stamboom veel verhevener dan welke ook die in de hoven der koningen wordt bewaard - “....de zoon van Adam, de zoon van God”? Lucas 3:38.

De goddelijke werking in de natuur
Bij een juist begrip zijn zowel de openbaringen van de wetenschap als de ervaringen van het leven in harmonie met het getuigenis van de Schrift aangaande de voortdurende werking van God in de natuur. In de door Nehemia opgetekende lofzang, zongen de Levieten: “Gij toch zijt alleen de Here. Gij hebt de hemel, de hemel der hemelen en al zijn heer gemaakt, de aarde en al wat daarin is, de zeeën en al wat daarin is, ja, Gij geeft hen allen het leven”. Nehemia 9:6. -- KV, hfdst 14

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

31 mei: Bijbel en wetenschap


“Wie onder deze alle weet niet dat de hand des Heren dit doet?”

Harmonie tussen de natuur en de Openbaring
Daar het boek der natuur en het Boek der Openbaring het zegel dragen van dezelfde grote Geest, kunnen ze slechts in harmonie met elkander spreken. Door verschillende werkwijzen en in verschillende talen getuigen ze van dezelfde grote waarheden. De wetenschap ontdekt steeds nieuwe wonderen, maar haar wetenschappelijke onderzoekingen brengen niets dat, wanneer het goed wordt begrepen, in strijd is met de goddelijke Openbaring. Het boek der natuur en het Boek der Openbaring belichten elkaar. Ze maken ons bekend met God door ons iets te leren van de wetten waardoor Hij werkt.

De evolutie der aarde
Gevolgtrekkingen die men op onjuiste wijze heeft getrokken uit feiten, waargenomen in de natuur, hebben echter tot een veronderstelde tegenstelling tussen wetenschap en Openbaring geleid, en, in een pogen om de harmonie te herstellen, werden verklaringen van de Schrift aangenomen die de kracht van het Woord van God ondermijnen en vernietigen. Men heeft gedacht dat de geologie, de aardkunde, in tegenspraak was met de letterlijke uitlegging van het Mozaïsche scheppingsverhaal. Men heeft beweerd dat miljoenen jaren nodig waren voor de evolutie der aarde uit de chaos, en om nu de Bijbel aan te passen aan deze veronderstelde openbaring der wetenschap, nam men aan dat de scheppingsdagen onbepaalde perioden waren die zich uitstrekten over duizenden, misschien wel miljoenen jaren.

Het Bijbelverhaal van de schepping
Een dergelijke gevolgtrekking is absoluut ongewettigd. Het Bijbelverhaal is in harmonie met zichzelf en met de leer der natuur. Van de eerste dag in het scheppingswerk staat geschreven: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest; de eerste dag”. Gen. 1:5. En datzelfde wordt gezegd van elk der eerste zes dagen van de scheppingsweek.
De Schrift zegt, dat elk van deze perioden een dag is, bestaande uit avond en morgen, evenals elke andere dag sinds die tijd. Wat het scheppingswerk zelf betreft, luidt het Goddelijke getuigenis: “Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er”. Ps. 33:9. Waarom zou God, die op dezelfde wijze ontelbare werelden het aanzien gaf, dan zo’n lange tijd nodig hebben voor de evolutie van de aarde uit de chaos? Moeten wij, om Zijn werken te verklaren, Zijn Woord geweld aan doen? -- KV, hfdst 14

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

30 mei: Waarheden ten leven


“Het is een voordeel te weten: de wijsheid doet haar bezitters leven”. “De woorden, die Ik tot u gesproken heb”, zei Jezus, “zijn geest en zijn leven”. “Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus Die Gij gezonden hebt”. Pred. 7:12; Joh. 6:63; 17:3.
De scheppende kracht die de werelden deed ontstaan, ligt in het Woord van God. Dit Woord verleent kracht; het verwekt leven. Elk gebod is een belofte; wanneer het door de wil wordt aangenomen en in de ziel opgenomen, brengt het met zich het leven van de Oneindige. Het verandert de natuur en herschept de ziel naar het beeld Gods.

Het onderhoudt het leven
Het aldus toebedeelde leven wordt op dezelfde manier onderhouden. “Van alle woord dat uit de mond Gods uitgaat” (Matth. 4:4) zal de mens leven.
Het verstand, de ziel wordt opgebouwd door dat waarmee zij zich voeden, en bij ons ligt de beslissing waarmee zij gevoed zullen worden. Het ligt binnen de macht van een ieder, de onderwerpen te kiezen die de gedachten zullen bezighouden en het karakter vormen. Van elk menselijk wezen dat het voorrecht heeft de Bijbel te bezitten, zegt God: “Ik schrijf hem tienduizendvoudig Mijn wetten voor”. “Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet”. Hos. 8:12; Jer. 33:3.

Mogelijkheden der gemeenschap
Met het Woord Gods in zijn handen, kan ieder mens, wat ook zijn levenslot mag zijn, die gemeenschap hebben welke hij verkiest. Op de bladzijden van het Boek kan hij spreken met de nobelsten en besten der mensheid, en luisteren naar de stem van de Eeuwige wanneer Hij spreekt met de mensen.
Wanneer hij de onderwerpen, “waarin zelfs engelen begeren een blik te slaan” (1 Petr. 1:12) bestudeert en overpeinst, kan hij in hun gezelschap verkeren. Hij kan treden in de voetstappen van de hemelse Leraar en luisteren naar Zijn woorden, zoals Hij leerde op de berghelling, aan de oever van het meer, of in het veld. Hij kan in deze wereld verkeren in de atmosfeer des hemels terwijl hij bij de bedroefden en verzochten der aarde hoopvolle gedachten en een verlangen naar heiligheid verwekt. Juist daardoor zal hij dichter, steeds dichter in gemeenschap komen met de Onzienlijke om, evenals de mens uit het verre verleden die met God wandelde, steeds dichter de drempel van de eeuwige wereld te benaderen, tot de poorten opengaan en hij zal kunnen binnengaan.

Geen vreemdeling
Hij zal zich daar niet als een vreemdeling gevoelen. De stemmen die hem daar zullen begroeten, zijn de stemmen van de heiligen die, hoewel niet zichtbaar, op aarde zijn metgezellen waren - stemmen die hij hier leerde kennen en liefhebben. Wie door het Woord van God in gemeenschap met de hemel heeft geleefd, zal zich in het gezelschap van de hemel thuis voelen. -- KV, hfdst 13

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

29 mei: Geestelijke ontwikkeling


En zelfs nog groter is de kracht van de Bijbel in de ontwikkeling van de geestelijke natuur. De mens, geschapen om met God gemeenschap te hebben, kan alleen in zo’n gemeenschap zijn waarachtig leven en wasdom vinden. Geschapen om in God zijn hoogste vreugde te vinden, vindt hij nergens anders wat de hunkering zijns harten kan bevredigen, wat de honger en dorst van de ziel kan stillen en lessen. Wie met een oprechte en ontvankelijke geest Gods Woord bestudeert, en probeert zijn waarheden te begrijpen, zal in aanraking worden gebracht met de Schrijver van dat Boek; en aan de mogelijkheden van zijn wasdom zijn geen grenzen gesteld, tenzij zijn hart naar iets anders uitgaat.

Rijkdom aan stijl en onderwerpen
In zijn grote rijkdom aan stijl en onderwerpen bezit de Bijbel iets dat elk verstand belang kan inboezemen en op elk hart een beroep doet. Op zijn bladzijden vindt men de oudste geschiedenis; de waarste levensbeschrijvingen; regeringsbeginselen voor het beheer van de staat, voor de leiding van het huishouden - beginselen die door menselijke wijsheid nooit zijn geëvenaard. Het Boek bevat de diepzinnigste levenswijsheid, de zoetste, de verhevenste, de hartstochtelijkste en de roerendste voortbrengselen van de dichtkunst. De boeken van de Bijbel als zodanig beschouwd, staan wat hun waarde betreft, onmetelijk hoger dan de voortbrengselen van welke menselijke schrijver ook; maar bezien in hun verhouding tot de grote kerngedachte hebben ze een oneindig wijder strekking en oneindig meer waarde. Gezien in het licht van deze gedachte, heeft elk onderwerp een nieuwe betekenis. In de eenvoudigste waarheden daarin verkondigd, liggen beginselen opgesloten die zo hoog zijn als de hemel en die een eeuwigheid omvatten.

De kerngedachte
De kerngedachte van de Bijbel, het onderwerp waaromheen alle andere in het hele boek zich groeperen, is het verlossingsplan - het herstel van het beeld Gods in de menselijke ziel. Vanaf de eerste aankondiging der hoop in het vonnis, uitgesproken in het Paradijs, tot de laatste heerlijke belofte van de Openbaring: “Zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn” (Openb. 22:4), is de omlijnde gedachte van elk boek en elk onderdeel van de Bijbel de ontvouwing van dit wonderlijke onderwerp - de verheffing van de mens - de kracht Gods “die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus”. 1 Cor. 15:57.

Een onbegrensd gebied
Wie deze gedachte in zich opneemt, heeft vóór zich een onbegrensd studieterrein. Hij heeft de sleutel die de hele schatkamer van Gods Woord voor hem zal ontsluiten.
De wetenschap der verlossing is de wetenschap van alle wetenschap; de wetenschap die bestudeerd wordt door de engelen en de verstandelijke wezens der niet-gevallen werelden; de wetenschap die de aandacht van onze Here en Heiland in beslag neemt; de wetenschap die ingaat tot het doel, uitgedacht door de Oneindige en “eeuwenlang verzwegen” (Rom. 16:25), de wetenschap die door de eindeloze eeuwen heen, bestudeerd zal worden door Gods verlosten. Dat is de hoogste studie waarmee de mens zich kan bezighouden. En als geen andere studie, zal ze de geest verkwikken en de ziel verheffen. -- KV, hfdst 13

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 28 mei: Verstandelijke en geestelijke vorming


“Door kennis worden de kamers gevuld met allerlei kostbaar en liefelijk bezit.”

Voor het verstand en de ziel, evenals voor het lichaam is het de wet van God dat kracht verkregen wordt door inspanning, terwijl de krachten zich door oefening ontwikkelen. In overeenstemming met deze wet heeft God in Zijn Woord de middelen voor verstandelijke en geestelijke ontwikkeling verschaft.

Bijbelstudie verleent kracht
De Bijbel bevat alle beginselen die de mensen moeten begrijpen om geschikt te zijn zowel voor dit als voor het toekomstige leven. En deze beginselen kunnen door allen worden begrepen. Niemand die zijn onderwijzingen weet te waarderen, kan één enkele passage uit de Bijbel lezen zonder daaruit een of andere nuttige gedachte te trekken. Maar het beste onderricht van de Bijbel wordt niet verkregen door zonder enige samenhang het Boek zo nu en dan eens te bestuderen. Het verheven systeem der waarheid wordt niet zo geschilderd dat de haastige of oppervlakkige lezer dat zal ontdekken. Vele schatten liggen grotendeels ver beneden de oppervlakte en kunnen alleen verkregen worden door ijverig onderzoek en aanhoudende inspanning. De waarheden die het geheel vormen, moeten gezocht en verzameld worden, “hier wat, daar wat”. Jes. 28:10.

Een volmaakt geheel
Wanneer ze aldus worden onderzocht en tot een geheel samengevoegd worden, zal men ervaren dat ze aan elkaar aangepast zijn. Elk Evangelie is een aanvulling van de andere, elke profetie een verklaring van een andere profetie, elke waarheid een ontwikkeling van een andere waarheid. De schaduwbeelden van het Joodse stelsel worden duidelijk gemaakt door het Evangelie. Elk beginsel in het Woord van God heeft zijn plaats, elk feit zijn betekenis. En het gehele gebouw in zijn ontwerp en uitvoering, draagt het kenmerk van Zijn Maker. Alleen het verstand van de eeuwige God kan zo’n geheel bedenken en bouwen.

Verstandelijke discipline
Gaat men de verschillende delen onderzoeken en hun verband bestuderen, dan worden de beste vermogens van de menselijke geest aan het werk gezet. Niemand kan zich aan die studie wijden zonder zijn verstandelijke krachten te ontwikkelen.
De geestelijke waarde van Bijbelstudie bestaat niet alleen in het onderzoeken en de samenhang van de waarheid vast te stellen, maar ook in de inspanning om de geboden onderwerpen in zich op te nemen. Het verstand dat zich alleen bezig houdt met de gewone dingen des levens, verschrompelt en verzwakt. Het verliest op den duur de groeikracht, wanneer het niet probeert grote waarheden van buitengewoon belang te doorgronden. Als een beveiliging tegen deze aftakeling en een prikkel tot groei is er niets beters dan het onderzoek van Gods Woord. Als een middel tot verstandelijke vorming gaat van de Bijbel meer kracht uit dan van welk ander boek ook, ja zelfs van alle boeken tezamen. De verhevenheid van zijn onderwerpen, de waardige eenvoud van zijn zeggingskracht, de schoonheid van zijn beeldspraak, verfrissen en verheffen de gedachten als niets anders. Geen andere studie verschaft zulke verstandelijke kracht als de inspanning om de verbazingwekkende waarheden van de Openbaring in zich op te nemen. Het verstand, aldus in aanraking gebracht met de gedachten van de Oneindige, kan zich slechts ontwikkelen en versterken. -- KV, hfdst 13

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

27 mei: Leren waarnemen


Andere beelden
Op deze manier kunnen wij tal van lessen leren. Zelfvertrouwen van de boom die, staande op een vlakte of berghelling in alle eenzaamheid, diep geworteld staat in de aarde en in zijn ruwe kracht de storm weerstaat. De kracht die lang geleden er op ingewerkt heeft, ziet men in de verweerde, krom gegroeide boomstam, die als jonge boom door een storm is gebogen en door geen aardse macht in zijn rechte lijn kan worden hersteld. Het geheim van een heilig leven is te zien in de waterlelie die aan de rand van een modderpoel, te midden van onkruid en afval, met haar wortels is geplant in de zuivere grond op de bodem en, zich daaruit voedend, haar geurende bloemen ontvouwt in een smetteloze reinheid.

Leer de kinderen het zien en waarnemen
Terwijl aldus de kinderen en opgroeiende jeugd door hun onderwijzers en leerboeken feitenkennis verkrijgen, moet hun ook geleerd worden, voor zichzelf lessen te trekken en de waarheid te onderscheiden. Vraag hun, wanneer ze met hun tuintje bezig zijn, wat ze leren uit de verzorging van hun planten. Zien ze een prachtig landschap, vraag hun dan waarom God de bossen en de velden met zulke prachtige, rijk gevarieerde schakeringen bekleedde. Waarom was niet alles gekleurd in een somber bruin? Wanneer ze de bloemen plukken, wijs hen er dan op, waarom Hij voor ons de schoonheid van deze nakomelingen uit het Paradijs heeft bewaard. Leer hen de bewijzen op te merken die overal in de natuur te vinden zijn van Gods zorg voor ons en hoe alle dingen zijn aangepast aan onze behoefte en ons geluk.
Alleen hij die in de natuur het handwerk van zijn Vader opmerkt, die in de rijkdom en de schoonheid der aarde het handschrift des Vaders leest - hij alleen leert uit de voortbrengselen der natuur hun diepste lessen en ontvangt wat ze te bieden hebben. Alleen hij kan ten volle waarderen de betekenis van berg en dal, van rivier en zee, die deze beziet als een uitdrukking van de gedachten Gods, een openbaring van de Schepper.

De natuur een sleutel tot de Bijbel
Vele beelden uit de natuur worden door de schrijvers van de Bijbel gebruikt, en wanneer we de dingen van de natuurlijke wereld waarnemen, zullen we onder de leiding van de Heilige Geest in staat gesteld worden, de lessen uit Gods Woord meer te begrijpen. Zo wordt de natuur een sleutel tot de schatkamer van het Woord.

Het bestuderen van gelijkenissen
Kinderen moeten worden aangemoedigd in de natuur die voorwerpen op te zoeken die de Bijbelse onderwijzingen illustreren, en in de Bijbel de gelijkenissen uit de natuur getrokken, op te diepen. Zij moeten zowel in de natuur als in de Bijbel elk voorwerp opzoeken dat Christus voorstelt als ook de voorwerpen die Hij gebruikte om de waarheid te illustreren. Op deze manier kunnen zij leren Hem te zien in boom en wijnstok, in lelie en roos, in zon en ster. Zij kunnen leren Zijn stem te vernemen in het gezang van de vogels, in het ruisen van de bomen, in de rollende donder, in de muziek van de zee. En alles in de natuur zal voor hen Zijn kostelijke lessen herhalen.
Voor hen, die zo met Christus bekend worden, zal de aarde nooit meer een eenzame, woeste plaats zijn. Die zal zijn het huis van hun Vader, vervuld van de tegenwoordigheid van Hem, Die eens onder de mensen woonde. -- KV, hfdst 12

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

26 mei: Gelijkenissen over de adelaar


Een les van vertrouwen
En de vogels leren ons de prettige les van vertrouwen. Onze hemelse Vader zorgt voor hen; maar zij moeten het voedsel zoeken, zij moeten hun nesten bouwen en hun jongen groot brengen. Elk ogenblik lopen ze gevaar door vijanden gedood te worden. En toch, hoe opgewekt doen ze hun taak! hoe blij gestemd laten ze hun liederen schallen! Wat een prachtige beschrijving geeft de Psalmist van Gods zorg voor de dieren van het woud, -
“De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de rotsen een schuilplaats voor de klipdassen”. Hij laat de beekjes tussen de heuvelen lopen, waar de vogels hun nesten hebben en “van tussen de takken laten zij hun lied horen”. Al de dieren van de wouden en de heuvels vormen een onderdeel van Zijn grote huishouding. Hij “doet Zijn hand open en verzadigt met welbehagen al wat leeft”. Ps. 104:18,12; 145:16.

De adelaar
De adelaar van de Alpen wordt soms door de storm neergeslagen in de nauwe engten van de bergen. Stormwolken sluiten deze machtige vogel der bossen in en hun grauwe massa’s scheiden hem van de zonnige hoogten waar hij zijn nest heeft gebouwd. Zijn ontsnappingspogingen schijnen tevergeefs. Hij schiet uit naar links en naar rechts en slaat de lucht met zijn sterke wieken, terwijl zijn geschreeuw tussen de bergen weergalmt. Eindelijk, met een triomfkreet, schiet hij naar boven, doorboort de wolkenmassa en is weer in het helle zonlicht, met de duisternis en de storm ver beneden zich. Zo ook kunnen wij ons bevinden te midden van moeilijkheden, ontmoediging en duisternis.

Boven de wolken
Bedrog, rampen, ongerechtigheid sluiten ons in. Er zijn wolken waar wij niet onderuit kunnen komen. Tevergeefs vechten wij tegen de omstandigheden. Er is één, maar ook slechts één weg ter ontkoming. Mist en nevel omhullen de aarde; boven de wolken schijnt Gods licht. Naar het zonlicht Zijner tegenwoordigheid kunnen wij oprijzen op de vleugels van het geloof. -- KV, hfdst 12

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 25 mei: Gelijkenissen over bomen, rivieren en mieren


De palmboom
De palmboom, bloot staande aan de verzengende stralen der zon en de heftige zandstormen, staat met zijn groen bladerdak, bloeiende en vrucht voortbrengende in het midden van de woestijn. Zijn wortelen zuigen het water uit levende waterbronnen. Zijn groene bladeren zijn in de eenzame, verschroeide vlakte reeds van verre zichtbaar en de van dorst versmachtende reiziger sleept zich moeizaam voort naar de verkoelende schaduw en het leven gevende water.
De boom in de woestijn is een symbool van wat in Gods oog het leven Zijner kinderen in deze wereld moet zijn. Zij moeten vermoeide zielen, vol onrust, die op het punt staan in de woestijn der zonde om te komen, brengen tot de levende wateren. Zij moeten hun medemensen wijzen op Hem Die de uitnodiging doet: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke”. Joh. 7:37.

De rivier en de beek
De brede, diepe rivier die voor de handel en het verkeer der volken een verbindingsschakel vormt, wordt alom gewaardeerd als een wereldwijde zegen; maar hoe staat het met de kleine beekjes welke deze geweldige stroom doen vloeien? Zouden die er niet zijn, dan zou de rivier verdwijnen. Zijn bestaan is daarvan afhankelijk. Zo worden mannen, die geroepen zijn een of ander groot werk te leiden, geëerd, als ware het succes daarvan alleen aan hen te danken; maar dat succes vereist de trouwe medewerking van ontelbare nederige arbeiders - arbeiders, van wie de wereld niets weet.

Onbekende zwoegers
Ondankbare opdrachten, arbeid die niet wordt gewaardeerd - ziedaar het lot van de meeste zwoegers in de wereld. En door een dergelijk lot ontstaan legers van ontevredenen. Zij hebben het gevoel dat zij hun leven verknoeien. Maar het kleine beekje dat geruisloos voortkabbelt langs bos en veld, gezondheid, vruchtbaarheid en schoonheid voortbrengend, is op zijn manier even nuttig als de brede rivier. En door bij te dragen tot het bestaan van de rivier, helpt het mee dat tot stand te brengen, waartoe het alléén niet in staat zou zijn.
Dit is een les voor heel veel mensen. Maar al te vaak wordt talent verafgood en gaat de begeerte te veel uit naar de hoogste plaats. Er zijn te veel mensen die niets willen doen of ze moeten als leiders erkend worden; er zijn ook te veel mensen die van alle kanten lof willen ontvangen en anders hebben zij voor het werk geen belangstelling. Wat we moeten leren is in alle getrouwheid het beste gebruik te maken van de talenten en kansen die we hebben en tevreden te zijn met het lot, ons door de Heiland opgelegd.

De kleine schepselen der aarde
“Vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten....; laat de vissen der zee het u vertellen”. “Ga tot de mier.... zie haar wegen”. “Ziet naar de vogelen des hemels”. “Let op de raven”. Job 12:7,8; Spr. 6:6; Matth. 6:26; Luc. 12:24.
Over deze schepselen Gods moeten wij het kind niet enkel vertellen. De dieren zelf moeten zijn leermeesters zijn. De mieren leren lessen van geduldige vlijt, van volharding in het overwinnen van moeilijkheden, van zorgen voor de toekomst. -- KV, hfdst 12

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

24 mei: Gelijkenissen over de hemellichamen


Volmaaktheid in kleine dingen
Volmaaktheid bestaat zowel in de kleinste als in de grootste werken Gods. De hand die de werelden in het luchtruim plaatste, is ook de hand die de bloemen op het veld hun vorm gaf. Bekijk eens onder de microscoop het kleinste en het gewoonste bloempje dat langs de weg groeit en men zal in al zijn onderdelen de buitengewone schoonheid en volmaaktheid ontdekken. Zo kan in het nederigste levenslot ware voortreffelijkheid gevonden worden; de gewoonste bezigheid verricht met een liefdevolle trouw, zijn heerlijk in Gods oog. Een nauwgezette aandacht, besteed aan kleine dingen, zal ons tot Zijn medearbeiders maken en zal ons de lof doen geworden van Hem Die alles ziet en weet.

De regenboog
De regenboog die met zijn boog van licht de hemelen omspant, is een teken van “het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens”. Gen. 9:16. En de regenboog die de troon des Allerhoogsten omgeeft, is ook voor Gods kinderen een teken van Zijn verbond van vrede. Zoals de boog in de wolken ontstaat door de verbinding van zonneschijn en regen, zo stelt de boog boven Gods troon de verbinding voor van Zijn genade en gerechtigheid. Tot de zondige, maar berouwvolle ziel zegt God: Leef; “de losprijs heb Ik verkregen”. Job 33:24. “Zoals Ik gezworen heb dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen. Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en Mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Here”. Jes. 54:9,10.

De sterren
Ook de sterren hebben een bemoedigende boodschap voor ieder menselijk wezen. In die uren die over allen komen, wanneer het hart zwak is en de verzoeking zich opdringt; wanneer hinderpalen onoverkomelijk schijnen en de doelstellingen des levens onbereikbaar zijn en zijn schitterende beloften gelijk appelen van Sodom, waar kan dan zulke moed en standvastigheid gevonden worden als in de les die God ons wil leren uit de sterren in hun bestendige loop?

“Er blijft niet één achter”
“Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij die het heir daarvan in grote getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid Zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet één achter. Waarom zegt gij, o Jacob en spreekt, o Israël: mijn weg is voor de Here verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij? Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, Zijn verstand is niet te doorgronden. Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte.” Jes. 40:26-29.

“Ik help u”
“Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn heilrijke rechterhand.” “Ik, de Here, uw God, grijp uw rechterhand vast, Die tot u zegt: Vrees niet, Ik help u”. Jes. 41:10,13. -- KV, hfdst 12

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

23 mei: Gelijkenissen over Genezing


Het werk der genezing
De genezende kracht van God doordringt de hele natuur. Wanneer men in een boom snijdt, wanneer een mens wordt gewond of een been breekt, begint de natuur onmiddellijk het gebrokene te herstellen. Zelfs vóór de noodzaak bestaat, zijn de genezende krachten reeds aanwezig; en zodra er ergens een wond is, wijden al die krachten zich aan het herstel. Zo is het ook op geestelijk gebied. Vóór de zonde de behoefte aan herstel schiep, had God reeds in het geneesmiddel voorzien. Elke ziel die aan de verleiding toegeeft is door de vijand gewond, gekneusd; maar waar ook de zonde is, daar is ook de Heiland. Het is het werk van Christus om “te genezen die gebroken zijn van hart, om de gevangenen te prediken loslating.... om de verslagenen heen te zenden in vrijheid”. Lucas 4:18,19 - statenvert.

Een sprekend beeld
In dit werk moeten wij meehelpen. “Zo iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt.... hem terecht”. Gal. 6:1. Het woord dat hier vertaald wordt door “terecht helpen”, betekent in feite het opnieuw zetten van een ontwricht lichaamslid. Wat een sprekend beeld is dit! Hij die in dwaling of zonde valt, heeft het verband met alles om hem heen verloren. Hij mag zich zijn fout bewust zijn en daar spijt over hebben, maar hij kan zichzelf niet helpen. Hij verkeert in verwarring en angst, hij is overweldigd en hulpeloos. Iemand moet hem terugwinnen, genezen, weder oprichten. “Gij die geestelijk zijt, helpt hem terecht”.

Alleen liefde biedt genezing
Alleen de liefde die vloeit uit het hart van Christus kan genezing brengen. Alleen degene, in wie die liefde aanwezig is, zoals het sap in de boom en het bloed in het lichaam, kan de gewonde ziel helen. De middelen der liefde hebben een wonderlijke kracht, want ze zijn van Goddelijke oorsprong. Het zachte antwoord dat “de grimmigheid afkeert”, de liefde die “lankmoedig en goedertieren” is, die “tal van zonden bedekt” (Spr. 15:1; 1 Cor. 13:4; 1 Petr. 4:8) - wanneer wij die les eens zouden leren, met welk een genezende kracht zou ons leven dan begiftigd zijn! Welk een verandering zou ons leven ondergaan, terwijl de aarde een beeld en voorsmaak van de hemel zou bieden! Deze kostelijke lessen kunnen op zo’n eenvoudige wijze worden onderwezen, dat zelfs kleine kinderen ze begrijpen. Het hart van het kind is teer en ontvankelijk; en wanneer wij die ouder zijn “als de kinderen” (Matth. 18:3) worden, wanneer wij de eenvoud, minzaamheid en tedere liefde van de Heiland in ons opnemen, zal het voor ons niet zo moeilijk zijn om met de harten der kleinen contact te krijgen teneinde hen in de genezende arbeid der liefde op te voeden. -- KV, hfdst 12

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

22 mei: Karakterontwikkeling


“Geeft overvloedig”
De les van het zaad-zaaien leert vrijgevigheid. “Wie karig zaait, zal ook karig oogsten en wie mildelijk zaait, zal mildelijk oogsten”. 2 Cor. 9:6.
De Here zegt: “Welzalig gij die aan alle wateren zaait”. Jes. 32:20. Zaaien aan alle wateren wil zeggen, geven waar onze hulp nodig is. Dat zal niet leiden tot armoede. “Wie mildelijk zaait, zal mildelijk oogsten”. Door uit te delen, vermeerderen wij onze zegen. Gods belofte verzekert ons een voldoende voorraad, opdat we kunnen blijven geven.
Nog meer: wanneer we de zegeningen van dit leven uitdelen, zal de dankbaarheid van de ontvanger zijn hart bereid maken om geestelijke waarheid te ontvangen en zo wordt een oogst voor het eeuwige leven verkregen.

Leven door de dood
Door het werpen van het graan in de aarde, geeft de Heiland een beeld van Zijn offer voor ons. “Indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft”, zegt Hij, “blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort”. Joh. 12:24. Alleen door het offer van Christus, het Zaad, kon vrucht voor het Koninkrijk Gods worden voortgebracht. In overeenstemming met de wet van het plantenrijk, is het leven het resultaat van Zijn dood.
Zo moeten bij allen die vrucht voortbrengen als medearbeiders van Christus, eigenliefde en eigenbelang vergaan; het leven moet geworpen worden in de vore van ‘s werelds noden. Maar de wet van zelfopoffering is de wet van zelfbehoud. De landman behoudt zijn graan door het uit te strooien. Zo is het leven dat behouden zal blijven, het leven dat zich overvloedig geeft in het dienen van God en de mens.

Een symbool van de opstanding
Het zaad sterft om tot nieuw leven te ontkiemen. Hierin wordt de les van de opstanding geleerd. Van het menselijke lichaam, begraven om in het graf tot stof te vergaan, heeft God gezegd: “Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid en opgewekt in kracht”. 1 Cor. 15:42,43.

Studie der natuur heeft een praktische inslag
Wanneer ouders en onderwijzers deze lessen trachten te geven, moeten zij dat op een praktische manier doen. Laat de kinderen zelf de grond bewerken en het zaad zaaien. Wanneer zij bezig zijn, kan de ouder of de onderwijzer een verklaring geven van de tuin van het hart, met daarin gezaaid het goede of het slechte zaad, en dat, zoals de tuin klaar gemaakt moet worden voor het natuurlijke zaad, het hart voor het zaad der waarheid toebereid moet worden. Wanneer het zaad in de aarde geworpen is, kunnen zij de les leren van Christus’ dood; en wanneer de halm opgroeit, kunnen ze wijzen op de waarheid van de opstanding. Wanneer de plant opgroeit, kan men steeds blijven wijzen op de overeenstemming tussen het natuurlijke en het geestelijke zaaien.
De jeugd moet op een overeenkomstige manier worden onderricht. Uit het bebouwen van de grond kunnen aanhoudend lessen worden geleerd. Niemand zal zich vestigen op een braak liggend land in de verwachting dat dit ineens een oogst zal voortbrengen. Men moet met ijver en volharding de grond bewerken, het zaad zaaien en het gewas verzorgen. Zo moet het ook zijn in het geestelijke zaaien. De tuin van het hart moet bewerkt worden. De grond moet worden opengebroken door berouw. Het onkruid dat het goede graan verstikt, moet worden uitgetrokken. Zoals de grond, overwoekerd door doornen, alleen gezuiverd kan worden door vlijtige arbeid, zo kunnen de boze neigingen van het hart alleen overwonnen worden door ernstige arbeid in de naam en de kracht van Christus.

Gehoorzaamheid aan de wet
Bij de bewerking van de grond zal de opmerkzame arbeider ervaren dat schatten, waarvan hij niet heeft gedroomd, te voorschijn komen. Niemand kan bij de land- of tuinbouw succes verwachten, wanneer geen aandacht aan de daarbij behorende wetten wordt geschonken. De bijzondere behoeften van elke plantensoort moeten bestudeerd worden.

Karakterontwikkeling
De verschillende soorten vereisen een verschillende grondsoort en verzorging en het handelen naar de wetten waaronder elke plant staat, is een voorwaarde tot succes. De aandacht, geschonken aan het overplanten, opdat geen wortelvezel verbroken of verkeerd geplaatst wordt, de zorg voor de jonge planten, het snoeien en begieten, de bescherming tegen vorst des nachts en de zon overdag, het treffen van maatregelen tegen onkruid, ziekte en insectenplagen, de gehele verzorging - dat alles leert niet alleen belangrijke lessen aangaande karakterontwikkeling, maar het werk op zichzelf is een middel tot ontwikkeling. Door het aankweken van nauwgezetheid, geduld, aandacht voor het kleine, gehoorzaamheid aan de wet, geeft men een wezenlijke opvoeding. De aanhoudende verbinding met de verborgenheid des levens en de lieflijkheid der natuur, alsook de tedere zorg, zo noodzakelijk voor deze mooie voortbrengselen van Gods schepping, hebben de neiging de geest te verkwikken en het karakter te veredelen en te verheffen; en de lessen die hij leert stellen de arbeider in staat met meer succes met andere mensen om te gaan. -- KV, hfdst 11

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 21 mei: Oogsten na zaaien


Het wonder van de oogst
In het wonder van de Heiland bij de spijziging van de vijfduizend is de werking van Gods macht in het voortbrengen van de oogst duidelijk gemaakt. Jezus trekt de sluier weg van de wereld der natuur en laat de scheppende kracht zien, welke aanhoudend voor ons bestwil wordt uitgeoefend. In de vermenigvuldiging van het in de aarde gestrooide zaad, doet Hij Die de broden vermenigvuldigde, elke dag een wonder. Het is door een wonder dat Hij elke dag miljoenen mensen spijzigt van de oogstvelden der wereld. Terwijl mensen geroepen zijn met Hem samen te werken in de verzorging van het graan en de bereiding van het brood, verliezen zij het Goddelijke werktuig uit het oog. De werking van Zijn kracht wordt toegeschreven aan natuurlijke oorzaken of aan menselijke tussenkomst, en maar al te vaak maakt men van Zijn gaven een zelfzuchtig gebruik en wordt van de zegen een vloek gemaakt. God probeert in dat alles verandering te brengen. Het is Zijn verlangen dat ons trage begrip bezield wordt om Zijn barmhartige goedertierenheid te onderscheiden en dat Zijn gaven ons tot een zegen worden, zoals Hij oorspronkelijk bedoeld heeft.

Deelgenoten van het leven Gods
Het is het Woord Gods, het toebedelen van Zijn leven, dat aan het zaad leven geeft; en, door het eten van het graan, worden wij van dat leven deelgenoten. En God wil dat wij dat terdege zien; Hij verlangt dat zelfs in het ontvangen van ons dagelijks brood, wij Zijn macht zullen erkennen en in nauwer gemeenschap met Hem gebracht zullen worden.

We oogsten wat we zaaien
Door Gods wetten in de natuur ziet men oorzaak en gevolg met een onveranderlijke zekerheid. Het oogsten getuigt van het zaaien. Hier wordt geen schijn geduld. Mensen kunnen hun medemensen bedriegen en kunnen beloning en eer ontvangen voor diensten die zij niet hebben bewezen. Maar in de natuur is van zo’n misleiding geen sprake. Over de ontrouwe landman spreekt de oogst een veroordelend vonnis en in de hoogste zin geldt dit ook in de sfeer van het geestelijke. Het lijkt alsof het kwaad succes heeft, maar in werkelijkheid is dat niet zo. Het kind dat spijbelt om te kunnen spelen, de jongeling die traag is in zijn studie, de bediende of leerjongen die nalatig is de belangen van zijn patroon te dienen, de man in handel of beroep die zijn hoogste verantwoordelijkheden ontrouw wordt, mag zich vleien dat zolang het kwaad verborgen blijft, hij zich bevoordeelt maar dat is niet zo; hij bedriegt zichzelf. De levensoogst is het karakter en dat bepaalt weer op zijn beurt ons lot, zowel voor dit leven als voor het toekomende.

De oogst des levens is het karakter
De oogst is een wedervoortbrenging van het gezaaide zaad. Elk zaad brengt vrucht voort “naar zijn aard”. Zo is het ook met de karaktertrekken die wij koesteren. Zelfzucht, genotzucht, eigenliefde, zelfbewustheid, ontwikkelen zich en het einde is rampzaligheid en ondergang. “Wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de geest eeuwig leven oogsten”. Gal. 6:8. Liefde, medeleven en vriendelijkheid werpen vrucht en zegen af, een onvergankelijke oogst.

Toeneming door zaaien
In de oogst wordt het zaad vermenigvuldigd. Een enkele, door herhaald zaaien vermeerderde graankorrel, zou een hele akker met gouden schoven bedekken. Zo uitgestrekt kan de invloed zijn van een enkel leven, ja zelfs van een enkele daad.
Hoeveel liefdedaden heeft de herinnering aan die albasten kruik, die gebroken werd bij de zalving van Jezus, de eeuwen door teweeg gebracht! En dan die “twee koperstukjes, samen een duit” (Marcus 12:42) welke een arme, ongenoemde weduwe in de offerkist wierp, wat zijn die aanleiding geweest tot ontelbare schenkingen voor het werk van de Heiland! -- KV, hfdst 11

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

20 mei: Een les in kinderopvoeding


De geleidelijke groei van de plant uit het zaad is een aanschouwelijke les in kinderopvoeding. Er is “eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar”. Marcus 4:28. Hij Die deze gelijkenis gaf, schiep het kleine zaad, gaf daaraan zijn levenskrachten en maakte de wetten die zijn groei besturen.

Natuurlijke ontwikkeling
En de waarheden, door de gelijkenis geleerd, werden verwerkelijkt in Zijn eigen leven. Hij, de Majesteit des hemels, de Koning der heerlijkheid, werd als baby in Bethlehem geboren en was gedurende een tijd het hulpeloze kind in de zorgen van zijn moeder. In Zijn kinderjaren sprak en deed Hij als een kind, eerde Zijn ouders en deed wat Hem werd opgedragen. Maar vanaf de eerste vorming van het verstand, groeide Hij voortdurend op in genade en kennis der waarheid.
Ouders en onderwijzers moeten zich ten doel stellen de neigingen van de kinderen zo te leiden, dat ze in elke periode van het leven de schoonheid, verbonden met die periode, weerkaatsen en zij zich, evenals de planten in de tuin, op natuurlijke wijze ontwikkelen.

Eenvoud
De kleinen moeten in kinderlijke eenvoud opgevoed worden. Men moet hun leren tevreden te zijn met de kleine, nuttige plichten en de genoegens en ervaringen, overeenkomstig hun leeftijd. De jeugd komt overeen met de halm in de gelijkenis en de halm heeft van zichzelf een bijzondere schoonheid. Kinderen moeten niet gedrongen worden tot een vroegtijdige rijpheid, maar ze moeten zo lang mogelijk de frisheid en bevalligheid van hun prille jaren behouden. Hoe rustiger en eenvoudiger het leven van een kind is, hoe meer bevrijd van gekunstelde opwinding en hoe meer in harmonie met de natuur, des te gunstiger zal dat zijn voor zijn lichamelijke, verstandelijke en voor zijn geestelijke kracht. -- KV, hfdst 11

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

19 mei: Lessen van het zaad


Wetten van de groei
Van de bijna ontelbare lessen die men kan leren van de verschillende groeiprocessen, zijn enkele van de kostbaarste vervat in de gelijkenis van de Heiland van het ontkiemende zaad. Daarin liggen lessen voor jong en oud.
“Alzo is het Koninkrijk Gods als een mens die zaad werpt in de aarde en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad opkomt en groeit, zonder dat hijzelf weet hoe. De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar.” Marcus 4:26-28.

Goddelijke macht in de groei
Het zaad heeft in zichzelf een ontkiemend element; een element dat God Zelf daar heeft ingeplant; en toch, zou het zaad aan zichzelf zijn overgelaten, dan zou het geen kracht om te ontkiemen bezitten. De mens heeft zijn deel te doen om de groei van het zaad te bevorderen; maar er is één punt, waarbuiten hij niets kan verrichten. Hij is afhankelijk van Hem Die het zaaien en het oogsten door de wonderbaarlijke schakels van Zijn persoonlijke almacht heeft verbonden.
Er is leven in het zaad en kracht in de grond; wanneer echter niet dag en nacht een Goddelijke macht aan het werk is, zal het zaad niet opgroeien. De regen moet de dorstige akkers verkwikken; de zon moet warmte geven; elektriciteit moet toegevoerd worden aan het begraven zaad. Het door de Schepper ingeplante leven kan Hij alleen te voorschijn roepen. Elk zaadje groeit, elke plant ontwikkelt zich door de kracht van God. “Het zaad is het Woord Gods”. “Zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here, Here gerechtigheid en lof doen uitspruiten”. Lucas 8:11; Jes. 61:11. Zoals het is in het natuurlijke, zo is het ook in het geestelijke zaaien; de kracht die alleen leven kan voortbrengen, is uit God.

Zaaien in het geloof
Het werk van de zaaier is een werk des geloofs. De verborgenheid van het ontkiemen en de groei van het zaad kan hij niet begrijpen; maar hij heeft vertrouwen in de middelen waardoor God de planten doet bloeien. Hij strooit het zaad uit en verwacht in een overvloedige oogst dat veelvoudig in te zamelen. Zo moeten ook ouders en onderwijzers werken door een oogst te verwachten van het zaad dat zij uitstrooien.

Gods verbond ten aanzien van de oogst
Gedurende een poos kan het goede zaad onopgemerkt in het hart liggen, zonder blijk te geven dat het wortel heeft geschoten; maar later wanneer de Geest van God de ziel aanraakt, zal het verborgen zaad ontkiemen en ten slotte vrucht voortbrengen. In onze levenstaak weten wij niet wat zal gedijen, dit of dat. Het staat niet aan ons dat vraagstuk op te lossen. “Zaai uw zaad in de morgen en laat uw hand tegen de avond niet rusten”. Pred. 11:6. Gods grote verbond zegt dat “zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst.... niet ophouden”. Gen. 8:22. Vertrouwende op deze belofte ploegt en zaait de landman.
Ten aanzien van het geestelijk zaaien werken wij met niet minder vertrouwen, afgaande op Zijn verzekering: “Alzo zal Mijn woord dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn: het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen”.
“Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt; voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven”. Jes. 55:11; Psalm 126:6.
Het ontkiemen van het zaad stelt het begin van het geestelijke leven voor, en de ontwikkeling van de plant is een beeld van de ontwikkeling van het karakter. Er kan geen leven zonder groei zijn. De plant moet òf groeien òf sterven. Zoals haar groei in alle stilte, onmerkbaar, maar aanhoudend zich voltrekt, zo is ook de groei van het karakter. In elk stadium der ontwikkeling kan ons leven volmaakt zijn; nochtans wanneer Gods doel ten opzichte van ons vervuld wordt, zal er een bestendige vooruitgang zijn.

Voorwaarden tot de groei
De plant groeit doordat zij ontvangt wat God heeft verschaft om haar leven in stand te houden. Zo wordt de geestelijke groei verkregen door samenwerking met goddelijke hulpmiddelen. Zoals de plant wortel schiet in de grond, zo moeten wij wortel schieten in Christus. Zoals de plant de zonneschijn, de dauw en de regen ontvangt zo moeten wij de heilige Geest ontvangen. Wanneer wij ons hart gezet hebben op Christus, zal Hij tot ons komen “als de regen, als de late regen die het land besproeit”. Als de Zon der Gerechtigheid zal Hij over ons opgaan “met genezing onder Zijn vleugelen”. Wij zullen “bloeien als de lelie”. Wij zullen “bloeien als de wijnstok”. Hosea 6:3; Mal. 4:2; Hosea 14:6,8.

Vrucht dragen
De tarwe groeit, “eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar”. Marc. 4:28. Het doel van de landman in het zaaien van het zaad en de verzorging van de plant, is het verkrijgen van graan - brood voor de hongerigen en zaad voor de komende oogsten. Zo verwacht de Goddelijke Landman ook een oogst. Hij probeert Zijn beeld te ontwikkelen in het hart en leven van Zijn navolgers, opdat Hij door hen gestalte zal krijgen in hart en leven van anderen. -- KV, hfdst 11

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 18 mei: Gelijkenissen


“Spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten.”

Christus’ aanschouwelijk onderwijs
De grote Leraar bracht Zijn toehoorders in aanraking met de natuur, opdat zij konden luisteren naar de stem die spreekt door alles wat geschapen is; en wanneer hun hart zich opende en hun geest ontvankelijk werd, hielp Hij hen om de geestelijke lessen van de dingen die zij aanschouwden, in zich op te nemen. De gelijkenissen, waardoor Hij zo gaarne de lessen der waarheid leerde, tonen hoe ontvankelijk Zijn geest was voor de invloeden der natuur - en hoe gaarne Hij de geestelijke leer ontleende aan alles wat men in het dagelijkse leven tegenkomt.

Geschikt voor alle toehoorders
Christus illustreert de onsterfelijke waarheid door middel van de vogels in de lucht, de leliën op het veld, de zaaier en het zaad, de herder en de schapen. Hij ontleende Zijn illustraties ook aan de voorvallen in het leven, ervaringen waarmede de luisteraars vertrouwd waren - de zuurdesem, de verborgen schat, de parel, het visnet, de verloren penning, de verloren zoon, de huizen op de rots en op het zand. In Zijn onderricht was iets dat iedereen belangstelling kon inboezemen, dat sprak tot elk hart. Zo werden de bezigheden van elke dag, in plaats van een steeds terugkerende sleur zonder hogere gedachten te zijn, geplaatst in een meer verheven licht door ze aanhoudend in verband te brengen met het geestelijke en het onzichtbare.
Zó moeten wij onderwijzen. Leert de kinderen in de natuur een uitdrukking van de liefde en de wijsheid van God te zien; laat de gedachten aan Hem verbonden worden met vogels en bloemen en bomen; laat alles wat zichtbaar is, voor hen de vertolker van het onzichtbare worden en al de voorvallen des levens een middel om het Goddelijke onderwijs in zich op te nemen.

Dezelfde wetten
Wanneer zij aldus leren de lessen in al de geschapen dingen en in al de ervaringen des levens te bestuderen, toon dan dat dezelfde wetten waaraan de dingen der natuur en de gebeurtenissen des levens onderworpen zijn, ook ons beheersen; dat ze gegeven zijn voor ons bestwil; en dat we alleen in gehoorzaamheid aan die wetten waar geluk en succes zullen vinden.

De wet van het dienen
Alle dingen, zowel in de hemel als op aarde, verkondigen dat de grote wet des levens een wet van het dienen is. De eeuwige Vader dient het leven van elk levend schepsel. Christus kwam naar de aarde als “dienaar”. Lucas 22:27. De engelen zijn “dienende geesten die uitgezonden worden ten dienste van hen die het heil zullen beërven”. Hebr. 1:14. Dezelfde wet van het dienen staat geschreven op alle dingen der natuur. De vogels in de lucht, de dieren op het land, de bomen van het bos, de bladeren, het gras en de bloemen, de zon aan de hemel en de lichtende sterren - zij allen hebben hun taak. Het meer en de oceaan, de rivier en de waterbron - elk neemt om te geven.

Ontvangen door te geven
Wanneer elk wezen in de natuur aldus het leven der wereld dient, dan waarborgt dat ook zijn eigen leven. “Geeft, en u zal gegeven worden” (Lucas 6:38), is de les, even zeker geschreven in de natuur als op de bladzijden van de Heilige Schrift.Wanneer de berghellingen en de vlakten een bedding openen voor de bergstroom, dan ontvangen ze honderdvoudig terug wat ze geven. De stroom die bruisend zijn weg gaat, laat zijn gaven van schoonheid en vruchtbaarheid achter. Door de velden, verdord en bruin geworden onder de zomerhitte, geeft een strook groen de loop van de rivier aan; elke edele boom, elke knop, elke bloem is een getuige van de beloning die Gods genade schenkt aan allen die Hem in de wereld vertegenwoordigen. -- KV, hfdst 11

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

17 mei: Lessen in de natuur


“De hemelen verkondigen Gods eer.” “En de aarde is vol van Zijn goedertierenheid.”

Het alles doordringende leven
Op al de geschapen dingen is het stempel van de Godheid te zien. De natuur getuigt van God. De ontvankelijke geest, in contact gebracht met het wonder en de verborgenheid van het heelal, kan slechts de werking van een oneindige macht erkennen. Niet door haar eigen aanwezige kracht brengt de aarde haar milde gaven voort of volbrengt jaar in, jaar uit haar loop om de zon. Een ongeziene hand leidt de planeten op hun baan in het universum. Een geheimzinnig leven doordringt de hele natuur - een leven dat de ontelbare werelden door de onmetelijkheid heen schraagt, dat leeft in het allerkleinste insect dat zweeft op het zomerbriesje, dat de zwaluw doet vliegen en de jonge, schreeuwende raven voedt, dat de knop doet ontluiken en de bloem tot vrucht maakt.

Universaliteit der wet
Dezelfde kracht die de natuur in stand houdt, werkt ook in de mens. Dezelfde verheven wetten die zowel de ster als het atoom leiden, beheersen het menselijk leven. De wetten, die de werking van het hart beheersen en de loop van de levensstroom in het lichaam regelen, zijn de wetten van het machtige Wezen, dat ook de heerschappij over de ziel heeft. Uit Hem ontstaat alle leven. Alleen in harmonie met Hem kan men de ware werkingssfeer van dat leven vinden. Voor al de objecten van Zijn schepping is de voorwaarde dezelfde - een leven, in stand gehouden door het leven van God te ontvangen, een leven dat geleefd wordt in harmonie met de wil van de Schepper. De overtreding van Zijn wet, hetzij fysiek, verstandelijk of zedelijk, staat gelijk met het plaatsen van zichzelf buiten de harmonie met het heelal, met het binnenleiden van tweedracht, wetteloosheid en ondergang.

Het getuigenis der natuur
Voor degene die haar lessen op deze wijze leert begrijpen, wordt de hele natuur verlicht; de wereld wordt een leerboek, het leven een school. De eenheid van de mens met de natuur en met God, de algemene heerschappij van de wet, de gevolgen van overtreding, kan niet nalaten het verstand te beïnvloeden en het karakter te vormen.

De leermeester van het kind
Dit zijn lessen die onze kinderen moeten leren. Voor het kleine kind, dat nog niet kan leren uit boeken of nog te jong is om naar school te gaan, biedt de natuur een onuitputtelijke bron van onderricht en van blijdschap. Het hart, nog niet verhard door contact met het boze, bemerkt al heel gauw de Tegenwoordigheid van Hem, die al wat geschapen is doordringt. Het oor, nog niet doof door het lawaai der wereld, is ontvankelijk voor de Stem die spreekt door de klanken der natuur. En voor de ouderen, die voortdurend een stille herinnering aan het geestelijke en het eeuwige nodig hebben, zullen de lessen der natuur, zoals Mozes Gods handschrift onderscheidde op de Arabische vlakten en bergen en het Kind Jezus op de heuvels van Nazareth, zo kunnen de kinderen van heden leren van Hem. Het onzichtbare wordt verklaard door het Zichtbare.

Kans om de natuur te bestuderen
Van alles wat op aarde bestaat, van de hoogste boom in het woud tot de korstmossen die de rotsen bedekken, van de onmetelijke oceaan tot de kleinste schelp op het strand, kunnen zij het beeld en het opschrift Gods erkennen.
Laat, zoveel mogelijk, het kind van zijn prille jeugd af in een omgeving zijn waar dit wonderbaarlijke leerboek open voor hem ligt. Laat hem de heerlijke tonelen aanschouwen, welke de Meester-Kunstenaar op het beweeglijke linnen der hemelen schildert, laat hem bekend worden met de wonderen van aarde en zee, laat hem de zich ontvouwende verborgenheden van de wisselende jaargetijden zien en in al Zijn werken de Schepper leren kennen.

Tegenstrijdige krachten
Op geen andere manier kan het fundament van een ware opvoeding zo vast en zo zeker worden gelegd. En toch zal elk kind, wanneer het in aanraking komt met de natuur, iets zien dat hem in verwarring brengt. Het moet wel de werking van de tegenstrijdige krachten in zich opnemen. En juist hier heeft de natuur een uitlegger nodig. Wanneer men het kwaad ziet, dat zich zelfs in de wereld der natuur openbaart, moeten allen dezelfde bedroevende les leren - “Dat heeft een vijandig mens gedaan”. Matth. 13:28.

De tolk der natuur
Alleen in het licht, dat schijnt van Golgotha, kunnen de lessen der natuur goed begrepen worden. Door het verhaal van Bethlehem en het kruis kan men aantonen, hoe het goede het kwade moet overwinnen en hoe elke zegen die we ontvangen, een gave der verlossing is. In doornen, in distelen en in onkruid vertoont zich het kwaad dat bezoedelt en bevlekt. In de zingende vogel en de ontluikende knop, in regen en zonneschijn, in het zomerbriesje en de zachte dauw, in tienduizend dingen der natuur, van de eik in het woud tot aan het viooltje dat bloeit aan zijn wortel, is de liefde te zien die herstelt. De hele natuur spreekt nog tot ons van Gods goedheid.

Gedachten des vredes
“Ik weet, welke gedachten ik over u koester, luidt het Woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil”. Jer. 29:11. Dit is de boodschap, die men in het licht van het kruis, overal in de natuur kan lezen. De hemelen verkondigen Zijn eer en de aarde is vol van Zijn goedertierenheid. -- KV, hfdst 10

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

16 mei: Resultaten van Christus’ opleiding


Voor deze discipelen bereikte de zending van Christus ten slotte zijn doel. Langzamerhand vormden Zijn voorbeeld en Zijn lessen van zelfverloochening hun karakter. Zijn dood vernietigde hun hoop op wereldse grootheid. De val van Petrus, de afval van Judas, hun persoonlijk falen door Christus in Zijn zieleangst en gevaar alleen te laten, deed hun zelfvoldaanheid verdwijnen. Zij zagen hun eigen zwakheid; zij begonnen iets te zien van de grootheid van het hun opgedragen werk; bij elke stap voelden zij hun behoefte aan de leiding van hun Meester.

Wantrouwen in het eigen-ik
Zij wisten, dat Hij persoonlijk niet langer in hun midden zou verkeren en als nooit tevoren, erkenden zij de waarde van de kansen die zij hadden gehad toen ze met de Gezant van God konden wandelen en spreken. Van Zijn lessen hadden ze er vele, toen ze gegeven werden, niet gewaardeerd en begrepen; nu hunkerden zij ernaar die lessen in hun herinnering terug te roepen en Zijn woorden opnieuw te horen. Met welk een blijdschap herinnerden zij zich nu Zijn verzekering: “Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden”. “Alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, Heb Ik u bekend gemaakt”. En “de Trooster.... Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb”. Joh. 16:7; 15:15; 14:26.

De Leraar der Waarheid
“Al wat de Vader heeft, is het Mijne”. “Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.... Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen”. Joh. 16:15,13, 14.
Op de Olijfberg hadden de discipelen uit hun midden Christus ten hemel zien varen. En toen de hemelen Hem ontvingen, hadden zij zich Zijn afscheidsbelofte herinnerd: “Zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld”. Matth. 28:20.

De zekerheid des geloofs
Zij wisten dat Hij nog met hen meeleefde. Zij wisten dat ze bij de troon van God een vertegenwoordiger, een pleiter hadden. In de Naam van Jezus zonden zij hun smeekbeden op en herhaalden Zijn belofte: “Als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn Naam” Joh. 16:23.
Steeds hoger strekten zij de hand des geloofs uit, met het machtige getuigenis: “Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, Die ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons pleit”. Rom. 8:34.
Trouw aan Zijn belofte, stortte de Goddelijke, verheerlijkt in de hemelse hoven, Zijn volheid uit op Zijn volgelingen op aarde. Zijn verheffing op de troon aan Gods rechterhand werd bekend gemaakt door de uitstorting van de Heilige Geest op Zijn discipelen.

De laatste voorbereiding
Door het werk van Christus waren deze discipelen ertoe gebracht hun behoefte aan de Heilige Geest te voelen; onder de leiding van de Geest ontvingen zij hun laatste voorbereiding en konden ze hun levenstaak beginnen.
Niet langer waren zij ongeletterde, onontwikkelde mannen. Niet langer vormden zij een verzameling van op zichzelf staande eenheden of van tegengestelde, met elkaar in botsing komende elementen. Niet langer stelden zij hun verwachting op wereldse grootheid. Zij waren “eensgezind”, “één van hart en één van ziel”. Hun gedachten waren vol van Christus. De vooruitgang van Zijn koninkrijk was hun doel. In geest en karakter waren zij hun Meester gelijk geworden; en mensen “herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren”. Hand. 4:13.

Een werk dat de wereld deed schudden
Toen was er zo’n openbaring van de heerlijkheid van Christus, als sterfelijke mensen voordien nooit hadden aanschouwd. Heel velen die Zijn Naam hadden gesmaad en Zijn macht veracht, werden nu discipelen van de Gekruisigde. Door de medewerking van de Goddelijke Geest brachten de werkzaamheden van eenvoudige mensen, door Christus verkoren, de wereld in opschudding. In een enkel mensengeslacht werd het evangelie aan alle volken op aarde gebracht.

“Ik ben met u al de dagen”
Dezelfde Geest Die in Zijn plaats werd gezonden om Zijn eerste medearbeiders te onderrichten, is in opdracht van Christus ook de Leermeester van Zijn medearbeiders van heden. “Zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld” (Matth. 28:20), is Zijn belofte. De tegenwoordigheid van dezelfde Gids in het opvoedkundig werk van deze tijd zal dezelfde resultaten teweegbrengen als in het verleden. Dat is het doel waarnaar ware opvoeding streeft; dat is het werk dat volgens Gods plan gedaan moet worden. -- KV, hfdst 9

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

15 mei: Opleiding van Judas


Maar onder de twaalven was er een, tot wie, tot bijna aan het einde van Zijn werk, Christus geen woord van rechtstreeks verwijt richtte.

Een element van verzet
Met Judas was een element van verzet onder de discipelen gekomen. Door zich bij Jezus aan te sluiten, was hij ingegaan op de aantrekkingskracht van Diens karakter en leven. Hij had oprecht verlangd naar een verandering in zichzelf en had gehoopt dit te bewerkstelligen door een verbintenis met Jezus. Maar dit verlangen nam niet een overheersende plaats in. Wat hem overheerste was de hoop op eigen voordeel in het wereldse koninkrijk dat, naar hij meende, Christus zou oprichten. Al erkende hij de goddelijke kracht in de liefde van Christus, toch onderwierp Judas zich niet daaraan. Hij bleef zijn eigen oordeel en zienswijzen aanbrengen, alsook zijn neiging om te kritiseren en te veroordelen. De beweegredenen en daden van Christus, vaak zo ver verheven boven zijn eigen begrip, verwekten twijfel en teleurstelling en hij droeg zijn persoonlijke twijfel en eerzucht over op de discipelen. Veel van hun strijd om de eerste plaats en van hun teleurstelling over de methoden van Christus, vond zijn bron in Judas.

Geen conflict maar genezing
Jezus, Die wel zag dat ingrijpen nog meer zou verharden, vermeed een rechtstreeks conflict. De benepen zelfzucht in Judas’ leven probeerde Christus te genezen door contact met Zijn persoonlijke liefde, zo vol zelfopoffering. In Zijn onderricht ontvouwde Hij beginselen die de egocentrische eerzucht van de discipel in de wortel troffen. Zo werd de ene les na de andere gegeven en menig keer werd Judas zich bewust dat dit op zijn karakter en op zijn zonde sloeg; maar hij wilde zich niet onderwerpen.
Omdat hij zich verzette tegen de smeekbeden der genade, kreeg de drang tot kwaad ten slotte de overhand. Steeds boos wordend over de gegeven berisping en wanhopig geworden door de teleurstelling van zijn eerzuchtige dromen, gaf Judas zijn ziel over aan de demon van de hebzucht en besloot zijn Meester te verraden. Vanuit de opperzaal van het Paasfeest, de vreugde van Christus’ aanwezigheid, en het licht der onsterfelijke hoop, ging hij weg om zijn boos werk te doen - naar de buitenste duisternis waar geen hoop meer was.

Nooit falende liefde
“Jezus wist van den beginne, wie het waren die niet geloofden en wie het was die Hem verraden zou”. Joh. 6:64. En toch, terwijl Hij hen allen kende, had Hij geen bede der barmhartigheid of gave der liefde achtergehouden.
Het gevaar van Judas ziende, had Hij hem nauw met Zichzelf verbonden binnen de cirkel van Zijn verkoren en vertrouwde discipelen. Dag in, dag uit, wanneer de last Hem zwaar op het hart lag, had Hij de moeiten verdragen van de aanhoudende omgang met die koppige, kwaaddenkende, broedende geest. Hij had dat aanhoudende, verborgen en listige verzet gezien en Zijn best gedaan het tegen te gaan. En dat alles opdat toch maar niets verzuimd zou worden om die bedreigde ziel te redden!
“Vele wateren kunnen de liefde niet blussen en rivieren spoelen haar niet weg”;
“Want sterk als de dood is de liefde.” Hooglied 8:7,6

Een waarschuwing voor de elven
Wat Judas betreft, was het werk der liefde van Christus tevergeefs geweest. Maar dat ging niet op ten aanzien van zijn medediscipelen. Voor hen had de les een levenslange invloed. Zelfs zou zijn voorbeeld van minzaamheid en lankmoedigheid invloed hebben op hun omgang met de verzochten en dwalenden. En daarin waren nog andere lessen begrepen. Bij de aanstelling van de twaalven was het de bijzondere wens van de discipelen dat Judas tot hun kring zou behoren en zij hadden zijn opname gezien als een gebeurtenis die veel beloofde voor de groep der apostelen. Hij was met de wereld meer in aanraking geweest dan zij, iemand met goede manieren, met een goede opmerkingsgave en bekwaam om leiding te geven. En daar hij een hoge dunk had van zijn eigen begaafdheid, had hij de discipelen zo ver gebracht dat zij hem eveneens zo beschouwden. Maar de methoden die hij wilde invoeren in het werk van Christus, waren gebaseerd op wereldse beginselen en hadden een wereldse inslag. Zij zagen uit naar het zich verschaffen van wereldse erkenning en eer - naar het verkrijgen van het koninkrijk dezer wereld.

Wereldse wijsheid als doel
De gevolgen van deze verlangens in het leven van Judas, hielpen de discipelen de tegenstelling te onderscheiden tussen het beginsel van zelfverheerlijking en het beginsel van Christus van ootmoed en zelfopoffering - het beginsel van het geestelijke koninkrijk. In het noodlot van Judas zagen zij tot welk resultaat eigenbelang leidt. -- KV, hfdst 9

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 14 mei: Opleiding van Petrus


De geschiedenis van geen der discipelen illustreert beter de vormingsmethode van Christus dan de geschiedenis van Petrus. Stoutmoedig, strijdlustig, vol van vertrouwen, vlug in het opmerken en handelen, direct klaar voor vergelding, maar even vlug bereid om te vergeven, dwaalde Petrus dikwijls en werd vaak berispt. maar ook werden zijn hartelijke trouw en toewijding ten opzichte van Christus erkend en geprezen. Geduldig, met een scherpzinnige liefde, ging de Heiland om met Zijn onstuimige discipel, terwijl Hij probeerde zijn zelfvertrouwen te beperken en hem nederigheid, gehoorzaamheid en vertrouwen te leren.
Maar de les werd slechts ten dele geleerd. Die zelfverzekerdheid werd niet met wortel en al uitgeroeid.
Vaak probeerde Jezus, terwijl de last zwaar op Zijn eigen hart drukte, met de discipelen te spreken over Zijn beproevingen en lijden. Maar hun ogen bleven daarvoor gesloten. Die kennis was hun niet welkom en zij zagen die niet. Zelfbeklag dat terugschrok voor de gemeenschap met Christus in het lijden, deed Petrus uitroepen: “Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen” Matth. 16:22. Zijn woorden drukten de gedachten en gevoelens uit van de twaalf discipelen.
Zo gingen zij voort, de crisis tegemoet; terwijl zij pochend en strijdlustig, bij voorbaat reeds de koninklijke eer voor zich opeisten, dachten zij helemaal niet aan het kruis.

Berisping die terugbrengt op de goede weg
Voor hen allen hield de ervaring van Petrus een les in. Voor diegene die vol zelfvertrouwen is, staat beproeving gelijk met nederlaag. De zekere gevolgen van het boze, dat niet is verzaakt, kon Christus niet voorkomen. Maar zoals Zijn reddende hand zich uitstrekte toen Petrus in het watergraf dreigde te zinken, zo heeft Zijn liefde hem behoed toen de diepe wateren zijn ziel overspoelden. Steeds en steeds weer brachten de pochende woorden van Petrus hem dichter en dichter bij de rand van de ondergang. Steeds en steeds weer werd de waarschuwing gegeven: Gij zult loochenen.... dat gij Mij kent. Lucas 22:34.

“Ik heb voor u gebeden”
De bekentenis “Here, met U ben ik bereid ook gevangenis en dood in te gaan” (Lucas 22:33), kwam uit het gekwelde, liefdevolle hart van de discipel; en Hij Die de harten leest, gaf Petrus de boodschap, die toen weinig op prijs gesteld werd, maar die in de snel vallende duisternis een straal van hoop zou werpen: “Simon, Simon, zie, de Satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen”. Lucas 22:31,32.

“Wanneer gij tot bekering gekomen zijt”
Toen in de rechtszaal de verloochenende woorden waren gesproken, toen Petrus’ liefde en trouw, ontwaakt onder de blik vol medelijden, liefde en smart van de Heiland, hem voortdreven naar de hof waar Christus had geweend en gebeden; toen zijn tranen van bitter berouw vielen op de grond, nat gemaakt met de bloeddruppels van Zijn zielestrijd - toen waren de woorden van de Heiland: “Ik heb voor u gebeden....als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen” een plechtanker voor zijn ziel. Hoewel Christus Petrus’ zonde voorzag, heeft Hij hem toch niet aan de wanhoop ten prooi gelaten.
Hoe dicht zou de duisternis rondom Petrus geweest zijn, indien de blik die Jezus op hem wierp, gesproken had van veroordeling in plaats van medelijden of wanneer in de voorzegging der zonde Hij niet van hoop had gesproken! Hoe diep zou dan de wanhoop geweest zijn van die gekwelde ziel! Wat zou hem in dat uur van angst en zelfverfoeiing hebben weerhouden dezelfde weg als Judas op te gaan?

Niet alleen
Hij Die Zijn discipel de angst niet kon besparen, liet hem niet alleen in zijn bittere droefheid. Zijn liefde eindigt nooit en vergaat nooit. Menselijke wezens, zelf in het kwade verstrikt, hebben de neiging met de verzochten en de dwalenden op een liefdeloze manier om te gaan. Zij kunnen niet zien wat er in het hart omgaat, zij kennen daarvan niet de strijd en de moeiten. Van de berisping die liefde is, van de slag die wondt om te genezen, van de waarschuwing waarin de hoop verankerd ligt, moeten ze nog heel veel leren.

“Zegt Petrus”
Het was niet Johannes, die in de rechtszaal bij Zijn verhoor aanwezig was, die naast Zijn kruis stond en die van de twaalven het eerst bij het graf was - het was niet Johannes, maar Petrus, die in de eerste boodschap door Christus na Zijn opstanding aan de discipelen gezonden, bij name werd genoemd. “Zegt Zijn discipelen en Petrus”, zei de engel, “dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien”. Marcus 16:7.
Bij de laatste ontmoeting van Christus met de discipelen aan de zee werd Petrus, nadat hij op de proef gesteld was door de driemaal gestelde vraag: “Hebt gij Mij lief?” opnieuw zijn plaats onder de twaalven toegewezen. Zijn werk werd hem opgedragen, hij moest de kudde des Heren hoeden. Toen, als Zijn laatste persoonlijke aanwijzing, verzocht Jezus hem: “Volg gij Mij”. Joh. 21:17,22.

De les geleerd
Nu kon hij de woorden waarderen. De les, door Christus gegeven toen Hij een kind plaatste in het midden van de discipelen en hun verzocht dit gelijk te worden, kon Petrus nu beter verstaan. Hij was bereid te vertrouwen en te gehoorzamen omdat hij zowel zijn eigen zwakheid als de macht van Christus beter kende. In Zijn kracht kon hij zijn Meester volgen.
En aan het einde van al zijn werk en opofferingen, achtte de discipel, die eens het kruis maar niet had willen zien, het een vreugde zijn leven voor het evangelie te mogen geven. Alleen zag hij, die de Here had verloochend, het als een grote eer, op dezelfde manier te sterven als zijn Meester.

Een wonder der wonderen
De verandering die zich in Petrus voltrok, was een wonder van goddelijke barmhartigheid. Dat is een levensles voor allen die willen treden in de voetstappen van de Meester-Leraar.
Jezus berispte Zijn discipelen. Hij waarschuwde en bestrafte hen; toch verlieten Johannes en Petrus en hun broeders Hem niet. Ondanks al die terechtwijzingen wilden zij bij Jezus blijven. En de Heiland liet hen, vanwege hun tekortkomingen, toch niet aan hun lot over. Hij neemt de mensen zoals ze zijn, met al hun fouten en zwakheden en leidt ze op voor Zijn dienst, indien ze zich door Hem laten opvoeden en onderrichten. 1 Joh. 3:1-3. -- KV, hfdst 9

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

13 mei: De opleiding van Johannes


Petrus, Jacobus en Johannes zochten elke gelegenheid om in nauw contact met hun Meester te komen en hun verlangen werd bevredigd. Van de twaalf stonden zij in de innigste verhouding tot Hem. Johannes kon alleen tevredengesteld worden door een nog vertrouwelijker omgang en die werd hem ook toegestaan. Op die eerste samenkomst bij de Jordaan, toen Andreas, Jezus gehoord had, zich haastte om zijn broer te roepen, zat Johannes heel stil, geheel in de ban van die wonderlijke leer. Hij volgde de Heiland als een ijverige, toegewijde luisteraar. Toch had Johannes geen volmaakt karakter. Hij was geen zachtmoedige, dromerige dweper. Hij en zijn broer werden “zonen des donders” (Marc. 3:17) genoemd. Johannes was trots, eerzuchtig, strijdlustig; maar onder dit alles ontdekte de goddelijke Leraar het vurige, oprechte liefdevolle hart. Jezus berispte zijn zelfzucht, stelde zijn eerzucht teleur, beproefde zijn geloof. Maar Hij openbaarde hem waarnaar zijn ziel had verlangd - de schoonheid der heiligheid, Zijn eigen, verandering aanbrengende liefde. “Aan de mensen”, zei Hij tot Zijn Vader, “die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt, heb Ik Uw Naam geopenbaard”. Joh. 17:6.

Gemeenschap; omvorming
Johannes had een natuur die hunkerde naar liefde, sympathie en gemeenschap. Hij was altijd dicht bij Jezus, zat naast Hem, leunde tegen Zijn borst. Hij nam het goddelijke licht en leven in zich op, zoals een bloem dat doet met de zon en de dauw. Hij aanschouwde de Heiland vol liefde en verering, totdat zijn enig verlangen werd, op Christus te gelijken, met Hem gemeenschap te hebben en in zijn karakter het karakter van Zijn Meester te weerkaatsen.
“Ziet”, zei hij, “welk een liefde ons de vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. En een ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is”. 1 Joh. 3:1-3. -- KV, hfdst 9

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

12 mei: Opleiding van de twaalf discipelen


Het meest volmaakte beeld van Christus’ methoden als leraar wordt gevonden in Zijn opleiding van de eerste twaalf discipelen. Op deze mannen zouden zware verantwoordelijkheden gelegd worden. Hij had hen verkoren als mannen die Hij met Zijn Geest kon doordringen en die opgeleid konden worden om Zijn werk op aarde te volvoeren, wanneer Hij die zou verlaten. Aan hen, boven alle anderen, verleende Hij het voorrecht van Zijn persoonlijk gezelschap. Door een persoonlijke omgang drukte Hij Zijn stempel op deze verkoren medearbeiders. “Het leven toch is geopenbaard," zegt Johannes, "en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven”. 1 Joh. 1:2.
Alleen door zo’n gemeenschap - de gemeenschap van geest met geest en hart met hart, van het menselijke met het goddelijke - kan die levengevende kracht worden toebedeeld, hetgeen de taak is van ware opvoeding. Alleen leven verwekt leven.

De gezinsschool
In de opleiding van Zijn discipelen volgde de Heiland het opvoedingssysteem dat in den beginne was ingesteld. De eerste twaalf uitverkorenen, met enkele anderen, die slechts af en toe met hen verbonden waren om hen te dienen, vormden het gezin van Jezus. Zij waren met Hem in huis, aan tafel, in de binnenkamer, in het veld. Zij vergezelden Hem op Zijn tochten, deelden in Zijn lasten en moeilijkheden en namen zoveel zij konden deel aan Zijn werk. Soms onderwees Hij hun als ze gezamenlijk op de berghelling zaten, soms aan de oever van het meer of vanaf de vissersboot, soms wanneer ze onderweg waren. Wanneer Hij sprak tot de menigte, zaten de discipelen in de voorste rij. Zij zochten een plaats zo dicht mogelijk bij Hem, opdat niets van Zijn onderricht hun zou ontgaan. Zij waren oplettende toehoorders, begerig om de waarheden te verstaan die zij in alle landen en voor alle tijden moesten brengen.

Uit het gewone volk
De eerste leerlingen van Jezus werden gekozen uit de rijen van het gewone volk. Het waren nederige, ongeschoolde, ongeletterde mannen, deze vissers van Galilea; mannen, niet onderwezen in de leer en gewoonten der rabbi’s; maar gevormd door de harde tucht van zware arbeid. Het waren mannen met een natuurlijke begaafdheid en een ontvankelijke geest; mannen die onderwezen en gevormd konden worden voor het werk van de Heiland. Op de levenswegen bevindt zich menige arbeider die dag in dag uit geduldig zijn plicht doet, zonder enig bewustzijn van de sluimerende krachten die, indien ze tot activiteit werden aangezet, hem zouden plaatsen onder de grote leiders in de wereld. Zo waren de mannen die door de Heiland geroepen werden om Zijn medearbeiders te zijn. En zij hadden het voordeel dat ze drie jaar lang werden opgeleid door de grootste Opvoeder die deze wereld ooit heeft gekend.

Karaktertypen
Onder deze eerste discipelen traden grote tegenstellingen aan de dag. Zij waren bestemd de leraars der wereld te worden, maar zij toonden zeer verschillende typen van karakter. Daar was Levi-Mattheüs, de tollenaar, geroepen uit een druk, aan Rome ondergeschikt leven; Simon, de ijveraar, de onbuigzame vijand van Cesars macht; de onstuimige, zelfvoldane, meevoelende Petrus, met Andreas, zijn broer; Judas, de Judeeër, beschaafd, bekwaam, maar onoprecht van geest; Filippus en Thomas, trouw en ernstig, maar traag van hart om te geloven; Jacobus, de jongere en Judas, de onder de broeders niet zo op de voorgrond tredend, maar mannen van kracht, positief zowel in hun fouten als in hun deugden; Nathanaël, een kind in oprechtheid en vertrouwen; en de eerzuchtige zonen van Zebedeüs, maar toch met een vriendelijke aard.

Om een eenheid te vormen
Om met succes het werk waartoe zij geroepen waren, te kunnen verrichten, moesten deze discipelen, zo erg verschillend in karakter, in scholing en in levensgewoonten, tot eenheid van gevoelens, gedachten en actie komen. Het doel van Christus was, deze eenheid tot stand te brengen. Daarom probeerde Hij hen één met Hem te doen worden. Hoe zwaar dit bij Hem woog, komt tot uiting in Zijn gebed tot de Vader, “opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn....; opdat de wereld erkenne dat Gij Mij gezonden hebt en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt”. Joh. 17:21-23.

Die Hem het naast stonden
Vier van de twaalf discipelen zouden een leidende positie innemen, ieder in een bepaalde richting. Christus, die alles voorzag, onderrichtte hen om hen daarop voor te bereiden. Jacobus, bestemd tot een spoedige dood door het zwaard, Johannes, die van de broeders het langst zijn Meester zou volgen in arbeid en vervolging; Petrus, de pionier, die eeuwenoude vooroordelen zou doorbreken en aan de heidenwereld de boodschap zou brengen; en Judas, bekwaam om in het werk boven zijn broeders uit te komen, maar die in zijn ziel plannen koesterde, aan welker vruchten hij weinig dacht - aan dezen besteedde Christus Zijn grootste zorgen en Zijn meeste onderwijs. -- KV, hfdst 9

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 11 mei: Jezus, de Grote Leraar-6


“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze Mens spreekt!” Johannes 7:46
“Men noemt Hem Wondebare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” Jes. 9:5.
Tot en met 11 mei staan we stil bij de Grote Rabbi Jehoshua, Jezus. Wat maakte Hem anders dan de leraren in Israel?

Voor alle mensen en alle tijden
De leer van Christus, evenals Zijn sympathieën, omvatte de hele wereld. Er kan geen levensomstandigheid, geen crisis in de menselijke ervaring zijn, waarnaar niet bij voorbaat in Zijn leer wordt verwezen en waarvoor de beginselen van de onderwijzing geen les voor hem bevatten. Daar Hij de Vorst der leraars is, zal ervaren worden dat Zijn woorden een gids zijn voor Zijn medearbeiders tot aan het einde van de tijd. Voor Hem waren het heden en de toekomst, het nabije en het verre één. Voor Hem lagen de noden van de gehele mensheid open. Zijn geestesoog aanschouwde elk toneel van menselijke inspanning en prestatie, van verzoeking en strijd, van verwarring en gevaar. Alle harten, alle gezinnen, alle genoegens en vreugden en doelstellingen waren Hem bekend. Hij sprak niet alleen voor, maar tot de gehele mensheid. Tot het kind in zijn eerste levensjaar; tot het onstuimige, rusteloze hart van de jeugd; tot mannen in de kracht van hun leven, die de lasten van verantwoordelijkheid en zorg droegen; tot de bejaarden in hun zwakheid en vermoeidheid - tot allen was Zijn boodschap gericht, - tot elk mensenkind, voor alle tijden en plaatsen.

De juiste waardering van het leven
Zijn leer omvatte de dingen van het heden en de dingen van het eeuwige - het zienlijke in verhouding tot het onzienlijke, de voorbijgaande voorvallen in het leven-van-elke-dag en de hoogtepunten van het toekomende leven.
De aangelegenheden van dit leven plaatste Hij in hun ware verhouding, als ondergeschikt aan die met een eeuwige strekking; nochtans deed Hij de belangrijkheid daarvan niet tekort. Hij leerde dat hemel en aarde met elkaar verbonden zijn en dat kennis van de goddelijke waarheid de mens beter in staat stelt om de dagelijkse plichten te vervullen.
Voor Hem was niets zonder bedoeling. Het spel van een kind, het zwoegen van de mens, de genoegens en zorgen en moeiten van het leven, alles was gericht op dat ene doel - de openbaring van God om de mens te verheffen.

“God met ons”
Van Zijn lippen kwam het Woord Gods in de harten der mensen met nieuwe kracht en nieuwe betekenis. Door Zijn leer kwam alles wat geschapen was in een nieuw licht te staan. Op het gelaat der natuur rustte nogmaals die glans der heerlijkheid welke door de zonde was weggevaagd. In al de feiten en ervaringen des levens werden een goddelijke les en de mogelijkheid van goddelijke gemeenschap geopenbaard. Opnieuw woonde God op aarde; menselijke harten werden zich Zijn tegenwoordigheid bewust; de wereld lag verzonken in Zijn liefde. De hemel kwam af tot de mensen. In Christus erkenden hun harten Hem Die voor hen de wetenschap der eeuwigheid had geopend, - “Immanuel, God met ons”.

“De Eerste en de Laatste”
In de door God gezonden Leraar vindt alle ware opvoedingsarbeid zijn middelpunt. Van dit werk van heden evenzeer als van het werk dat Hij ruim negentienhonderd jaar geleden vestigde, spreekt de Heiland aldus: “Ik ben de eerste en de laatste en de levende, Ik ben de alpha en de omega, het begin en het einde.” Openb. 1:17; 21:6

Wat is het dan meer dan dwaas in tegenwoordigheid van zo’n Leraar, van zo’n kans tot een goddelijke opvoeding, een scholing na te streven los van Hem - proberen wijs te zijn los van de Wijsheid; eerlijk te zijn, terwijl de Waarheid wordt verworpen; meer licht te zoeken buiten het Licht om, en te leven zonder het Leven; zich af te wenden van de Bron van levend water, om bakken uit te houwen die geen water houden.
Zie, nog steeds nodigt Hij uit: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”. “Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water dat springt ten eeuwige leven”. Joh. 7:37,38; 4:14. -- KV, hfdst 8

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

10 mei: Jezus, de Grote Leraar-5


“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze Mens spreekt!” Johannes 7:46
“Men noemt Hem Wondebare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” Jes. 9:5.
Tot en met 11 mei staan we stil bij de Grote Rabbi Jehoshua, Jezus. Wat maakte Hem anders dan de leraren in Israel?

Het zien van ‘s mensen mogelijkheden
In elk menselijk wezen onderscheidde Hij onbeperkte mogelijkheden. Hij zag de mensen zoals zij konden zijn, veranderd door Zijn genade, - in “de liefelijkheid van de Here, onze God”. Psalm 90:17. Terwijl Hij hen in hope aanschouwde, bezielde Hij hen ook met die hoop. Hen met vertrouwen tegemoet tredend, bezielde Hij hen met vertrouwen. In Zichzelf openbarende ‘s mensen ware ideaal, bracht Hij om dit te bereiken, in hen zowel verlangen als geloof tot leven. In Zijn tegenwoordigheid werden verachtte en gevallen zielen zich bewust dat zij nog mensen waren en zij verlangden ernaar, Zijn achting waardig te zijn. In menig hart, dat onontvankelijk scheen voor heilige dingen, werden nieuwe krachten opgewekt. Voor menige wanhopende opende zich de mogelijkheid tot een nieuw leven.
Christus verbond de mensen met Zijn hart met koorden der liefde en toewijding en door diezelfde koorden verbond Hij hen aan hun medemensen. Bij Hem stond liefde gelijk met leven en leven gelijk met dienen. “Om niet hebt gij het ontvangen”, zei Hij, geeft het om niet”. Matth. 10:8.

In de verborgen plaats der kracht
Het was niet enkel aan het kruis, dat Christus Zich opofferde voor de mensheid. Wanneer Hij rondging, weldoende (Hand. 10:38), was de ervaring van elke dag een uitstorting van Zijn leven. Op slechts één manier kan zo’n leven worden ondersteund. Het leven van Jezus kenmerkte zich door vertrouwen op God en gemeenschap met Hem. Mensen vertoeven nu en dan in de verborgen plaats des Allerhoogsten, in de schaduw des Almachtigen; daar verpozen zij een tijdlang en het resultaat is zichtbaar in nobele daden; maar dan faalt hun geloof, de gemeenschap wordt verbroken en het levenswerk bezoedeld. Maar het leven van Jezus was een leven van aanhoudend vertrouwen, ondersteund door een voortdurende gemeenschap en Zijn dienstwerk voor hemel en aarde was zonder enige mislukking of aarzeling.
Als mens deed Hij Zijn gebeden opstijgen tot de troon van God, tot Zijn menselijkheid een hemelse stroom in zich opnam, die het menselijke met het goddelijke verbond. Hij ontving leven van God en gaf dat door aan de mensen.

Het doel van Zijn leer
“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze mens spreekt”. Joh. 7:46. Dit zou van Christus waar geweest zijn, zo Hij enkel op het gebied van het natuurwetenschappelijke en het verstandelijke had onderwezen, of enkel ten aanzien van theoretische en speculatieve zaken. Hij zou verborgenheden hebben kunnen ontsluiten, welke eeuwen van arbeid en studie hebben vereist om daarin door te dringen. Hij had op wetenschappelijk gebied denkwijzen kunnen ontwikkelen, die tot aan het einde van de tijd voedsel voor de hersenen en een prikkel tot ontdekkingen geweest zouden zijn. Maar dat alles deed Hij niet. Hij zei niets dat de nieuwsgierigheid kon bevredigen of persoonlijke eerzucht kon prikkelen. Hij verkondigde geen moeilijk te doorgronden theorieën, maar alleen wat nodig is voor de karakterontwikkeling; wat ‘s mensen vermogen, om God te kennen, zal vergroten en zijn macht om het goede te doen, zal versterken. Hij sprak van die waarheden welke het levensgedrag bepalen en de mens verbinden met de eeuwigheid.
In plaats van de mensen ertoe te brengen menselijke theorieën aangaande God, Zijn Woord of Zijn werken te bestuderen, leerde Hij hun Hem te aanschouwen, zoals Hij Zich geopenbaard had in Zijn werken, in Zijn Woord en door Zijn voorzienigheden. Hij bracht hun gedachten in contact met de gedachten van de Oneindige. De mensen “stonden versteld over Zijn leer, want Zijn woord was met gezag”. Lucas 4:32. Nooit had iemand gesproken met zo’n kracht om tot denken aan te zetten, om naar het hogere te streven, om elk vermogen van lichaam, geest en ziel tot leven te wekken. -- KV, hfdst 8

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

9 mei: Jezus, de Grote Leraar-4


“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze Mens spreekt!” Johannes 7:46
“Men noemt Hem Wondebare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” Jes. 9:5.
Tot en met 11 mei staan we stil bij de Grote Rabbi Jehoshua, Jezus. Wat maakte Hem anders dan de leraren in Israel?

“In verzoekingen heeft Hij geleden”
“Doordat Hijzelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:18.
Christus alleen had ervaring in al de smarten en verzoekingen die menselijke wezens overkomen. Nooit werd iemand anders, uit een vrouw geboren, zo hevig aangevallen door verzoeking, nooit heeft iemand anders zo’n zware last van ‘s werelds zonde en smart gedragen. Nooit is er iemand geweest, wiens medeleven zo veelomvattend en zo minzaam was. Delende in al de ervaringen der mensheid, kon Hij niet enkel met elke belaste, verzochte en worstelende ziel meevoelen, maar ook meeleven.

Zoals Hij leerde, zo was Hij
Zoals Hij leerde, zo leefde Hij. “Ik heb u een voorbeeld gegeven”, zei Hij tot Zijn discipelen, “opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb”. “Ik heb de geboden Mijns Vaders bewaard”. Joh. 13:15; 15:10. Zo ging er van Christus’ woorden in Zijn leven voorbeeld en kracht uit. Maar nog meer; zoals Hij leerde, zo was Hij. Zijn woorden waren de uitdrukkingen, niet enkel van Zijn eigen levenservaring, maar van Zijn persoonlijk karakter. Niet alleen leerde Hij de waarheid, maar Hij was de waarheid. En dat was het, wat aan Zijn leer kracht verleende.

Macht om harten te winnen
Christus berispte waar dit nodig was. Nooit heeft er iemand geleefd die het kwaad zo haatte; nooit was er iemand die het zo onbevreesd veroordeelde. Voor alles wat leugen en bedrog was, hield Zijn tegenwoordigheid een berisping in. In het licht van Zijn reinheid zagen de mensen hoe onrein zijzelf waren, hoe hun bedoelingen in het leven boos en vals waren. En toch trok Hij ze tot Zich. Hij die de mens had geschapen, begreep de waarde van de mensheid. Openlijk veroordeelde Hij het kwaad als de vijand van hen, die Hij zocht te zegenen en te redden. In elk menselijk wezen, hoe diep ook gezonken, zag Hij een kind van God dat teruggebracht kon worden tot het voorrecht van zijn verwantschap aan God. “God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”. Joh. 3:17. Wanneer Hij de mensen in hun lijden en ontaarding aanschouwde, bemerkte Christus dat er nog reden was om te hopen, waar enkel wanhoop en ondergang te zien waren. Waar zich ook maar een noodgeval voordeed, zag Hij een kans om te helpen. Verzochte en verslagen zielen die zichzelf verloren waanden, trad Hij tegemoet, niet met een vloek maar met een zegen.

Zaligspreking ter begroeting
De zaligsprekingen waren Zijn begroeting aan de gehele mensheid. Toen Hij daar al die mensenscharen zag, bijeengekomen om te luisteren naar de prediking op de berg, scheen Hij op dat ogenblik te vergeten dat Hij niet in de hemel was en zo uitte Hij de gewone begroeting van de wereld des lichts. Van Zijn lippen vloeiden de zegeningen als een bruisende stroom uit een lang verzegelde bron. Terwijl Hij zich afkeerde van de eerzuchtige, zelfvoldane bevoorrechten dezer wereld, verkondigde Hij dat diegenen gezegend waren, die, hoe groot hun nood ook was, Zijn licht en liefde zouden aannemen. Tot de armen van geest, de bedroefden, de vervolgden strekte Hij Zijn armen uit en zei: “Komt tot Mij.... Ik zal u rust geven”. Matth. 11:28. -- KV, hfdst 8

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

8 mei: Jezus, de Grote Leraar-3


“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze Mens spreekt!” Johannes 7:46
“Men noemt Hem Wondebare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” Jes. 9:5.
Tot en met 11 mei staan we stil bij de Grote Rabbi Jehoshua, Jezus. Wat maakte Hem anders dan de leraren in Israel?

De kracht van een nieuw leven
Daar was slechts één hoop voor de mensheid - dat in die massa van tegenstrijdige en verderfelijke elementen een nieuw zuurdesem zou gebracht worden; dat de mensen de kracht tot een nieuw leven zouden ontvangen; dat de kennis van God aan de wereld teruggegeven zou worden.
Christus kwam om die kennis te herstellen. Hij kwam om de valse leer, waardoor zij die beweerden God te kennen, een verkeerd beeld van Hem hadden gegeven, weg te nemen. Hij kwam om de natuur van Zijn wet aan te tonen, om in Zijn eigen karakter de schoonheid der heiligheid te openbaren.

Met de liefde der eeuwigheid
Christus kwam naar de wereld met de van alle eeuwigheid saamgevatte liefde. Terwijl Hij een streep haalde door al die eisen welke de wet van God hadden belemmerd, toonde Hij dat de wet een wet van liefde is, een uitdrukking van de Goddelijke Goedheid. Hij liet zien dat het gehoorzamen aan haar beginselen het geluk der mensheid betekent en daarmede de standvastigheid, het fundament en de opbouw van de menselijke samenleving.
Wel verre van een maaksel van willekeurige eisen, is Gods wet aan de mensen gegeven als een omtuining, een schild. Wie haar beginselen aanneemt, is bewaard tegen het kwaad. Getrouwheid aan God houdt ook getrouwheid aan de mens in. Zo waakt de wet over de rechten, de persoonlijkheid van elk menselijk wezen. Zij weerhoudt de meerdere van verdrukking en de ondergeschikte van ongehoorzaamheid. Zij verzekert het welzijn van de mens, zowel voor deze als voor de komende wereld. Voor de gehoorzame bevat ze de belofte van het eeuwige leven; want ze brengt de beginselen die eeuwig blijven bestaan, tot uiting.

Een betoog van ware beginselen
Christus kwam om de waarde der goddelijke beginselen aan te tonen, door hun kracht voor de wedergeboorte der mensheid te openbaren. Hij kwam om te onderrichten hoe deze beginselen ontwikkeld en toegepast moesten worden.
Bij de mensen van die tijd werd de waarde van alle dingen bepaald door uiterlijk vertoon. Naarmate de godsdienst aan kracht had ingeboet, was hij toegenomen in pracht en praal. De opvoeders van die tijd zochten eerbied af te dwingen door veel uiterlijk vertoon.

Eenvoud
Met dit alles vormde het leven van Jezus een scherpe tegenstelling. Zijn leven toonde de waardeloosheid van al die dingen, die de mensen als zeer noodzakelijk voor het leven beschouwden. Hoewel Hij werd geboren in een zeer eenvoudige omgeving - opgroeiende in het gezin van een landman en het werk doende van een ambachtsman, en Hij in die jaren in onbekendheid leefde en Zich vereenzelvigde met de onbekende zwoegers der wereld - volgde Jezus nochtans het goddelijke opvoedingsplan. De scholen van die tijd, welke de kleine dingen groot en de grote dingen klein maakten, bezocht Hij niet. Zijn scholing werd rechtstreeks verkregen uit de door de Hemel aangewezen bronnen; uit nuttige bezigheid, uit het bestuderen van de Schriften en de natuur en uit de ervaringen van het leven - Gods leerboeken vol lessen voor allen die ze met een open oog en een verstandig hart gaarne ter hand nemen.
“Het Kind groeide op en werd krachtig en werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem”. Lucas 2:40.
Aldus voorbereid, aanvaardde Hij Zijn zending en telkens wanneer Hij met mensen in aanraking kwam, oefende Hij een zegenende invloed op hen uit, een hervormende kracht, zoals de wereld nog nooit had aanschouwd.

Medeleven
Wie de mensheid wil veranderen, moet zelf de mensheid begrijpen. Alleen door medeleven, geloof en liefde kunnen mensen bereikt en opgericht worden. Hier staat Christus geopenbaard als de grootste Leraar; van allen die ooit op aarde hebben gewoond, heeft Hij alleen een volmaakt begrip van de menselijke ziel.
“Wij hebben geen hogepriester” - meester-leraar, want de priesters waren leraars - “wij hebben geen hogepriester die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest”. Hebr. 4:15.  -- KV, hfdst 8

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 7 mei: Jezus, de Grote Leraar-2


“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze Mens spreekt!” Johannes 7:46
“Men noemt Hem Wondebare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” Jes. 9:5.
Tot en met 11 mei staan we stil bij de Grote Rabbi Jehoshua, Jezus. Wat maakte Hem anders dan de leraren in Israel?

Vormendienst, materialisme
Toen Christus op aarde kwam scheen de mensheid naar haar dieptepunt te snellen. De grondslagen der samenleving waren ondermijnd. Het leven was gekunsteld en onnatuurlijk geworden. De Joden, verstoken van de kracht van Gods Woord, gaven aan de wereld verdovende en zieldodende overleveringen en beschouwingen. De aanbidding van God “in geest en in waarheid” was overwoekerd door de verheerlijking van mensen in een eindeloze cirkel van ceremoniën door de mens zelf ingesteld. Overal in de wereld verloren alle godsdienststelsels hun greep op de geest en de ziel. Vol ergernis over al die leugens en bedrog, trachtten zij hun gedachten te verstikken en keerden de mensen zich tot ongeloof en materialisme. Ze hielden met de eeuwigheid geen rekening meer en leefden slechts voor de wereld.

Minachting voor de rechten van de mens
Toen zij de Godheid niet meer erkenden, hadden ze ook geen eerbied meer voor de mens. Waarheid, eer, onkreukbaarheid, vertrouwen, medelijden, werden steeds zeldzamer op aarde. Onbeteugelde begeerte en een alles overheersende eerzucht deden een algemeen wantrouwen ontstaan. Het gevoel voor plicht, voor de verzorging van de zwakke door de sterke, voor menselijke waardigheid en menselijke rechten, werd opzij gezet als een droom of een fabel. Mensen uit het gewone volk werden beschouwd als lastdieren of als werktuigen en middelen om een eerzuchtig doel te bereiken. Men streefde naar welstand en macht, gemakzucht en genotzucht als naar het hoogste goed. Lichamelijke ontaarding, afstomping, geestelijke dood, kenmerkten deze tijd.

Wanbegrip ten opzichte van God
Toen de boze hartstochten en bedoelingen der mensen God uit hun gedachten verbanden, werden ze, door Hem te vergeten, nog sterker tot het kwade aangezet. Het hart dat aan de zonde was overgegeven, bekleedde Hem met zijn eigen kenmerken en deze opvatting versterkte de macht der zonde. Geneigd tot zelfzucht, gingen de mensen God zien zoals zijzelf waren - een Wezen wiens doel was zelfverheerlijking, wiens behoeften aangepast werden aan Zijn eigen genoegen; een Wezen door Wie mensen werden verheven of terneer geworpen al naar gelang zij Zijn zelfzuchtig doel hielpen of tegenwerkten. De lagere standen beschouwden het Verheven Wezen als iemand die nauwelijks verschilde van hun onderdrukkers, alleen overtrof Hij dezen nog in macht. Door deze ideeën kreeg elke vorm van godsdienst gestalte en ging gepaard met afpersing.

Onbeteugeld kwaad
Door gaven en ceremoniën trachtten de aanbidders de Godheid gunstig te stemmen ten einde Zijn gunst voor persoonlijke bedoelingen te verkrijgen. Een dergelijke godsdienst die geen kracht uitoefende op hart en geweten, kon slechts een cyclus van vormen zijn, die de mensen vermoeide en waarvan zij gaarne verlost zouden willen zijn, voor zover het hun geen voordeel bracht. Zo groeide het kwaad, omdat het niet beteugeld werd, terwijl de waardering van en het verlangen naar het goede meer en meer verflauwde. De mensen verloren het beeld van God en kwamen onder de invloed van de demonische kracht waardoor zij werden beheerst. De gehele wereld werd een poel van verderf. -- KV, hfdst 8

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

6 mei: Jezus, de Grote Leraar-1


“Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze Mens spreekt!” Johannes 7:46
“Men noemt Hem Wondebare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” Jes. 9:5.
Tot en met 11 mei staan we stil bij de Grote Rabbi Jehoshua, Jezus. Wat maakte Hem anders dan de leraren in Israel?

De door God gezonden Leraar
In de Leraar, door God gezonden, schonk de hemel aan de mensheid het beste en grootste. Hij Die aanwezig geweest was bij de raadslagen des Allerhoogsten, Die gewoond had in het binnenste heiligdom van de Eeuwige, was Degene Die verkoren was om persoonlijk aan de mensheid de kennis van God te openbaren.
Door Christus was elke straal van het goddelijke licht uitgezonden, dat ooit onze zondige wereld had bereikt. Hij was het Die gesproken had door ieder die in de loop der eeuwen Gods Woord aan de mens had verklaard. Al de uitmuntende eigenschappen van de grootste en edelste mensen op aarde, waren een beeld van Hem. De reinheid en liefdadigheid van Jozef, het geloof en de zachtmoedigheid en lankmoedigheid van Mozes, de standvastigheid van Elisa, de nobele onkreukbaarheid en trouw van Daniël, de ijver en zelfopoffering van Paulus, de verstandelijke en geestelijke kracht, geopenbaard in al deze mannen, waren slechts een straal van de glans Zijner heerlijkheid. In Hem werd het volmaakte ideaal gevonden. Christus kwam naar deze wereld om dit ideaal te openbaren als de enige ware maatstaf om te bereiken; om te laten zien wat uit elk menselijk wezen kon groeien; wat, door het inwonen van het goddelijke in de menselijkheid, allen die Hem aannamen, konden worden. Hij kwam om te laten zien hoe mensen moeten worden opgevoed zoals het de kinderen Gods betaamt; hoe zij op aarde de beginselen en het leven des hemels moeten uitleven.

Gevolgen van valse leer
Deze grootste gave Gods werd geschonken om tegemoet te komen aan ‘s mensen grootste nood. Het Licht verscheen toen de duisternis op aarde het allerdiepste was. Door valse leringen waren de gedachten der mensen reeds lang van God afgekeerd. In de bestaande onderwijsmethoden had menselijke filosofie de goddelijke openbaring verdrongen. In plaats van de door de hemel gegeven maatstaf der waarheid, hadden de mensen een maatstaf naar eigen idee aanvaard. Van het Licht des levens hadden zij zich afgewend om te wandelen in de vonken van het vuur dat zijzelf hadden ontstoken.

Schijn in plaats van werkelijkheid
Nadat zij zich hadden afgewend van God, de enige Bron voor menselijke kracht, was hun kracht slechts zwakheid. Zij konden zelfs niet komen tot de maatstaf die zijzelf hadden gesteld. In het gemis aan werkelijke voortreffelijkheid werd voorzien door uiterlijke vormen en woorden. Schijn nam de plaats in der werkelijkheid. Van tijd tot tijd stonden leraars op die de mensen wezen op de Bron der waarheid. De juiste beginselen werden verkondigd en het leven dier mensen getuigde van hun kracht. Maar die pogingen lieten geen blijvende indruk na. Het was alsof de loop van het kwaad even werd afgeremd, maar de naar beneden gerichte stroom des verderfs werd niet tegengehouden. De hervormers waren als lichten, schijnende in de duisternis, maar zij konden het kwaad niet verdrijven. De wereld “had de duisternis liever dan het licht”. Joh. 3:19. -- KV, hfdst 8

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

5 mei: Resultaten van juiste opvoeding - Paulus, de beroemdste leraar 4


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag deel 4 over Paulus, de beroemdste leraar.

De blijvende grootheid
Mozes werden het paleis van de Farao’s en de koningstroon geboden; maar de zondige vermaken, die de mensen God doen vergeten, waren in deze vorstelijke hoven, en hij verkoos daarvoor “duurzaam goed en gerechtigheid”. Spr. 8:18. In plaats van zichzelf te verbinden met de grootheid van Egypte, verbond hij zijn leven met Gods doel. In plaats van wetten aan Egypte te geven, vaardigde hij onder goddelijke leiding wetten voor de wereld uit. Hij werd Gods instrument om de mensen die beginselen te geven, die zowel een bescherming zijn voor het gezin als voor de maatschappij, die de hoeksteen van de voorspoed der volken vormen - beginselen die heden ten dage door ‘s werelds grootste mannen worden erkend als het fundament van alles wat het beste is in menselijke regeringen. De grootheid van Egypte is tot puin vervallen. Zijn macht en beschaving behoren tot het verleden. Maar het werk van Mozes kan nooit vergaan. De grote beginselen der gerechtigheid, waar hij zijn leven aan had gewijd, zijn van eeuwige duur.

Met Christus
Mozes’ leven vol moeiten en zware zorgen werd verlicht door de aanwezigheid van Hem Die “uitblinkend boven tienduizend” is, en aan Wie “alles bekoorlijkheid” is. Hooglied 5:10,16. Met Christus trekkende door de woestijn, met Christus op de berg der heerlijkheid, met Christus in de hemelse hoven - wierp zijn leven hier op aarde een zegen af en ontving een zegen, terwijl het in de hemel werd geëerd.
Ook Paulus werd in zijn veelomvattende werkzaamheden geschraagd door de ondersteunende kracht van Zijn tegenwoordigheid. “Ik vermag alle dingen”, zei hij, “in Hem Die mij kracht geeft”. “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard....? Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus, onze Here”. Fil. 4:13; Rom. 8:35-39.

De beloning des levens
Nochtans is er een toekomstige vreugde, die Paulus in het verschiet zag als de beloning van zijn arbeid - dezelfde blijdschap ter wille waarvan Jezus het kruis verdroeg en de schande verachtte - de blijdschap van het zien van de vrucht van zijn werk. “Wie is onze hoop of blijdschap of erekrans voor onze Here Jezus Christus bij Zijn komst, wie anders dan gij?” schreef hij aan de bekeerden in Thessalonica, “Ja, gij zijt onze eer en blijdschap”. 1 Thess. 2:19,20. Wie kan de resultaten voor de wereld van Paulus’ levenstaak schatten? Hoeveel van al die heilzame invloeden die het leed verzachten, die troost brengen in smart, die het kwaad beteugelen, het leven opheffen uit het zelfzuchtige en zinnelijke en het verheerlijken met de hoop der onsterfelijkheid, moet toegeschreven worden aan de werkzaamheden van Paulus en zijn medearbeiders, wanneer zij met het Evangelie van Gods Zoon hun onopgemerkte reis van Azië naar de kusten van Europa doen?
Wat is het waard voor elk leven, Gods instrument te zijn geweest in het ontwikkelen van zulke zegenende invloeden? Wat zal het waard zijn in de eeuwigheid de resultaten van zo’n levenswerk te aanschouwen? -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 4 mei: Resultaten van juiste opvoeding - Paulus, de beroemdste leraar 3


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag deel 3 over Paulus, de beroemdste leraar.

Zijn tijd vooruit
Zie Paulus in Athene, vóór de raad op de Areopagus, waar hij wetenschap met wetenschap, logica met logica, wijsbegeerte met wijsbegeerte beantwoordt. Let op, hoe met de tact die geboren wordt uit goddelijke liefde, hij op Jehova wijst als de “Onbekende God”, Die zijn toehoorders onwetend hebben aanbeden; en in woorden, aangehaald van een dichter van hun eigen land, schildert hij Hem als een Vader, Wiens kinderen zij zijn. Hoor hem, in die tijd der kasten, waarin de rechten van de mens als mens totaal werden vertrapt, wanneer hij de grote waarheid van de menselijke broederschap schildert, zeggende dat God “uit enen bloede het gehele menselijke geslacht heeft gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen”. Dan laat hij zien hoe, door al de bemoeienissen Gods met de mens, Zijn doel van genade en barmhartigheid loopt als een gouden draad. Hij “heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons”. Hand. 17:23,26,27.
Hoor hem in het paleis van Festus, wanneer koning Agrippa, overtuigd van de waarheid van het evangelie, uitroept: “Gij beweegt mij bijna een Christen te worden”. En welk hoffelijk antwoord geeft Paulus dan, wijzende op zijn ketenen: “Ik zou God wel willen bidden, dat èn spoedig èn voorgoed, niet alleen gij, maar ook allen die mij heden horen, ook zo worden als ik, uitgezonderd deze boeien”. Hand. 26:28,29.

Een leven vol inspanning
Zo ging zijn leven voorbij, zoals hij beschreef met zijn eigen woorden: “telkens op reis, in gevaar door rivieren, in gevaar door volksgenoten, in gevaar door heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders; in moeite en inspanning, tal van nachten zonder slaap, in honger en dorst, tal van dagen zonder eten, in koude en naaktheid!” 2 Cor. 11:26,27.

De vreugde van het dienen
“Worden wij gescholden”, zei hij, “wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk”; “als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend”. 1 Cor. 4:12,13; 2 Cor. 6:10.
In het dienen vond hij zijn vreugde en aan het einde van zijn leven, vol zwoegen en moeite, terugziende op zijn worstelingen en triomfen, kon hij zeggen: “Ik heb de goede strijd gestreden”. 2 Tim. 4:7.

Deze geschiedenissen zijn van uitzonderlijk belang. Voor niemand zijn ze belangrijker dan voor de jeugd. Mozes weigerde een toekomstig koninkrijk, Paulus de voordelen van rijkdom en eer onder zijn volk, voor een leven vol lasten in de dienst van God. Velen zien het leven van deze mannen als een leven van ontzegging en opoffering. Was dit werkelijk zo? Mozes achtte de smaad van Christus groter rijkdom dan de schatten van Egypte. Dat achtte hij zo omdat het inderdaad zo was. Paulus verkondigde: “Alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Jezus Christus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om Zijnentwil heb ik dit alles prijs gegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen”. Fil. 3:7,8. Hij was tevreden met zijn keuze -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

3 mei: Resultaten van juiste opvoeding - Paulus, de beroemdste leraar 2


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag deel 2 over Paulus, de beroemdste leraar.

Handwerksman, prediker, zendeling
Hoewel de grootste onder de menselijke leraars, aanvaardde Paulus zowel de nederigste als de hoogste plichten. Hij erkende de noodzakelijkheid om zowel met de hand als met het hoofd te arbeiden en voorzag in zijn onderhoud door een ambacht. Hij oefende zijn beroep van tentenmaker uit, terwijl hij dagelijks in de grote centra der beschaving het Evangelie verkondigde. “Deze handen”, zei hij, toen hij afscheid nam van de ouderlingen van Efeze, “hebben voorzien in mijn behoeften en in die van hen die bij mij waren”. Hand. 20:34.

Sympathie en begrip
Hoewel in het bezit van verheven verstandelijke begaafdheden, openbaarde het leven van Paulus de kracht van een nog zeldzamer wijsheid. Beginselen van het grootste belang, beginselen waartegenover de grootste geleerden van zijn tijd onwetend stonden, worden in zijn onderwijzingen uiteengezet en treden aan de dag in zijn leven. Hij bezat de grootste van alle wijsheid, die een vlug begrip en sympathie des harten doet ontstaan, die de mens in aanraking brengt met mensen en hen in staat stelt hun betere natuur op te wekken en hen inspireert tot een hoger leven.
Luister naar zijn woorden tot de heidense bewoners van Lystre, wanneer hij hen wijst op God, geopenbaard in de natuur, de Bron van al het goede, Die “ons van de hemel regen en vruchtbare tijden schenkt en aan onze harten overvloed van spijzen en vrolijkheid”. Hand. 14:17.

Meesterschap
Zie hem in de kerker te Filippi, waar zijn gemarteld lichaam ten spijt, zijn loflied de stilte van het middernachtelijk uur verbreekt. Nadat de aardbeving de gevangenisdeuren heeft geopend, wordt zijn stem opnieuw gehoord, nu in woorden ter bemoediging van de heidense gevangenbewaarder. “Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!” (Hand. 16:28), - een ieder op zijn plaats, vastgehouden door de tegenwoordigheid van een medegevangene. En de cipier, overtuigd van de werkelijkheid van dat geloof dat Paulus moed gaf, vraagt naar de weg der zaligheid en verbindt zich en zijn hele huis met de vervolgde schare van Christus’ discipelen. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

2 mei: Resultaten van juiste opvoeding - Paulus, de beroemdste leraar 1


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag en de komende 3 dagen bespreken we Paulus, met uitzondering van Hem, Die sprak als geen mens ooit gesproken heeft, de beroemdste leraar, die deze wereld ooit gekend heeft. 

Paulus
Met het geloof en de ervaring van de Galilese discipelen die Jezus vergezeld hadden, verbond zich in het Evangeliewerk de vurige ijver en de verstandelijke kracht van een rabbi uit Jeruzalem.

Een Hebreeër onder de Hebreeën
Een Romeins burger, geboren in een heidense stad; een Jood, niet alleen van afkomst, maar ook door scholing van zijn prille jaren af, toegewijd patriot en zeer godsdienstig; opgeleid in Jeruzalem door de geleerdste rabbi’s en onderwezen in al de wetten en inzettingen der vaderen, was Paulus van Tarsus in de hoogste mate vervuld van de trots en de vooroordelen van zijn volk. Reeds als jonge man werd hij een geëerd lid van het Sanhedrin. Men beschouwde hem als een veelbelovend man, een ijverig verdediger van het oude geloof.
Op de theologische scholen van Judea was het Woord Gods opzij gezet voor menselijke bespiegelingen; het was ontdaan van zijn kracht door de uitleggingen en inzettingen van de rabbi’s. Zelfverheerlijking, zucht om te overheersen, ijverzuchtige afgeslotenheid, blinde dweepzucht en minachtende trots, waren de leidende beginselen en beweegredenen van deze leraars.

Een leider der vervolging
De rabbi’s waren trots op hun voortreffelijkheid en voelden zich verheven, niet alleen boven andere volken, maar ook boven de grote massa van hun eigen natie. Terwijl zij hun Romeinse verdrukkers haatten met een vurige haat, koesterden zij de gedachte om door de kracht der wapenen hun onafhankelijkheid te herwinnen en zich vooraan te plaatsen in de volkerenrij. Zij haatten en doodden de volgelingen van Jezus, Wiens boodschap van vrede zo lijnrecht tegenover hun eerzuchtige plannen stond. Aan deze vervolging nam Paulus deel op de meest verbitterde en meedogenloze wijze. Op de militaire scholen van Egypte werd Mozes onderwezen in de wet van geweld, en dat onderricht was zo diep ingeprent in zijn karakter, dat het veertig jaar vereiste in een rustige omgeving en gemeenschap met God en de natuur om hem door de wet der liefde geschikt te maken voor het leiderschap van Israël. Dezelfde les moest Paulus leren.

Het visioen van de Gekruisigde
Bij de poort van Damascus bracht het visioen van de Gekruisigde een volkomen verandering in zijn leven teweeg. De vervolger werd een discipel, de leraar een leerling. De dagen der duisternis, doorgebracht in Damascus in alle eenzaamheid, waren voor zijn ervaring als jaren. De Oudtestamentische Schriften, gegrift in zijn geheugen, waren het onderwerp van zijn studie en Christus was zijn Leraar. Ook voor hem werden de eenzame plaatsen in de natuur een school. Hij ging naar de woestijn van Arabië om daar de schriften te bestuderen en van God te leren. Hij bevrijdde zijn ziel van de vooroordelen en inzettingen die aan zijn leven vorm hadden gegeven en ontving onderricht van de Bron der waarheid.
Zijn latere leven werd geïnspireerd door het beginsel van zelfopoffering, de dienst der liefde. “Ik ben een schuldenaar,” zei hij, “van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden”. “De liefde van Christus dringt ons”. Rom. 1:14; 2 Cor. 5:14. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

1 mei: Resultaten van juiste opvoeding - Mozes, een wijs wetgever 2


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag deel 2 van Mozes, de wijste wetgever. 

Opgeleid voor het leiderschap
In de woestijngebieden van Midian bracht Mozes veertig jaar door met het hoeden van schapen. Ogenschijnlijk geheel afgesneden van zijn levenstaak, ontving hij voor de vervulling daarvan de noodzakelijke tucht. Wijsheid om een onwetende, ongedisciplineerde menigte te besturen, moest verkregen worden door zelfbeheersing. Met de zorg over de schapen en de zwakke lammeren moest hij de ervaring opdoen die van hem een getrouwe, lankmoedige herder van Israël zou maken. Om een vertegenwoordiger van God te worden, moest hij door God onderwezen worden. De invloeden die hem in Egypte omringd hadden, de liefde van zijn pleegmoeder, zijn eigen positie als kleinzoon van de koning, de weelde van het kwaad, dat hem van alle kanten in verschillende vormen trachtte te lokken, de verfijning, de spitsvondigheid en de mystiek van een valse godsdienst, hadden een stempel op zijn verstand en wezen achtergelaten. Dit alles verdween in de strenge eenvoud van de woestijn.

Alleen met God
Te midden van de plechtige majesteit van de eenzaamheid van de bergen, was Mozes alleen met God. Overal stond de Naam van de Schepper geschreven. Mozes scheen in Zijn tegenwoordigheid te staan en overschaduwd te worden door Zijn macht. Hier verdween zijn zelfgenoegzaamheid. In de aanwezigheid van de Oneindige werd hij zich bewust hoe zwak, hoe onbekwaam, hoe kortzichtig de mens is.
Hier verkreeg Mozes dat wat hem bijbleef in al de jaren van zijn leven van zwoegen en zorgen - een gevoel van de persoonlijke aanwezigheid van de Goddelijke. Niet alleen overzag hij de eeuwen tot Christus geopenbaard zou worden in het vlees; hij zag Christus het heerleger van Israël vergezellen op al zijn tochten. Wanneer hij verkeerd begrepen en verkeerd voorgesteld werd, wanneer hij geroepen werd om met verwijten en beledigingen overladen te worden, om gevaar en dood onder het oog te zien, kon hij dat alles verdragen “als ziende de Onzienlijke”. Hebr. 11:27.
Mozes dacht niet enkel aan God, maar hij zag Hem. Aanhoudend had hij God voor ogen. Nooit wendde hij zijn blik af van Zijn aangezicht.

Kracht door geloof
Voor Mozes was geloof geen gissen; het was een werkelijkheid. Hij geloofde dat God zijn leven in het bijzonder bestuurde; en tot in de kleinste bijzonderheden daarvan erkende hij Hem. Hij vertrouwde op God voor de kracht om elke verleiding te weerstaan. Het grote werk dat hem opgedragen was, wilde hij zo goed mogelijk tot een succesvol einde brengen en daarom verliet hij zich geheel op de goddelijke kracht. Hij voelde hoe hij hulp nodig had, hij vroeg daarom, greep dat aan in het geloof en ging voorwaarts in de zekerheid van die ondersteunende kracht.

Resultaten van zijn opleiding
Dat was de ervaring die Mozes opdeed gedurende zijn veertigjarige scholing in de woestijn. Om zo’n ervaring deelachtig te worden, achtte de Oneindige Wijsheid de tijdsduur niet te lang en de prijs niet te hoog.
De resultaten van die scholing, de lessen daar geleerd, behoren niet alleen tot de geschiedenis van Israël, maar tot alles wat van die tijd af tot nu toe bijgedragen heeft tot de vooruitgang van de wereld. Het verhevenste getuigenis van de grootheid van Mozes, het oordeel dat door goddelijke ingeving over zijn leven uitgesproken werd, luidde “Zoals Mozes, die de Heer gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan”. Deut. 34:10. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 30 april: Resultaten van juiste opvoeding - Mozes, een wijs wetgever 1


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag en morgen bespreken we Mozes, de wijste wetgever. 

Mozes
Jonger dan Jozef en Daniël was Mozes, toen hij onttrokken werd aan de beschermende zorgen van zijn ouderlijk huis; nochtans hebben dezelfde middelen die aan hun leven vorm hebben gegeven, ook zijn leven gevormd. Slechts twaalf jaar bracht hij door in het huis van zijn Hebreeuwse ouders; maar in de loop van deze jaren werd het fundament voor zijn grootheid gelegd; en dat werd gelegd door de hand van iemand van wie men zo goed als niets weet.

Het onderwijs van zijn moeder
Jochebed was een vrouw en een slavin. Haar plaats in het leven was nederig, haar last was zwaar. Maar door geen andere vrouw, met uitzondering van Maria van Nazareth, heeft de wereld groter zegen ontvangen. Wetende dat haar kind spoedig haar zorg zou moeten ontberen om toevertrouwd te worden aan hen die God niet kenden, deed zij des te meer haar best om zijn ziel met de hemel te verbinden. Zij streefde ernaar in zijn hart liefde en trouw tegenover God in te prenten. En vol geloof werd het werk gedaan. Dankzij deze waarheidsbeginselen die de kern uitmaakten van het onderwijs van zijn moeder en haar levensles, kon geen latere invloed Mozes tot afvalligheid bewegen.

In de scholen van Egypte
Vanuit de nederige woning in Gosen, kwam de zoon van Jochebed in het paleis van de Farao’s, van de Egyptische prinses, waar hij ontvangen werd als een geliefde en geachte zoon. Op de scholen van Egypte ontving Mozes de hoogste burgerlijke en militaire opleiding. In het bezit van grote persoonlijke aantrekkelijkheden, edel van voorkomen en gestalte, beschaafd en met vorstelijke manieren, vermaard als militair aanvoerder, werd hij de trots van de natie. De koning van Egypte was tevens lid van de priesterklasse; en zo werd Mozes, hoewel hij weigerde deel te nemen aan de heidense afgodendiensten, ingewijd in al de verborgenheden van de Egyptische godsdienst. Egypte was in die tijd nog steeds het machtigste en beschaafdste rijk onder de volken en zo zouden aan Mozes, als toekomstig heerser, de hoogste eerbewijzen die de wereld maar kon schenken, ten deel vallen. Maar hij had een verhevener keuze gedaan. Voor de eer van God en de bevrijding van zijn onderdrukt volk offerde Mozes al de eerbewijzen van Egypte op. Toen begon op een bepaalde manier God met zijn opleiding.

De les van de nederlaag
Tot nu toe was Mozes nog niet voorbereid op zijn levenstaak. Hij moest nog leren zich te verlaten op goddelijke kracht. Hij had Gods doel niet begrepen. Hij hoopte Israël te bevrijden door wapengeweld. Daarvoor waagde hij alles en hij verloor. Geslagen en teleurgesteld moest hij zich redden door de vlucht en werd een balling in een vreemd land. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

29 april: Resultaten van juiste opvoeding - Elisa, een trouwe hervormer 2


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag, deel 2 van Elisa, de hervormer.

Geloofsbeproeving
Terwijl de tijd voorbijging en Elia werd voorbereid om ten hemel te varen, werd Elisa voorbereid zijn opvolger te worden. En opnieuw werden zijn geloof en zijn vastberadenheid op de proef gesteld. Terwijl hij Elia op zijn dienstreizen vergezelde en wist dat de verandering spoedig zou plaatsvinden, vroeg de profeet hem op elke plaats om terug te keren. “Blijf toch hier”, zei Elia, “want de Here heeft mij naar Bethel gezonden”. Maar bij zijn vroegere arbeid, toen hij achter de ploeg had gelopen, had Elisa geleerd nooit te versagen of de moed te verliezen; en nu hij op een ander arbeidsterrein zijn hand aan de ploeg had gezet, liet hij zich niet van zijn doel afbrengen. Steeds wanneer hij gevraagd werd terug te keren, luidde zijn antwoord: “Zo waar de Here leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten”. 2 Kon. 2:2.

De verheven gave
“Zo gingen zij beiden verder.... tot zij beiden aan de Jordaan stilstonden. Daarop nam Elia zijn mantel, bond hem samen en sloeg op het water; en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat zij beiden door het droge overstaken. En zodra zij overgestoken waren zei Elia tot Elisa: Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen? En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn. En Elia zei: Gij hebt een moeilijke zaak gewenst. Indien gij mij zult zien terwijl ik van u wordt weggenomen, dan zal het aldus geschieden. Maar indien niet, dan zal het niet geschieden. En terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel.
En Elisa zag het en riep uit: “Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël! En hij zag hem niet meer. Toen greep hij zijn klederen en scheurde ze in twee stukken. Daarop raapte hij de mantel van Elia op, die van hem afgevallen was, keerde terug en ging aan de oever van de Jordaan staan. En hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, sloeg op het water, en riep: Waar is de Here, de God van Elia, ja Hij? Hij sloeg op het water en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat Elisa kon oversteken. De profeten van Jericho die op enige afstand stonden, zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa. En zij kwamen hem tegemoet en bogen zich voor hem ter aarde”. 2 Kon. 2:6-15.
Van toen af stond Elisa in de plaats van Elia. En hij, die zich trouw had betoond in het minste, bewees ook trouw te zijn in het vele.

Vruchten van een doelmatige scholing
Elia, de man van de kracht, was Gods instrument geweest om geweldige boosheden uit te roeien. Afgodendienst die, ondersteund door Achab en de heidense Izebel, de natie had verleid, was onderdrukt. Baäls profeten waren gedood. Een golf van ontroering was gegaan door het gehele volk Israël en velen keerden terug tot de aanbidding van God. Als opvolger van Elia was iemand nodig die door nauwgezet, geduldig onderricht Israël op veilige paden kon leiden. Voor dit werk had Elisa’s eerste opleiding onder Gods toezicht hem geschikt gemaakt.

Een les voor allen
Die les geldt voor iedereen. Niemand kan weten wat Gods doel met Zijn discipline kan zijn; maar allen kunnen ervan verzekerd zijn dat getrouwheid in kleine dingen een bewijs is van een geschiktheid voor zwaardere verantwoordelijkheden. Elke levensdaad is een openbaring van het karakter en alleen hij die in kleine dingen bewijst te zijn “een arbeider die zich niet behoeft te schamen” (2 Tim. 2:15), zal door God met grotere verantwoordelijkheden worden bekleed -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

28 april: Resultaten van juiste opvoeding - Elisa, een trouwe hervormer 1


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag en morgen bespreken we  Elisa, één van de trouwste hervormers. 

Elisa
Elisa bracht zijn jeugd door te midden van de rust van het buitenleven, waar hij werd onderwezen door God en de natuur, en geschoold tot nuttige arbeid. In een tijd van bijna algemene afvalligheid behoorde het huis zijns vaders tot hen die de knieën voor Baäl niet hadden gebogen. Hij behoorde tot een gezin waar God werd vereerd en plichtsgetrouwheid de regel was van het dagelijkse leven. Als zoon van een welgestelde boer had Elisa het werk aangepakt dat het meest voor de hand lag. Hoewel hij de bekwaamheden bezat om als leider van de mensen op te treden, werd hij geschoold voor de gewone plichten des levens. Om met verstand leiding te kunnen geven, moest hij eerst leren gehoorzamen. Door getrouwheid in het kleine, werd hij voorbereid op vertrouwenszaken van veel meer belang.

Trouw in het kleine
Elisa was van een zachtmoedige, stille geest, maar bezat toch ook energie en standvastigheid. Hij groeide op in de liefde en vreze Gods, en in de nederige verrichting van zijn dagelijks werk verkreeg hij een sterke doelbewustheid en karakteradel, terwijl hij opgroeide in goddelijke genade en kennis. In de samenwerking met zijn vader wat betreft de huiselijke plichten, leerde hij ook met God samen te werken.
De profetische roep kwam tot Elisa, toen hij met de knechten van zijn vader bezig was de akker te ploegen. Toen Elia, door God geleid in het zoeken van een opvolger, zijn mantel over de schouders van de jonge man wierp, wist Elisa wat dit betekende en hij gehoorzaamde de oproep. Hij “volgde Elia en diende hem”. 1 Kon. 19:21. Het was geen verheven werk dat in het begin van Elisa werd gevraagd; gewone dagelijkse bezigheden vormden nog steeds zijn zelftucht. Van hem werd gezegd dat hij water uitstortte over de handen van Elia, zijn meester. Terwijl hij de profeet steeds vergezelde, bleef hij trouw in kleine dingen, maar wijdde zich ook elke dag met steeds sterker doelbewustheid aan de taak hem door God opgelegd.

Doelbewustheid
Toen hij de eerste keer werd geroepen, werd zijn vastberadenheid op de proef gesteld. Hij wilde Elia volgen, maar de profeet vroeg hem naar huis terug te keren. Hij moest de kosten berekenen - voor zichzelf beslissen de oproep aan te nemen of te verwerpen. Maar Elisa zag de waarde van zijn kans. Voor geen enkel werelds voordeel wilde hij zich de mogelijkheid om Gods boodschapper te worden, of het voorrecht van de omgang met Zijn dienstknecht laten ontgaan. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 27 april: Resultaten van juiste opvoeding - Daniel, een groot staatsman 4


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag deel 2 van Daniel, een groot staatsman.

Standvastig in zijn trouw tot God, onwrikbaar in zijn zelfbeheersing, won Daniël door zijn edele waardigheid en hoffelijk gedrag in zijn jongelingschap de “gunst en aanhankelijkheid” van de heidense hoveling onder wiens hoede hij was gesteld.

De staatsman zonder weerga
Dezelfde karaktereigenschappen kenmerkten zijn leven. Al spoedig werd hij verheven tot eerste minister van het koninkrijk. Tijdens de regering van opeenvolgende vorsten, de ondergang van het rijk en het opkomen van een wedijverende macht, waren zijn wijsheid en staatsmanschap zo groot, zijn tact, zijn hoffelijkheid en zijn oprechte goedheid des harten en zijn beginselvastheid zo volmaakt, dat zelfs zijn vijanden wel moesten erkennen dat “zij geen enkele grond voor een aanklacht of iets verkeerds konden vinden, omdat hij getrouw was”. Dan. 6:5.

De gezant des Hemels
Terwijl Daniël God aanhing met onwankelbare trouw, nam de kracht van de geest der profetie bezit van hem. Terwijl mensen hem eerden met de verantwoordelijkheden van het hof en de geheimen van het koninkrijk, eerde God hem door hem als Zijn gezant aan te stellen en zo werd hij onderwezen om de verborgenheden van de komende tijden te lezen. Heidense vorsten moesten, door hun omgang met de vertegenwoordiger des hemels, de God van Daniël wel erkennen. “In waarheid”, riep Nebukadnezar uit, “uw God is de God der goden en de Here der koningen, en Hij openbaart verborgenheden.” En in zijn proclamatie “aan alle volken, natiën en talen, die de ganse aarde bewonen”, verheerlijkte Darius “de God van Daniël”, als “de levende God, Die blijft in eeuwigheid; Zijn Koningschap is onverderfelijk”, Die “bevrijdt en redt, en doet tekenen en wonderen in hemel en op aarde”. Dan. 2:47; 6:26-28.
Door hun wijsheid en rechtvaardigheid, door de zuiverheid en minzaamheid van hun dagelijks leven, door hun zorg voor de belangen van het volk - ook al waren dat afgodendienaars - bewezen Jozef en Daniël hun trouw aan de beginselen van hun vroegste opvoeding, trouw aan Hem Wiens vertegenwoordigers zij waren. Deze mannen werden, zowel in Egypte als in Babylon, door het gehele volk geëerd; en in hen zagen een heidens volk en al de volken met wie zij in aanraking kwamen, een voorbeeld van de liefde van Christus.

Een edele levenstaak
Wat een levenstaak was dit voor deze edele Hebreeën! Hoe weinig vermoeden hadden zij van hun verheven bestemming, toen zij losgerukt werden van hun ouderlijk huis! Trouw en standvastig gaven zij zich over aan de goddelijke leiding, zodat God door hen Zijn doel kon bereiken.
Dezelfde machtige waarheden die door deze mannen werden geopenbaard, wil God zo gaarne openbaren door de jeugd en de kinderen van deze tijd. De geschiedenis van Jozef en Daniël is een voorbeeld van hetgeen Hij wil doen voor hen die zich aan Hem overgeven en met geheel hun hart Zijn bedoeling trachten te vervullen.

De grootste behoefte der wereld
Waar de wereld het meeste behoefte aan heeft is aan mannen - mannen die zich niet laten omkopen; mannen die tot in het diepst van hun ziel trouw en eerlijk zijn; mannen wiens geweten zo vast gericht is op hun plicht als de kompasnaald op de magnetische noordpool; mannen die op de bres staan voor het recht, al zouden de hemelen vallen.

Zelftucht
Maar zo’n karakter wordt niet bij toeval verkregen; dat verkrijgt men niet door bijzondere gunsten of gaven der Voorzienigheid. Een nobel karakter is het resultaat van zelftucht, van de onderwerping van de lagere natuur aan de hogere - de overgave van het eigen-ik aan de dienst der liefde jegens God en de mens. De jeugd moet de waarheid worden bijgebracht dat al hun talenten niet hun persoonlijk bezit zijn. Kracht, tijd, verstand zijn slechts geleende schatten. Die behoren God toe, en het moet het besluit zijn van iedere jonge man om die aan te wenden tot het grootste nut. Hij is een tak waaraan God vrucht verwacht; een rentmeester wiens kapitaal steeds moet toenemen; een licht om de duisternis der wereld te verlichten. Elke jonge man of vrouw, elk kind heeft een werk te doen ter ere Gods en voor de verheffing der mensheid. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

26 april: Resultaten van juiste opvoeding - Daniel, een groot staatsman 3


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag en morgen bespreken we Daniel, de tweede staatsman van kaliber. 

Daniël
Daniël en zijn vrienden in Babylon waren in hun jeugd ogenschijnlijk meer door het lot begunstigd dan Jozef in zijn jeugd in Egypte; en nochtans werden zij onderworpen aan beproevingen van hun karakter, die nauwelijks minder streng waren. Vanuit de betrekkelijke eenvoud van hun tehuis in Judea werden deze jongelingen van vorstelijken bloede overgebracht naar de prachtigste aller steden, naar het hof van zijn grootste vorst en werden uitverkoren om opgeleid te worden voor ‘s konings dienst. Groot waren de verleidingen waaraan zij blootstonden aan dat verdorven en weelderige hof.

Gevaren in Babylon
Het feit dat zij, de aanbidders van Jehova, gevangenen in Babylon waren; dat de vaten van het huis Gods geplaatst waren in de tempel der goden van Babylon; dat de koning van Israël zelf een gevangene was in de handen der Babyloniërs, werd met veel bluf door de overwinnaars vermeld als bewijs dat hun godsdienst en gewoonten verheven waren boven de godsdienst en de gewoonten der Hebreeën. Onder zulke omstandigheden, juist door de vernederingen die Israëls afdwaling van Zijn geboden had bewerkstelligd, gaf God aan Babylon het bewijs van Zijn oppermacht, van de heiligheid van Zijn wetten en van het zekere gevolg van gehoorzaamheid. En dit getuigenis gaf Hij, zoals dat alleen gegeven kon worden door hen die hun trouw niet verzaakten.

Een karaktertoets
Juist aan het begin van hun loopbaan werden Daniël en zijn vrienden op een beslissende wijze op de proef gesteld. Het bevel dat zij de spijzen zouden ontvangen van de tafel des konings, was zowel een uitdrukking van de gunst des konings als van zijn zorg voor hun welzijn. Maar daar een gedeelte geofferd was aan de afgoden, waren de spijzen van ‘s konings tafel gewijd aan de afgodendienst; en indien deze jonge mensen nu de minzaamheid van de koning zouden aanvaarden, zou men dat beschouwen als hun deelname in zijn verering van valse goden. De trouw aan de Here verbood hen aan die verering deel te nemen. Evenmin wilden zij het gevaar lopen van de verzwakkende invloed van weelde en losbandigheid op de lichamelijke, verstandelijke en geestelijke ontwikkeling.

Daniël en zijn vrienden waren terdege onderwezen in de beginselen van het Woord Gods. Zij hadden geleerd het aardse op te offeren aan het geestelijke, om het hoogste bezit te zoeken. En zij oogstten de beloning. Hun gewoonten ten aanzien van matigheid en hun verantwoordelijkheidsgevoel als vertegenwoordigers van God, droegen bij tot de edelste ontwikkeling van de krachten van lichaam, verstand en ziel. Aan het einde van hun opleiding, toen zij met andere kandidaten naar de gunsten van het koninkrijk op hun bekwaamheid werden getoetst, “werd niemand gevonden gelijk Daniël, Hananja, Misaël en Azarja”. Dan. 1:19.

De eersten onder de studerenden
Aan het hof van Babylon waren vertegenwoordigers uit alle landen bijeen, mannen met bijzondere talenten, mannen die van nature zeer begaafd waren en in het bezit van de hoogste beschaving die de wereld kon schenken; nochtans hadden te midden van hun allen de Hebreeuwse gevangenen huns gelijken niet. In lichamelijke kracht en schoonheid, in verstandelijke kracht en geleerdheid, was er niemand die hen evenaarde. “In elke zaak waarbij het aankwam op wijs inzicht en waarover de koning hen ondervroeg, bevond hij hen tienmaal voortreffelijker dan al de geleerden, al de bezweerders in zijn ganse rijk.” Dan. 1:20.

Standvastig in zijn trouw tot God, onwrikbaar in zijn zelfbeheersing, won Daniël door zijn edele waardigheid en hoffelijk gedrag in zijn jongelingschap de “gunst en aanhankelijkheid” van de heidense hoveling onder wiens hoede hij was gesteld”. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

25 april: Resultaten van juiste opvoeding - Jozef, een groot staatsman 2


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag, deel 2 over Jozef, een groot staatsman.

Opgeleid om te dienen
In het bittere leven als vreemdeling en als slaaf, te midden van alle ondeugd en de verlokkingen van de heidense godenverering, die hij zag en hoorde, omringd door al de verleidingen van rijkdom en cultuur en de pracht en praal van een koninklijk hof, bleef Jozef standvastig. Hij had geleerd steeds trouw zijn plicht te doen. Trouw in elke positie, van de allernederigste tot de verhevenste, maakten al zijn talenten hem bekwaam tot de grootste prestaties.
Ten tijde dat hij aan het hof van de Farao werd geroepen, was Egypte de grootste onder de naties. Wat beschaving, kunst en wetenschap betreft, was het ongeëvenaard. Gedurende een uiterst moeilijke en gevaarlijke periode beheerde Jozef de zaken van het koninkrijk; en dat deed hij op een wijze die het vertrouwen van de koning en het volk won. Farao stelde hem “tot heer over zijn huis, tot heerser over al zijn bezit, om zijn vorsten te binden naar zijn goeddunken en zijn oudsten leerde hij wijsheid”. Psalm 105:21,22.

Het geheim van Jozefs grootheid
Het geheim van Jozefs grootheid heeft het geïnspireerde Woord ons onthuld. In woorden van goddelijke kracht en schoonheid, sprak Jacob toen hij zijn kinderen zegende, aldus van zijn meest geliefde zoon:

“Een jonge vruchtboom is Jozef,
Een jonge vruchtboom aan een bron;
Zijn takken stijgen boven de muur uit;
De boogschutters hebben hem getergd,
Beschoten en vijandig bejegend,
Maar zijn boog bleef stevig
En zijn sterke handen bleven lenig,
Door de handen van de Machtige Jacobs....,
Door de God uws vaders, Die u zal helpen,
En de Almachtige, Die u zal zegenen
Met zegeningen des hemels van boven,
Met zegeningen van de watervloed....;
De zegeningen van uw vader gaan
De zegeningen van mijn voorvaderen te boven,
Reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen;
Zij zullen komen op het hoofd van Jozef,
Op de schedel van de uitverkorene onder zijn broederen.”
Gen. 49:22-26

Trouw aan God, geloof in de Onzienlijke, was Jozefs anker. Daarin lag het geheim van zijn kracht.

“Zijn sterke handen bleven lenig
Door de handen van de Machtige Jacobs.”

-- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

24 april: Resultaten van juiste opvoeding - Jozef, een groot staatsman 1


De gewijde geschiedenis bevat veel voorbeelden over de resultaten van de juiste opvoeding. Zij geeft vele edele voorbeelden van mannen wiens karakters gevormd werden onder goddelijke leiding; mannen wiens levens een zegen waren voor hun medemensen en die als vertegenwoordigers van God in de wereld stonden. Vandaag en morgen bespreken we Jozef, een groot staatsman..

In zijn jeugd, juist in de overgangstijd van jongeling tot man, werd Jozef van zijn ouderlijk huis gescheiden om als gevangene naar een heidens land gebracht te worden. Jozef stond bloot aan de verleidingen die voortvloeiden uit grote lotswisselingen. In het huis van zijn vader, een bijzonder geliefd kind; ten huize van Potifar, een slaaf, dan een vertrouwde en metgezel; een zakenman, geschoold door studie, opmerkingsgave en omgang met mensen; in de kerker van Farao een staatsgevangene, onrechtvaardig veroordeeld, zonder hoop op rechtsherstel of uitzicht om vrij te komen; tijdens een grote crisis, geroepen tot het leiderschap van een volk, - wat stelde hem nu in staat, zijn rechtschapenheid te bewaren?

Gevaren van voorspoed
Niemand kan zonder gevaar op een verheven hoogte staan. Zoals de storm die de bloem in het dal niet deert, maar de boom bovenop de berg ontwortelt, zo bestormen sterke verzoekingen, die de nederigen onberoerd laten, maar wel diegenen die door succes en eer in de wereld verheven plaatsen innemen. Maar Jozef doorstond zowel de proef van tegenspoed als van voorspoed. Dezelfde trouw werd geopenbaard in het paleis van de Farao als in de gevangeniscel.

Jozefs jeugdjaren
Als kind was Jozef onderwezen in de liefde en vreze Gods. Vaak was hem in de tent van zijn vader, onder de Syrische sterrenhemel, het verhaal verteld van het nachtelijk visioen in Bethel, van de ladder van de hemel naar de aarde, en de afdalend en opklimmende engelen, en van Hem Die Zich vanaf de troon in de hemel aan Jacob openbaarde. Hem was het verhaal verteld van de strijd aan de Jabbok, toen Jacob, na gebroken te hebben met gekoesterde zonden, als overwinnaar stond en door God een vorst werd genoemd. Als herdersjongen die de kudde van zijn vader hoedde, was het reine en eenvoudige leven van Jozef gunstig geweest voor de ontwikkeling van lichamelijke en geestelijke krachten. Door gemeenschap met God, door middel van de natuur en het bestuderen van de grote waarheden die als een heilig bezit van vader op zoon waren overgegaan, had hij geestkracht en vastheid van beginsel verkregen. -- KV, hfdst 7

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 23 april: Lessen uit het verleden voor vandaag


1 Korinthiers 10:11
Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der wereld gekomen is.

2 Timoteus 3:16,17
Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

Lukas 24:44,45
Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de
profeten en de psalmen moet vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.

Ondergang van een natie
De natie wier trots hij geweest was, volgde zijn leiding. Hoewel hij later tot inkeer kwam, voorkwam zijn berouw toch niet de vrucht van het kwaad dat hij had gezaaid. De tucht en de scholing die God voor Israël had voorgeschreven, zouden hen in al hun levenswegen doen verschillen van andere volken. Dit bijzondere voorrecht, dat zij hadden moeten beschouwen als een gunst, werd door hen niet gewaardeerd. De eenvoud en zelfbeheersing, welke absoluut nodig zijn voor de hoogste ontwikkeling, trachtten zij te vervangen door de pracht en de praal en de genotzucht van heidense volken. Hun eerzucht was te zijn “gelijk al de volken” 1 Sam. 8:5. Gods opvoedingsplan werd opzij gezet, Zijn gezag niet erkend.
Met het verwerpen van Gods wegen en de wegen der mensen daarvoor in de plaats te stellen, begon het verval van Israël. Dat woekerde zo steeds verder, tot het Joodse volk een prooi werd, juist van de volken wier praktijken zij hadden verkozen te volgen.

Gods plan onveranderd
Als volk faalden de kinderen Israëls om de weldaden te ontvangen die God hun wilde geven. Zij waardeerden Zijn bedoeling niet en voelden er niets voor om tot het welslagen daarvan mee te werken. Maar hoewel personen en volken zich op deze wijze van God kunnen afscheiden, blijft Zijn plan voor hen die op Hem vertrouwen, onveranderd. “Al wat God doet, is voor eeuwig.” Pred. 3:14.
Hoewel er verschillende graden van ontwikkeling en verschillende openbaringen van Zijn macht zijn om aan de behoeften der mensen in de verschillende tijdperken tegemoet te komen, is Gods werk toch in alle tijden hetzelfde. De Leraar is Dezelfde. Gods karakter en Zijn plan zijn hetzelfde. Bij Hem “is geen verandering of zweem van ommekeer”. Jac. 1:17.

Ter waarschuwing voor ons
De ervaringen van Israël zijn vermeld als een les voor ons. “Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der wereld gekomen is.” 1 Cor. 10:11. Zoals indertijd met het oude Israël, is ook voor ons succes in de opvoeding afhankelijk van getrouwheid in het uitvoeren van Gods plan. Getrouwheid aan de beginselen van Gods Woord zal ons even grote zegeningen verschaffen als het aan het Hebreeuwse volk verschaft zou hebben. -- KV, hfdst 6

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

22 april: Het sluipend gevaar van compromissen


Spreuken 6:10,11
Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen; Daar komt uw armoede over u als een snelle loper en uw gebrek als een gewapend man.

1 Samuel 15:22, 23
Heeft de Here evenzeer welgevallen aan brandoffers en slachtoffers als aan horen naar des Heren stem? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen. Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim. Omdat gij het woord des Heren verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat gij geen koning meer zult zijn.

Hosea 7:13-16
Wee over hen, omdat zij van Mij zijn weggevlogen! Verwoesting over hen, omdat zij van Mij zijn afgevallen! Hoewel Ik hen verloste, hebben zij tegen Mij leugens gesproken. En zij roepen niet tot Mij met hun hart, wanneer zij jammeren op hun leger. Om koren en most kerven zij zich; zij zijn weerspannig tegen Mij. Ofschoon Ik hen onderricht en hun armen sterk, bedenken zij telkens kwaad tegen Mij. Zij keren zich, maar niet naar omhoog; zij zijn geworden als een bedrieglijke boog.

De grootheid van Israël
Onder de regering van David en Salomo bereikte Israël het toppunt van zijn grootheid. De belofte, aan Abraham gegeven en door Mozes herhaald, ging in vervulling: “Indien gij heel dit gebod dat ik u heden opleg, zeer naarstig onderhoudt, de Here uw God liefhebt, in al Zijn wegen gaat en Hem aanhangt, dan zal de Here al deze volken voor u wegdrijven, zodat gij het gebied van volken, groter en machtiger dan gij, in bezit zult nemen. Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn tot de Libanon, van de rivier af, de rivier de Eufraat, tot de westelijke zee toe zal uw gebied zich uitstrekken. Niemand zal voor u standhouden”. Deut. 11:22-25.

Vermenging met afgodendienaars
Maar te midden van die voorspoed loerde het gevaar. De zonde van Davids latere jaren, hoewel diep berouw en pijnlijke straf daarop volgden, moedigde het volk aan Gods geboden te overtreden. En het leven van Salomo, met een begin zo vol van belofte, werd door afvalligheid verduisterd. Verlangen naar politieke macht en zelfverheffing leidden tot een verbond met heidense volken. Het zilver van Tarsis en het goud van Ophir werden verkregen door opoffering van de onkreukbaarheid en door verraad van heilige goederen. Omgang met afgodendienaars, huwelijk met heidense vrouwen, waren verderfelijk voor zijn geloof. De muren die God had opgericht ter beveiliging van Zijn volk, werden op deze wijze neergehaald en zo begon Salomo valse goden te vereren.

Afvalligheid
Op de top van de Olijfberg, recht tegenover de tempel van Jehova, werden reusachtige beelden en altaren opgericht om de heidense goden te dienen. Toen hij zijn trouw aan God verbrak, verloor Salomo de heerschappij over zichzelf. Zijn fijngevoeligheid stompte af. De gewetensvolle omzichtige geest van zijn eerste regeringsjaren onderging een verandering. Trots, eerzucht, verkwisting en genotzucht ontaarden in geweld en afpersing. Hij, die een rechtvaardig, minzaam en Godvrezend heerser was geweest, werd een tiran en een verdrukker. Hij die bij de inwijding van de Tempel voor zijn volk had gebeden dat zij hun hart onverdeeld aan de Here zouden geven, werd hun verleider. Salomo onteerde zichzelf, onteerde Israël en onteerde God. -- KV, hfdst 6

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

21 april: Hoofd en handen, Bijbel en ambacht


Matteus 13:54,55
En in zijn vaderstad gekomen, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij versteld stonden en zeiden: Vanwaar heeft Hij die wijsheid en die krachten? 55 Is dit niet de zoon van de timmerman?

Lukas 2:40-43; 46-47
Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem. En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest. En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en zijn ouders bemerkten het niet. En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden.

Leren voor een vak
De leerlingen van deze scholen voorzagen in hun eigen onderhoud, hetzij door de grond te bewerken of door een of ander ambacht. In Israël zag men daarin niets vreemds of vernederends; ja, het werd zelfs als een zonde beschouwd wanneer men kinderen liet opgroeien zonder een nuttig ambacht te leren. Elke jongeling, of zijn ouders nu rijk of arm waren, moest een vak leren. Zelfs al werd hij opgeleid voor een heilig ambt, werd praktische kennis toch als noodzakelijk beschouwd voor de grootste bruikbaarheid. Ook velen van de leraars voorzagen in hun onderhoud door handenarbeid.

De studiecursus
Zowel op school als in het gezin gaf men hoofdzakelijk mondeling onderwijs; maar de jeugd werd ook onderwezen in het lezen van de Hebreeuwse geschriften en zij konden de perkamentrollen van de boeken van het Oude Testament voor hun studie raadplegen. De voornaamste studieonderwerpen op deze scholen waren de wet van God, met de aan Mozes gegeven toelichting, gewijde geschiedenis, gewijde muziek en dichtkunst. In de verhalen van de gewijde historie volgde men de voetstappen van Jehova. De grote waarheden, aan het licht gebracht door de schaduwbeelden in de dienst van het heiligdom, werden aan een diepgaande studie onderworpen en in het geloof klemde men zich vast aan het middelpunt van dat gehele systeem - het Lam Gods Dat de zonde der wereld zou wegnemen. Daar werd een geest van toewijding aangekweekt. Niet alleen werd de scholieren de plicht van het gebed bijgebracht, maar hen werd ook geleerd hoe te bidden, hoe tot hun Schepper te naderen, hoe het geloof in Hem te oefenen en hoe de onderwijzing van Zijn Geest te begrijpen en te gehoorzamen. Een geheiligd verstand bracht uit Gods schatkamer oude en nieuwe dingen te voorschijn en de Geest van God openbaarde Zich in de profetie en in het gewijde lied.

Resultaten
Deze scholen bleken een van de doeltreffendste middelen te zijn om de gerechtigheid die “een volk verhoogt” (Spr. 14:34), te bevorderen. In niet geringe mate hielpen ze het fundament te leggen van die wonderbaarlijke voorspoed welke zich voordeed onder de regering van David en Salomo.

David en Salomo
De beginselen, onderwezen op de scholen der profeten, waren dezelfde die het karakter van David vormden en zijn leven bepaalden. Het Woord van God was zijn onderwijzer. “Uit Uw bevelen”, zei hij, “heb ik inzicht ontvangen....Ik neig mijn hart om Uw inzettingen te doen”. Ps. 119:104-112. Dat was juist de oorzaak dat de Here sprak van David, toen Hij hem in zijn jeugd tot de troon riep, als van “een man naar Mijn hart”. Hand. 13:22.
Ook in de jongelingsjaren van Salomo zijn de resultaten van Gods opvoedingsmethode te zien. In zijn jeugd maakte Salomo de keuze van David tot de zijne. Boven elk aards bezit vroeg hij aan God een wijs en verstandig hart. En de Here schonk hem niet enkel wat hij had gevraagd, maar ook wat hij niet had gevraagd - rijkdom en eer. De kracht van zijn verstand, de veelomvattendheid van zijn kennis, de glorie van zijn regering, werden het wonder der wereld. -- KV, hfdst 6

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 20 april: Profetenscholen


1 Samuel 8:15,16
Samuel nu was richter over Israel, zolang hij leefde. Hij maakte van jaar tot jaar een rondreis langs BetelGilgal en Mispa, en richtte Israel op al deze plaatsen;

Gevaren van het heidendom
Overal in Israël waar Gods opvoedingsplan werd uitgevoerd, getuigden de resultaten van zijn Maker. Maar in zeer vele gezinnen was van die door de Hemel vastgestelde opleiding, en van de aldus ontwikkelde karakters, heel weinig te bemerken. Gods plan werd slechts gedeeltelijk en onvolmaakt vervuld. Door ongeloof en door veronachtzaming van de aanwijzingen des Heren, omringden de Israëlieten zich met verzoekingen, waartegen slechts weinigen bestand waren. Bij hun vestiging in Kanaän “verdelgden zij de volken niet, van welke de Here tot hen gesproken had; maar zij lieten zich in met de heidenen en leerden hun werken; zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden”. Zij stonden niet recht tegenover God en “hun hart was niet standvastig bij Hem, zij waren niet getrouw aan Zijn verbond. Maar Hij, de barmhartige, verzoende de ongerechtigheid en verdierf niet; Hij wendde menigmaal Zijn toorn af.... Hij gedacht dat zij vlees waren, een ademtocht die vervliegt en niet wederkeert”. Psalm 106:34-36; 78:37-39.

Onverschilligheid der ouders
Vaders en moeders in Israël werden onverschillig tegenover hun verplichtingen tot God, onverschillig tegenover hun verplichtingen tot hun kinderen. Door ontrouw in het gezin en afgodische invloeden van buitenaf, ontvingen velen van de opgroeiende jeugd der Hebreeën een opvoeding die zeer verschilde van wat God voor hen had bedoeld. Zij leerden de wegen der heidenen.

Scholen ter beveiliging
Om dit groeiend kwaad tegen te gaan, voorzag God in andere middelen als een hulp voor de ouders in het opvoedingswerk. Van de vroegste tijden af had men de profeten beschouwd als door God aangestelde leraars. In de hoogste zin was de profeet iemand die sprak door rechtstreekse inspiratie, die de mensen de door hem van God ontvangen boodschappen overbracht. Maar de naam werd ook gegeven aan hen die, hoewel niet zo rechtstreeks geïnspireerd, door de Hemel waren aangewezen om het volk in de werken en de wegen Gods te onderrichten. Voor de opleiding van zulke leraars had Samuël, op aanwijzing van de Here, de scholen der profeten gesticht.

Leraars en scholieren
Deze scholen moesten als een bescherming dienen tegen de wijd verbreide corruptie, zij moesten voorzien in het verstandelijke en geestelijke welzijn van de jeugd en ook de voorspoed van de natie bevorderen door mannen af te leveren die in staat waren in de vreze Gods als leiders en raadgevers op te treden. Tot dit doel vergaderde Samuël groepen jonge mannen die vroom, verstandig en leergierig waren. Deze scholieren werden de zonen der profeten genoemd. Wanneer zij het Woord en de werken Gods bestudeerden, verkwikte Zijn leven-gevende kracht de vermogens van verstand en ziel en de scholieren ontvingen wijsheid van boven. De leraars waren niet alleen goed onderlegd in de goddelijke waarheid, maar hadden persoonlijk gemeenschap met God gesmaakt en hadden de bijzondere gave van Zijn Geest ontvangen. Zij bezaten de eerbied en het vertrouwen van het volk, zowel wegens hun geleerdheid als hun godsvrucht. In de dagen van Samuël waren er twee van zulke scholen - een in Rama, ten huize van de profeet, en de andere in Kirjath-Jearim. Later werden verschillende van die scholen opgericht. -- KV, hfdst 6

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

19 april: God is eigenaar van alles


Exodus 13:2
Heilig Mij alle eerstgeborenen, die onder de Israelieten het eerst uit een moederschoot voortkomen, zowel van mens als van dier; zij zijn mijn
eigendom.

Exodus 34:19,20
Alles wat het eerst uit de moederschoot voortkomt, is mijn eigendom, en al uw vee van het mannelijk geslacht, dat de eerstgeboorte is van
een rund of van een stuk kleinvee. Maar de eerstgeboorte van een ezel zult gij lossen voor een stuk kleinvee; indien gij het niet lost, zult
gij het de nek breken. Iedere eerstgeborene van uw zonen zult gij lossen, en men zal niet met ledige handen voor mijn aangezicht verschijnen.

Exodus 19:5,6
Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israelieten spreken zult.

Job 41:2
Wat onder de ganse hemel is, dat behoort Mij toe.

Eigendomsrecht op het land
In de verdeling van het erfdeel onder Zijn volk, was het Gods bedoeling om hen, en door hen de geslachten na hen, de juiste beginselen te leren aangaande het eigendomsrecht op het land. Het land Kanaän werd verdeeld onder het gehele volk, met uitzondering van de Levieten die dienst deden in het heiligdom. Hoewel de mogelijkheid bestond dat iemand gedurende enige tijd van dat recht afstand deed, kon hij toch het erfdeel van zijn kinderen niet voor goed verkwanselen. Hij kon het te allen tijde inlossen indien hij daartoe in staat was; elk zevende jaar werden de schulden kwijtgescholden en in het vijftigste jaar, het jubeljaar, vielen alle eigendomsrechten op het land weer terug aan de oorspronkelijke bezitter. Zo was elk gezin van zijn bezit verzekerd en was men ertegen beveiligd in uitersten te vervallen, hetzij in rijkdom of in armoede.

Bijzondere voorziening ten aanzien van de opvoeding
Bij de verdeling van het land onder het volk voorzag God, evenals dat het geval was bij de bewoners van het Paradijs, in de bezigheid welke het best geschikt was voor hun ontwikkeling, nl. de zorg voor planten en dieren. Een verdere voorziening wat betreft de opvoeding, was het ontbreken van de arbeid in de landbouw gedurende elk zevende jaar, waarin de akkers braak lagen en de produkten die vanzelf daarop groeiden, aan de armen werden overgelaten. Zo werd gelegenheid geschonken voor een uitgebreider studie, voor vriendschappelijke omgang en aanbidding en voor het beoefenen van de weldadigheid, dingen die door de zorgen en de drukte van het leven zo vaak in de verdrukking kwamen.

Een sleutel voor de problemen van deze tijd
Zouden de beginselen van Gods wetten ten aanzien van de verdeling van het bezit uitgevoerd worden in de wereld van heden, hoe geheel anders zou dan de toestand onder de mensen zijn! Het toepassen van deze beginselen zou de verschrikkelijke boosheden hebben voorkomen die door alle eeuwen heen het gevolg zijn geweest van de verdrukking der armen door de rijken. Terwijl het de opeenhoping van grote fortuinen zou hebben verhinderd, zou het de onwetendheid en ontaarding hebben voorkomen van tienduizenden wier slecht betaalde arbeid nodig was voor de opbouw van zulke enorme kapitalen. Het zou meehelpen om de vredelievende oplossing te brengen van problemen die nu de wereld in anarchie en bloed dreigen te verstikken.

Erkenning van Gods eigendomsrecht
Het wijden aan God van een tiende van alle inkomsten, hetzij van de boomgaard en de akker, de schapen en het vee, of van de arbeid van hoofd en hand; de wijding van een tweede tiende voor de ondersteuning der armen en andere weldadigheid, hadden de bedoeling, de mensen steeds de waarheid voor te houden, dat God de eigenaar is van alles, alsook van hun kans om de kanalen van Zijn zegeningen te zijn. Het was een opleiding die alle bekrompen zelfzucht zou doden en het karakter grootheid en zieleadel zou verlenen. Kennis van God, gemeenschap met Hem in de studie en in de arbeid, gelijkenis met Hem in karakter, moesten de bron, het middel en het doel zijn van Israëls opvoeding - de opvoeding die door God gegeven werd aan de ouders, en die door hen aan hun kinderen gegeven moest worden. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

18 april: Gods verlossing als middelpunt van het bestaan


Exodus 12:26,27
En wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent deze dienst van u, Dan zult gij zeggen: Het is een Paasoffer voor de
Here, die in Egypte aan de huizen der Israelieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde.

Deuteronomium 12:11,12
Dan zult gij naar de plaats, die de Here, uw God, verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen, alles brengen, wat ik u gebied: uw brandoffers en
slachtoffers, uw tienden en wijgeschenken en de gehele keur der geloften, die gij de Here doen zult; Gij zult u verheugen voor het aangezicht van de
Here, uw God, gij, uw zonen uw dochters, uw dienstknechten en uw dienstmaagden, en de Leviet, die binnen uw poorten woont, want hij heeft bezit noch erfdeel met u.

Aanschouwelijke lessen
Ware opvoeding houdt niet in dat men het onderwijs met kracht opdringt aan een onvoorbereide onontvankelijke geest. De verstandelijke krachten moeten wakker gemaakt en de belangstelling opgewekt worden. Hierin voorzag Gods onderwijsmethode. Hij Die het verstand schiep en de wetten daarvan instelde, voorzag in de ontwikkeling van het verstand in overeenstemming met de wetten. In het gezin en in het heiligdom, door de dingen van de natuur en van de kunst, in arbeid en in feestvreugde, in een geheiligd gebouw en in een gedenkteken, door ontelbare methoden en riten en symbolen schonk God aan Israël lessen die Zijn beginselen illustreerden en Zijn wonderbare werken in het geheugen griften. Werd daarnaar gevraagd, dan volgde er een onderricht dat op verstand en hart indruk maakte.
In de voorschriften voor de opvoeding van het uitverkoren volk komt duidelijk tot uiting dat een leven dat zijn middelpunt in God heeft, een volmaakt leven is. Elke behoefte die Hij heeft ingepland, wil Hij ook bevredigen; elk gegeven talent tracht Hij te ontwikkelen. God, de Schepper van alle schoonheid, Die Zelf al wat schoon is bemint, trof voorzorgen om in Zijn kinderen de liefde voor het schone te bevredigen. Hij nam ook maatregelen om te voorzien in hun maatschappelijke behoeften, voor de vriendelijke en hulpvaardige omgang die zoveel doet om sympathie te wekken en het leven te verlichten en te veraangenamen.

De jaarlijkse feesten
Als opvoedingsmiddel werd aan de jaarlijkse feesten van Israël een belangrijke plaats verleend. In het dagelijkse leven was het gezin zowel een school als een gemeente, waarin de ouders op wereldlijk en op godsdienstig gebied onderricht gaven. Maar driemaal per jaar moest het volk bijeenkomen voor een feestelijk samenzijn en aanbidding. In het begin werden deze vergaderingen gehouden in Silo, later in Jeruzalem. Vereist was, dat alleen de vaders en de zonen daar moesten zijn; maar niemand wilde de kansen om die feesten bij te wonen verzuimen, en zoveel mogelijk trok dan ook het hele gezin op naar het feest en met hen de vreemdeling, de Leviet en de arme, aan wie gastvrijheid werd verleend.

De reis naar Jeruzalem
De reis naar Jeruzalem, op de eenvoudige, patriarchale wijze, te midden van de schoonheid der lente, de rijkdommen van de midzomer of de rijpende pracht van de herfst, was een verrukking. Daar kwamen zij, van de grijsaard af tot het kleine kind, met de offers der dankbaarheid, om God te ontmoeten in Zijn heilige woonstee. Gedurende de reis werden de ervaringen uit het verleden, de verhalen waar oud en jong nog altijd zoveel van houden, opnieuw aan de Hebreeuwse kinderen verteld. De liederen die hen op de tocht door de woestijn bemoedigd hadden, werden gezongen. De geboden Gods weerklonken in een gemeenschappelijke zang, en verbonden met de gezegende invloeden der natuur en de genoegens van de gezellige omgang met vrienden en kennissen, werden deze voorgoed gegrift in het geheugen van alle kinderen en jonge mensen.

De Paschadienst
De ceremoniën waarvan men in Jeruzalem getuige was in verband met het Pascha - de nachtelijke vergadering, de mannen met de lendenen omgord, de schoenen aan de voeten en de staf in de hand, het haastig gebruikte maal, het lam, het ongezuurde brood, en de bittere kruiden en in de plechtige stilte het voorlezen van het verhaal van het gesprenkelde bloed, de rondgaande engel des doods en de indrukwekkende uittocht uit het land der slavernij - dat alles droeg ertoe bij de verbeelding te prikkelen en indruk te maken op het hart.

Het oogstfeest
Het loofhuttenfeest of oogstfeest, met zijn offeranden van boomgaard en akker, zijn verblijf gedurende een week in de loofhutten, zijn gezellige bijeenkomsten, de heilige herdenkingsdienst, en de hartelijke gastvrijheid welke verleend werd aan Gods arbeiders, de Levieten van het heiligdom en aan Zijn kinderen, de vreemdelingen en de armen, verhief aller hart in dankbaarheid tot Hem Die “het jaar had gekroond met Zijn goedertierenheid” en Wiens “voetstappen dropen van vettigheid”. Voor de toegewijden in Israël werd op deze wijze een volle maand in beslag genomen. Dat was een tijdsduur zonder zorg en arbeid, die bijna geheel aan de doelstellingen der opvoeding was gewijd. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

17 april: Doel van Gods tucht


Van de wijze waarop God Israël leidde gedurende de veertigjarige tocht door de woestijn, zei Mozes: “Zoals een man zijn zoon vermaant, zo vermaant de Here, uw God, u,” om “u te verootmoedigen en u op de proef te stellen teneinde te weten wat er in uw hart was: of gij al dan niet Zijn geboden zoudt onderhouden”. Deut. 8:5,2. “Hij vond hem in een land van steppen, in een woest land van gehuil in de wildernis. Hij beschutte hem, lette op hem, bewaarde hem als Zijn oogappel. Als een arend die zijn broedsel opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn wieken uitspreidt, er een opneemt en draagt op zijn vlerken, zo heeft hem de Here alleen geleid, en geen vreemde god stond Hem terzijde” Deut. 32:10-12.
“Hij gedacht aan Zijn heilig Woord, aan Abraham, Zijn knecht. Hij voerde Zijn volk uit met blijdschap, Zijn uitverkorenen met gejubel. Hij gaf hun de landen der volken, zodat zij de arbeid der natiën beërfden, opdat zij Zijn inzettingen zouden onderhouden en Zijn wetten bewaren.” Ps. 105:42-45.

Voorrechten in Kanaän
God omringde Israël met tal van voordelen en schonk hun allerlei voorrechten, zodat zij Zijn Naam tot eer konden zijn en een zegen voor de volkeren om hen heen. Indien zij wilden wandelen in de weg der gehoorzaamheid, beloofde Hij “hen te verheffen tot een lof, een naam en een sieraad boven alle volken”. “Alle volken der aarde”, zeide Hij, “zullen zien dat de Naam des Heren over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u vrezen”. De natiën die al deze inzettingen zullen vernemen, zullen zeggen: “Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie” Deut. 26:19; 28:10; 4:6.

Onderwezen in Gods wet
In de wetten waaraan Israël onderworpen was, werd uitvoerig onderricht gegeven inzake de opvoeding. Aan Mozes had God Zichzelf op de Sinaï geopenbaard als “barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw”. Ex. 34:6.
Deze beginselen, belichaamd in Zijn wet, moesten de vaders en de moeders in Israël hun kinderen leren. Onder Goddelijke leiding verkondigde Mozes hun: “Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat!” Deut. 6:6,7.
Niet als een droge theorie moesten deze dingen onderwezen worden. Zij die anderen de waarheid willen leren, moeten zelf haar beginselen beoefenen. Alleen door het karakter Gods te weerspiegelen in de oprechtheid, zieleadel en onzelfzuchtigheid van hun eigen leven, kunnen zij dat anderen inprenten. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 16 april: Orde en heiligheid


Exodus 21:1
Dit zijn de verORDEningen die gij hun zult voorhouden.

Deuteronomium 23:14
De Here, uw God, wandelt in uw legerplaats om u te redden....daarom zal uw legerplaats heilig zijn.

Leviticus 11:43,44
Maakt uzelf niet verfoeilijk door enig wemelend gedierte en verontreinigt u daardoor niet, zodat gij daardoor onrein wordt.
Want Ik ben de Here, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond
krioelt.

Organisatie
Vanaf de aanvang van de uittocht uit Egypte hadden zij in verband met hun opleiding en tucht lessen ontvangen. Zelfs voor zij Egypte verlieten, was een tijdelijke organisatie ingesteld en werd het volk ingedeeld in groepen onder aangewezen leiders. Bij de Sinaï werden de regelingen betreffende de organisatie voltooid. De orde, zo tot in de kleinste onderdelen tot uiting komend in al Gods werken, was ook te zien in het Hebreeuwse staatsbestel. God was het middelpunt van gezag en bestuur. Mozes, als Zijn vertegenwoordiger, moest in Zijn naam de wetten uitvoeren. Dan kwam de raad der zeventig, dan de priesters en de vorsten, en onder hen “oversten over duizend, oversten over honderd, oversten over vijftig en oversten over tien” (Num. 11:16,17; Deut. 1:15) en ten slotte de beambten die aangewezen waren voor speciale diensten. Het kamp verkeerde in een volmaakte orde, de tabernakel, de verblijfplaats van God, in het midden en daaromheen de tenten van de priesters en de Levieten. Daarbuiten was iedere stam gelegerd naast zijn eigen banier.

Gezondheidsmaatregelen
Doortastende gezondheidsmaatregelen werden ingesteld. Deze werden aan het volk opgelegd, niet enkel als noodzakelijk voor de gezondheid, maar als voorwaarde dat de Heilige onder hen kon vertoeven. Op Goddelijk bevel had Mozes hun verkondigd: “De Here, uw God, wandelt in uw legerplaats om u te redden....daarom zal uw legerplaats heilig zijn”. Deut. 23:14.

Dieet
De opvoeding van de Israëlieten omvatte al hun levensgewoonten. Alles wat hun welzijn betrof was het onderwerp van Goddelijke zorg en werd door een goddelijke wet vastgelegd. Zelfs in de voorziening van hun voedsel zocht God hun hoogste goed. Het manna waarmede Hij hen voedde in de woestijn, was van een samenstelling die de lichamelijke, verstandelijke en zedelijke kracht ten goede kwam. Hoewel velen tegen de beperking van hun voedsel in opstand kwamen en terugverlangden naar de dagen waarvan zij zeiden: “Wij zaten bij de vleespotten en aten volop brood” (Ex. 16:3), werd nochtans de wijsheid van Gods keuze voor hen gerechtvaardigd op een wijze die zij niet konden ontkennen. Ondanks al de beproevingen van hun bestaan in de woestijn, was er onder al hun stammen geen enkele zieke.

De goddelijke leiding
Op al hun tochten moest de ark, waarin de wet van God was, hen de weg wijzen. De plaats waar zij zouden legeren, werd aangetoond door het neerdalen van de wolkkolom. Zolang de wolk rustte boven de tabernakel, bleven zij in de legerplaats. Wanneer deze zich verhief, vervolgden zij hun tocht. Zowel het halt houden als het vertrek werden gekenmerkt door een plechtige smeekbede. “Wanneer nu de ark opbrak zei Mozes: Sta op, Here, opdat Uw vijanden verstrooid worden.... en wanneer zij bleef rusten, zei hij: keer weder Here, tot de tienduizenden der duizenden Israëls.” Num. 10:35,36.

Muziek en zang
Terwijl de Israëlieten door de woestijn trokken, werden hun vele kostelijke lessen gegeven door middel van het lied. Bij hun bevrijding van het leger van Farao had geheel Israël ingestemd met het overwinningslied. Ver over de woestijn en over de zee schalde het opgewekte refrein, en de bergen weerkaatsten de hoogtepunten van de lofzang: “Zing de Here, want Hij is hoog verheven; het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee”. Ex. 15:21. Vaak werd dit lied op de reis herhaald en dan werden de harten bemoedigd en werd het geloof van de pelgrims versterkt. De geboden gegeven op de Sinaï, vol van beloften van Gods gunst en verhalen van Zijn wonderlijke werken ten aanzien van hun verlossing, werden op goddelijk bevel op muziek gezet, terwijl de Israëlieten op de maat marcheerden, wanneer zij eensgezind de lofzangen zongen. Zo werden hun gedachten afgeleid van de beproevingen en moeilijkheden van de reis, de rusteloze, woelige geest werd gekalmeerd, de beginselen der waarheid werden in het geheugen vastgelegd en het geloof versterkt. Die gezamenlijke zang leerde orde en eenheid en de mensen werden in nauwer contact met God en met elkander gebracht. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

15 april: Het evangelie in de tabernakel


Exodus 25:8
En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.

Kolossenzen 2:17
dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.

Johannes 1:29
De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

Openbarin 5:12
Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof.

Door Christus moest het doel worden vervuld waarvan de tabernakel een symbool was - dat glorierijke bouwsel met zijn wanden van glinsterend goud, die in de kleuren van de regenboog de gordijnen waarin cherubs waren geweven, weerkaatsten, de alles doortrekkende geur van de altijd brandende wierook, de priesters gekleed in smetteloos wit en in de diepe verborgenheid van het heilige der heiligen, boven het verzoendeksel, tussen de figuren van de voorovergebogen, aanbiddende engelen, de heerlijkheid van de Allerheiligste. In dit alles wilde God, dat Zijn volk Zijn bedoeling las voor de menselijke ziel.

De menselijke tempel
Het was dezelfde bedoeling die Paulus lang daarna, gedreven door de Heilige Geest, verkondigde: “Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” 1 Cor. 3:16,17.

De bouw van het heiligdom
Groot was het voorrecht en de eer, aan Israël verleend in de bouw van het heiligdom; en groot was ook de verantwoordelijkheid. Een bouwsel van alles overtreffende pracht, dat voor zijn constructie het kostbaarste materiaal en de hoogste artistieke begaafdheid eiste, moest opgericht worden in de woestijn door een volk dat juist ontkomen was aan de slavernij. Het scheen een onmogelijke taak. Maar Hij Die het plan voor de bouw gegeven had, stond borg dat Hij met de bouwlieden zou samenwerken. “De Here sprak tot Mozes: “Zie, Ik heb bij name geroepen Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda, en hem vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis, en dat voor allerlei werk.... En zie, Ik heb naast hem gesteld Aholiab, de zoon van Ahisamach, uit de stam Dan; in het hart van ieder die kunstvaardig is, heb Ik wijsheid gelegd. Zij zullen alles maken wat Ik u geboden heb”. Ex. 31:1-6.

Een ambachtsschool
Wat een ambachtsschool was dat in de woestijn, waar Christus en Zijn engelen als leraars aan verbonden waren!
In de voorbereiding van het heiligdom en zijn uitrusting moest het gehele volk samenwerken. Daar was arbeid voor hoofd en hand. Een grote verscheidenheid van materiaal was nodig en allen werden uitgenodigd daartoe bij te dragen zoals hun hart hen ingaf. Zo werden zij in het werk en het geven onderricht om met hun God en met elkander samen te werken. Zij moesten ook samenwerken in het gereedmaken van het geestelijk bouwsel - Gods tempel in de ziel. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

14 april: Bij de Sinaï


Exodus 19:4-6, 8-9
Gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk... En het gehele volk antwoordde eenparig: Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen. En Mozes bracht de woorden van het volk weder aan de Here over. Daarna zeide de Here tot Mozes: Zie, Ik kom tot u in een donkere wolk, opdat het volk kan horen, wanneer Ik met u spreek, en zij ook voor altoos in u geloven.

Van grote waarde waren de lessen die Israël geleerd werden tijdens hun verblijf bij de Sinaï. Dit was een periode van bijzondere scholing voor hen die Kanaän erfelijk zouden bezitten. En de omgeving hier was gunstig voor de vervulling van Gods doel. Op de top van de Sinaï rustte de wolkkolom die hen op de reis was voorgegaan en die nu de vlakte waar het volk zijn tenten had opgezet, overschaduwde. 

De hoogten der bergen zijn van Hem
Door een vuurkolom des nachts schonk Hij hun de zekerheid van de Goddelijke bescherming en terwijl zij sliepen, viel het brood des hemels zachtjes op het kamp neer. Aan alle kanten spraken de hoge ruwe bergen in hun verheven schoonheid van eeuwige duur en majesteit. Zo moest de mens, in de tegenwoordigheid van Hem “Die de bergen woog met een waag en de heuvelen met een weegschaal” (Jes. 40:12), wel zijn onwetendheid en zijn zwakheid aanvoelen. Hier trachtte God door de openbaring van Zijn heerlijkheid, Israël een indruk te geven van de heiligheid van Zijn karakter en Zijn wetten en van de enorme schuld der overtreding.

Een symbool van Gods tegenwoordigheid
Doch het volk leerde de les maar traag. Gewend als zij in Egypte geweest waren aan zichtbare voorstellingen van de godheid en dan nog wel van de meest verdorven natuur, konden zij zich zo moeilijk het bestaan of het karakter van de Onzichtbare voorstellen. Vol medelijden met hun zwakheid, gaf God hun een symbool van Zijn tegenwoordigheid. “Zij zullen Mij een heiligdom maken”, zei Hij, “en Ik zal in hun midden wonen”. Ex. 25:8.
Voor de bouw van het heiligdom als een woonplaats voor God kreeg Mozes opdracht om alle dingen te maken volgens het voorbeeld in de hemel. God riep hem op de berg en openbaarde hem de hemelse dingen en dienovereenkomstig werd de tabernakel met alles wat daarbij behoorde, vervaardigd.

Het voorbeeld op de berg
Zo openbaarde Hij aan Israël, in wier midden Hij wilde wonen, Zijn heerlijk ideaal van het karakter. Het voorbeeld werd hun getoond op de berg, toen vanaf de Sinaï de wet werd verkondigd en toen God aan Mozes voorbijging en uitriep: “Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw”. Ex. 34:6. Maar zijzelf waren machteloos om dit ideaal te bereiken. De openbaring op de Sinaï kon hen slechts van hun behoefte en hun hulpe-loosheid bewust doen worden. De tabernakel moest door zijn offerdienst een andere les leren - de les van zondevergeving en van kracht door Christus om te gehoorzamen ten leven. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

12 april: God wil geen tweede rangswerk


Dit is Gods karakter en dit is hetzelfde beeld dat Hij ons voorhoudt:

Exodus 34:6-7
De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, 7 Die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar [de] [schuldige] houdt Hij zeker niet onschuldig

De ware Leraar is niet tevreden met tweederangswerk. Hij is niet tevreden zijn leerlingen een maatstaf voor te schrijven die lager is dan de hoogste die zij kunnen bereiken. Hij kan niet voldaan zijn met hen alleen maar een technische kennis mee te delen, hen alleen maar kundige boekhouders, bekwame vaklieden en succesvolle handelslieden te maken. Het is zijn streven hen te bezielen met de beginselen van waarheid, gehoorzaamheid, eergevoel, rechtschapenheid en reinheid, - beginselen die hen zullen maken tot een vastberaden kracht om de gemeenschap te verstevigen en op te heffen. Vóór alles wil hij hen ‘s levens grote les van onzelfzuchtige dienst leren.

Deze beginselen worden een levende kracht om het karakter te vormen door de omgang der ziel met Christus, door het aannemen van Zijn wijsheid als gids, Zijn kracht als de sterkte van hart en leven. Wanneer deze eenheid gevormd is, heeft de leerling de Bron van wijsheid gevonden. Hij heeft de macht binnen zijn bereik om in zichzelf de nobelste idealen te verwezenlijken. Hem behoren de mogelijkheden van de hoogste opvoeding voor het leven in deze wereld. En in de hier verkregen opleiding gaat hij over naar die leergang welke de eeuwigheid omvat.

In de hoogste zin zijn het werk van karaktervorming en het werk der verlossing één; want zowel in karaktervorming als in verlossing “kan niemand een ander fundament leggen dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus”. 1 Cor. 3:11.

“Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken”. Col.1:19.

Hoewel de omstandigheden veranderd zijn, is ware opvoeding nog steeds in overeenstemming met het plan van de Schepper, het plan van de school in Eden. Adam en Eva ontvingen onderricht door rechtstreekse gemeenschap met God; wij zien het licht van “de kennis der heerlijkheid Gods” in het aangezicht van Christus.

De grote beginselen van karaktervorming zijn niet veranderd. Ze zijn “vastgesteld voor immer en altoos” (Ps. 111:8); want ze zijn de beginselen van Gods karakter. De leerling helpen deze beginselen te vatten en in die omgang met Christus te treden die hen tot een leidende kracht in het leven maakt, dient de eerste poging en het aanhoudende doel te zijn van de leraar. De leraar die dit doel aanvaardt, is in waarheid een medearbeider van Christus, een arbeider die samenwerkt met God. -- KV, hfdst 4

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 13 april: De opvoeding van Israël


Deuteronomium 6:6,7
Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij
onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat.

Lukas 10:26
En Hij zeide tot hem: Wat staat in de wet geschreven? Hoe leest gij?

Romeinen 15:4
Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven.

De gezinsschool
Het opvoedingssysteem, begonnen in het Paradijs, vond zijn middelpunt in het gezin. Adam was de “zoon van God” (Luc. 3:38) en het was van hun Vader dat de kinderen des Allerhoogsten onderricht ontvingen. In de striktste zin des woords vormden zij een gezinsschool.
In het goddelijke opvoedingsplan, aangepast aan de toestand van de mens na de val, staat Christus als de vertegenwoordiger van de Vader, de verbindingsschakel tussen God en de mens; Hij is de grote Leraar der mensheid. En Hij verordineerde dat mannen en vrouwen Hem zouden vertegenwoordigen. Het gezin was de school, en de ouders waren de onderwijzers.

Voorwaarden
De opvoeding, die in het gezin haar middelpunt had, was die welke gebruikelijk was in de dagen der patriarchen. Voor de aldus gestichte scholen schonk God de allergunstigste voorwaarden voor de karakterontwikkeling. De mensen die zich onder Zijn leiding stelden, hielden zich nog steeds aan het levensplan dat Hij in den beginne had bekend gemaakt. Wie zich van God afkeerden, bouwden voor zichzelf steden en sloten zich daarin aaneen en verlustigden zich in de pracht, de weelde en de slechtheid die ook de steden van deze tijd maken tot de trots en de vloek der wereld. Maar de mensen die zich vasthielden aan Gods levensbeginselen, gingen wonen in de velden en heuvelen. Zij bewerkten de grond en hadden kudden groot en klein vee; en in dit vrije, onafhankelijke bestaan, met zijn mogelijkheden om te arbeiden, te studeren en te mediteren, leerden zij van God en onderwezen hun kinderen in Zijn werken en wegen.

De opleiding in de woestijn
Dat was de opvoedingsmethode die God in Israël wilde toepassen. Maar toen ze uit Egypte werden uitgeleid, waren er onder de Israëlieten slechts weinigen in staat om met Hem samen te werken in de opleiding van hun kinderen. De ouders zelf hadden onderricht en tucht nodig. Als slachtoffers van een levenslange slavernij, waren ze onwetend, ongeschoold en ontaard. Zij hadden weinig kennis van God en weinig vertrouwen in Hem. Door valse leringen hadden zij verwarde ideeën en zij waren verdorven door hun langdurig contact met het heidendom. God wilde hen op een hoger zedelijk peil brengen en om dit te bereiken trachtte Hij hun een kennis van Zichzelf bij te brengen.

Om tot geloof aan te moedigen
In Zijn bemoeienissen met de zwervers in de woestijn, in al hun zwerftochten, in hun blootstaan aan honger, dorst en vermoeidheid, in het gevaar waarin zij verkeerden door heidense vijanden en in de openbaring van Zijn voorzienigheid om hen te verlossen, probeerde God hun geloof te versterken door hun de kracht die steeds bezig was voor hun bestwil, te openbaren. En toen Hij hun geleerd had te vertrouwen op Zijn liefde en kracht, wilde Hij, in de geboden van Zijn wet, hun het peil tonen van het karakter dat Hij hen door Zijn genade wilde doen bereiken. hristus, een arbeider die samenwerkt met God. -- KV, hfdst 5

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

t11 april: Van karaktervorming tot verlossing



Door de zonde werd de mens van God afgesneden. Zonder het verlossingsplan zou eeuwige scheiding van God, de duisternis van de eindeloze nacht, zijn deel geweest zijn. Door het offer van de Verlosser is het weer mogelijk gemaakt, gemeenschap met God te hebben. In persoon kunnen wij niet naderen in Zijn tegenwoordigheid; in onze zonde kunnen we Zijn gelaat niet aanschouwen; maar we kunnen Hem zien en met Hem gemeenschap hebben in Jezus, de Heiland.

Het “verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods” wordt geopenbaard “in het aangezicht van Christus”. God is in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende”. 2 Cor. 4:6; 5:19.

“Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond...., vol van genade en waarheid.” “In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen.” Joh. 1:14,4.

Het leven en de dood van Christus, de prijs onzer verlossing, zijn voor ons niet enkel de belofte en het onderpand van leven, niet enkel het middel ons de schatkamers der wijsheid voor ons te openen; ze zijn een bredere, hogere openbaring van Zijn karakter dan zelfs de heilige wezens van Eden kenden.

En terwijl Christus de hemel opent voor de mens, opent het leven dat Hij schenkt, het hart van de mens voor de hemel. Zonde sluit ons niet alleen buiten God, maar vernietigt in de menselijke ziel zowel het verlangen als de bekwaamheid om Hem te kennen. Het is Christus’ zending al dit boze werk teniet te doen. Hij heeft macht de vermogens der ziel, verlamd door de zonde, het verduisterd verstand, de verdorven wil, te versterken en te herstellen. Hij opent voor ons de rijkdommen van het heelal en door Hem wordt de macht toebedeeld deze schatten te onderscheiden en zich toe te eigenen.

Christus, het “Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld”. Joh. 1:9. Gelijk ieder menselijk wezen leven heeft door Christus, zo ontvangt ook iedere ziel door Hem enige stralen van goddelijk licht. Niet alleen verstandelijke, maar geestelijke kracht, een begrip van recht, een verlangen naar goedheid, bestaat in ieder hart. Maar tegen deze beginselen worstelt een vijandige macht.

De gevolgen van het eten van de boom der kennis van goed en kwaad worden openbaar in het geestelijk leven van ieder mens. Er is in zijn natuur een neiging naar het kwaad, een macht waaraan hij, zo hij niet geholpen wordt, geen weerstand kan bieden. Om deze macht te weerstaan en dat ideaal te bereiken dat hij in het diepst van zijn ziel aanneemt als het alleen waardevolle, kan hij hulp vinden in slechts één kracht. Die kracht is Christus. ‘s Mensens dringendste behoefte is, samen te werken met die kracht. Behoorde niet in alle pogingen tot karaktervorming deze samenwerking het hoogste doel te zijn? -- KV, hfdst 4

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

10 april: Herstel door Christus



Genesis 3:15
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.

Genesis 21:12
Want door Isaak zal men van uw nageslacht spreken.

Genesis 22:8
En Abraham zeide: God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon.

Galaten 3:16
Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.

Maar de mens werd niet ten prooi gelaten aan de gevolgen van het kwaad dat hij had gekozen. In het vonnis over Satan uitgesproken, lag ook een vingerwijzing naar de verlossing. “Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw,” zei God, “en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen”. Gen. 3:15. Dit vonnis, uitgesproken in tegenwoordigheid van onze stamouders, hield voor hen een belofte in. Alvorens zij hoorden van de doorn en de distel, van het zwoegen en de smart, dat hun deel zou worden, of van het stof waartoe ze zouden terugkeren, luisterden ze naar woorden die niet konden nalaten hen hoop te geven. Al wat verloren was door zich over te geven aan Satan, kon door Christus herwonnen worden.

Het evangelie in de natuur
Hierop maakt ook de natuur ons steeds opmerkzaam. Hoewel bezoedeld door de zonde, spreekt zij niet alleen van schepping, maar ook van verlossing. Hoewel de aarde getuigt van de vloek door de zichtbare tekenen van verval, is zij nochtans rijk en schoon door de tekenen van leven-gevende kracht. De bomen laten hun bladeren vallen, alleen om met nieuw jong groen bekleed te worden; de bloemen sterven, om met hernieuwde schoonheid te ontluiken; en in elke openbaring van de scheppende macht ligt de verzekering opgesloten, dat wij opnieuw geschapen kunnen worden “in ware rechtvaardigheid en heiligheid” Efeze 4:24. Zo worden dus juist de dingen en werkingen der natuur, die ons grote verlies zo duidelijk tot uiting brengen, voor ons de boodschappers der hoop. Zover als het kwaad zich uitstrekt, hoort men de stem van onze Vader, Die Zijn kinderen vraagt, het wezen van de zonde te zien in haar gevolgen en hen waarschuwt het kwade te verzaken, terwijl Hij hen uitnodigt het goede te ontvangen. -- KV, hfdst 3

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Sabbat 9 april: Gevolgen van de zonde



Genesis 3:16
Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.

Genesis 3:17-19
En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

De mens verloor alles omdat hij liever luisterde naar de bedrieger dan naar Hem Die de waarheid is, Die alleen verstandigheid bezit. Door de vermenging van kwaad met goed werd zijn geest verward, zijn verstandelijke en geestelijke vermogens verdoofd. Niet langer kon hij het goede waarderen dat God hem zo overvloedig had geschonken. Adam en Eva hadden de kennis van het kwaad gekozen; en indien ze ooit de positie die ze verloren hadden, zouden terugwinnen, dan moest dat gebeuren onder de ongunstige omstandigheden die zij aan zichzelf te wijten hadden. Niet langer mochten zij in de hof van Eden blijven; want in zijn volmaaktheid kon het Paradijs hun niet die lessen leren die zij nu zo nodig moesten leren. In een onuitsprekelijke droefheid namen zij afscheid van hun prachtig verblijf en verlieten het om te wonen op aarde, waarop de vloek der zonde rustte.

De gevolgen openbaren zich in de natuur
Hoewel de aarde nadelig beïnvloed werd door de vloek, bleef de natuur toch nog steeds het leerboek van de mensen. Zij kon nu niet enkel het goede aan het licht brengen; want het kwaad was overal aanwezig en bezoedelde de aarde, de zee en de lucht door zijn verderfelijke aanraking. Waar eens enkel het karakter van God geschreven stond, de kennis van het goede, stond nu ook het karakter van Satan, de kennis van het kwaad, geschreven. Door de natuur die nu de kennis van het kwaad openbaarde, zou de mens aanhoudend gewaarschuwd worden voor de gevolgen der zonde. In de verwelkende bloem en het afvallende blad zagen Adam en zijn gezellin de eerste tekenen van verval. Scherp werd hun het harde feit voor ogen gesteld dat elk levend wezen moest sterven. Zelfs de lucht, waarvan toch hun leven afhing, droeg de kiemen des doods.

Het verloren koningschap
Voortdurend werden zij herinnerd aan hun verloren heerschappij. Te midden van de schepselen van lagere orde had Adam als koning gestaan en zolang hij God trouw bleef, erkende de gehele natuur zijn gezag; maar toen hij in overtreding was, kwam aan deze heerschappij een einde. De geest van opstand, die hijzelf had binnengehaald, breidde zich uit over het dierenrijk. Zo vertelde niet alleen het leven van de mens de droeve les van de kennis des kwaads, maar dat deden ook de natuur der dieren, de bomen van het woud, het gras van het veld, ja zelfs de lucht die hij inademde. -- KV, hfdst 3

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

8 april: Redeneringen en leugens



Romeinen 4:19,20
En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij [Abraham] opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud wasen dat Sara s moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn
geloof en gaf Gode eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen.

Efeze 5:6
Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.

Efeze 6:11
Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;

Romeinen 1:18
Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten
onder houden.

Rede tegenover geloof
Satan wilde het laten voorkomen alsof deze kennis van het goede vermengd met het kwaad een zegen zou zijn, en dat door het hun gegeven verbod om van de vruchten des booms te nemen, God hun een onschatbaar goed onthield. Hij legde er de nadruk op, dat het was vanwege zijn bijzondere eigenschappen van wijsheid en kracht te verlenen, dat God hun verboden had van de vrucht te nemen; dat Hij aldus probeerde te voorkomen dat zij tot een edeler ontwikkeling en een groter geluk zouden smaken. Hij verkondigde dat hij zelf van de verboden vrucht had gegeten en als gevolg zijn vermogen om te spreken had ontvangen; en dat, indien zij ook daarvan zouden eten, zij een verhevener bestaanssfeer zouden bereiken en een uitgestrekter gebied van kennis zouden betreden. Terwijl Satan beweerde ontzaglijk veel goeds ontvangen te hebben door de verboden vrucht te eten, wachtte hij zich wel, er op te wijzen dat hij vanwege zijn overtreding uit de hemel geworpen was. Hier was de leugen, zo verborgen onder bedekking van ogenschijnlijke waarheid, dat Eva, verblind, gevleid, verlokt, het bedrog niet onderscheidde. Zij begeerde wat God had verboden; zij wantrouwde Zijn wijsheid. Zij wierp het geloof, de sleutel der kennis, weg.

Zien tegenover Gods woord
Toen Eva zag “dat de boom goed was om van te eten en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, nam zij van zijn vrucht en at”. De vrucht was aangenaam van smaak en terwijl zij at, was het alsof zij een levengevende kracht gevoelde, en ze verbeeldde zich dat ze in een hogere bestaanssfeer geraakte. Nadat zij zelf gezondigd had, verleidde ze haar man, “en hij at”. Gen. 3:6.
“Uw ogen zullen geopend worden”, had de vijand gezegd; “gij zult als God zijn, kennende goed en kwaad”. Gen. 3:5. Hun ogen werden inderdaad geopend; maar met welk een droefheid ging dat gepaard! De kennis van het kwaad, de vloek der zonde, was alles wat de overtreders kregen. Er was niets vergiftigs in de vrucht zelf en de zonde lag niet alleen aan het toegeven aan de eetlust. Het was wantrouwen in Gods goedheid, ongeloof in Zijn woord, en verwerping van Zijn gezag, dat onze stamouders maakte tot overtreders en in de wereld de kennis van het kwaad bracht. Dat was het wat de deur opende voor allerlei leugen en dwaling. -- KV, hfdst 3

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

7 april: Kennis van goed en kwaad



Genesis 3:3
Maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven.

Genesis 3:4-5
De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.

Genesis 3:7-8
Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten. Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof.

Romeinen 13:3
Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn...

Hun trouw getoetst
Hoewel onschuldig en heilig geschapen, waren onze stamouders toch niet geplaatst buiten de mogelijkheid om kwaad te doen. God zou hen kunnen hebben geschapen zonder het vermogen om Zijn geboden te overtreden; maar in dat geval zou er van een karakterontwikkeling geen sprake geweest kunnen zijn; hun dienen zou dan niet vrijwillig, maar gedwongen geweest zijn. Daarom gaf Hij hun het vermogen om te kiezen - het vermogen om te gehoorzamen of ongehoorzaam te zijn. En alvorens zij ten volle de zegeningen konden ontvangen die Hij hun wilde toebedelen, moest hun liefde en trouw op de proef gesteld worden.

Enkel het kwade onthouden
In de hof van Eden was de “boom der kennis van goed en kwaad.... En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten”. Gen. 2:9-17. Het was de wil van God dat Adam en Eva het kwaad niet zouden kennen. De kennis van het goede was hun overvloedig geschonken; maar de kennis van het kwade - van de zonde en haar gevolgen, van vermoeiende arbeid, van kwellende zorgen, van teleurstellingen en smart, van pijn en dood - dat alles was in liefde achtergehouden.

Bedekte toespeling op wantrouwen
Terwijl God de mens trachtte goed te doen, zocht Satan zijn ondergang. Toen Eva, door het in de wind slaan van de waarschuwing des Heren aangaande de verboden boom, het waagde die te naderen, kwam zij in aanraking met haar vijand. Nadat haar belangstelling en nieuwsgierigheid waren opgewekt, ging Satan verder met het verloochenen van Gods woord en het zaaien van wantrouwen aan Zijn wijsheid en goedheid. Op de verklaring van de vrouw aangaande de boom der kennis: “God heeft gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken, anders zult gij sterven,” antwoordde de verleider: “Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad”. Gen. 3:3-5. -- KV, hfdst 3

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

Woensdag 6 april: De leerschool in de Hof van Eden



Genesis 2:15
Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten. En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

2 Korinthiers 4:6
Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der
heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus.

Job 38:4-8
Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt! Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers! Of wie heeft over haar het meetsnoer gespannen? Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd, Terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden? Wie heeft de zee met deuren afgesloten, toen zij bruisend uit de moederschoot kwam.

De leerschool
Aan Adam en Eva was de zorg van de hof opgedragen, “om die te bewerken en te bewaren”. Gen. 2:15. Hoewel rijk in alles wat de Eigenaar van het heelal kon verschaffen, was het niet de bedoeling dat zij hun tijd in ledigheid zouden doorbrengen. Nuttige bezigheid werd hun opgedragen als een zegen om het lichaam te versterken, de geest te verruimen en het karakter te ontwikkelen.

Onderzoek bij de bronnen
Het boek der natuur dat zijn aanschouwelijke lessen voor hen opende, verschafte hun een onuitputtelijke bron van onderricht en blijdschap. Op elk blad van het woud, op elke steen in de bergen, op elke schijnende ster, op de aarde, de zee en aan de hemel, stond Gods Naam geschreven. Met zowel de bezielde als de onbezielde schepping - met blad, bloem en boom, en met elk levend schepsel, van de leviathan in de wateren tot het stofje in het zonlicht - hadden de bewoners van het Paradijs omgang en kwamen van elk de geheimen van zijn leven te weten. Gods heerlijkheid in de hemelen, de ontelbare werelden in hun geordende bewegingen, “het zweven der wolken” (Job 37:16), de verborgenheden van het licht en het geluid, van de dag en de nacht - die alle waren studie-objecten voor de leerlingen van de eerste school op aarde.
De werkingen en de wetten der natuur, alsmede de belangrijke beginselen der waarheid die het geestelijke heelal besturen, werden door de oneindige Schepper van alles voor hun verstand geopend. In “het licht van de kennis der heerlijkheid Gods” (2 Cor. 4:6) ontwikkelden zich hun verstandelijke en geestelijke vermogens en werden zij zich de hoogste genoegens van hun heilig bestaan bewust.

Andere scholen
Zoals ze kwam uit de hand van de Schepper, was niet enkel de hof van Eden, maar de gehele aarde bekleed met een uitzonderlijke schoonheid. Geen vlek van zonde, of schaduw des doods, bezoedelde de reine schepping. Gods heerlijkheid “bedekte de hemelen en het aardrijk was vol van Zijn lof”. “De morgensterren juichten tezamen en al de zonen Gods jubelden”. Hab. 3:3; Job 38:7. Zo was de aarde een passend zinnebeeld van Hem Die “groot van weldadigheid en waarheid” is (Ex. 34:6), een passende studie voor hen die gemaakt waren naar Zijn beeld. De hof van Eden was een afbeelding van hetgeen, volgens Gods verlangen, de gehele aarde zou worden, en het was Gods bedoeling dat, naarmate het menselijke gezin zich zou vermeerderen, zij andere tehuizen en scholen zouden vestigen naar het model dat Hij had gegeven.

Doel van de opleiding
Zo zou in de loop van de tijd de gehele aarde vol zijn met woningen en scholen, waar de woorden en werken Gods bestudeerd zouden worden en waar de scholieren steeds meer in staat zouden zijn om, door de eindeloze eeuwen heen, het licht en de kennis van Zijn heerlijkheid te weerspiegelen. -- KV, hfdst 2

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

5 april: De school in het paradijs


Genesis 1:31
En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.

Jeremia 29:11-14
Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven. Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; Dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des Heren.

Hebreeën 2:7-8
Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet? Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen.

Psalm 8:4-7
Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd:

Een modelschool
Het opvoedingssysteem dat werd ingesteld aan het begin der wereld, was bedoeld als een model voor de mens door alle eeuwen heen. Om een beeld te geven van zijn beginselen, werd in het paradijs, het tehuis van onze stamouders, een modelschool opgericht. De hof van Eden was het schoollokaal, de natuur het leerboek, de Schepper Zelf was de leraar en de stamouders van het menselijk gezin waren de scholieren.

De scholieren
Geschapen om “het beeld en de heerlijkheid Gods” te vertegenwoordigen, hadden Adam en Eva talenten ontvangen, niet onwaardig aan hun verheven bestemming. Vol gratie en symmetrisch van gestalte, harmonisch en schoon van uiterlijk, terwijl op hun gelaat de kleur der gezondheid en het licht der vreugde en der hoop zich weerspiegelden, droegen zij in hun uiterlijke verschijning de gelijkenis van hun Maker. Ook kwam deze gelijkenis niet enkel tot uiting in het lichamelijke wezen. Elk vermogen van het verstand en de ziel gaf de heerlijkheid van de Schepper weer. Begiftigd met verheven verstandelijke en geestelijke gaven, waren Adam en Eva slechts “een weinig minder dan de engelen” (Hebr. 2:7) gemaakt, opdat ze niet alleen de wonderen van het zichtbare heelal zouden kunnen onderscheiden, maar ook zedelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen zouden kunnen begrijpen.
“De Here God plantte een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. Ook deed de Here God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten, en de boom des levens in het midden van de hof”. Gen. 2:8,9. Hier, te midden van de prachtige natuurtaferelen, onbezoedeld door de zonde, zouden onze stamouders hun scholing ontvangen.

De Leraar
In Zijn belangstelling voor Zijn kinderen, leidde onze hemelse Vader persoonlijk hun opvoeding. Vaak kregen zij bezoek van Zijn boodschappers, de heilige engelen, en van hen ontvingen zij raad en onderricht. Vaak wanneer zij wandelden in de hof in de koelte van de dag, hoorden zij de stem van God en stonden zij met de Eeuwige persoonlijk in verbinding. Zijn gedachten ten opzichte van hen waren “gedachten des vredes en niet des kwaads”. Jer. 29:11. Elk onderdeel van Zijn plan was voor hun welzijn. school hierboven. -- KV, hfdst 2

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 2 tot 4 dagen.

4 april: Gericht op het hoogste ideaal



Job 28:15-18
Gedegen goud kan voor haar niet gegeven worden, En zilver kan niet als haar koopprijs worden afgewogen; Zij kan niet worden geschat tegen het fijne goud van Ofir, Noch tegen de kostbare chrysopraas of de lazuursteen, Goud noch glas kunnen haar evenaren, Men ruilt haar niet tegen kleinodiën van gelouterd goud; Paarlemoer noch kristal komen naast haar in aanmerking, En het bezit van wijsheid gaat koralen te boven.

Romeinen 11:29
Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk.

Filippenzen 3:14
maar een ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.

Het hoogste ideaal
Hoger dan de hoogste menselijke gedachte kan reiken is Gods ideaal voor Zijn kinderen. Godsvrucht - gelijken op God - is het doel dat bereikt moet worden. Voor de scholier ligt een weg open van aanhoudende vooruitgang. Hij heeft een doel te verwezenlijken, een maatstaf te bereiken die alles op het gebied van het goede, het zuivere en het edele insluit. Hij zal zo snel en zo ver als mogelijk is in elke tak van de ware kennis vooruitkomen. Maar zijn inspanningen moeten gericht worden op zaken die zoveel hoger liggen dan louter zelfzuchtige en tijdelijke belangen als de hemelen hoger zijn dan de aarde.

De voorbereidende school
Hij die samenwerkt met het doel van God om de jeugd kennis van God bij te brengen en het karakter te vormen in overeenstemming met het Zijne, doet een verheven en edel werk. Wanneer hij het verlangen wekt om Gods ideaal te bereiken, brengt hij een opvoeding zo hoog als de hemel en zo breed als het heelal is; een opvoeding die in dit leven niet voltooid kan worden, maar die in het komende leven zich verder zal ontwikkelen; een opvoeding die de goede scholier zijn paspoort verschaft van de voorbereidende school op aarde naar de hogere opleiding, de school hierboven.  -- KV, hfdst 1

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 3 of 4 dagen.

3 april: Gericht op de openbaring van God



Spreuken 22:6
Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken.

Johannes 3:17
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

1 Johannes 4:18
Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

Een openbaring van God
Daar God de bron is van alle ware kennis, is, zoals we gezien hebben, is het voornaamste doel bij de opvoeding: ons verstand te richten op Zijn openbaring van Zichzelf. Adam en Eva ontvingen kennis door een directe gemeenschap met God en zij leerden van Hem door Zijn werken. Alle geschapen dingen, in hun oorspronkelijke volmaaktheid, waren een uitdrukking van de gedachte Gods. Voor Adam en Eva was de natuur vol van goddelijke wijsheid. Maar tengevolge van de zonde werd de mens afgesneden van de onderwijzing Gods door rechtstreekse omgang, en voor een groot deel door Zijn werken. De aarde, bevlekt en bezoedeld door de zonde, weerkaatste maar vaag de heerlijkheid van de Schepper. Wel is het waar dat Zijn aanschouwelijke lessen niet zijn uitgewist.

Het onderwijs der natuur onvoldoende
Op elke bladzijde van het omvangrijke boekdeel van Zijn geschapen werken kan men nog Zijn handschrift ontwaren. Nog steeds getuigt de natuur van haar Schepper. Toch zijn deze openbaringen onvoldoende en onvolmaakt. En in onze gevallen staat, met verzwakte vermogens en een beperkte blik, zijn we niet bij machte daarvan een juiste verklaring te geven. Wij hebben de meer volledige openbaring van Hemzelf nodig, die God gegeven heeft in Zijn geschreven Woord.

De maatstaf der Waarheid
De Heilige Schriften zijn de volmaakte maatstaf der waarheid, en als zodanig moet daaraan in de opvoeding de hoogste plaats worden toegekend. Om een opvoeding te verkrijgen welke de naam waardig is, moeten wij kennis ontvangen van God, de Schepper, en van Christus, de Verlosser, zoals Zij zijn geopenbaard in het Heilige Woord.

Persoonlijkheid
Elk menselijk wezen, geschapen naar Gods beeld, is begiftigd met een kracht, verwant aan die van de Schepper - persoonlijkheid, het vermogen om te denken en te handelen. De mensen in wie deze kracht is ontwikkeld, zijn de mensen die verantwoordelijkheid dragen, die aan het hoofd staan van een onderneming en van wie invloed uitgaat. Het is het werk van de ware opvoeding, dit vermogen te ontwikkelen, de jeugd op te leiden dat ze hun denkvermogen gebruiken, en niet slechts de gedachten van andere mensen weergeven. In plaats van hun studie te beperken tot datgene wat mensen gezegd of geschreven hebben, moeten de scholieren geleid worden tot de bronnen der waarheid, tot de uitgestrekte gebieden die openliggen voor onderzoek in de natuur en de openbaring. Laten zij zich verdiepen in de belangrijke feiten die verbonden zijn met de bestemming en plichten des levens, dan zal het verstand zich verwijden en sterker worden. In plaats van geschoolde zwakkelingen, zullen de onderwijsinstellingen dan mensen uitzenden, begaafd om te denken en te handelen, mensen die de omstandigheden beheersen en niet erdoor beheerst worden, mensen met een ruime blik, helder van gedachte en met de moed van hun overtuiging.

Meer dan discipline of oefening
Zo’n opvoeding verschaft meer dan verstandelijke discipline, meer dan lichamelijke oefening. Ze versterkt het karakter, zodat waarheid en oprechtheid niet opgeofferd worden aan zelfzuchtig verlangen of wereldse eerzucht. Zij versterkt de geest tegen het kwaad. In plaats van dat een of andere overheersende hartstocht tot een vernielende kracht wordt, wordt elke beweegreden en elk verlangen in overeenstemming gebracht met de voornaamste beginselen van het recht. Wanneer men zich verdiept in de volmaaktheid van Zijn karakter, wordt de geest vernieuwd en de ziel herschapen naar het beeld Gods. Welke opvoeding kan op een hoger plan staan dan deze? Wat kan in waarde daaraan gelijk zijn? -- KV, hfdst 1 

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 3 of 4 dagen.

Sabbat 2 april: Gods doel voor de mens



Genesis 1:27
En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Job 37:14-16
Leen toch het oor aan deze dingen, o Job, sta stil en let op Gods wonderen. 15 Begrijpt gij, hoe God hun opdracht geeft, en hoe Hij het licht zijner wolken doet schijnen? 16 Begrijpt gij iets van het zweven der wolken, de wonderwerken van de Volmaakte in kennis.

Lukas 10:27
Hij antwoordde en zeide: Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf.

Toen Adam uit de hand van de Schepper kwam, droeg hij in zijn lichamelijke, verstandelijke en geestelijke natuur een gelijkenis met zijn Maker. “God schiep de mens naar Zijn beeld” (Gen. 1:27), en het was Zijn bedoeling dat, hoe langer de mens leefde, des te sterker hij dit beeld zou openbaren - des te krachtiger de heerlijkheid van de Schepper weerkaatsen. Al zijn talenten konden zich ontwikkelen; hun omvang en hun kracht zouden aanhoudend toenemen. Groot en omvangrijk was het terrein waarop die vermogens zich konden oefenen; heerlijk het gebied dat open lag voor hun onderzoekingen. De verborgenheden van het zichtbare heelal - de “wonderwerken van de Volmaakte in kennis” (Job 37:16) nodigden de mens tot onderzoek. Een omgang met zijn Schepper van aangezicht tot aangezicht, van hart tot hart was zijn bijzonder voorrecht. Was hij trouw gebleven aan God, dan had hij dit in alle eeuwigheid behouden. Door de eeuwen der eeuwigheid heen zou hij aanhoudend nieuwe schatten van kennis hebben verkregen, nieuwe bronnen van geluk hebben ontdekt en een steeds helderder begrip van de wijsheid, de macht en de liefde Gods hebben verkregen. Steeds vollediger zou hij aan de bedoeling van zijn schepping hebben beantwoord, steeds meer zou hij de heerlijkheid van de Schepper hebben weerkaatst.

Bezoedeld en hersteld
Maar door ongehoorzaamheid werd dit alles verbeurd. Door de zonde werd de goddelijke gelijkenis bezoedeld en nagenoeg uitgewist. ‘s Mensen lichaamskrachten werden verzwakt, zijn verstandelijk vermogen werd minder, zijn geestelijk inzicht verduisterd. Hij werd de dood onderworpen. Nochtans werd de mens niet zonder hoop gelaten. Dankzij de oneindige liefde en genade was er een verlossingsplan ontworpen en werd de mens in zijn leven een proeftijd toegestaan. Om in de mens het beeld van zijn Maker te herstellen, hem terug te brengen tot de volmaaktheid waarin hij was geschapen, de ontwikkeling van lichaam, verstand en ziel te bevorderen, opdat het goddelijke doel in zijn schepping verwerkelijkt zou worden - zie daar het werk der verlossing. Dit is het doel van de opvoeding, het heerlijke doel van het leven.

Liefde is de basis van opvoeding
Liefde, de basis van de schepping en van de verlossing, is de basis van de ware opvoeding. Dit wordt ten volle duidelijk in de wet die God heeft gegeven als gids voor het leven. Het eerste en grote gebod is: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand”. Lucas 10:27. Hem, de Oneindige, de Alwetende, lief te hebben met alle kracht en verstand en hart, houdt in, de hoogste ontwikkeling van elk vermogen. Het wil zeggen dat in het gehele wezen - het lichaam, het verstand en ook de ziel - het beeld van God hersteld zal worden.
Even belangrijk als het eerste is ook het tweede gebod: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”. Matth.22:39. De wet der liefde vraagt om de toewijding van lichaam, verstand en ziel aan het dienen van God en onze naasten. En dit dienen, waardoor we voor anderen ten zegen worden, verschaft onszelf de grootste zegen. Onzelfzuchtigheid ligt ten grondslag aan alle ontwikkeling. Door onzelfzuchtige dienst ontvangen we de hoogste ontwikkeling van elk vermogen. Meer en meer gaan we delen in de goddelijke natuur. We worden bereid voor de hemel; want we ontvangen de hemel in ons hart. -- KV, hfdst 1

De komende maanden, lezen we samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 3 of 4 dagen.

1 april: Bron en doel van ware opvoeding



Kolossenzen 2:2
Opdat [onze] harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus.

Job 12:13
Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.

Spreuken 2:6
Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid.

Wat is opvoeding?
Onze zienswijzen ten aanzien van opvoeding zijn te begrensd en staan op een te laag peil. Een bredere blik en een hogere doelstelling zijn nodig. Een juiste opvoeding houdt meer in dan het volgen van een bepaalde studie. Het betekent meer dan een voorbereiding op het leven nu. Het heeft te maken met het gehele wezen en met de gehele levensperiode die openstaat voor de mens. Het is de harmonische ontwikkeling van de lichamelijke, verstandelijke en geestelijke krachten. Het opent voor de scholier de weg tot de vreugde van het dienen in deze wereld, en tot de nog verhevener vreugde van het verdere dienen in de toekomstige wereld.

Haar oorsprong
De bron van zo’n opvoeding wordt ons in de Heilige Schrift in de volgende woorden - die op de Oneindige wijzen - bekend gemaakt. In Hem “zijn verborgen al de schatten der wijsheid.” Col. 2:3. “Hij heeft raad en doorzicht”. Job 12:13. De wereld heeft zijn grote geleerden gehad; mannen met een geweldig verstand en diepgaande kennis door onderzoek verkregen, mannen wier uitspraken de gedachten hebben gestimuleerd en het uitzicht hebben geopend op uitgestrekte gebieden van wetenschap; en deze mannen heeft men geëerd als leiders en weldoeners van hun geslacht; maar daar is er Een Die hoger staat dan zij. Wij kunnen de reeks van geleerden der wereld zo ver terugvoeren als de geschiedenis der mensheid gaat; maar het Licht was er vóór hen. Zoals de maan en de sterren van ons zonnestelsel schijnen door de weerkaatsing van het licht der zon, zo weerkaatsen de grote denkers der wereld, voor zover tenminste hun leer op waarheid berust, de stralen van de zon der Gerechtigheid. Elke glimp van een gedachte, elke flits van het verstand, vindt zijn oorsprong in het Licht der wereld.

De ware “hogere opvoeding”
In deze dagen wordt er veel gesproken over het wezen en de belangrijkheid van een “hogere opvoeding”. De ware “hogere opvoeding” is die, welke gegeven wordt door Hem bij Wie “wijsheid en sterkte is” (Job 12:13); uit Wiens mond “kennis en verstandigheid komen”. Spreuken 2:6. In een kennen van God hebben alle ware kennis en waarachtige ontwikkeling hun oorsprong. Waarheen wij ons ook wenden, op het gebied van het lichamelijke, het verstandelijke, het geestelijke, in alles wat wij ook aanschouwen, afgezien van de verderfelijke invloed der zonde, wordt deze kennis geopenbaard. Welke lijn van onderzoek wij ook volgen, wij worden, indien dit een oprecht doel beoogt om tot de waarheid te komen, in aanraking gebracht met het onzichtbare, machtige Verstand, dat in en door alles werkt. De geest van de mens wordt in verbinding gebracht met de Geest van God, de eindige mens met de oneindige God. De uitwerking van een dergelijke verbinding op lichaam, verstand en ziel is van een onschatbare waarde. -- KV, hfdst 1 

We lezen samen uit Karaktervorming van EGW, om inzicht te krijgen in ons eigen karakter, zoals God dat ziet. We lezen elk hoofdstuk in 3 of 4 dagen.

Eenheid – Het volk van Jezus zijn


Johannes 17:20-23
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Psalm 133: 1-3
Een bedevaartslied. Van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op de baard, de baard van Aaron, die nedergolft op de zoom van zijn klederen. Het is als dauw van de Hermon, die nederdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de Here de zegen, leven tot in eeuwigheid.

Efeze 4:1-6
Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, een Here, een geloof, een doop, een God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.

Streef met alle ernst naar eenheid. Bid ervoor, werk ervoor. Het zal geestelijke gezondheid brengen, verheffing van gedachten, edelheid van karakter, gerichtheid op de hemel, en zal u in staat stellen om zelfzucht te overwinnen en kwaadsprekerij en om meer dan een overwinnar te zijn door Hem die u heft liefgehad en Zichzelf voor u heeft overgegeven. (Counsels for the Church, page 290)

Waarheid en Werkelijkheid


Belangrijke vragen die we ons moeten stellen, zijn: Waar vinden we waarheid? Waar vinden we onze werkelijkheid? Is het van onze buren en vrienden, of van een priester of predikant, of is het uit het woord van God?

2 Timoteus 3:14-17
Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

Johannes 5:28,29
Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem [van de Zoon van God in vers 25; de Aartsengel, dat is: de Leider van de engelen, zie Judas 1:9; 1 Tessalonicenen 4:16 en Openbaring 12:7 = JEZUS] zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.

Johannes 8:31,32
Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Toch zal God een volk op aarde hebben dat de Bijbel en de Bijbel alléén zal hooghouden als de maatstaf voor alle leerstellingen en de grondslag voor alle hervormingen. De meningen van geleerden, de gevolgtrekkingen van de wetenschap, de geloofsbelijdenissen of beslissingen van kerkvergaderingen, die even talrijk en tegenstrijdig zijn als de kerken die ze verdedigen, de stem van de meerderheid - niets van dit alles mag worden beschouwd als het bewijs vóór of tegen één of ander geloofspunt. Voordat men leerstellingen of geboden aanneemt, moet men het bewijs hebben dat ze door een duidelijk „zo spreekt de Here" worden gestaafd. (De Grote Strijd, hfdst 37: De Bijbel een bron van veiligheid)

Durf méér te vragen


Lukas 11:13
Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

Exodus 32:11-14
Toen zocht Mozes de gunst van de Here, zijn God, en hij zeide: Waarom, Here zou uw toorn ontbranden tegen uw volk, dat Gij uit het land Egypte hebt geleid met grote kracht en met een sterke hand? Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Tot hun onheil heeft Hij hen uitgeleid om hen te doden in de bergen en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat uw brandende toorn varen en heb berouw over het onheil, waarmede Gij uw volk bedreigt. Denk aan Abraham, Isaak en Israel, uw dienaren, aan wie Gij gezworen hebt bij Uzelf en tot wie Gij gesproken hebt: Ik zal uw nakomelingschap vermenigvuldigen als de sterren des hemels en dit gehele land, waarover Ik gesproken heb, zal Ik aan uw nakomelingschap geven, om het voor altoos te bezitten. En de Here kreeg berouw over het kwaad, dat Hij gezegd had zijn volk te zullen aandoen.

Een verbinding met de goddelijke macht is elk moment essentieel voor onze vooruitgang. We mogen dan een mate van de Heilige Geest hebben ontvangen, maar door gebed en geloof mogen we voortdurend zoeken naar meer van de Geest. (Testimonies to Ministers and Gospel Workers, p. 508). Als we ervoor hebben gekozen Christus te volgen en te gehoorzamen, hebben we een mate van de Geest van God ontvangen. Maar laten we niet tevreden zijn met een beetje. Laten we niet tevreden zijn met de “geestelijke uitstorting” die we vorige week of vorig jaar hebben ontvangen, of het moment toen we wedergeboren werden. Laten we vandaag met God verbonden zijn, voortdurend nar voren treden om God meer van Zijn Geest te vragen, vandaag.

Laten we blijven vragen. Laten we blijven vragen voor meer!

Dierbare Hemelse Vader, we weten dat u veel meer voor ons als een volk en kerk kunt doen dan we hopen of vragen. Help ons om voortdurend naar U te zoeken en niet tevreden te zijn met de uitstorting die U ons in het verleden gegeven hebt. Geef ons een frisse uitstorting nu, nog vandaag. Amen

Ik zal u niet laten gaan, tenzij u mij zegent


Genesis 32:24,26
Zo bleef Jakob alleen achter. En een man worstelde met hem, totdat de dag aanbrak. .. Toen zeide hij: Laat mij gaan, want de dageraad is gekomen. Maar hij zeide: Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent.

Als we voortdurend bidden voor onszelf en voor onze Nederlandse kerk, laten we het leven van Jacob niet vergeten.
Hij wist dat God hem zegen had beloofd. In feite heeft hij de geboortezegen ontvangen. Maar wat hij niet heeft ontvangen door zijn list en bedrog, gaf God hem in antwoord op gebed. Dit is wat wij ook nodig hebben, de kracht van God in antwoord op onze gebeden. Maar om dit te ontvangen, moeten we net als Jacob worstelen met een houding van: Ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent.”

Jacob overwon, omdat hij vasthoudend en vastbesloten was. Zijn ervaring bewijst de kracht van niet aflatend gebed. NU moeten we deze les leren van aanhoudend gebed, van onwankelbaar geloof. De grootste overwinningen van de kerk van Christus of van de individuele christen zijn geen overwinningen behaald door talent of onderwijsniveau, door rijkdom of de gunst van mensen. Ze zijn de overwinningen die verkregen zijn in de ontvangstkamer van God, toen oprecht en worstelend geloof beslag legde op de machtige arm van kracht. (Patriarchs and Prophets, p. 203)

Het mooiste gedeelte van dit verhaal is dat het resultaat van “worstelen in gebed” Jacob niet alleen de zegen opleverde waar hij naar zocht, maar dat hij zoveel meer ontving. Hij kreeg een nieuwe naam “Israel” wat betekent “Want gij hebt als een prins geworsteld met God en met mensen en hebt overwonnen” (Gen 32:28). Kunnen we worstelen met God en winnen? Het goede nieuws is, dat we dat kunnen! Deze zegen is niet alleen voor Jacob, maar voor ieder van ons!

God zorgt voor U


Lukas 12:6,7
Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten, en niet een van die is vergeten voor God. Ja, zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Weest niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.

Genesis 15:5
Toen leidde Hij hem naar buiten, en zeide: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.

Exodus 15:13
Gij leiddet in uw goedertierenheid het volk dat Gij verlost hebt; Gij leiddet het door uw kracht naar uw heilige woonstede.

Deuteronomium 7:9
Opdat gij zoudt weten, dat de Here, uw God, de enige God is, de trouwe God, die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten.

1 Kronieken 16:34
Looft de Here, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

1 Petrus 5:7
Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

Genesis 15:5
Kijk op naar de hemel en tel de sterren als u dat zou kunnen.

Wanneer we hebben besloten Christus te volgen, beginnen we aan een reis naar de hemel. Ook al zijn we de enige in ons gezin, in onze gemeenschap, we zijn niet alleen. We sluiten ons aan bij een lichaam van gelovigen die de aarde omvat. Maar deze reis naar de hemel is niet altijd gemakkelijk en vraagt om geloof bij elke stap.

Toen Abraham aan zijn reis van geloof begon, en niet wist waar hij naartoe ging en of hij een zoon zou krijgen, nam God hem naar buiten op een heldere nacht en vroeg hem om de sterren te tellen.

Abraham kon de sterren niet tellen maar ons wordt verteld dat God dat wel kan en dat Hij ze bij name kent (Psalm 147:4). Als God de sterren bij name kent, hoeveel te meer kent Hij ons bij onze naam?

Neem een paar minuten om omhoog te kijken naar de sterren en onthoud dat we een grote God dienen! Hoewel Hij de God des hemels is, is Hij bezorgd over onze dagelijkse noden. En als Hij om ons bezorgd is, hoeveel temeer doet Hij dat over de noden van Zijn kerk?

Onze geestelijke nood erkennen


Jesaja 55:8,9
Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Zaccharia 4:6
Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der heerscharen.

Jesaja 59:21
En wat Mij aangaat, dit is mijn verbond met hen, zegt de Here. Mijn Geest, die op u is, en mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, zullen niet wijken uit uw mond noch uit de mond van uw kroost, noch uit de mond van het kroost van uw kroost, zegt de Here, van nu aan tot in eeuwigheid.

Ezechiel 36:27
Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.

Joel 2:28
Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien.

Omdat Gods wijsheid en wegen zo veel hoger zijn dan de onze, hoe kunnen we hopen te zijn bij Hem die ons geroepen heeft? Bovendien, hoe kunnen we hopen voor Hem te werken in onze gemeenten die het zo hard nodig hebben?
Het antwoord: Onze enge hoop is door de kracht van de Heilige Geest!

Pleit voor de Heilige Geest. God staat achter elke belofte die Hij heeft gemaakt. Zeg, met uw Bijbel in uw handen: Ik heb gedaan wat U mij gevraagd heeft. Ik doe een beroep op Uw belofte: “Vraag en u zal gegeven worden, zoek en u zal vinden, klop en u al opengedaan worden” (Christ’s Object Lessons, p. 147).

Laat christenen in geloof vragen voor de beloofde zegening en het zal komen. De uitstorting van de Geest in de dagen van de apostelen was de vroege regen, en glorieus was het resultaat. Maar de late regen zal zelfs overvloediger zijn. (The Signs of the Times, February 17, 1914).

Blij in God voor wat Hij heeft gedaan



Romeinen 5:1,2,8
Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen in het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods. .. God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

Filippenzen 4:4-6
Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.

Efeze 3:20,21
Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, 21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

Wij moeten bidden en geloven. Waak in de geboden. Waak, en werk samen met de God die antwoord geeft op het gebed. Houd voor ogen dat wij Gods medearbeiders zijn. (1 Korintiërs 3:9).Spreek en handel in overeenstemming met uw gebeden. Het zal een oneindig verschil voor u maken of beproeving uw geloof als echt zal bewijzen dan wel dat uw gebeden alleen maar een vorm zijn.
Velen willen graag anderen helpen, maar zij hebben het gevoel dat zij anderen geen geestelijke kracht of licht kunnen geven. Zij moeten hun smeekbeden naar de troon der genade brengen. Vraag om de Heilige Geest. God staat achter elke belofte die Hij heeft gegeven. Met uw Bijbel in de hand kunt u zeggen: Ik heb gedaan zoals U hebt gezegd. Ik houd U uw belofte voor: “Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.”
Wij moeten niet alleen in Christus' naam bidden. Wij moeten ook bidden door inspiratie van de Heilige Geest. Dit verklaart wat bedoeld wordt met de woorden “de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” God geeft graag antwoord op zulk een gebed. Als wij ernstig en krachtig een bede uiten in de naam van Christus, schuilt in diezelfde kracht een belofte van God, dat Hij bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen. (Efeze 3:20) Christus heeft gezegd: “Al wat gij bidt en begeert, gelooft dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden.” “Wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde.” (Johannes 14:13) En de geliefde Johannes spreekt, geleid door de Heilige Geest, vol duidelijkheid en zekerheid: “Indien wij iets bidden naar zijn wil, verhoort Hij ons. En indien wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij dat wij de beden verkregen hebben die wij van Hem hebben gebeden.” (1 Johannes 5:14,15) Dring aan in uw gebed tot de Vader in Jezus' naam. God zal daaraan gehoor geven. --Uit: Christ’s Object Lessons pg 145-147, Lessen uit het leven van alledag, Hfdts 12

Christus verheugde Zich, dat Hij meer kon doen voor Zijn volgelingen dan zij konden vragen of denken. Hij sprak met zekerheid, wetende, dat er, voordat de wereld werd gemaakt, een almachtig bevel was uitgegaan. Hij wist dat waarheid, gewapend met de almacht van de Heilige Geest, zou overwinnen in de strijd tegen het kwade, en dat de met bloed bevlekte banier triomfantelijk zou waaien boven Zijn volgelingen. Hij wist dat het leven van Zijn trouwe discipelen gelijk zou zijn aan het Zijne, een reeks van ononderbroken overwinningen, hier niet als zodanig gezien, maar in het grote hiernamaals als zodanig zouden worden erkend. (Wens der eeuwen, Desire of Ages p. 679).

Vragen om de Geest



Lukas 11:9-13
Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden. Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven, of als hij ook om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?

Johannes 16:8
En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.

1 Thessalonicenzen 5:19
Doof de Geest niet uit.

Efeze 5:18
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest.

Romeinen 8:26
En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, …De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

Het verloop van de tijd heeft in de belofte van Christus bij Zijn afscheid, om de Heilige Geest te zenden als Zijn Vertegenwoordiger, geen verandering gebracht. Het is absoluut geen terughoudendheid van de zijde van God, dat de rijkdommen van Zijn genade de mensen niet van omhoog toestromen. Als de vervulling der belofte niet zo gezien wordt als deze kon zijn, dan komt dit omdat de belofte niet zo gewaardeerd wordt als dit wel moest.
Wanneer allen bereid zouden zijn, zouden allen met de Heilige Geest zijn vervuld. Wanneer echter aan de noodzakelijkheid van de Heilige Geest weinig aandacht wordt geschonken, dan wordt geestelijke dorheid, geestelijke duisternis, en geestelijk verval en dood waargenomen. Wanneer zaken van minder belang de aandacht bezighoudt, dan ontbreekt, ofschoon in oneindige volheid aangeboden, de goddelijke kracht die voor de wasdom en de bloei der gemeente nodig is en die alle andere zegeningen met zich meebrengt. Gezien dit nu het middel is waardoor wij kracht moeten ontvangen, waarom hongeren en dorsten wij dan niet naar de gave van de Geest? Waarom spreken we daar niet over, bidden we daar niet voor en prediken we niet dienaangaande?

De Here is nog bereidwilliger om de Heilige Geest te geven aan hen die Hem dienen, dan ouders om aan kinderen goede gaven te geven. Elke arbeider moet in zijn gebed de dagelijkse doop des Geestes tot God opzenden.
Groepen van christelijke werkers zouden moeten bijeenkomen om speciale hulp en hemelse wijsheid te vragen, opdat zij in alle wijsheid plannen weten te beramen en uit te voeren. Bovenal moeten zij bidden of God Zijn verkozen gezanten in de zendingsvelden met een rijke mate van Zijn Geest wil dopen. De aanwezigheid van de Geest bij Gods arbeiders zal aan de verkondiging van de waarheid een kracht verlenen die al de eer en de glorie der wereld er niet aan zou kunnen geven. Uit: Acts of the Apostles pg 50, Van Jeruzalem tot Rome pg 36-37

Wij moeten echter een vast, onwankelbaar vertrouwen tonen in God. Vaak wacht Hij met het geven van een antwoord om ons geloof te beproeven of de echtheid van onze wensen te toetsen. Als wij overeenkomstig zijn Woord hebben gevraagd, moeten wij zijn belofte geloven en in onze smeekbeden volharden met een vastbeslotenheid die zich niet laat tegenhouden.
God heeft niet gezegd: Vraag een enkele keer en gij zult ontvangen. Hij zegt dat wij moeten vragen. Houd onvermoeid vol met bidden. Het volhardend vragen brengt de smekeling in een ontvankelijker houding en geeft hem een groter verlangen de dingen waarom hij vraagt, te ontvangen. Onze gebeden moeten even ernstig en volhardend zijn als de smeekbede van de vriend die midden in de nacht om brood kwam vragen. Hoe ernstiger en volhardender wij vragen, des te hechter zal onze geestelijke eenheid met Christus zijn. Wij zullen steeds meer zegeningen ontvangen, omdat ons geloof groter is.

Onbegrensde Kracht



Mattheüs 6:13
Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Daniël 2:20-22
De Naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht. Hij verandert de tijden en tijdstippen, Hij zet koningen af en stelt koningen aan, Hij geeft de wijsheid aan wijzen, de kennis aan wie verstand hebben. Hij openbaart diepe en verborgen dingen, Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem.

Efeziërs 3:20, 21
Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de Gemeente, door Christus Jezus tot in alle geslachten, voor eeuwig en altijd. Amen.

Evenals de eerste zin wijst ook de laatste zin van het gebed des Heren op onze Vader als Een, die boven alle macht en gezag en boven iedere naam die genoemd wordt, staat. De Heiland zag de jaren die Zijn discipelen te wachten stonden, niet, zoals zij gedroomd hadden, liggende in het zonlicht van wereldse voorspoed en eer, maar donker door de stormen van menselijke haat en satanische woede. Te midden van nationale strijd en ondergang, zouden de wegen van de discipelen vol gevaren zijn, en dikwijls zou hun hart benauwd van vrees zijn. Zij zouden Jeruzalem als een woeste plaats zien, de tempel weggevaagd, de eredienst daarin voorgoed ten einde, en Israël verstrooid over alle landen, als schipbreukelingen op een verlaten strand. Jezus zeide: „Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen." „Volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dit alles is het begin der weeën." Matth. 24 : 6-8. Toch behoefden de volgelingen van Christus niet te vrezen dat hun hoop verloren was, of dat God de aarde verlaten had. De macht en de heerlijkheid behoren Hem, Wiens grote bedoelingen verder onverhinderd naar hun vervulling zullen gaan. In het gebed, dat hun dagelijkse behoeften onder woorden brengt, werden de discipelen van Christus erop gewezen heen te zien over alle macht en kracht van de boze, op de Here hun God, Wiens koninkrijk heerst over alles, en Die hun Vader en eeuwige Vriend is. De verwoesting van Jeruzalem was een symbool van de uiteindelijke verwoesting, die over de wereld zal komen. De profetieën, die gedeeltelijk in vervulling zijn gegaan in de verwoesting van Jeruzalem, zijn meer direct van toepassing op het laatste der dagen. Wij staan nu aan de vooravond van grote, plechtige gebeurtenissen. Voor ons ligt een crisis, zoals de wereld nog nooit gezien heeft. En op heerlijke wijze komt tot ons, evenals tot de eerste discipelen, de verzekering, dat Gods koninkrijk over alles heerst. De volgorde van de komende gebeurtenissen is in handen van onze Maker. De Majesteit des hemels heeft de bestemming van de volken, evenals de belangen van Zijn gemeente, in Zijn handen. De Goddelijke Leider zegt tot een ieder, die meewerkt aan de volvoering van Zijn plannen, zoals Hij eens tot Cyrus zeide: „Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kendet." Jes. 45:5. In het visioen van de profeet Ezechiël verscheen een hand onder de vleugels van de cherubim. Dit is bedoeld om Zijn dienaren te leren, dat het de kracht van God is, die hun succes geeft. Zij, die God gebruikt als Zijn boodschappers, mogen niet het gevoel hebben, dat Zijn werk van hen afhankelijk is. Sterfelijke wezens dragen deze last van verantwoordelijkheid niet. Hij die niet sluimert, Die voortdurend werkt voor de uitvoering van Zijn bedoelingen, zal Zijn eigen werk voorwaarts doen gaan. Hij zal de plannen van boze mensen verijdelen, en zal de beraadslagingen van hen, die kwaad beramen tegen Zijn volk in verwarring brengen. Hij die de Koning is, de Here der heerscharen, woont tussen de cherubs, en te midden van de strijd en het gewoel der volken waakt Hij nog steeds over Zijn kinderen. Hij die heerst in de hemelen is onze Heiland. Hij meet iedere beproeving, Hij ziet toe op het vuur in de oven dat iedere ziel moet beproeven. Wanneer de vestingen van koningen omver geworpen zullen worden, wanneer de pijlen des toorns de harten van Zijn vijanden zullen doorboren, zal Zijn volk veilig zijn in Zijn handen.

„Van U, HEERE, is de grootheid, de macht, de heerlijkheid, de overwinning en de majesteit. Want alles wat in de hemel en op de aarde is, is van U. Van U, HEERE, is het Koninkrijk, en U hebt Zich verheven tot een Hoofd boven alles. Rijkdom en eer komen van voor Uw aangezicht, en U heerst over alles. In Uw hand is kracht en macht, in Uw hand is het om ieder groot te maken en sterk te maken.” 1 Kronieken 29:11, 12. Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 120-122, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 105-107

Overwinning in Jezus



Mattheüs 6:13
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze…

2 Timotheüs 4:18
Prijs God dat Hij Zichzelf heeft gegeven om “mij te bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk!

Galaten 5:16
Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.

2 Thessalonicenzen 3:3
Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken en bewaren voor de boze.

Verzoeking is verlokking tot zonde, en dit komt niet uit God, maar uit Satan, en uit de boosheid van ons eigen hart voort. „God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking." Jak. 1:13. De satan probeert ons in verzoeking te brengen, opdat het boze in ons karakter geopenbaard zal worden voor mensen en engelen, zodat hij kan zeggen, dat wij hem toebehoren… Zie Zacharia 3:1-4. In Zijn grote liefde zoekt God in ons de kostbare genadegaven van Zijn Geest te ontwikkelen. Hij staat toe, dat wij hindernissen, vervolging en moeilijkheden op onze weg ontmoeten, niet als een vloek, maar als de grootste zegen van ons leven. Iedere verzoeking waaraan wij weerstand bieden, iedere beproeving die moedig gedragen wordt, geeft ons een nieuwe ervaring, en doet ons voorwaarts gaan in het werk van karaktervorming. De ziel die door Goddelijke kracht weerstand biedt aan de verzoeking, openbaart aan de wereld en aan het hemels heelal de kracht van de genade van Christus. Maar hoewel wij ons niet moeten laten ontmoedigen door beproevingen, hoe bitter die ook zijn, moeten wij toch God bidden, dat Hij niet zal toestaan, dat wij in omstandigheden gebracht worden, waar we meegetrokken zouden worden door de begeerten van onze eigen boze harten. Door het gebed te bidden dat Christus gegeven heeft, geven we onszelf over aan de leiding Gods, en vragen Hem om ons op veilige paden te leiden. Wij kunnen dit gebed niet oprecht bidden, en toch besluiten de weg te gaan die wijzelf verkiezen. Wij zullen wachten op Zijn hand om ons te leiden, wij zullen luisteren naar Zijn stem, die zegt: „Dit is de weg, wandelt daarop". Jes. 30:21.

Het is voor ons niet veilig, wanneer wij blijven nadenken over de voordelen, die wij zouden hebben, wanneer we zouden toegeven aan de voorstellen van Satan. Zonde betekent schande en noodlot voor iedere ziel die eraan toegeeft; maar de zonde is van nature verblindend en bedrieglijk, en zij zal ons verlokken met vleiende voorstellingen. Indien wij ons op het terrein van Satan wagen, hebben we niets dat ons verzekert van bescherming tegen zijn macht. Zover dat in onze macht is, moeten wij iedere toegang afsluiten, waarlangs de verzoeker bij ons binnen zou kunnen komen. De bede: „Leid ons niet in verzoeking," is op zichzelf reeds een belofte. Indien wij onszelf onder Gods bescherming stellen, hebben wij de verzekering: „God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt." 1 Cor.10:13. De enige bescherming tegen het kwaad is het wonen van Christus in het hart door het geloof in Zijn gerechtigheid. Omdat de zelfzucht in onze harten bestaat heeft de verzoeking macht over ons. Maar wanneer wij de grote liefde van God aanschouwen, komt ons de zelfzucht met zijn lelijk, afstotelijk karakter voor ogen, en we verlangen ernaar die uit ons hart uit te bannen. Wanneer de Heilige Geest Christus verheerlijkt, worden onze harten verzacht en onderworpen, de verzoeking verliest zijn kracht, en de genade van Christus verandert het karakter. Christus zal nooit de ziel, waarvoor Hij gestorven is, in de steek laten. De ziel kan Hem verlaten, en door de verzoeking overweldigd worden; maar Christus kan Zich nooit afwenden van iemand voor wie Hij als losprijs Zijn eigen leven heeft betaald. Indien onze Geestelijke blik helder gemaakt kon worden, dan zouden we zielen zien, gebogen onder druk en beladen met smart, buigend als een wagen onder de last van schoven, en gereed om te sterven door de ontmoediging. Wij zouden engelen zien, die snel aanvliegen om deze verzochte mensen te helpen, die op de rand van een afgrond staan. De engelen des hemels dwingen de legers van de boze, die deze zielen omsingelen, zich terug te trekken, en zij leiden de zielen, zodat zij hun voeten neerzetten op vaste grond. De veldslagen die geleverd worden tussen deze twee legers zijn even werkelijk, als de slagen die worden uitgevochten door de legers van deze wereld, en van de afloop van de Geestelijke strijd hangt onze eeuwige bestemming af.

Tot ons wordt evenals tot Petrus het woord gesproken: „De satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken." Luc. 22:31,32. Gode zij dank, wij worden niet alleen gelaten. Hij, die „alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe," (Joh. 3:16), zal ons niet verlaten in de strijd met de tegenstander van God en mens. „Zie," zegt Hij, „Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen." Luk. 10:19. Leef in contact met de levende Christus, en Hij zal u vasthouden met een hand die u nooit zal loslaten. Ken en geloof de liefde die God jegens ons heeft, en u bent veilig; die liefde is een sterkte, waar alle misleidingen en aanvallen van Satan niet kunnen binnendringen. „De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar." Spr. 18:10. Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 116-119, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 102-105

Reine handen, zuiver hart



Lucas 11:4
En vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan iedereen die ons iets schuldig is.

Psalm 86:5
Want Gij, o Here, zijt goed en gaarne vergevend, rijk in goedertierenheid voor allen die U aanroepen.

1 Johannes 1:9
Indien wij onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

Handelingen 2:38,39
Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.

Efeze 4:32
Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft.

Psalm 103:12
Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons.

Jezus leert ons, dat wij slechts vergeving van God kunnen ontvangen, wanneer wij anderen vergeven. Het is de liefde van God, die ons tot Hem trekt, en die liefde kan onze harten niet aanraken zonder liefde voor onze broeders te scheppen. Nadat Hij het „Onze Vader" beëindigd had, zei Jezus: „Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven." Hij die niet vergeeft, snijdt het kanaal af, waarlangs hij alleen de genade van God kan ontvangen. Wij mogen niet denken, dat indien de mensen, die ons onrecht hebben aangedaan, hun verkeerde daden niet belijden, wij gerechtigd zijn hun de vergiffenis te onthouden. Het is ongetwijfeld aan hen, om hun harten te vernederen in berouw en belijdenis; maar wij moeten een Geest van ontferming hebben over degenen die iets jegens ons misdaan hebben, of zij hun fouten bekennen of niet. Hoe bitter zij ons ook gewond mogen hebben, wij mogen aan onze grieven niet toegeven, en medelijden hebben met onszelf om het kwaad dat ons werd gedaan; maar wanneer wij hopen vergiffenis te ontvangen voor wat we jegens God misdaan hebben, moeten wij allen vergeven, die ons kwaad gedaan hebben.

Maar vergiffenis heeft een breder betekenis dan velen veronderstellen. Wanneer God de belofte geeft, dat Hij „veelvuldig vergeeft," voegt Hij daaraan toe, alsof de betekenis van die belofte alles wat wij zouden kunnen begrijpen te boven gaat: „Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten". Jes. 55 : 7-9. Gods vergiffenis is niet zuiver een rechtskundige daad, waardoor Hij ons vrijstelt van veroordeling. Het is niet slechts vergiffenis voor zonden, maar een verzaken van de zonde. Het is het uitvloeisel van verlossende liefde, die het hart verandert. David had het juiste begrip van vergiffenis, toen hij bad: „Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest." En op een andere plaats zegt hij: „Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons." Ps. 51:12; 103 : 12. God heeft in Christus Zichzelf voor onze zonden gegeven. Hij droeg de wrede dood aan het kruis, droeg voor ons de last der schuld, „de rechtvaardige voor de onrechtvaardige," opdat Hij ons Zijn liefde zou kunnen openbaren en ons tot Zich zou kunnen trekken. En Hij zegt: „Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft." Ef.4:32. Laat Christus, het Goddelijk Leven, in u wonen, en door u de hemelse liefde openbaren, die hoop zal geven aan de hopeloze, en de vrede des hemels zal brengen aan het door de zonde getroffen hart. Wanneer wij tot God komen, is dit de voorwaarde die ons op de drempel tegemoet komt, dat wij, wanneer we barmhartigheid ontvangen van Hem, onszelf overgeven om Zijn genade aan anderen te openbaren. Het enige wat absoluut noodzakelijk is voor ons om de vergevende liefde van God te ontvangen en aan anderen mede te delen, is te kennen en te geloven de liefde die Hij jegens ons heeft. 1 Joh. 4:16.

Satan werkt door ieder bedrog dat hij kan vinden, opdat wij die liefde niet zullen zien. Hij zal ons ertoe brengen te denken dat onze fouten en overtredingen zo ernstig zijn geweest, dat de Here onze gebeden niet zal verhoren, en ons niet zal zegenen en behouden. In onszelf kunnen wij niets dan zwakheid zien, niets dat ons aannemelijk zou maken voor God, en Satan vertelt ons, dat het geen zin heeft; wij kunnen onze karakterfouten niet verbeteren. Wanneer wij trachten tot God te gaan, zal de vijand fluisteren: Het heeft geen zin dat u bidt; hebt u dat kwaad niet begaan? Hebt u niet tegen God gezondigd, en uw eigen geweten geweld aangedaan? Maar wij kunnen de vijand zeggen, dat „het bloed van Jezus Christus Zijn Zoon ons reinigt van alle zonde." 1 joh. 1 :7. Wanneer wij gevoelen dat wij gezondigd hebben en niet kunnen bidden, dan is het de tijd om te bidden. We kunnen beschaamd zijn, en diep vernederd; maar wij moeten bidden, en geloven. „Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem." 1 Tim. 1:15. Vergiffenis, verzoening met God, komt tot ons, niet als een beloning voor onze werken, het wordt ons niet geschonken om de verdienste van zondige mensen, maar het is een gave die ons geschonken wordt, die zijn grond vindt in de vlekkeloze gerechtigheid van Christus. Wij moeten niet trachten onze schuld te verminderen door de zonde te verontschuldigen. Wij moeten zien hoe zwaar God de zonde beschouwt, en dit is inderdaad heel zwaar. Alleen Golgotha kan de verschrikkelijke omvang van de zonde openbaren. Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 113-116, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 100-102

Gevuld tot u overstroomt



Mattheüs 6:11
Geef ons heden ons dagelijks brood.

2 Petrus 1:3
Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de Godsvrucht behoort…

Spreuken 1:2
Zie, Ik zal Mijn Geest over u uitstorten, Mijn woorden u bekendmaken

Johannes 6:27
[Werk] om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal…

Johannes 6:35
Het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.

De eerste helft van het gebed dat Jezus ons heeft geleerd, heeft betrekking op de Naam en het koninkrijk en de wil van God, - dat Zijn Naam geheiligd moge worden, Zijn koninkrijk kome, dat Zijn wil geschieden moge. Wanneer u op deze wijze de dienst van God gemaakt hebt tot uw eerste belang, kunt u vol vertrouwen vragen om voorziening in uw eigen behoeften. Indien u uzelf verloochend hebt, en uzelf aan Christus hebt gegeven, bent u een lid van het gezin Gods, en alles in het huis des Vaders behoort u toe. Al de schatten van God worden voor u opengesteld, zowel in de wereld van het heden als in de toekomende wereld. De dienst der engelen, de gave van Zijn Geest, de arbeid van Zijn dienstknechten, - dit alles behoort u toe. De wereld en alles wat daarin is, behoort u toe voor zover u dit goed kan doen. Zelfs doordat u daardoor wordt gevormd voor de hemel. Indien u „van Christus zijt," „is alles, het uwe." 1 Cor. 3:23,21. Maar u bent als een kind, dat nog niet de beschikking heeft over zijn erfdeel. God vertrouwt u uw kostbare bezit nog niet toe, opdat niet Satan met zijn sluwe listen u zou verlokken, zoals hij dat deed met het eerste paar in Eden. Christus bewaart het voor u, op een plaats die veilig is, waar de verderver het niet kan bereiken. Evenals het kind, zult u dag aan dag ontvangen wat nodig is voor de behoeften van de dag. Iedere dag moet u bidden: „Geef ons heden ons dagelijks brood." Wees niet ontmoedigd indien u niet genoeg hebt voor morgen. U hebt de verzekering van Zijn belofte: „Woon in het land en betracht getrouwheid." David zegt: „Jong ben ik geweest, ook ben ik oud geworden, maar - een rechtvaardige heb ik niet verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende naar brood." Ps. 37:3,25. Die God, die de raven zond om Elia te voeden bij de beek Krith, zal niet een van Zijn getrouwe, zelfverloochenende kinderen voorbijgaan. Van hem, die rechtvaardig wandelt staat geschreven: „Zijn brood is gewis, zijn water verzekerd." „In boze tijd zullen zij niet beschaamd worden, in dagen van hongersnood zullen zij verzadigd worden." „Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?" Jes. 33:16; Ps. 37:19; Rom. 8:32. Hij die de zorgen en angsten van Zijn moeder, die weduwe was geworden, verlichtte, en haar hielp om te voorzien in de behoeften van haar huishouding in Nazareth, gevoelt mede met iedere moeder in haar strijd om haar kinderen brood te verschaffen. Hij die ontferming had met de schare, omdat zij „voortgejaagd en afgemat waren," heeft nog ontferming met de lijdende behoeftigen. Zijn hand is zegenend over hen uitgestrekt; en juist in het gebed dat Hij Zijn discipelen gaf, leert Hij ons de armen te gedenken. Wanneer wij bidden: „Geef ons heden ons dagelijks brood," vragen wij dit voor anderen evenzeer als voor onszelf. En wij erkennen, dat datgene wat God ons geeft niet voor onszelf alleen is. God geeft het ons als een pand, opdat wij de hongerigen zullen voeden. In Zijn goedheid bereidde Hij het voor de ellendige. Ps. 68:11. En Hij zegt: „Wanneer gij een middag- of avondmaaltijd aanricht, roep dan niet uw vrienden of uw broeders of uw verwanten of uw rijke buren ... Maar wanneer gij een gastmaal aanricht, nodig dan bedelaars, misvormden, lammen en blinden. En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u terug te betalen. Want het zal u terugbetaald worden bij de opstanding der rechtvaardigen." Luk. 14:12-14 „God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten ten allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn." „Wie karig zaait zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten." 2 Cor. 9:8,6. Het gebed om het dagelijks brood behelst niet alleen voedsel om het lichaam in stand te houden, maar ook dat Geestelijke voedsel, dat de ziel zal voeden zodat hij eeuwig leven zal hebben. Jezus gebiedt ons: „Werkt, niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven." Hij zegt: „Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is; indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven." Joh. 6:27,51. Onze Heiland is het brood des levens, en door het aanschouwen van Zijn liefde, door die liefde in ons hart op te nemen, voeden we ons met het brood, dat uit de hemel is nedergedaald. Wij ontvangen Christus door Zijn Woord; en de Heilige Geest is gegeven om het Woord van God voor ons verstand te openen, en de waarheden in ons hart te doen doordringen. Wij moeten dag aan dag bidden, dat wanneer wij Gods Woord lezen, Hij Zijn Geest zal zenden om ons de waarheid te openbaren die onze ziel zal versterken voor de noden van de dag. Door ons te leren iedere dag te vragen om wat we nodig hebben, - zowel aan tijdelijke als aan Geestelijke zegeningen, - wil God een doel bereiken voor ons welzijn. Hij wil, dat wij beseffen, hoe afhankelijk wij zijn van Zijn voortdurende zorg; immers, Hij tracht ons in gemeenschap met Hem te trekken. In deze gemeenschap met Christus, door gebed en door studie van de grote, kostbare waarheden van Zijn Woord, zullen wij als hongerige zielen gevoed worden; als dorstigen zullen wij verkwikt worden aan de bron des levens. Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 110-113, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 97-100

Wandelen in de voetstappen van Jezus



Mattheüs 6:10
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op aarde……….."

Thessalonicenzen 4:3
Dit wil God: uw heiliging.

Psalm 40:8
Ik heb lust om Uw wil te doen, mijn God, Uw wet is in mijn binnenste.

Psalm 143:10
Leer mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God, uw goede Geest geleide mij in een effen land.

Hebreeën 10:36
Want gij hebt volharding nodig om, de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is.

1 Thessalonicenzen 5:18
Dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u.

De wil van God wordt tot uitdrukking gebracht in de geboden van Zijn heilige wet, en de beginselen van deze wet zijn de beginselen des hemels. De engelen des hemels bereiken geen hogere kennis, dan de wil van God te kennen; en Zijn wil te doen is de hoogste dienst waarvoor zij hun krachten kunnen geven. Maar in de hemel wordt niet in een wettische geest gediend. Toen Satan in opstand kwam tegen de wet van Jehova kwam de gedachte, dat er een wet bestond, tot de engelen bijna als een ontwaken tot iets, waaraan zij nooit hadden gedacht. In hun dienen zijn de engelen geen dienstknechten, maar zonen. Er bestaat een volmaakte eenheid tussen hen en de Schepper. Gehoorzaamheid is voor hen geen slavernij. Liefde voor God maakt hun dienen tot een vreugde.

Psalm 40:9
Zo weerklinken in iedere ziel waarin Christus, de hoop der heerlijkheid woont, Zijn woorden: Ik heb lust om Uw wil te doen, Mijn God, Uw wet is in Mijn binnenste.

2 Thessalonicenzen 1:11
De bede „Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde," is een gebed, dat de heerschappij van de boze hier op aarde tot een einde mag komen, dat de zonde voor altijd vernietigd mag worden, en dat het koninkrijk der gerechtigheid moge worden opgericht. Dan zal op aarde evenals in de hemel volbracht worden „alle welgevallen in het goede."

Het werk voor het koninkrijk



Mattheüs 6:10
Uw Koninkrijk kome...

Openbaring 22:7
En zie, Ik kom spoedig!

Mattheüs 6:33
Maar laat, als gij aalmoezen geeft, uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet.

Matteus 3:2
Een zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

Handelingen 1:8
Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.”

2 Timotheüs 4:18
En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.

God is onze Vader die ons liefheeft en voor ons zorgt als voor Zijn kinderen; Hij is tevens de grote Koning van het heelal. De belangen van Zijn koninkrijk zijn onze belangen, en wij moeten werken voor de opbouw daarvan. De discipelen van Christus zagen uit naar de onmiddellijke komst van het koninkrijk van Zijn heerlijkheid; maar door hun dit gebed te geven leerde Jezus, dat het koninkrijk niet in die tijd zou worden bevestigd. Zij moesten bidden voor de komst daarvan als voor een gebeurtenis die nog in de toekomst lag. Maar deze bede was ook een verzekering voor hen. Hoewel ze niet de komst van het koninkrijk in hun dagen zouden aanschouwen, is het feit, dat Jezus hun gebood ervoor te bidden, een bewijs dat het zeker zal komen op Gods tijd. Het koninkrijk van Gods genade wordt nu opgericht, doordat dag aan dag harten, die vol van zonde en opstandigheid zijn geweest, zich overgeven aan de oppermacht van Zijn liefde. Maar de volledige bevestiging van het koninkrijk van Zijn heerlijkheid zal pas plaatsvinden bij de wederkomst van Christus naar deze wereld. „Het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de Heiligen des Allerhoogsten." Dan. 7:27. Zij zullen het koninkrijk beërven, dat voor hen bereid was „van de grondlegging der wereld af." Matth. 25:34. En Christus zal zelf Zijn grote macht in handen nemen en Hij zal regeren. De hemelse poorten zullen opnieuw verhoogd worden, en met tienduizend maal tienduizend en duizend maal duizenden Heiligen, zal onze Heiland uitgaan als Koning der koningen en Here der heren.

Jehova Immanuel „zal Koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en Zijn naam de enige." „De tent van God," zal bij de mensen zijn, „en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn." Zach. 14:9, Openb. 21:3. Maar voor die komst, zei Jezus, moet „dit evangelie van het Koninkrijk .. , in de gehele wereld gepredikt worden, tot een getuigenis voor alle volkeren." Matth. 24:14. Zijn koninkrijk zal niet komen, voordat de blijde boodschap van Zijn genade aan de gehele aarde gebracht is. Daarom kunnen wij, wanneer we onszelf aan Christus geven en andere zielen voor Hem winnen, de komst van Zijn koninkrijk verhaasten. Alleen zij, die zich wijden aan Zijn dienst, zeggende: „Hier ben ik, zend mij," om blinden de ogen te openen, om mensen te doen keren „uit de duisternis tot het licht, en van de macht van Satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen," (Jes. 6 : 8; Hand. 26:8), alleen zij bidden in oprechtheid: „Uw koninkrijk kome." Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 106,107, Gedachten van de berg der zaligsprekingen blz. 95-97.

NAAM boven alle namen



Mattheüs 6:9
Uw naam worde geheiligd.

Jesaja 9:6
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

Jesaja 54:5.
Uw Losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.

Matteus 3:11
Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.

1 Johannes 2:6
Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.

1 Petr. 1:15,16
Gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt (zo) ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.

Psalm 111:9
Het Heiligen van de Naam des Heren wil zeggen, dat de woorden, waarmede wij spreken over het Opperwezen, in eerbied geuit worden. „Heilig en geducht is Zijn naam."

Wij mogen nooit, op enigerlei wijze, de namen of het aanroepen van de Godheid als een lichtvaardige zaak zien. In het gebed gaan wij de audiëntiezaal binnen van de Allerhoogste; en wij moeten voor Hem komen met Heilige eerbied. De engelen sluieren hun gelaat in Zijn tegenwoordigheid. De cherubim en de heldere, Heilige seraphim naderen Zijn troon met plechtige eerbied. Hoeveel te meer moeten wij, sterfelijke, zondige wezens, op eerbiedige wijze verschijnen voor de Here, onze Maker! Maar de Naam des Heren Heiligen betekent veel meer dan dit. Wij kunnen, evenals de joden in de dagen van Christus, de grootste uiterlijke eerbied voor God betonen, en nochtans Zijn Naam voortdurend ontheiligen.

“De Naam des Heren" is „barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw ... die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft." Ex. 34 : 5-7. Van de gemeente van Christus staat geschreven: „Zo zal men het noemen: De Here, onze gerechtigheid." Jer. 33 : 16. Deze naam wordt gegeven aan iedere volgeling van Christus. Het is het erfdeel van het kind Gods. De gezinsleden worden genoemd naar de Vader. De profeet Jeremia bad in de tijd van Israëls bittere rampspoed en verdrukking: “Uw Naam is over ons uitgeroepen, laat ons niet aan ons lot over!" Jer. 14 : 9. Deze naam wordt geheiligd door de engelen in de hemel, door de bewoners van de niet-gevallen werelden. Wanneer u bidt: „Uw Naam worde geheiligd," vraagt u, dat die Naam geheiligd mag worden in deze wereld, geheiligd in u. God heeft u voor mensen en engelen erkend als Zijn kind; bid, dat u geen smaad moge brengen over „de goede naam, welke over u aangeroepen is." Jac. 2 :7.

God zendt u in deze wereld als Zijn vertegenwoordiger. In iedere daad in uw leven moet u de Naam van God openbaar maken. Deze bede doet een beroep op u, dat u Zijn karakter moet bezitten. U kunt Zijn Naam niet Heiligen, u kunt Hem niet aan de wereld tonen, indien u niet in leven en karakter het leven en karakter van God openbaart. Dit kunt u alleen doen door het aanvaarden van de genade en gerechtigheid van Christus. Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 106-107, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 94-95

Kinderen van de Koning


Mattheus 5:9
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.

Johannes 1:12
Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn naam geloven. Johannes 1:51,52 Doch dit zeide hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen.

Mattheüs 6:9
Onze Vader, Die in de hemelen zijt….”

1 Johannes 3:1
Zie, hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd.

Lukas 11:13
Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de Hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?

Johannes 15:12
Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.

Romeinen 8:14-17 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Romeinen 9:8
Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht.

Filippensen 2:14,15
Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld,

Efeze 3:14-19
Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, 16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, 17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, 18 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, 19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

Galaten 3:26
U bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus.

Lukas 11:2
Wanneer u bidt, zeg dan: Onze Vader..

Jezus leert ons, om Zijn Vader onze Vader te noemen. Hij schaamt Zich niet, ons broeders te noemen. (Hebr. 2 : 11). Zo bereid, zo vol verlangen is het hart van de Heiland om ons welkom te heten als leden van het gezin Gods, dat in de eerste woorden die wij uitspreken wanneer wij God naderen, Hij de verzekering legt van onze band met God, -„Onze Vader." Hier wordt die heerlijke waarheid aangekondigd, die zo vol bemoediging en vertroosting is, dat God ons lief heeft zoals Hij Zijn Zoon liefheeft. Dat is wat Christus zei in Zijn laatste gebed voor Zijn discipelen, „Gij hebt hen liefgehad, gelijk Gij Mij hebt liefgehad." Joh. 17 : 23. De wereld, waarop Satan heeft aanspraak gemaakt en die hij geregeerd heeft met wrede tirannie, heeft de Zoon van God, door één verheven daad, omgeven door Zijn liefde, en opnieuw verbonden met de troon van Jehova. Cherubim en Seraphim, en de ontelbare scharen van alle niet-gevallen werelden, zongen lofliederen voor God en het Lam toen deze triomf verzekerd was. Zij verheugden zich, dat de weg tot verlossing geopend was voor het gevallen mensdom, en dat de aarde verlost zou worden van de vloek der zonde. Hoeveel te meer moeten zij zich verheugen, die het voorwerp van zulk een verbazingwekkende liefde zijn. Hoe kunnen wij ooit in twijfel en onzekerheid verkeren en het gevoel hebben, dat wij wezen zijn? Terwille van de mensen die de wet overtreden hadden nam Jezus de menselijke natuur aan; Hij werd ons gelijk, opdat wij eeuwigdurende vrede en zekerheid zouden hebben.

Wij hebben een Pleiter in de hemel, en een ieder die Hem aanneemt als zijn persoonlijke Heiland, wordt geen wees gelaten, om de last van zijn eigen zonden te dragen. „Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods." „Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn lijden, is dat om ook te delen in Zijn verheerlijking." „Het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is." 1 Joh 3:2; Rom. 8:17. De allereerste stap, die wij doen wanneer we tot God naderen, is dat wij de liefde, die Hij voor ons heeft, onderkennen en geloven. 1 Joh. 4 : 16. Immers, getrokken door Zijn liefde worden we ertoe gebracht tot Hem te komen. Het verstaan van Gods liefde werkt de verzaking van de zelfzucht.

Wanneer we God onze Vader noemen, erkennen we al Zijn kinderen als broeders. We maken allen deel uit van het grote web der mensheid, we zijn allen leden van één gezin. In onze smeekbeden moeten we evengoed onze naasten als onszelf gedenken. Niemand bidt op de juiste wijze, wanneer hij slechts een zegen voor zichzelf vraagt. De oneindige God, zegt Jezus, geeft u het voorrecht, dat u Hem kunt benaderen door Hem Vader te noemen. Begrijp alles wat dit inhoudt. Geen aardse ouder smeekte ooit zo ernstig een afgedwaald kind, als Hij, Die u gemaakt heeft, de overtreder smeekt. Geen menselijke, liefhebbende belangstelling heeft ooit de berouwloze met zulke tedere uitnodigingen gevolgd. God woont in ieder vertrek; Hij hoort ieder woord, dat gesproken wordt, luistert naar ieder gebed dat uitgesproken wordt, Hij proeft de smarten en teleurstellingen van iedere ziel, slaat acht op de wijze waarop wij vader, moeder, zuster, broeder of naaste behandelen. Hij zorgt voor onze noden, en Zijn liefde en genade vloeien voortdurend om in onze behoefte te voorzien. Maar indien gij God uw Vader noemt, erkent gij, dat gij Zijn kinderen zijt, die geleid moeten worden door Zijn wijsheid, en die gehoorzaam moeten zijn in alles, wetende dat Zijn liefde onveranderlijk is. Gij zult Zijn plan voor uw leven aanvaarden. Als kinderen van God zult gij Zijn eer, Zijn karakter, Zijn gezin, Zijn werk beschouwen als de voorwerpen van het hoogste belang voor u.

Het zal uw vreugde zijn om uw verhouding tot uw Vader te erkennen en te eren, evenals uw verhouding tot ieder lid van Zijn gezin. Gij zult u erover verheugen, wanneer u iets kunt doen, hoe nederig het ook zij, waardoor wordt bijgedragen tot Zijn eer, of tot het welzijn van uw broeders en zusters. „Die in de hemel zijt." Hij, die wij op het woord van Christus mogen beschouwen als „onze Vader," „is in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt." Ps. 115:3. Onder Zijn hoede kunnen wij veilig rusten, zeggende: „Ten dage dat ik vrees, vertrouw ik op U." Psalm 56:4 (Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 103-106, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 92-94)

Het geheim van zijn kracht


 Lukas 11:1
En het gebeurde, toen Hij ergens aan het bidden was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: Heere, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.

1 Samuel 12:23
En wat mij betreft, er is bij mij geen sprake van dat ik tegen de HEERE zou zondigen door op te houden voor u te bidden; maar ik zal u de goede en juiste weg leren.

Zacharia 12:10
Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten.”

Matheus 6:9
Bidt u dan zo…

Het gebed des Heren werd tweemaal gegeven door onze Heiland, de eerste maal aan de menigte tijdens de Bergrede, en ten tweede male enkele maanden later, alleen aan de discipelen. De discipelen waren enige tijd niet bij hun Heere geweest, en toen ze terugkeerden vonden ze Hem in beslag genomen door gemeenschap met God. Schijnbaar onbewust van hun aanwezigheid bad Hij hardop. Het gelaat van de Heiland werd verlicht door een hemels licht. Hij scheen in de tegenwoordigheid van de Ongeziene te vertoeven; en er was levende kracht in Zijn woorden, als van iemand die met God sprak. De harten van de discipelen werden diep bewogen. Zij hadden opgemerkt, hoe dikwijls Hij lange uren in de eenzaamheid doorbracht, in gemeenschap met Zijn Vader. Zijn dagen werden doorgebracht met het dienen van de scharen die op Hem aandrongen, en in het blootleggen van de bedrieglijke spitsvondigheden van de rabbi's, en deze onophoudelijke arbeid maakte dat Hij soms zo uitgeput was, dat Zijn moeder en broeders, en zelfs Zijn discipelen, vreesden, dat Zijn leven hieraan zou worden opgeofferd. Maar wanneer Hij terugkeerde van de uren van gebed die de afsluiting vormde van een vermoeiende dag, merkten zij de vredige uitdrukking op Zijn gelaat op, het gevoel van verkwikking dat van Zijn aanwezigheid scheen uit te stralen. Na uren met God te hebben doorgebracht ging Hij uit, morgen na morgen, om het licht des hemels aan de mensen te brengen. De discipelen waren Zijn uren van gebed in verband gaan brengen met de kracht van Zijn woorden en werken. En terwijl ze nu luisterden naar Zijn smeekbede, werden hun harten eerbiedig en nederig. Toen Hij ophield met bidden, riepen zij, overtuigd van hun eigen diepe behoefte, uit: „Heere, leer ons bidden." (Luk 11:1). Jezus geeft hun geen nieuwe vorm van gebed. Datgene wat Hij hun reeds eerder geleerd heeft, herhaalt Hij, alsof Hij wilde zeggen: Ge moet begrijpen wat Ik u reeds gegeven heb. Daarin ligt een diepe betekenis, die gij nog niet hebt gepeild. De Heiland beperkt ons echter niet tot het gebruik van juist die woorden. Als één met de mensheid, geeft Hij hun Zijn eigen ideaal van het gebed, - woorden zo eenvoudig dat ze door een klein kind kunnen worden overgenomen, maar zo veelomvattend, dat hun betekenis door de grootste geesten nooit ten volle kan worden verstaan. Ons wordt geleerd tot God te gaan met onze dankzegging, onze noden aan Hem bekend te maken, onze zonden te belijden, en aanspraak te maken op Zijn genade overeenkomstig Zijn belofte. (Uit: Thoughts from the Mount of Blessing pg 102-103, Gedachten van de berg der zaligsprekingen pg 91-92)

Laat ons optrekken en het land in bezit nemen



Numeri 13:30
Daarop trachtte Kaleb het volk tot bedaren te brengen tegenover Mozes en zeide: Laat ons gerust optrekken en het in bezit nemen, want wij zullen het zeker kunnen vermeesteren.

De hele christelijke wereld is in een strijd van geloof en ongeloof verwikkeld. En in die strijd moet iedereen een kant kiezen. Sommigen schijnen niet mee te doen aan de strijd. Zij kiezen niet tegen de waarheid, maar zij komen ook niet uit voor Christus, omdat ze bang zijn hun bezittingen te verliezen of bespot te worden. Al deze mensen worden gerekend tot vijanden van God. {CTr 124.2}

Hebreeën 11:13-16
13 In (dat) geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. 14 Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. 15 En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; 16 maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid.

Hebreeën 3:12-14
12 Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, 13 maar vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken, opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde; 14 want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden.

Openbaring 22:14
14 Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad.

Jezus’ komst is op handen



We hoeven onze blik niet alleen gericht te houden op de sociale, maatschappelijke en financiële chaos en de natuurrampen in de wereld, om dat te weten, want we hebben het profetisch woord dat ons door God gegeven is, die als richtingwijzer voor Gods kinderen dient, opdat ze zouden weten.
Wanneer de stad dreigde ingenomen te worden, als de stellingen van de vijand in gereedheid werden gebracht, moesten Gods dienstknechten vluchten. Zij die hun ogen openhielden en vertrouwden op het profetisch woord, werden gered.
Als wij kijken, wat zien wij? Vrede, vrede geen gevaar, of zien we tekenen van het einde?
En als we die tekenen zien, wat zullen we doen?
Er zijn nog zoveel kinderen van God die gevangen zijn. Zij wachten op iemand om hen eruit te trekken, als brandhout uit het vuur. Zij zijn als schapen die niet weten hoe zichzelf te redden, maar wij hebben de middelen en de kennis van de tijd en Gods waarheid om te weten wat we moeten doen om hen te helpen.
God roept ons broeders en zusters tot de daad.
We kunnen het werk van God alleen onder gebed doen. Een saai onderwerp voor velen - o, dat eeuwige gezeur over gebed - maar als we zouden zien hoe de grote mannen in de Bijbel het deden, dan zouden wij inzien dat die ogenschijnlijke saaie bedoening, een mega-onderdeel van hun inzet en hun dagelijks leven was. Het was de sleutel die de hemelse schuren vol zegen en kracht opende.

En het gebeurde, toen Hij ergens aan het bidden was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: ‘Heere, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.’ Lucas 11:1

Gebed is:
Spreken met God als met een vriend
Gebed is het openen van het hart voor God als voor een vriend. Niet dat het nodig is om God te vertellen wie of wat we zijn, maar om ons in staat te stellen om Hem te ontvangen. Gebed brengt God niet neer naar ons niveau, maar brengt ons omhoog bij Hem. -- Exodus 33:11; 2 Kronieken 30:27; Psalm 88:3; Jona 2:7; Jakobus 2:23

Conversatie met God
Als wij voortdurend de Heer voor ogen houden en onze harten in dankbaarheid en lofprijzing tot Hem wenden, dan zullen wij een voortdurende vernieuwing van ons geloof ervaren. Onze gebeden zullen een conversatie met God zijn zoals wij tot een vriend praten. Hij zal Zijn geheimen persoonlijk aan ons kenbaar maken. Wij zullen vaak het heerlijke blijde gevoel van de aanwezigheid van Jezus ervaren. Onze harten zullen naar God uitgaan en wij zullen net als Henoch, wandelen met God. Wanneer dit de ervaring van de christen is, dan zal hij een eenvoud, een nederigheid en zachtheid van aard tonen, die door een ieder die met hem omgaat, zal worden opgemerkt. En iedereen zal weten dat hij met Jezus verbonden is geweest en van Hem heeft geleerd. Genesis 18:22-32; Exodus 5:22-23; 32:30-33

De sleutel in de hand van het geloof
Duisternis van het kwaad omgeeft een ieder die het gebed verwaarloost. De gefluisterde verzoekingen van de vijand zullen hen verleiden tot zonde en dat alleen omdat zij geen gebruik maken van het voorrecht dat God hen geeft door middel van de heilige afspraak van het gebed. Waarom zijn de zonen en dochters van God zo ongewillig om te bidden als gebed de sleutel in de handen van het geloof is om de hemelse voorraadschuren te openen, waar er oneindige schatten van de Almachtige voor hen zijn opgeslagen? Zonder aanhoudend gebed en ijverig waken, lopen wij het risico om onbezorgd te raken en af te wijken van het rechte pad. -- Matteüs 21:22; 2 Korintiërs 9:14

De ziel van het geloof
Verwaarloos het geheime gebed niet, want het is de ziel van uw geloof. Smeek met ernstig en aanhoudend bidden om de reiniging van uw ziel. Smeek met net zo veel ernst als u zou doen als uw eigen leven op het spel zou staan. Blijf voor God totdat u de onuitgesproken verlangens naar verlossing ontvangen hebt en u het bewijs hebt dat uw zonden vergeven zijn. --Daniël 9:1-20

De adem van de ziel
Gebed is de adem van de ziel. Het is het geheim van geestelijke kracht. Geen enkel ander middel van genade kan de plaats van het gebed innemen en de gezondheid van de ziel bewaren. Gebed brengt het hart in de onmiddellijke nabijheid van de Bron van leven en sterkt de zenuwen en de spieren van de geloofservaring. Verwaarloos het gebed of doe het slechts sporadisch, zo nu en dan, zoals het uitkomt en u zult uw verbondenheid met God ver--liezen. Lucas 6:12 (Uit: In Gesprek met God, hfdst 2: Wat is echt gebed?)

Een heilige afspraak



Handelingen 8:26-40
26 En een engel des Heren sprak tot Filippus en zeide: Sta op en ga tegen de middag de weg op, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza. Deze is eenzaam. 27 En hij stond op en ging. En zie, een Ethiopiër, een kamerling, een rijksgrote van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, haar opperschatbewaarder, was naar Jeruzalem gegaan om te aanbidden; 28 en hij was op de terugweg en las, in zijn wagen gezeten, de profeet Jesaja. 29 En de Geest zeide tot Filippus: Treed toe en voeg u bij deze wagen. 30 En Filippus liep snel erheen en hoorde hem de profeet Jesaja lezen en zeide: Verstaat gij wat gij leest? 31 En hij zeide: Hoe zou ik dit kunnen, als niet iemand mij de weg wijst? En hij verzocht Filippus in te stappen en naast hem te komen zitten. 32 En het gedeelte van de Schrift, dat hij las, was dit: Gelijk een schaap werd Hij ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is tegenover de scheerder, zo doet Hij zijn mond niet open. 33 In de vernedering werd zijn oordeel weggenomen: wie zal zijn afkomst verhalen? Want zijn leven wordt van de aarde weggenomen. 34 En de kamerling antwoordde, en zeide tot Filippus: Ik vraag u, van wie zegt de profeet dit? Van zichzelf of van iemand anders? 35 En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus. 36 En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? 37 [En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.] 38 En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem. 39 En toen zij uit het water gekomen waren, nam de Geest des Heren Filippus weg en de kamerling zag hem niet meer, want hij ging zijn weg met blijdschap. 40 Maar Filippus bleek te Asdod te zijn; en hij trok rond om het evangelie te prediken aan alle steden, totdat hij te Caesarea kwam.

God is de grote Meesterwerker en door Zijn voorzienigheid bereid Hij de weg voor, voor het werk dat gedaan moet worden. Hij voorziet in gelegenheden, opent mogelijkheden van invloed en kanalen voor het werk. Als Zijn volk uitziet naar de aanwijzingen van Zijn voorzienigheid en gereed staat om met Hem samen te werken, zal er een groot werk volbracht worden. -6T 24

Jezus zag in elke ziel iemand aan wie de oproep voor het koninkrijk gegeven moest worden. –DA 151

Er zijn velen die oprecht zoeken naar licht, maar die niet weten wat ze moeten doen om gered te worden. - CM 42

Over de hele wereld kijken mannen en vrouwen verlangend uit naar de hemel. Gebeden, tranen en verzoeken stijgen op naar omhoog, vol verlangen naar licht, naar genade, naar de Heilige Geest. Velen staan reeds aan de grens van het koninkrijk en wachten alleen nog maar tot ze naar binnen mogen. - AA 109

Gods plan is om eerst het hart te bereiken … door persoonlijke evangelisatie in de huizen van de mensen, leert de werker hun noden kennen, hun verdriet, hun aanvechtingen. En samenwerkend met de Grote Lastendrager, deelt hij in hun moeiten, troost hen in hun verdriet, verlicht hun zielenhonger en wint hun harten voor God. - AA 527

Ga naar uw buren, een voor een, en bouw een relatie op met hen totdat hun harten verwarmd worden door uw onzelfzuchtige interesse en liefdevolle sympathie. Bid voor hen en zie uit naar gelegenheden om hen goed te doen… en als de mogelijkheid zich voordoet, breng een groepje samen en open het woord van God voor hun verduisterd verstand. Blijf altijd uitzien naar nieuwe mogelijkheden en maak ten volle gebruik van de voorrechten die God u geeft om voor Hem te werken in Zijn morele wijngaard. Wees niet nalatig om tegen uw buren te spreken en hen goed te doen in zoverre het in uw vermogen ligt, zodat u ten minste een paar zou kunnen redden. - RH 1888/03/13

Profetie



Jesaja 42:9
Het vroegere, zie, het is gekomen, en nieuwe dingen kondig Ik u aan; voordat zij uitspruiten, doe Ik ze u horen.

Johannes 5:39
Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen.

2 Petrus 1:19-21
En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, en gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. 20 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; 21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

1 Korintiers 13:8-10
8 De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. 9 Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. 10 Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.

De profetieën moeten bestudeerd worden en het leven van Christus vergeleken met de geschriften van de profeten. Hij identificeert Zichzelf met de profetieën, en zegt keer op keer: Zij schreven over Mij; zij getuigden over Mij. De Bijbel is het enige boek dat een positieve beschrijving geeft van Christus Jezus en als elk mens dat zou bestuderen als zijn levensboek en het gehoorzamen, zou geen ziel verloren gaan. {FE 382.2}

Al de stralen van licht in de Bijbel wijzen naar Jezus Christus en getuigen van Hem en verbinden het Oude aan het Nieuwe Testament. Christus wordt gepresenteerd als de leidsman en voleinder van hun geloof, en Hijzelf als degene in wie hun hoop op eeuwig leven gevestigd was. “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” {FE 383.1}

We kunnen in dit leven misschien niet elke passage van de Bijbel uitleggen, maar geen van de vitale punten van praktische waarheid zijn in wolken van mysterie gehuld. Wanneer het de tijd is, voorzien in de voorzienigheid van God, dat de wereld getest zal worden op grond van de waarheid voor die tijd, zullen mensen door de Heilige Geest gedreven worden om de Schriften te onderzoeken onder vasten en gebed, totdat, stukje bij beetje elke waarheid is doorzocht en geregen is tot een perfecte snoer. Elk feit dat direct betrekking heeft op de verlossing van zielen zal duidelijk worden gemaakt, zodat niemand in onwetendheid en duisternis hoeft te wandelen. {2T 692.1}

Terwijl de ketting der profetie zich ontvouwde, werd de geopenbaarde waarheid voor onze tijd steeds duidelijker gezien en begrepen. Wij zijn verantwoordelijk voor de voorrechten die wij genieten en voor het licht dat op ons pad schijnt. Zij, die leefden in de vorige generaties, waren verantwoordelijk voor het licht dat op hen geschenen heeft. Hun verstand werd aangesproken door de verschillende punten in de Schrift, die aan hen geopenbaard waren. Maar zij begrepen de waarheid niet zoals wij dat doen. Zij waren niet verantwoordelijk voor het licht dat zij niet hadden. Zij hadden de Bijbel, zoals wij, maar de tijd voor het ontvouwen van de speciale waarheid ten aanzien van de eindtaferelen van de geschiedenis van de aarde is voor de laatste generaties die op aarde zullen leven. {2T 692.2}

Karakter



Romeinen 1:16-17
Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. 17 Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.

Romeinen 12:2
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Romeinen 8:28-30
Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; 30 en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Jesaja 61:10
Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit.

“Gods bouwwerk zijt gij.” U bent de vertegenwoordigers van de grote Meesterwerker. God verhoede dat wij nalatig zouden zijn in het vormen van onze karakters. Het pad dat we moeten bewandelen in het doen van dit werk is niet conform de ideeën van de wereld. Zij die in het werk van God een taak willen hebben, zonder dat ze zichzelf in Christus schuilen, zullen spoedig ontdekken dat zij los staan van de Meesterbouwer. (MS 165, 1899). {6BC 1087.1}

Verzeker u ervan dat u in het bouwen aan uw karakter Christus als uw leider kiest. Het maakt een groot verschil uit of u arbeiders samen met God bent of dat u tegen God werkt. Of het uw hoogste ambitie is om God groot te maken of uzelf en uw plannen. Christus verklaart: “Zonder mij kunt gij niets doen.” Niets dat God kan goedkeuren. Bestudeer daarom uw motieven grondig en vergewis u ervan dat u niet in eigen wijsheid te werk gaat, los van Christus. (MS 102, 1903). {6BC 1087.2}

God heeft ons intellectuele en morele krachten gegeven, maar voor het grootste deel is elk persoon de architect van zijn eigen karakter. Elke dag wordt de structuur daarvan sterker gemaakt. Het woord van God waarschuwt ons om goed op te letten hoe we bouwen, om te zien of ons bouwwerk gefundeerd is op de Rots. De tijd komt dat de ware aard van ons werk zichtbaar zal worden. Nu is het de tijd voor allen om met de krachten die God gegeven heeft, te bouwen, zodat zij bruikbare karakters zullen vormen voor het leven hier en voor het hogere leven hierna. {4T 656.3}

Kracht van God



Exodus 9:16
doch hierom laat Ik u bestaan, om u mijn kracht te tonen, opdat men mijn naam verkondige op de gehele aarde.

2 Samuel 22:33
Die God, die mijn sterke veste is en mijn weg effen maakt;

2 Kronieken 20:6
en zeide: HERE, God onzer vaderen, zijt Gij niet God in de hemel, heerst Gij niet over al de koninkrijken der volken? In uw hand is kracht en sterkte, niemand kan standhouden tegen U.

Psalm 62:11
Vertrouwt niet op verdrukking, stelt geen ijdele hoop op roof; als het vermogen aanwast, zet er het hart niet op.

Psalm 147:5 Groot is onze HERE en geweldig in kracht, zijn verstand is onbeperkt.

Jesaja 50:2
Waarom was er niemand, toen Ik kwam, en antwoordde niemand, toen Ik riep? Is mijn hand dan werkelijk te kort om te verlossen, of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door mijn dreigen leg Ik de zee droog en maak Ik rivieren tot een woestijn; hun vis wordt stinkend, omdat er geen water is, en sterft van dorst.

Jeremia 10:12
Hij maakt de aarde door zijn kracht, Hij bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand.

Jeremia 32:17 Ach, Here HERE, zie, Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderlijk zijn voor U Jeremia 51:15
Hij maakt de aarde door zijn kracht, bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand.

Matteüs 6:13
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. [Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Matteüs 28:18
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.

Het Goddelijk Wezen moet aanbeden worden in de schoonheid van heiligheid. Want Hij is hoogverheven in majesteit en kracht … --2SM 156

Toen God Zijn eniggeboren Zoon aan onze wereld gaf, gaf Hij alle schatten van de hemel. Wat een kracht, wat een heerlijkheid zijn geopenbaard in Christus Jezus! De grootste openbaring van majesteit en kracht is aan de wereld gegeven door de eniggeboren Zoon van God. --SW 31

Met de woeste bergen rondom hem en alleen met God, had Mozes de gelegenheid zichzelf en zijn trots en zelfverheffing te leren kennen en de gewoonten, die hij had aangeleerd te midden van luxe, gemak en overvloed van het leven aan het koninklijk hof, af te leren. De geweldige tempels van Egypte waren niet langer in zijn gezichtsveld om zijn gedachten vullen met hun bijgeloof en valsheid. Tussen de torenhoge rotsen en oneindige heuvels kon hij de bewijzen zien van de grootsheid en de majesteit van de Schepper en Zijn kracht en het contrast met de onbeduidende Egyptische goden. Overal was de naam van de Schepper op geschreven. Mozes was omringd met Zijn aanwezigheid en bedekt met Zijn eeuwige heerlijkheid. God zelf sprak tot Zijn dienstknecht door deze stille vertegenwoordigers van Zijn kracht. --ST, February 19, 1880 par. 11

Zending



Jesaja 60:1-2 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.

De gemeente is het door God gekozen instrument voor de redding van mensen. Het is ingesteld voor dienstbaarheid en haar opdracht is het evangelie aan de wereld te verkondigen. Vanaf het begin is het Gods plan geweest dat door Zijn kerk Zijn volheid en Zijn voorzienigheid aan de wereld geopenbaard zal worden. AA 11

Maar het volk van Israël verloor het zicht op hun hoge voorrecht als Gods vertegenwoordigers. Zij vergaten God en hebben hun heilige zending niet vervuld. AA 15

Jeremia 50:14-15
Schaart u tegen Babel rondom in slagorde, allen die de boog spant! Beschiet het, spaart geen pijlen, want tegen de HERE heeft het gezondigd! Heft rondom een krijgsgeschreeuw ertegen aan – het heeft zich overgegeven, gevallen zijn zijn zuilen, neergehaald zijn muren; want dit is de wraak des HEREN; wreekt u erop, doet het naar hetgeen het gedaan heeft.

Jesaja 52:7-8
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning. Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de HERE naar Sion wederkeert.

Zolang zij verenigd blijven zal de gemeente voortgaan “schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, geducht als krijgsscharen” (Hooglied 6:10). Niets kan haar voortgang stuiten. De gemeente zal gaan van overwinning naar overwinning, in heerlijkheid haar goddelijke zending, van de verkondiging van het evangelie aan de wereld vervullen. AA 90.2

Een oproep aan leken



De tijd is kort, en wat gedaan moet worden, moet vlug gedaan worden. Dit is een wereldwijde boodschap en we hebben geen tijd te verliezen. We moeten overgaan tot actie en plicht. Wordt de wereld door deze boodschap ter verantwoording geroepen? Ja, het is daarom een wereldwijde boodschap, die niet slechts gedeeltelijk gebracht mag worden. Het moet ons in beroering brengen, in actie brengen. Het werk mag niet alleen afhangen van predikanten. De gemeente, de leden, moeten hun persoonlijke verantwoordelijkheid voelen en moeten werkende leden zijn. --Letter 25, 1874, p. 3. (To Brother and Sister Smith, May 6, 1874.) {5MR 315.2} Jesaja 52:7
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.

Mij is getoond door Een die geen fouten kan maken, dat het formeren van kleine groepen de basis is voor de christelijke inspanningen. --Testimonies, vol. 7, pp. 21, 22. Matteus 5:13-16
13 Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden. 14 Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. 16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

De grote uitstorting van de Geest van God, welke de hele wereld verlicht met Zijn heerlijkheid, zal niet komen als wij niet een verlicht volk zijn dat uit ervaring weet wat het betekent om medearbeiders met God te zijn. Wanneer wij ons hart volledig toewijden aan de dienst van Christus, zal God dat feit erkennen door zijn Geest zonder terughoudendheid uit te storten; maar dit zal niet gedaan worden als het grootste deel van de gemeente niet met God wil samenwerken. --Review and Herald, July 21, 1896. {ChS 253.2}

Uw beste krachten



Het hart van Paulus stond in vuur en vlam van de liefde voor zondaars en hij besteedde als zijn energie in de dienst van het winnen van zielen. {AA 368}

Velen belijden dat ze aan de zijde van de Heer staan, maar zijn dat niet; de balans van al hun daden slaat door naar de kant van Satan. Hoe kan worden bepaald aan welke kant we staan? Wie heeft ons hart? Bij wie zijn onze gedachten? Wie willen we met onze liefde bereiken? Wie heeft onze warmste genegenheid en waar besteden we onze beste krachten aan? Als we aan de kant van de Here staan, zullen onze gedachten bij Hem zijn en onze meest dierbare gedachten zijn voor Hem. We hebben geen vriendschap met de wereld; we hebben alles wat we hebben aan Hem gewijd. We verlangen ernaar Zijn beeld uit te stralen, Zijn Geest uit te ademen, Zijn wil te doen en Hem in alles welgevallig te zijn. {CCh 185.2}

Markus 12:30
Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht.

Jeremia 20:9
Maar zeide ik: Ik wil aan Hem niet denken en in zijn naam niet meer spreken, dan werd het in mijn hart als brandend vuur, opgesloten in mijn gebeente; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet.

Fillipenzen 3:8
Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.

Openbaring 12:11
En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood.

Lukas 14:33
Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.

Een liefde voor zielen



1 Petrus 1:22
Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief.

Johannes 15:13
Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.

Romeinen 10:13-15
want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? 15 En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen.

Zij, die nooit de gebrokenheid ervaren hebben van een volledige overgave aan Christus, kunnen in hun leven de tedere invloed van Christus niet uitstralen. Zij geven een verkeerde voorstelling van de tedere, zachte geest van het evangelie en verwonden kostbare zielen, voor wie Christus gestorven is. (Thoughts From the Mount of Blessing, pp. 125, 126).

Niets anders dan goddelijke kracht kan het menselijk hart vernieuwen en vervullen van de liefde van Christus, die altijd geopenbaard zal worden in hen, voor wie Hij gestorven is. (Amazing Grace, Chapter 294)

Deze vrijgevigheid van de zijde van de gelovigen was het gevolg van de uitstorting van de Heilige Geest. De tot het evangelie bekeerden waren “één van hart en ziel". Eén gemeenschappelijk belang beheerste hen — het welslagen van de hun toevertrouwde opdracht; en er was in hun leven geen plaats voor hebzucht. Hun liefde voor hun broeders en voor de zaak waaraan zij zich hadden gewijd was groter dan hun liefde voor geld en bezittingen. Hun werken getuigden ervan dat zij de zielen der mensen van hogere waarde achtten dan aardse rijkdom. Zo zal het altijd zijn wanneer de Geest van God bezit neemt van het leven. Degenen wier harten met de liefde van Christus vervuld zijn, zullen het voorbeeld volgen van Hem die om onzentwil arm werd, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden. Geld, tijd, invloed — alle uit Gods hand ontvangen gaven zullen zij slechts op prijs stellen als middelen ter bevordering van het evangeliewerk. Zo was het in de eerste gemeente. En wanneer in de gemeente van vandaag wordt ge¬zien dat de leden, door de kracht des Geestes, hun liefde tot de dingen dezer wereld hebben opgegeven, en dat zij bereid zijn zich opofferingen te getroosten om hun medemensen het evangelie te doen horen, zullen de waarheden die zij verkondigden, een machtige invloed op de toe¬hoorders uitoefenen. (Van Jeruzalem tot Rome, hfdst 7: Een waarschuwing tegen huichelarij)

Doch Paulus en Barnabas hadden geleerd op de bevrijdende kracht Gods te vertrouwen. Hun harten waren van bran¬dende liefde vervuld voor zielen die de ondergang tegemoet gingen. Als trouwe herders op zoek naar de verloren schapen, schonken zij geen aandacht aan eigen gemak en behaaglijkheid. Zichzelf vergetend, wankelden zij niet wanneer vermoeidheid, honger en koude hun deel waren. Zij hadden slechts één doel voor ogen — de redding van hen die ver van de kudde waren afgedwaald. (Van Jeruzalem tot Rome, hfdst 17: Verkondigers van het evangelie)

Olie en Vuur



Om voortdurend te ontvangen, moet men voortdurend uitdelen. ….Om de heilige olie van de twee olijfbomen te kunnen opvangen, moet de ontvanger de olie uit zichzelf laten stromen door in woord en daad in de noden van andere zielen te voorzien. Werk, kostbaar, bevredigend werk, is het om voortdurend te ontvangen en voortdurend uit te delen! De mogelijkheid om te ontvangen wordt alleen in stand gehouden door uit te delen. (NL No. 12, pp. 3, 4). {4BC 1180.2}

Zacharia 4:3-6
En twee olijfbomen steken boven hem uit, de ene rechts en de andere links van de oliehouder. 4 Ik hernam en vroeg de engel die met mij sprak: Wat betekent dit, mijn heer? 5 Toen gaf de engel die met mij sprak, mij ten antwoord: Weet gij niet, wat dit betekent? Ik zeide: Neen, mijn heer. 6 Hij antwoordde mij: Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen.

De doop met de Heilige Geest was essentieel voor het succes van de verkondiging van het evangelie door de eerste gemeente, maar het is niet minder nodig in onze tijd waarin “duisternis de aarde bedekt en donkerheid de natiën” (Jes 60:2). En de Heer heeft in deze dagen dezelfde verkwikkende geestelijke kracht aan Zijn dienstknechten beloofd. “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen” (Hand 2:17) {ST, February 24, 1888, par. 7}

Laten wij onze zielen reinigen door de waarheid te gehoorzamen, “met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist,” (1 Tim 2:8) zodat wij deze hemelse gave mogen ontvangen en door de gezegende ervaring mogen beseffen wat de woorden van de apostel betekenen als hij zegt: “opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods” (Efez 3:19)

Matteüs 3:11-12
Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. 12 De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur

Bid zonder ophouden



1 Tessalonicenzen 5:17: bidt zonder ophouden.

Bid vaak tot uw hemelse Vader. Hoe vaker u bidt, hoe dichterbij zal uw ziel getrokken worden in de heilige nabijheid van God. De Heilige Geest pleit met onuitspreekbare verzuchtingen voor de ernstige verzoeker en het hart zal door de liefde van God ontvankelijk gemaakt worden en onderworpen zijn. De wolken en schaduwen die Satan op uw zeil werpt, zullen wijken door de felle zonnestralen van de Zon der Gerechtigheid en de binnenkamers van gedachten en hart zullen verlicht worden door het licht van de Hemel. (In Heavenly Places - 89)

We moeten bidden zonder ophouden en we moeten leven naar onze gebeden en het geloof zal buitengewoon toenemen. (The Publishing Ministry - 303)

Romeinen 12:12
Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed.

2 Timoteus 1:3
Ik breng dank aan God, die ik, evenals mijn voorouders, met een rein geweten dien, dat ik u onophoudelijk mag gedenken in mijn gebeden, nacht en dag.

Lukas 18:1
Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.

Efeziërs 6:18
En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;

Psalm 55:18
Des avonds, des morgens en des middags klaag en kreun ik; Hij hoort mijn stem.

Handelingen 10:2
Een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad.

Psalm 1:2
Maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

Kolossenzen 4:2
Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt.

1 Petrus 4:7
Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden.

Lukas 21:36
Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.

Matteüs 26:41
Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

We moeten voortdurend bidden, met een nederig gemoed en een zachtmoedige en nederige geest. We moeten niet wachten voor een geschikte gelegenheid om te knielen voor God. We kunnen bidden en praten met God waar we ons ook bevinden. (3 Selected Messages - 266)

Er is geen tijd of plaats die niet geschikt is om een verzoek te richten tot God. Er is niets dat ons kan verhinderen onze harten in de geest in ernstig gebed te verheffen. In de menigte op straat , te midden van een zakelijke transactie kunnen wij een verzoek richten tot God en pleiten voor goddelijke leiding, zoals Nehemia deed toen hij zijn verzoek deed aan koning Artaxerxes. Een stil gesprek kan overal gevonden geworden. We moeten de deur van ons hart altijd open hebben en onze uitnodiging doen uitgaan tot Jezus om binnen te komen en in ons te blijven als een hemelse gast in de ziel … Zij die hun harten geopend hebben om de steun en de zegen van God te ontvangen, zullen wandelen in heiliger sferen dan hier op aarde en zullen een constante verbinding hebben met de hemel. (Steps to Christ - 99)

Het Kruis



Van alle christenen zouden Zevende-dags Adventisten de eersten moeten zijn die Christus verheffen voor de wereld. De verkondiging van de boodschap van de derde engel roept om de verkondiging van de sabbatwaarheid. Deze waarheid en de andere die in de boodschap ingesloten zijn, moeten gebracht worden, maar hèt grote centrale thema van het evangelie, Jezus Christus, mag niet buitengesloten worden. Het is bij het kruis van Christus dat genade en waarheid elkaar ontmoeten en gerechtigheid en vrede elkaar kussen. De zondaar moet ertoe geleid worden zijn blik te richten op Calvarie, met het eenvoudige geloof van een klein kind moet hij zijn vertrouwen stellen in de verdiensten van de Heiland, Zij gerechtigheid aanvaarden, in Zijn genade geloven. {GW 156.2}

Het kruis van Calvarie daagt elke aardse en helse macht uit en zal ze uiteindelijk glansrijk verslaan. In het kruis komen alle heilige invloeden tezamen en alle heilige invloeden gaan ervan uit, want op het kruis heeft Christus Zijn leven gegeven voor het menselijk ras. Dit offer werd gebracht met als doel de mens te herstellen in zijn oorspronkelijke staat van volmaaktheid. Ja, en meer nog, het werd gebracht om zijn karakter volledig te veranderen en om hem meer dan een overwinnaar te laten zijn. Zij, die in de kracht van Christus de grote vijand van God en mensen overwinnen, zullen in de hemelse hoven hierboven bezit nemen van een positie als van engelen die nooit gevallen zijn. {LHU 230.2}

Christus verklaart: “En als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.” Als het kruis geen geschikte invloed vindt, dan creëert het die. Van generatie op generatie is de waarheid van deze tijd gepresenteerd als de tegenwoordige waarheid. Christus aan het kruis was het middel waardoor genade en waarheid elkaar ontmoetten en gerechtigheid en vrede elkaar kusten. Dit is het middel dat de wereld in beroering moet brengen. {LHU 230.3}

Johannes 12:32
“En als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.”

1 Korintiërs 1:18
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.

Galaten 6:14
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld.

Een wereldleger



Ik werd in paniek wakker. Ik ging weer slapen en het leek alsof ik in een grote vergadering aanwezig was. Een hooggeplaatst persoon sprak de aanwezigen aan, voor wie een grote kaart lag uitgespreid. Hij zei dat de kaart Gods wijngaard voorstelde, dat bewerkt moest worden. Als het licht van de hemel op iemand scheen, moest hij of zij dat licht terugkaatsen. Lichten werden aangestoken in vele plaatsen en door deze lichten werden er nog meer lichten aangestoken… Ik zag stralen van licht schijnen vanuit steden en dorpen en vanaf alle hoge en lage plaatsen van de aarde. Gods woord werd gehoorzaamd en als resultaat daarvan werden er grote daden voor Hem verricht in elke stad en elk dorp. De waarheid werd verkondigd in de wereld. --Testimonies, vol. 9, pp. 28, 29.

Een opgewekte kerk
Als we onszelf met geheel ons hart hebben gewijd aan de dienst van God, zal God dat feit beantwoorden met een uitstorting van de Heilige Geest zonder terughoudendheid; Maar dit zal niet gedaan worden als het overgrote deel van de gemeente niet samenwerkt met God. --Review and Herald, July 21, 1896. {Ev 699.2}

Honderden en duizenden werden gezien die gezinnen bezochten en voor hen het Woord van God openden. Harten raakten overtuigd door de kracht van de Heilige Geest en een geest van oprechte gesprekken werd merkbaar. Aan alle kanten gingen deuren open voor de verkondiging van de waarheid. De wereld leek verlicht met een hemelse invloed. --Testimonies, vol. 9, p. 126. (1909) {Ev 699.4}

Velen … worden gezien rennend van hier naar daar, voortgedreven door de Geest van God om het licht aan anderen te brengen. De waarheid, het woord van God, is als een vuur in hun binnenste, hen vervullend met een brandend verlangen om hen te verlichten, die in duisternis zitten. Velen, zelfs onder de ongeletterden, verkondigen het woord van de Heer. Kinderen worden door de Geest aangespoord om op pad te gaan en de boodschap van de hemel te verkondigen. De Geest wordt uitgestort op allen, die gehoor willen geven aan Zijn aansporingen, en als zij alle menselijke uitvindingen van zich af willen gooien, Zijn bindende regels en voorzichtige methoden willen gebruiken, zullen zij de waarheid in de kracht van de Geest brengen. Menigten zullen het geloof aanvaarden en de rangen van het leger van de Heer komen versterken. --Review and Herald, July 23, 1895. {Ev 700.1}

Heerlijkheid



Numeri 14:21
Evenwel, zo waar Ik leef en de heerlijkheid des HEREN de ganse aarde vervullen zal.

1 Kronieken 16:24
Vertelt onder de volken zijn heerlijkheid, onder alle natiën zijn wonderen.

Kolossenzen 1:27
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.

Hebreeën 2:10
Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken.

1 Petrus 4:12-13
Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid.

Openbaring 18:1
Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht.

Openbaring 14:6-7
En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

Jesaja 40:3
Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des HEREN, effent in de wildernis een baan voor onze God.


Regen



Numeri 14:21 - Evenwel, zo waar Ik leef en de heerlijkheid des HEREN de ganse aarde vervullen zal.

1 Kronieken 16:24 - Vertelt onder de volken zijn heerlijkheid, onder alle natiën zijn wonderen.

Kolossenzen 1:27 - Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.

Hebreeën 2:10 - Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken.

1 Petrus 4:12-13 - Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid.

Openbaring 18:1 - Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht.

Openbaring 14:6-7 - En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

Jesaja 40:3 - Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des HEREN, effent in de wildernis een baan voor onze God.

Zacharia 12:10 - Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.

Spreuken 1:23 - Keert u tot mijn vermaning! Zie, ik wil mijn geest voor u uitstorten, u mijn woorden bekendmaken.

Jesaja 44:3,4 - Want Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge; Ik zal mijn Geest uitgieten op uw nakroost en mijn zegen op uw nakomelingen. Zij zullen uitspruiten tussen het gras, als populieren langs de beken.

Handelingen 2:17,18 - En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Joel 2:23- En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de HERE, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen.
De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen. Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan (alles) opvrat, de verslinder en de kaalvreter en de knager, mijn groot leger dat Ik op u afzond.

Teken van geestelijke rust



En de Heer sprak tot Mozes en zei: Gij dan, spreek tot de Israëlieten: maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet, dat Ik de HERE ben, die u heilig. Gij zult de sabbat onderhouden, want deze is iets heiligs voor u; wie hem ontheiligt, zal zeker ter dood gebracht worden, want ieder die daarop werk verricht, zal uitgeroeid worden uit het midden van zijn volksgenoten. Exodus 31:13,14

De sabbat is een teken van scheppende en verlossende macht; het wijst naar God als de bron van leven en kennis; het herinnert aan de oorspronkelijke heerlijkheid van de mens en is daardoor een getuigenis van Gods voornemen om ons te herscheppen naar Zijn eigen beeld. {Ed 250.1}

Klaagliederen 5:1-5
Gedenk, HERE, wat ons is overkomen; zie toch; aanschouw onze smaad. Ons erfdeel is vervallen aan vreemden, onze huizen aan vreemdelingen. Wezen zijn wij geworden, vaderloos, onze moeders werden als weduwen. Ons water moeten wij drinken voor geld, ons hout gewordt ons tegen betaling. Wij worden op de nek gezeten door onze vervolgers, wij zwoegen, maar rust gunt men ons niet.

Matteus 11:28-30 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Jesaja 30:15 - Want zo zegt de Here HERE, de Heilige Israëls: Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn, – maar gij hebt niet gewild.

Heb 3:17-19 - En van wie heeft Hij een afkeer gehad, veertig jaren lang? Was het niet van hen, die gezondigd hadden en wier lijken in de woestijn lagen? 18 Aan wie anders zwoer Hij, dat zij tot zijn rust niet zouden ingaan, dan aan hen, die ongehoorzaam geweest waren? 19 Zo zien wij, dat zij niet konden ingaan wegens hun ongeloof.

Heb 4:1-3- Laten wij daarom op onze hoede zijn, dat niemand van u, terwijl nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven. 2 Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden. 3 Want wij gaan tot [de] rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn, zoals Hij gesproken heeft: gelijk Ik gezworen heb in mijn toorn: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan, en toch waren zijn werken van de grondlegging der wereld af gereed.

Heb 4:4-5 - Want Hij heeft ergens van de zevende dag aldus gesproken: En God rustte op de zevende dag van al zijn werken; 5 en hier wederom: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan.

Heb 4:9-11 - Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God. 10 Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne. 11 Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen.

Zoals de sabbat het teken was dat het volk Israël onderscheidde toen zij uit Egypte kwamen om Kanaän in te gaan, zo is het nu het teken dat Gods volk onderscheid als zij uit de wereld komen om de hemelse rust in te gaan. De sabbat is een teken van de relatie die bestaat tussen God en Zijn volk, een teken dat zij Zijn gebod eren. Het maakt onderscheid tussen Zijn loyale onderdanen en overtreders. {6T 349.3}

De sabbatsrust



Genesis 2:1-3 -1 Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. 2 Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. 3 En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.

God zag met voldoening neer op het werk Zijner handen. Alles was volkomen, en waardig aan de Maker ervan, en Hij rustte, niet als iemand die vermoeid is, maar als Iemand die Zich verlustigt over de resultaten van Zijn wijsheid en goedheid, en de manifestaties van Zijn heerlijkheid. Na de rust op de zevende dag heiligde God deze dag, of zette hem apart als rustdag voor de mens. Naar het voorbeeld van de Schepper zou de mens op deze geheiligde dag rusten, zodat hij, bij het zien op de hemelen en de aarde, kon nadenken over Gods grote scheppingswerk; en bij het zien van al deze blijken van Gods wijsheid en goedheid, zou zijn hart vervuld worden met liefde en eerbied voor zijn Maker. (PP 22)

God zag dat de sabbat noodzakelijk was voor de mens, reeds in het paradijs. Hij moest zijn eigen belangen en werkzaamheden op één van de zeven dagen ter zijde leggen, om meer ten volle de werken van God te overdenken, en stil te staan bij Zijn macht en goedheid. Hij had een sabbat nodig om hem levendig te herinneren aan God, en dankbaarheid in hem te wekken, omdat alles wat hij bezat en genoot afkomstig was vanuit de wel-doende hand van de Schepper. (PP 22)

Exodus 33:12-14 - 12 Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar u hebt mij niet laten weten wie u met mij mee zult sturen, terwijl u toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.” 13 Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik u kennen en weet ik zeker dat u mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ ’ 14 De HEER antwoordde: ‘Moet ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’

Exodus 31:15-17 - 15 Zes dagen mag men arbeiden, maar op de zevende dag zal er een volledige sabbat zijn, de HERE geheiligd: ieder die op de sabbatdag werk verricht, zal zeker ter dood gebracht worden. 16 De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. 17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

Toen de grondvesten van de aarde werden gelegd, werd ook het fundament van de sabbat gelegd. Mij werd getoond dat als de ware sabbat in ere was gehouden er nooit een ontrouwe gelovige of atheïst zou zijn geweest. De eerbiediging van de sabbat zou de wereld hebben behoed voor afgoderij. (CET 86.1)

Hebreeën 3:7-13
Daarom, gelijk de heilige Geest zegt: Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet, zoals bij de verbittering, ten dage van de verzoeking in de woestijn, waar uw vaders Mij verzochten door Mij op de proef te stellen, hoewel zij mijn werken zagen, veertig jaren lang; daarom heb Ik een afkeer gekregen van dit geslacht en Ik heb gezegd: Altijd dwalen zij met hun hart, en zij hebben mijn wegen niet gekend, zodat Ik gezworen heb in mijn toorn: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan! Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, maar vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken, opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde;

Herstellers van bressen, stoppers van gaten



Exodus 20:8-11
Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.

Het vierde gebod wordt met voeten vertreden, daarom worden we opgeroepen om het gat dat in de wet geslagen is, te dichten en te pleiten voor herstel van de ontheiligde sabbat. De mens der wetteloosheid, die zichzelf boven God gesteld en de euvele moed gehad heeft om tijden en wet te veranderen, heeft de sabbat van de zevende dag naar de eerste dag van de week verplaatst. Daarmee heeft hij een gat in de wet van God geslagen.
Vlak voor de grote dag van God zal er een boodschap uitgezonden worden om het volk te waarschuwen om terug te keren naar hun trouw aan de wet van God, die door de antichrist gebroken is. De aandacht moet door voorschrift en voorbeeld gevestigd worden op het gat in de wet. {CET 86.2}

Jesaja 58:12-14
En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten. Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des HEREN van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, dan zult gij u verlustigen in de HERE en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des HEREN heeft het gesproken.

Mij werd getoond dat de kostbare beloften van Jesaja 58:12-14 toepasbaar zijn op hen die werken voor het herstel van de ware sabbat. Mij werd getoond dat de derde engel, die de geboden van God en het geloof van Jezus verkondigt (Openbaring 14:9-12), de mensen voorstelt die deze boodschap hebben ontvangen en hun stem luid verheffen om de wereld te waarschuwen om de geboden van God te houden en hen vertellen dat Zijn wet Zijn oogappel is. En als antwoord op die boodschap zullen velen de sabbat van de Heer omarmen. {CET 87.2}

Nehemia 13:17-22
Toen onderhield ik de edelen van Juda hierover en zeide tot hen: Wat doet gij daar voor slechts, dat gij de sabbatdag ontheiligt?
Hebben ook uw vaderen niet zo gedaan en heeft onze God niet daarom al deze rampspoed over ons en over deze stad gebracht? Zult gij nu nog heviger toorngloed over Israël brengen door de sabbat te ontheiligen? Zodra het dan in de poorten van Jeruzalem donker werd, vóór de sabbat, sloot men op mijn bevel de deuren, en ik beval, dat men ze niet zou openen tot na de sabbat. En ik stelde enige van mijn knechten bij de poorten op, – er zou geen vracht op de sabbatdag binnenkomen. Toen overnachtten de handelaars en de verkopers van allerlei koopwaar een en andermaal buiten Jeruzalem.
En ik waarschuwde hen en zeide tot hen: Waarom overnacht gij vóór de muur? Indien gij dat nog eens doet, zal ik de hand aan u slaan. Van die tijd af kwamen zij niet meer op de sabbat. Ook beval ik de Levieten, dat zij zich zouden reinigen en de poorten zouden komen bewaken, om de sabbatdag te heiligen. Gedenk mij ook hierom, mijn God, en ontferm U over mij naar uw grote goedertierenheid.

Het werk van herstel en hervorming die door de teruggekeerde bannelingen onder leiding van Zerubbabel, Ezra en Nehemia plaatsvond, schetst ons een beeld van het werk van geestelijk herstel dat moet plaatsvinden in de laatste dagen van de geschiedenis van de aarde …. Gods overblijfsel moeten in de wereld staan als hervormers en erop wijzen dat de wet van God het fundament is van een voortdurende hervorming en dat de sabbat van het vierde gebod het monument van de schepping en een constante herinnering aan de macht van God is. In heldere uiteenzettingen moeten zij de noodzaak van gehoorzaamheid aan alle voorschriften van de Tien Geboden naar voren brengen. Onder zelfbeheersing door de inwonende liefde van Christus, moeten zij met Hem samenwerken om de verwoeste plaatsen weder op te bouwen. Ze moeten herstellers van bressen zijn en herbouwers van straten. {CC 269.4}

Een trouwe getuige zijn



Als we een “getrouwe dienstknecht" - de tekst zegt letterlijk: slaaf - willen zijn, moet ons getuigenis tot in details waar zijn wat betreft inhoud en tegelijkertijd wijd verspreid worden.

De juistheid van ons getuigenis
Exodus 23:1 - Gij zult geen vals gerucht verbreiden; gij moogt de schuldige niet helpen als misdadig getuige.

De tekst hierboven richt zich hoofdzakelijk tot wat wij over anderen zeggen, maar is ook het mogelijk om een valse getuigenis over God te verbreiden? Zo ja, hoe?

Handelingen 26:22 - Als een getuige, die hulp van God heeft ontvangen tot op deze dag, sta ik dus hier voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zou.

Paulus geeft aan dat hij getrouw is geweest, getuigd heeft tegen hoog en laag geplaatste mensen. Maar aan welke maatstaf zegt hij dat hij zijn getuigenis gemeten heeft? Hoe kunnen wij dit, praktisch gesproken, in praktijk brengen in ons leven? Een vervolgvraag is, hoe en op welke wijze is Paulus in staat om “tot op deze dag” door te gaan met zijn getuigenis?

De reikwijdte van ons getuigenis
In het algemeen wordt getuigen meer gezien als een “evenement” dan als een manier van leven, die elk aspect van ons handelen en leven beïnvloedt.
Wat zeggen de volgende teksten over hoe wij kunnen getuigen in elk aspect van ons leven?

1 Petrus 2:13-15 - Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen, om des Heren wil: hetzij aan de keizer, als opperheer, hetzij aan stadhouders, als door hem gezonden tot bestraffing van boosdoeners, maar tot lof van wie goed doen. Want zó is het de wil van God, dat gij door goed te doen de mond snoert aan de onwetendheid van de onverstandige mensen.

1 Korintiërs 10:31 - Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.

Kolossenzen 3:17 - En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!

Als u het leven van Daniel bestudeert, dan zult u gemakkelijk ontdekken dat Daniels getuigenis veel verder reikte dan de vorm van openbare getuigenis die tegenwoordig zo populair is. Hij leefde zijn leven op zo’n manier dat hij altijd een getuige van God was, zowel in het eerbiedigen van de “wetten van het land” als in zijn vasthoudendheid aan een rein dieet. Het is zo dat ons getuigenis in ons dagelijks leven (hoe wij auto rijden, ons huis en tuin in orde houden, hoe we met elkaar omgaan, etc.) net zo een groot getuigenis aflegt als de traditionele vormen van evangelisatie.

Er zijn veel meer voorbeelden. Zie of u er zelf een paar kunt bedenken.

Door voortdurend te zoeken naar “hulp van God” zijn we in staat om een getuige voor God te zijn in elk aspect van ons leven, ook in een openbare getuigenis van het evangelie, en door de juistheid van ons getuigenis te meten aan de maatstaf van Gods woord kunnen we ervan verzekerd zijn dat ons getuigenis nooit vals zal zijn. Terwijl het presenteren van een vals beeld van Christus velen heeft afgestoten, zullen wij, als wij Hem verhogen voor de mensen - in elke situatie en altijd, in wat we ook doen - alle mensen tot Hem getrokken worden. ( Johannes 12:32).

De verlorenen zoeken



Lukas 19:10 - Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden.

Voor de bekering van één zondaar zou de prediker zijn uiterste best moeten doen. De ziel die door God is geschapen en door Christus is gered is van grote waarde, omdat God grote mogelijkheden en geestelijke voordelen aan de prediking verbonden heeft, er in zo iemand grote capaciteiten tot leven kunnen worden gewekt door middel van de prediking van het woord van God en door de presentatie van de hoop van het evangelie, zo iemand onsterfelijkheid kan verkrijgen. Als Christus de 99 achterliet om dat ene verloren schaap te zoeken, kunnen wij met recht minder doen? Is het niet nalatig om niet te werken zoals Christus deed, op te offeren zoals Hij zichzelf opgeofferd heeft; is het niet een verraad aan het heilige vertrouwen dat in ons is gesteld en een belediging aan God? AA 370

Het hart van een ware prediker is vervuld met intens verlangen om zielen te redden. Tijd en krachten worden ingezet, moeizame inspanningen worden niet gemeden, want anderen moeten de waarheid die aan hem gebracht is en zijn ziel verblijd heeft met vrede en vreugde, horen. De Geest van Christus rust op hem. Hij waakt over de zielen als iemand die verantwoording moet afleggen. Met zijn ogen gericht op het kruis van Calvarie, zich de verheven Christus voor ogen houdend, vertrouwend op Zijn genade en gelovend dat Zijn wil bij hem zal zijn tot het einde, als zijn schild, zijn kracht, zijn efficiëntie, werkt hij voor God. Met uitnodigingen, smekingen, gemengd met de verzekering van Gods liefde, zoekt hij ernaar zielen te redden voor Jezus en in de hemel wordt hij gerekend tot degenen die “geroepen, uitverkoren en getrouw” zijn (Openbaring 17:14). AA 371

Door Zijn voorbeeld heeft de Verlosser getoond dat Zijn volgelingen in de wereld en toch niet van de wereld kunnen zijn. Hij kwam, niet om deel te hebben aan de verleidende pleziertjes, om meegesleurd te worden door de gebruiken en mee te doen aan gangbare praktijken, maar om de wil van Zijn Vader te doen en om de verlorenen te zoeken en te redden. Met dit doel voor ogen kan de christen onbesmeurd in de wereld staan. Wat ook zijn post of omstandigheid is, verheven of nederig, hij zal altijd de kracht van waar geloof in de betrouwbare uitoefening van zijn plicht ten toon spreiden. Niet in de afwezigheid van beproevingen, maar juist midden in beproevingen wordt het christelijke karakter gevormd. Blootstelling aan spotternij en tegenstand leidt de volgeling van Christus tot grotere waakzaamheid en intenser gebed tot de machtige Helper. AA 467

Lukas 4:18-19 - De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; 19 en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.

Wijsheid



Openbaring 14:6,7 - En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

Psalm 111:10 - De vreze des Heren is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze [waarheid, recht, verbond] betrachten. Zijn lof houdt eeuwig stand.

Spreuken 9:10 - De vreze des Heren is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand.

1 Korinthiërs 1:17-23 - Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken. Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen. Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaash eid.

God zien



Jesaja 6:1-5 -- In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel. Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij. En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol. En de dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook. Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is, – en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen, gezien.

Job 19:25-27 - Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden. Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen, die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal, die mijn eigen ogen zullen zien en niet een vreemde; …

Matteüs 5:8 - Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Hebreeën 12:14 - Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.

God roept om een onverdeelde aandacht van de mannen (en vrouwen) wie Hij zich heeft uitgekozen. Alleen de reinen van hart zullen God zien. Dit zien van God in een helder geestelijk licht is de verlossing voor de gelovige. Zodra een mens besluit te sterven aan zichzelf, begint het nieuwe licht in hem sterker en sterker toe te nemen, totdat hij in staat is God, die onzichtbaar is, te zien. En als een mens God ziet, wordt zijn karakter veranderd naar het heilige beeld dat hij ziet. Zijn woorden, zijn geest, zijn houding, zijn handelingen in alles, getuigen van de helderheid van zijn oordeel. Naar de mate waarin hij God ziet, zal hij geestelijke kracht in zijn karakter ontvangen en de toewijding van zijn leven, zijn tijd en zijn krachten aan God, zijn daar het resultaat van. ST, March 10, 1898 par. 9

Openbaring 1:7 - Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen.

Amos 4:12 - Daarom zal Ik aldus met u doen, o Israël. Omdat Ik dan dit met u doen zal, – bereid u om uw God te ontmoeten, o Israël.

Anders zijn



Johannes 17:21-22 -- opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:

Handelingen 1:13-14 -- En toen zij in de stad gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes en Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus. Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Handelingen 2:46 -- en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten,

Handelingen 4:32 --En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk.

We waakten er ernstig voor dat de Schriften niet zouden worden gebogen om tegemoet te komen aan de gedachten van mensen. We probeerden om onze verschillen zo min mogelijk te benadrukken door niet lang stil te staan bij punten die minder belangrijk waren, of waarover veel verschil van mening was. Maar de last van elke ziel was om onder de broeders een omstandigheid te creëren die zou beantwoorden aan het gebed van Christus dat Zijn discipelen één zouden zijn zoals Hij en de Vader een zijn. Soms verzetten een of twee van de broeders zich koppig tegen het inzicht dat gepresenteerd werd vanuit de natuurlijke gevoelens van hun hart. Maar wanneer deze houding opspeelde, stelden we de studie uit en schortten we de vergadering op, zodat iedereen de gelegenheid kreeg om tot God te gaan in gebed en in stilte onderzocht iedereen de passage voor zichzelf, ondertussen licht vragend van omhoog. Met uitdrukkingen van vriendschap gingen we uiteen, om elkaar spoedig weer te ontmoeten om onze studie te hervatten. Soms kwam de kracht van God over ons op een of andere duidelijke manier en wanneer helder licht werd gepresenteerd over de punten die wij onder handen hadden, huilden wij en verblijden we ons met elkaar. We hielden van Jezus; we hielden van elkaar. {RH, July 26, 1892, par. 5}

In deze dagen heeft God grote dingen voor ons gedaan en de waarheid was kostbaar voor onze zielen. Het is nodig dat onze eenheid vandaag zodanig is dat het de toets der beproeving kan doorstaan. Wij zijn hier in de school van de Meester, opdat we getraind mogen worden voor de hogeschool in de hemel. We moeten leren teleurstellingen te dragen zoals Christus deed en de lessen die we aldus leren zullen van grote belangrijkheid voor ons zijn. {RH, July 26, 1892 par. 6}

We hebben vele lessen te leren en vele, vele om af te leren. God en de hemel alleen zijn onfeilbaar. Zij die denken dat zij nooit een geliefd standpunt zullen hoeven opgeven, nooit de gelegenheid hebben om van standpunt te veranderen, zullen teleurgesteld worden. Zolang als we ons met vasthoudendheid vastklampen aan onze eigen ideeën en meningen, kunnen we niet die eenheid hebben waar Christus voor gebeden heeft. {RH, July 26, 1892 par. 7}

Filippenzen 3:15-16 -- Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; 16 maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder!

Romeinen 12:2 -- En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Leven in eenheid



1 Korintiers 1:10 - Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen.

Efeziers 4:3,4,6,13 - en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, … één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen. totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.

Veel van onze mensen beseffen niet hoe sterk het fundament van ons geloof is. Mijn echtgenoot, ouderling Joseph Bates, vader Pierce [een titel uit respect en liefde, die niets te maken heeft met katholicisme], ouderling Edson en anderen, die bezield, edel en oprecht waren, waren onder degenen die, na het verstrijken van de tijd in 1844, opzoek gingen naar de waarheid als was het een verborgen schat. Ik sloot mij aan bij hen en wij studeerden en baden met grote ernst. Vaak bleven we tot laat in de nacht bijeen en soms zelfs de hele nacht, biddend om licht en het woord bestuderend. {1BIO 144.3}

Zij die oprecht verlangen naar waarheid, zullen niet terughoudend zijn om hun standpunten aan onderzoek en kritiek bloot te leggen en zij zullen niet boos zijn als hun meningen en ideeën aan de kaak gesteld worden. Dit was de geest die wij veertig jaar geleden koesterden. We kwamen bijeen, bezwaard in onze ziel, baden dat wij één zouden zijn in geloof en leer. Want we wisten dat Christus niet verdeeld is. Wij brachten niet meer dan één onderwerp naar voren voor onderzoek. Vroomheid was het karakter van deze beraadslagingen. De Bijbel werd geopend met een gevoel van eerbied. Vaak vastten wij erbij, opdat we in staat zouden zijn de waarheid te begrijpen. Na ernstig gebed, als het punt nog niet geheel duidelijk was, werd het bediscussieerd en iedereen gaf openlijk zijn mening. Dan gingen we wederom in gebed en ernstige verzoeken werden naar de hemel opgezonden, dat God ons zou helpen om elkaar te accepteren en dat wij één zouden zijn, zoals Christus en de Vader een zijn. Vele tranen werden vergoten. Als een broeder een andere terechtwees voor een gebrek aan inzicht om een passage te begrijpen, nam de aangesproken broeder, zijn broeder bij de hand en zei: “Laten we de Heilige Geest van God niet grieven. Jezus is met ons, laten wij daarom nederig zijn en ons laten onderwijzen.” En de aangesprokene zei: “Vergeef mij, broeder, ik heb u geen recht gedaan.” Dan bogen wij ons neer in weer een gezamenlijk gebed. We brachten vele uren op deze manier door. Normaal gesproken studeerden we niet meer dan vier uren achtereen, maar soms werd de hele nacht besteed in het plechtig onderzoeken van de Schrift, opdat we de waarheid voor onze tijd zouden mogen begrijpen. Bij sommige gelegenheden kwam de Heilige Geest over mij en moeilijke schriftgedeelten werden op Gods manier duidelijk gemaakt en er heerste een perfecte harmonie. We waren allen een van zin en een van Geest. {RH, July 26, 1892 par. 4}

Jeremia 32:38-40 -- zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun één hart en één weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wèl zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken;

Ezechiel 11:19 - Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven.

De Grote Strijd en Eenheid



Jesaja 52:7-8 -Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning. Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de HERE naar Sion wederkeert.

Een leger kan niets succesvols ondernemen als de verschillende onderdelen niet als een eenheid samenwerken. Als elke soldaat zou handelen zonder rekening te houden met de anderen, zou het leger al gauw ongeorganiseerd uit elkaar vallen. In plaats van het verzamelen van kracht voor een effectieve actie, zou het haar kracht verspillen in vruchteloze pogingen. Christus bad dat Zijn discipelen een zouden zijn met Hem, zoals Hij een is met de Vader… {3SM 24.1}

Welke goede kwaliteiten iemand ook mag hebben, hij kan geen goed soldaat zijn als hij onafhankelijk opereert. Goede dingen kunnen zo nu en dan gedaan worden, maar zullen vaak van weinig betekenis zijn en in het eind juist meer schade aanrichten dan goed. Zij die onafhankelijk handelen voeren een heel schouwspel op voor iets dat ze doen, trekken de aandacht, schitteren voor korte tijd en verdwijnen dan weer snel van het toneel. Allen in de gemeente moeten dezelfde richting uitgaan om efficiënt te werken voor het doel van God ….{3SM 24.2}

God vraagt een gezamenlijke actie van Zijn soldaten, en om dit in de gemeente te laten plaatsvinden, is zelfbeheersing nodig. Sommigen moeten zichzelf inhouden en zelfbeheersing tonen … .--Letter 11a, 1886. {3SM 24.3}

Handelingen 2:1 - En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen.

Zij, die in het leger van Christus dienen, moeten samenwerken. Zij kunnen geen trouwe soldaten zijn tenzij zij opdrachten gehoorzamen. Eensgezinde actie is essentieel. Een leger waarin sommige legeronderdelen handelen zonder rekening te houden met andere legeronderdelen, heeft geen kracht. Om nieuwe gebieden toe te voegen aan het koninkrijk van Christus, moeten Zijn soldaten eensgezind handelen… Hij roept om een verenigd leger, dat standvastig voorwaarts gaat, niet als een groep dat bestaat uit onafhankelijke atomen. De kracht van Zijn leger moet gebruikt worden voor een verheven doel. Haar pogingen moeten geconcentreerd zijn op een grote taak: … het verheffen van de wetten van Zijn koninkrijk voor de wereld, voor de engelen en voor de mensen. (MS 82, 1900).

De engel zei: “Luister!” En spoedig hoorde ik een stem als van vele muziekinstrumenten, die in harmonie een heerlijk geluid maakten. Het was mooier dat welk muziekspel dat ik ooit gehoord had en het straalde genade, medeleven en verheffende heilige blijdschap uit. Het bracht een rilling teweeg door mijn hele lichaam. De engel zei: “Kijk!” En mijn aandacht werd getrokken naar de groep die ik eerder had gezien en die door elkaar geschud werd. Mij werden hen getoond die ik eerst in grote wanhoop voor de Geest had zien bidden en huilen. De groep van beschermengelen rondom hen was verdubbeld en zij waren gekleed in een wapenrusting van hoofd tot voeten. Zij bewogen zich in perfecte orde, als een afdeling soldaten. Hun gezichten toonden de ernstige conflicten waarin zij verwikkeld waren, de vreselijke strijd die zij doormaakten. Toch had hun verschijning, waaruit duidelijk hun innerlijke strijd bleek, een glans die scheen als een heerlijk licht van de hemel. Zij hebben de overwinning behaald en het bewerkte in hen een diep gevoel van dankbaarheid en heilige, gezegende blijdschap. {CET 176.3}

God houdt van u!



Jeremia 31:3 - Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid.

Als eeuwig betekent zonder begin en zonder einde. Wat bedoelt God als Hij zegt: "Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde?"

In het licht van Romeinen 8:37-39: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here” is Gods liefde eeuwig, Ja, want de eeuwige liefde van God wil zeggen dat God niet meer en ook niet minder van ons kan houden. Hij houdt altijd van mensen met een eeuwige liefde.

Het wil zeggen dat wat de omstandigheden des leven ook zijn, zij het verdriet, zij het ellende God blijft even veel van ons houden. Omstandigheden kunnen God er niet toe brengen minder van zijn kinderen te houden.
God kan niet meer worden; God kan niet minder worden. Hij is altijd op zijn best, Zijn zuiverst, Zijn hoogst, Zijn maximum wat Zijn liefde betreft. Hij kan daarom niet meer of minder liefhebben.
Wij echter kunnen naar de mate waarin wij voor Hem openstaan meer van zijn liefde ervaren. Naar de mate waarin een mens zich overgeeft aan God kan hij of zij meer van die liefde tot zich nemen. En als we groeien in de liefde van God dan is het niet dat God meer van ons gaat houden maar het is dat wij ons meer openstellen voor zijn liefde.

Christus had reeds lang voor de grondlegging der aarde besloten dat Hij voor ons zou sterven, mocht het mis gaan! Hij en Zijn Vader hebben besloten om toch mensen te maken met een vrije wil, ondanks dat zij de ellende die die vrije wil met zich zou mee brengen, voorzagen.

God heeft ons Zijn liefde bewezen te midden van onze hulpeloosheid en zonde, want "God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld." Romeinen 5:8,9

Liefde van voor het begin der dingen, via de dood van Jezus aan het kruis om ons met God te verzoenen naar liefde die doorgaat tot in de overwinning van de laatste vijand: de dood.

Zelfs de vernietiging der goddelozen zal een daad van liefde zijn, die God bewijst aan Zijn kinderen, uitgevoerd onder het geschrei van bittere tranen door alle wezens in het gehele universum, want God heeft geen welgevallen aan dood, maar dat een ieder leeft (Ezechiel 18:32).

En daarna zullen we eeuwig bij God zijn, die God die verklaard heeft dat Hij ons zoveel liefheeft, dat Hij ernaar verlangt om bij ons te wonen en Zijn tent bij ons op te slaan. Openbaring 21:3

Het Eeuwig Evangelie (Openbaring 14:6) verkondigt aldus de Eeuwige Liefde (Jeremia 31:3) van de Eeuwige Vader (Jesaja 9:5).

Eeuwige liefde is ONEINDIGE liefde. Zonder begin, zonder eind, maar ook constant, altijd hetzelfde, wat onze situatie ook is.
Is dat niet mooi? Geeft dat u niet weer moed? Het vertelt ons dat wat er ook gebeurt in ons leven, Gods liefde voor ons er altijd is en altijd zal zijn, tot in alle eeuwigheid! Zo'n God kun je alleen maar eren en gehoorzamen. En JA, terug liefhebben.

Revolutie



Er moet een geest van overtuiging gezien worden die zal openbaren dat wij bekeerd zijn. Er moet een geestelijke revolutie in de gemeenten plaatsvinden zodat de vruchten der gerechtigheid te zien zullen zijn in onze dagelijkse levens. {1888 Materials 241.2}

Romeinen 12:2 - En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

De Heer Jezus heeft de mens een voorbeeld getoond in Zijn eigen leven. Voor het zelfzuchtige, zondige hart, geeft Hij een nieuw hart van liefde. Hij verandert het hart en bewerkt een totale revolutie in de ziel. Hij bewerkt licht uit duisternis, liefde uit vijandschap en heiligheid uit onreinheid, zodat degenen die in Christus geloven het leven en het karakter van Christus aan de wereld kunnen tonen. De apostel zegt: “Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.” 1 Korinthiers 3:9 {Letter 28, 1892}

Jeremia 50:9 - Want zie, Ik verwek en doe oprukken tegen Babel een menigte grote volken, uit het Noorderland, en zij scharen zich ertegen in slagorde, vandaar zal het ingenomen worden; de pijlen ervan zijn als een gelukkig held, die niet onverrichter zake terugkeert.

Openbaring 14:8 - En een andere, een tweede engel, volgde, zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de hartstocht zijner hoererij al de volkeren heeft doen drinken.

Door Christus wordt een morele kracht in de mens geplant die zijn hele wezen en zijn voorkeuren verandert en hem in staat stelt om zijn wil in te zetten voor de zaak van God. Was eerder al de kracht van gedachten en lichaam geconcentreerd op het doen van de werken der kwade, nu heeft er door de werking van de Geest van God een revolutie plaatsgevonden. De Heilige Geest verlicht, vernieuwt en heiligt de ziel. Engelen kijken met opperste verrukking naar de resultaten van het werk van de Heilige Geest in de mens. {YRP 332.1}

Terwijl deze waarheden door het hoofd van de zondaar flitsen, wordt een revolutie tot stand gebracht. {Signs of the Times, July 6, 1888 par. 12} meegemaakt. {9T 126.1}

Lichtstralen



Ik zou willen dat u allen een blik zou kunnen werpen in de gezichten die jaren geleden aan mij verschenen zijn. In mijn jonge meisjesjaren heeft het de Here behaagd mij een blik te gunnen in de heerlijkheid van de hemel. Ik werd in een gezicht in de hemel opgenomen en een engel zei: “Kijk!” Ik keek naar de aarde en het was in dikke duisternis gehuld. De zwaarmoedigheid die over mij heen kwam was onbeschrijflijk toen ik deze duisternis zag.
Weer kwam het woord tot mij: “Kijk dan.” En weer keek ik naar de wereld en toen zag ik dat er lichtstralen als kleine sterrenstipjes door de duisternis heen schenen. En ik zag dat de een na de andere lichtstraal werd toegevoegd en dwars door de morele duisternis nam het aantal van deze sterachtige lichtstralen steeds meer toe.
En de engel ze: “Deze zijn het die in de Heer Jezus geloven en de woorden van Christus gehoorzamen. Zij zijn het licht der wereld; en als het niet vanwege deze lichtjes was, dan zouden de oordelen van God onmiddellijk voltrokken worden aan de overtreders van Gods wet.” Ik zag toen dat deze lichtstipjes groter werden en feller gingen schijnen van oost naar west, van noord naar zuid en de hele wereld werd erdoor verlicht. Bij tijd en wijle gingen sommige lichten minder fel schijnen en anderen gingen uit en iedere keer als dit gebeurde werd er gehuild in de hemel.
Maar sommige van de lichten gingen alleen maar feller en steeds feller schijnen en hun lichtstralen reikten heel ver en als gevolg daarvan werden er steeds nieuwe lichten toegevoegd. Als dit gebeurde, was er gejuich in de hemel. Ik zag dat de lichtstralen direct voortkwamen uit Jezus, om vervolgens kostbare lichtstralen in de wereld te worden. {Gospel Workers 379}

Jeremia 20:9 - Maar zeide ik: Ik wil aan Hem niet denken en in zijn naam niet meer spreken, dan werd het in mijn hart als brandend vuur, opgesloten in mijn gebeente; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet.

Marcus 16:15 - En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.

Johannes 8:12 - Wederom dan sprak Jezus tot hen en zeide: Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben.

Matteus 5:14-16 - Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

In nachtgezichten verschenen mij voorstellingen van een grote hervormingsbeweging onder het volk van God. Velen prezen God. De zieken werden genezen en andere wonderen vonden plaats. Een geest van bemiddelend gebed werd waargenomen, zoals plaatsvond vóór de grote Pinksterdag. Honderden en duizenden bezochten familieleden en openden het woord van God voor hen. Harten raakten overtuigd door de kracht van de Heilige geest en een geest van oprechte bekering werd waargenomen. Overal gingen deuren open voor de verkondiging van de waarheid. De wereld scheen verlicht met hemelse invloeden. Grote zegeningen werden ervaren door de waarachtige en nederige kinderen van God. Ik hoorde stemmen van dankzegging en lofprijzing en er leek een hervorming plaats te vinden zoals we in 1844 hebben meegemaakt. {9T 126.1}

Laat de gevangenen vrij



Johannes 8:36 - Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.

Judas 1:24 - Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde,

Judas 1:25 - de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Here, heerlijkheid, majesteit, kracht en macht vóór alle eeuwigheid, èn nu èn in alle eeuwigheden! Amen.

Romeinen 6:6 - dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;

Matteüs 1:21 - Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.

Galaten 5:16 - Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.

Galaten 5:25 - Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.

Romeinen 8:4 - Opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.

Allen die ware godsvrucht belijden staan onder de hoogst heilige plicht om hun gedachten onder controle te houden en zelfbeheersing te beoefenen onder zelfs de grootste provocaties. De lasten die op de schouders van Mozes werden gelegd waren erg groot. Weinig mannen zullen net als hij zo erg beproefd worden. Toch werd het niet toegestaan om zijn zonden te verontschuldigen. God heeft voldoende voorzieningen getroffen voor Zijn volk. Als zij op Zijn kracht vertrouwen, zullen zij nooit overgeleverd zijn aan omstandigheden. De sterkste verleiding kan nog geen zonde verontschuldigen. Hoe groot de druk ook is die geplaatst wordt op de ziel, de overtreding is altijd onze eigen keuze. De aarde of de hel heeft niet de kracht om iemand tot zonde te bewegen. Satan valt ons aan op onze zwakke punten, maar wij hoeven niet overwonnen te worden. Hoe sterk en hoe onverwacht ook de aanval is, God heeft hulp ter beschikking en in Zijn kracht mogen wij overwinnen. {CC 110.4}

Voorbereid op de crisis



Matteus 25:1-12 -- Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; 4 doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. 5 Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet.

Ik zag dat velen de voorbereiding die zij zo hard nodig hebben, verwaarloosden en uitkeken naar de tijd van “verkwikking” en de “spade regen” om hen gereed te maken om staande te blijven in de dag van de Heer en te leven in Zijn aangezicht. O hoe velen zag ik zonder bescherming in die tijd der verzoeking! Zij hadden de voorbereiding die zo nodig was verwaarloosd en daarom konden zij de verkwikking niet ontvangen, die iedereen moet hebben om geschikt te zijn om te leven in het aangezicht van de heilige God. -- {CET 112.3}

Matteus 24:42-44 -- Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt. Maar weet dit: Als de heer des huizes geweten had, in welke nachtwaak de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en in zijn huis niet hebben laten inbreken. Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen.

Het Kruis: heerlijkheid en kracht



Van alle belijdende christenen zouden Zevende-dags Adventisten de eersten moeten zijn die Christus verheffen voor de wereld. De verkondiging van de drie engelenboodschap vraagt om het presenteren van de sabbatwaarheid. Deze waarheid en de anderen die in onze boodschap verweven zijn, moeten verkondigd worden, maar de grootse middelpunt van aantrekking, Christus Jezus, moet er niet buiten gelaten worden. Het is bij het kruis van Christus dat genade en waarheid elkaar ontmoeten en gerechtigheid en vrede elkaar kussen. -- {GW 156.2

} Galaten 6:14 - Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld.

1 Korinthiërs 1:18 - Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.

Openbaring 18:1 - Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht.

Het kruis spreekt tot het hemelse heir, de niet gevallen werelden en de gevallen wereld over de waarde die God aan mensen toekent en over Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad. Het getuigt aan de wereld, aan de engelen en aan de mensheid de onveranderlijkheid van de goddelijke wet. De dood op het kruis van Gods eniggeboren Zoon als plaatsvervanger van de zondaar is het onweerlegbare argument voor het onveranderlijke karakter van de wet van Jehova. -- The Review and Herald, May 23, 1899.

De vraag is mij gesteld: “Denkt u dat de Heer meer licht heeft voor Zijn volk?” Ik antwoord dat Hij licht heeft dat nieuw voor ons is en toch is het ook het kostbare oude licht dat moet schijnen uit het Woord der waarheid. We hebben nu nog slechts een glimp opgevangen van de stralen van licht die nog tot ons moeten komen. -- {1SM 401.2}

Er is veel licht dat nog moet schijnen van de wet van God en het evangelie der gerechtigheid. Deze boodschap, zal, wanneer het goed begrepen wordt en in de Geest verkondigd wordt, de aarde verlichten met Zijn heerlijkheid. -- {TDG 314.1}

Tongcontrole



Jakobus 1:26 - Wie meent dat hij God dient, terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen, zit op een dwaalspoor, en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite.

Jakobus 3:5 - Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen! Bedenk eens hoe een kleine vlam een enorme bosbrand veroorzaakt.

Jakobus 3:6 - Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna.

Jakobus 3:8 - Maar er is geen mens die de tong kan temmen, dat onberekenbare kwaad, vol dodelijk venijn.

1 Petrus 3:10 - Immers: ‘Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen.

Spreuken 21:23 - Wie zijn tong in toom houdt, bespaart zich in zijn leven allerlei ellende.

Prediker 5:2 - Drukte leidt tot dromerij en veel praten tot gebazel.

Prediker 10:12 - De woorden die de wijze in de mond neemt, geven hem respect; wat er van de lippen van de dwaas komt, verstrikt hem in steeds groter warrigheid.

Het zaad van wantrouwen zaaien is hulp verlenen aan de vijand. Het is normaal voor mensen om scherpe woorden te spreken. Zij die toegeven aan deze neiging openen de deur naar hun hart voor Satan en om hen snel te maken in het onthouden van de fouten en tekortkomingen van anderen. Hun fouten worden levend gehouden, hun tekortkomingen worden in onuitwisbaar schrift genoteerd en woorden worden geuit die een blijk van wantrouwen wekken over hen die hun best doen om hun plicht samen met God te vervullen. Vaak wordt het zaad van wantrouwen gezaaid, omdat men denkt dat men bevoordeeld had moeten worden, wat niet is gebeurd. -- {Adventist Home 441.2}

God roept gelovigen op om op te houden met het zoeken naar fouten, op te houden met doen van haastige en onvriendelijke uitspreken. Ouders, laten de woorden die u spreekt tegen uw kinderen vriendelijk en aangenaam zijn, zodat engelen u kunnen bijstaan om hen tot Christus te brengen. Een grondige hervorming moet plaatsvinden in de thuiskerk. Laat het meteen beginnen. Laat alle mopperen en dreigen en schelden achterwege. Zij die dreigen en schelden sluiten de engelen van de hemel buiten en openen de deur voor kwade engelen. -- {Adventist Home 441.3}

De zifting



Ik zag mensen met sterk geloof in wanhoop roepen tot en pleiten met God. Hun gezichten waren bleek en getekend door diepe angst, uitdrukking gevend aan hun innerlijke strijd. Vastberadenheid en grote ernst was op hun gezichten te lezen; grote druppels zweet vielen van hun voorhoofden. Nu en dan lichtte hun gezichten op door de uitingen van Gods genade, om meteen daarna weer vertrokken te zijn van een ingetogen, maar ernstig bange blik. {CET 175.1}

Terwijl zij die aanbaden, doorgingen met hun ernstige roep, brak van tijd tot tijd een lichtstraal van Jezus door om hun harten te bemoedigen en hun gezichten te verlichten. Sommigen, zo zag ik, namen niet deel aan dit werk van worsteling en smeking. Zij leken onverschillig en zorgeloos. Zij boden geen weerstand aan de duisternis rondom hen en het sloot hen in als een dikke wolk. De engelen van God verlieten dezen en gingen hulp bieden aan hen die ernstig baden. Ik zag engelen van God zich haasten naar hen die met al hun krachten vochten om weerstand te bieden aan boze engelen en pogingen deden zichzelf te helpen door God met volharding aan te roepen. Maar Zijn engelen lieten hen die geen pogingen deden om zichzelf te helpen met rust en ik verloor hen uit het oog. {CET 175.3}

Matteus 25:1-13 - Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.

Habakuk 2:1-3 - Ik wil gaan staan op mijn wachttoren en mij stellen op de wal, ik wil uitzien naar wat Hij tot mij spreken zal, en wat ik moet antwoorden op mijn klacht. Toen antwoordde de HERE mij: Schrijf het gezicht op en zet het duidelijk op tafelen, opdat men het in het voorbijlopen zal kunnen lezen. Want wel wacht het gezicht nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het niet.

Word wakker!



Mij is verzocht de kerken op te roepen de slaap te laten varen en wakker te worden. We moeten met onzichtbare, bovennatuurlijke vijanden worstelen. -- {RC 201.2}

De waarschuwing zal worden gegeven door middel van duizenden stemmen overal op aarde. Wonderen zullen worden verricht, de zieken zullen worden genezen en tekenen en wonderen zullen de gelovigen volgen. -- {CM 151.4}

Toen de Heiland zei: “Ga … op weg … maak alle volken tot mijn leerlingen,” zei Hij ook: “Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.” De belofte is zo verstrekkend als de zendingsopdracht. Niet dat iedere gelovige alle gaven krijgt, maar zoals de Geest “ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil” (1 Kor.12:11). Maar de gaven van de Geest worden aan iedere gelovige beloofd in overeenstemming met wat hij nodig heeft voor het werk des Heren. De belofte is nu even sterk en betrouwbaar als in de dagen van de apostelen. “Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen.” Dit is het voorrecht van de kinderen van God en het geloof zou gebruik moeten maken van alles wat beschikbaar is als getuigenis van geloof. -- {DA 823.2}

U zegt misschien: “Waarom dan het werk niet aangrijpen en de zieken genezen zoals Christus dat deed?” Ik antwoord: “U bent er niet klaar voor.” … Er moet een hervorming door onze gelederen gaan. Men moet een hoger niveau bereiken, voordat we kunnen verwachten dat de macht van God zich op een bijzondere manier manifesteert ten behoeve van de genezing van de zieken. … -- {MM 15.4}

De liefde van Christus in het hart, die in het leven zijn wonderbaarlijke kracht laat zien – dit is het grootste wonder dat voor een gevallen, ruziënde wereld kan worden verricht. Laten we proberen dit wonder te bewerken, niet in onze eigen kracht, maar in de naam van de Here Jezus Christus, van wie we zijn en die we dienen. Laten we Christus aandoen en de wonderen bewerkende kracht van Zijn genade zal zo duidelijk in de karakterverandering worden geopenbaard, dat de wereld ervan overtuigd zal worden dat God Zijn Zoon naar de wereld zond om de mensen als engelen te maken in karakter en leven. -- {UL 233.2}

8 februari: Kijk naar het kruis



Kijk naar het kruis en wees gebroken – Als we naar de gekruisigde Verlosser kijken, begrijpen we de grootsheid en betekenis van het door de Majesteit des hemels gebrachte offer beter. Het heilsplan wordt vóór onze ogen verheerlijkt en de gedachte aan Golgotha roept levendige en heilige emoties in ons wakker. Lofprijzing aan God en het Lam zal in onze harten en op onze lippen zijn; want trots en zelfverheerlijking kunnen niet bloeien in de ziel die de taferelen van Golgotha in zijn herinnering levend houdt. Wie oog blijft houden voor de weergaloze liefde van de Heiland zal verheven gedachten krijgen, een gereinigd hart en een veranderd karakter. Hij zal uitgaan om een licht voor de wereld te zijn, om in zekere mate deze mysterieuze liefde te weerspiegelen. – DA 661.3

Niet langer onverschillig! – De veranderende kracht van de genade van Christus vormt degene die zichzelf in dienst van God stelt. Vervuld van de Geest van de Verlosser is hij bereid zichzelf te verloochenen, zijn kruis op zich te nemen en voor de Meester elk denkbaar offer te brengen. Hij kan niet langer onverschillig staan tegenover de zielen die rondom hem, hun ondergang tegemoet gaan. Hij wordt uitgetild boven dienst aan zichzelf. Hij is opnieuw geschapen in Christus en er is in zijn leven geen plaats voor dienst aan zichzelf. Hij is zich ervan bewust dat ieder deel van zijn wezen het eigendom van Christus is, die hem van de slavernij der zonde verlost heeft, dat ieder moment van zijn toekomst met het kostbare levende bloed van Gods eniggeboren Zoon gekocht is. – LHU 58.3

Sta op en ga aan de slag! – De Kerk heeft de belofte dat Christus in haar aanwezig is, als zij Zijn werk doet. Hij zei: “Ga … op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen … En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” Zijn juk op je nemen is een van de eerste voorwaarden voor het ontvangen van Zijn kracht. Juist het leven van de kerk hangt af van de trouw waarmee ze de zendingsopdracht van de Heer vervult. Veronachtzaming van dit werk betekent zonder meer een kans dat geestelijke zwakte en geestelijk verval binnen zullen komen. Waar geen inzet voor anderen bestaat, neemt de liefde af en verflauwt het geloof.” – DA 825.2

Pinksteren, Hij zal het opnieuw doen! – De eerste discipelen gingen erop uit om het Woord te prediken. Ze lieten in hun leven zien wie Christus was. En de Heer werkte met hen samen … Deze discipelen bereidden zichzelf voor op hun werk. Vóór de Pinksterdag kwamen ze bij elkaar en zetten ze alle verschillen opzij. Ze waren eensgezind. Ze geloofden in de belofte van Christus dat er een zegening zou plaatsvinden en ze baden in geloof. Ze vroegen niet om een zegen voor zichzelf alleen, ze vonden het zeer belangrijk zielen te redden. Het evangelie moest gebracht worden tot aan de uithoeken van de aarde en ze maakten aanspraak op de uitstorting van kracht die Christus beloofd had. Toen werd de Heilige Geest uitgestort en in een dag werden er duizenden bekeerd.

Zo kan het vandaag gaan. - Laat, in plaats van dat de beschouwingen van de mens worden uitgedragen, het woord van God worden verkondigd. Laten christenen hun meningsverschillen opzijzetten en zichzelf aan God geven voor de redding van de verlorenen. Laten ze in geloof om de zegen vragen en die zal komen. De uitstorting van de Geest in de tijd van de apostelen was de “vroege regen” en het resultaat was groots, maar de “late regen” zal overvloediger zijn (vgl. Joël 2:23). -- DA 827.2

Mensen wachten op ons



Mensen wachten op ons! – Er zijn velen die de Schriften lezen en toch de waarheid niet begrijpen. Over de hele wereld kijken mannen en vrouwen verlangend op naar de hemel. Gebeden en tranen en zelfonderzoek stijgen uit de verlangende zielen naar boven voor licht en genade, voor de Heilige Geest. Velen staan aan de grenzen van het Koninkrijk, en wachten alleen maar tot iemand ze binnenbrengt. -- AA 109

Velen gaan te gronde – Er zijn velen die de dienst van liefdevolle christenen nodig hebben. Er zijn velen te gronde gegaan, die gered hadden kunnen worden, als buren, gewone mannen en vrouwen, hun persoonlijke plicht voor hen hadden gedaan. Velen wachten op het moment dat ze persoonlijk aangesproken worden. In het eigen gezin, de buurt, de stad, waar we wonen is er voor ons werk aan de winkel als zendelingen van Christus. Als wij christenen zijn, zullen we vreugde vinden in dit werk. Zodra iemand bekeerd is, wordt er in hem een verlangen gewekt om aan anderen bekend te maken wat voor waardevolle vriend hij in Jezus heeft gevonden. De reddende, heiligmakende waarheid kan niet in het hart opgesloten blijven. – DA 141

Het pijnlijk probleem – De Heer voegt nu weinig nieuwe zielen toe, omdat de gemeenteleden die niet bekeerd zijn en zij die eens bekeerd waren, aan het afglijden zijn. Welk een invloed zouden deze ongeheiligde leden hebben op de nieuwe bekeerlingen? Zouden ze de door God gegeven boodschap, die zij zouden moeten uitdragen, niet krachteloos maken? --CD 455.2

Verspilde mogelijkheden en verwaarloosde voorrechten – Het werk dat de kerk heeft nagelaten te doen in een tijd van vrede en voorspoed, zal zij moeten doen tijden verschrikkelijke crises, onder de meest ontmoedigende en verboden omstandigheden. De gemeenteleden zullen individueel getoetst en beproefd worden. Zij zullen in situaties terechtkomen waarin zij gedwongen zullen zijn om te getuigen voor de waarheid. Velen zullen voor besturen en gerechten gedaagd worden, soms in groepen en soms alleen. De ervaring, die hen zou moeten helpen in dit noodgeval, hebben ze nagelaten op te doen en hun zielen zijn bezwaard met wroeging voor verspilde mogelijkheden en verwaarloosde voorrechten.—5T 463

Doe alles in de juiste volgorde! – Zo gaf Christus zijn discipelen hun zendingsopdracht. Hij voorzag volledig in alles wat nodig was voor de uitvoering van het werk en nam zelf de verantwoordelijkheid voor het succes daarvan op zich. Zo lang ze zijn woord gehoorzaamden en in verbondenheid met Hem bezig waren, konden ze niet falen … De zendingsopdracht die de Heiland aan zijn discipelen gaf, had betrekking op alle gelovigen. Die opdracht slaat op alle gelovigen in Christus tot het eind der tijden. De veronderstelling dat het redden van zielen staat of valt met wat de aangestelde geestelijke doet, is een rampzalige misvatting. Aan allen tot wie de hemelse inspiratie gekomen is, is het evangelie toevertrouwd. Allen die het leven van Christus ontvangen, zijn aangesteld om te werken voor de redding van hun medemensen … Hoe iemands roeping in het leven er ook uitziet, het winnen van zielen voor Christus zou voor hem de eerste prioriteit moeten hebben. Misschien kan hij geen gemeenten toespreken, maar hij kan wat doen voor afzonderlijke personen. Aan hen kan hij het onderwijs dat hij van zijn Heer ontving, overbrengen. Het uitoefenen van een bediening is niet alleen preken … Christus wil graag dat zijn dienaren mensen, die vanwege de zonde ziek zijn, voorzien van het nodige. – DA 822.3

Zelfs niet één poging – Er zijn mensen die een leven lang beleden hebben Christus te kennen, maar die toch nooit een persoonlijke poging ondernomen hebben om zelfs maar één persoon tot de Heiland te leiden. Ze laten alles aan de voorganger over. Misschien is hij zeer geschikt voor datgene waartoe hij geroepen is, maar hij kan niet doen wat God aan de gemeenteleden heeft opgedragen. – CS 118

De heilzame oplossing – Vandaag vragen boodschappers van Gods, in de geest en kracht van Elia en Johannes de Doper, de aandacht van een in het oordeel gebonden wereld, voor de indrukwekkende gebeurtenissen die weldra zullen gebeuren als de periode van het onderzoekend oordeel Christus Jezus voorbij is en Hij op komt als Koning der Koningen en Here der Heren. Spoedig moet iedereen beoordeeld worden naar wat hij of zij in het vlees gedaan heeft. Het uur van Gods oordeel is gekomen en op de leden van zijn kerk op aarde rust de belangrijke verantwoordelijkheid degenen, die als het ware helemaal op de rand van eeuwige ondergang staan, te waarschuwen … In deze laatste uren van de periode van onderzoek voor de mensenkinderen, wanneer het lot van iedere ziel weldra voor altijd bepaald wordt, verwacht de Heer van hemel en aarde van Zijn kerk dat zij als nooit tevoren in actie komt. Degenen die in Christus vrijgemaakt zijn door kennis van kostbare waarheid, worden door de Here Jezus als zijn uitverkorenen beschouwd, die meer dan alle andere mensen op het aardoppervlak bevoorrecht zijn. En Hij rekent erop dat zij Hem zullen prijzen, die hen vanuit duisternis in wonderbaar licht geroepen heeft. De zegeningen die zo vrijelijk worden geschonken, moeten ook aan anderen worden doorgegeven. Het goede nieuws over het heil moet naar elke natie, stam, taal en volk gaan. –PK 716

Vrijmoedigheid om te Getuigen



Aarde Verlicht. -- Ik zag stralen van licht uit steden en dorpen omhoog schijnen en vanaf elke hoge en lage plaats op aarde. Gods Woord werd gehoorzaamd en als resultaat daarvan werden er gedenkstenen voor Hem opgericht in elke stad en dorp. Zijn waarheid werd verkondigd aan de hele wereld. -- Testimonies, vol. 9, pp. 28, 29. (1909) {Ev 699.3}

Honderden en duizenden gingen bij familieleden op bezoek en openden het Woord van God voor hen. Harten raakten overtuigd door de kracht van de Heilige Geest en een geest van ware bekering was merkbaar. Aan alle kanten werden deuren geopend voor de verkondiging van de waarheid. Het leek alsof de wereld werd verlicht door de hemelse invloed. -- Testimonies, vol. 9, p. 126. (1909) {Ev 699.4}

Handelingen 4:13 -- Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich, en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.

Handelingen 4:29-31 -- En nu, Here, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus. En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.

Efeziërs 3:8-12 -- Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd, in wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het geloof in Hem.

Ik hoorde hen, die bekleed waren met de wapenrusting Gods, met grote kracht de waarheid verkondigen. Het had effect. Velen waren gebonden geweest: sommige vrouwen door hun mannen, en sommige kinderen door hun ouders. De oprechten die tegengehouden waren om de waarheid te horen, legden er nu met ijver beslag op. Alle angst voor familie was verdwenen en de waarheid alleen werd door hen hoog gehouden. Zij waren hongerig en dorstig geweest naar de waarheid. Het was hen nu meer dierbaar en waardevoller dan het leven. Ik vroeg wat die grote ommekeer had teweeg gebracht. Een engel antwoordde: “Het is de spade regen, de verkwikking van voor het aangezicht van God, de luide roep van de derde engel.” {CET 177.2}

De tijd waarin wij leven is bijzonder en belangrijk. De Geest van God wordt geleidelijk aan van de aarde verdrongen. Plagen en oordelen vallen nu reeds op hen die de genade van God verachten. De rampen op land en zee, de losbandigheid van de samenleving, de geruchten van oorlogen nemen ongekende vormen aan. De berichten voorspellen gebeurtenissen van ongekende omvang. De dienaren van het kwaad bundelen hun krachten en versterken zich. Zij maken zich op voor de laatste grote crisis. Grote veranderingen zullen weldra plaatsvinden in onze wereld en de laatste gebeurtenissen zullen snel gaan. -- Testimonies, vol. 9, p. 11. {ChS 52.2}

Gods werk doen



1 Korinthiërs 3:9 -- Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.

Handelingen 2:1-4 -- En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.

Het moet begrepen worden dat perfecte eenheid onder de werkers nodig is om op succesvolle wijze het werk van God te volbrengen. Om de vrede te bewaren moeten allen de wijsheid van de Grote Leraar zoeken. Laat allen oppassen dat zij geen ambitieuze voorstellen doen die scheiding brengen. {9T 196.3}

We zijn onderdanig aan elkaar. Niemand is in zichzelf een compleet geheel. Door de onderwerping van de gedachten en de wil aan de Heilige Geest zullen wij altijd leerlingen zijn van de Grote Leraar. {9T 196.4}

We moeten aan de wereld demonstreren dat mannen van elke nationaliteit één zijn in Jezus Christus. Laat ons daarom elke barrière verwijderen en in eenheid de Meester dienen. Eenheid onder de volgelingen van Christus is een bewijs dat de Vader Zijn Zoon voor zondaars heeft gegeven. Het is een getuigenis van kracht. Want niets anders dan de wonderbare kracht van God kan mensen met hun verschillende temperamenten in harmonie tezamen brengen voor het gezamenlijk doel om de waarheid in liefde te spreken. {9T 194.2}

Onze Verlosser vervolgt Zijn instructie met de belofte dat waar twee of drie in eenheid iets zullen vragen aan God, zij het zullen ontvangen. Hier wijst Christus dat er eenheid moet zijn met elkaar, zelfs in onze verlangens voor dat wat we willen. Er wordt grote waarde gehecht aan gemeenschappelijk gebed, en eenheid in doel. God hoort gebeden van individuen, maar hier leert Jezus een speciale en belangrijke les aan Zijn nieuwe gemeente op aarde. Er moet een overeenstemming zijn over de dingen die wij verlangen en waarvoor we als gemeente bidden. Het zijn niet alleen de gedachten en de overwegingen van één persoon, vatbaar als die is voor misleiding, maar het verzoek moet een oprecht verlangen zijn van vele personen, die zich verenigd hebben rondom één doel. {3T 429.1}

De Heer verlangt ernaar dat zijn dienstknechten leren hoe zij samen en in eenheid en harmonie voor Hem werken. Soms mag het lijken alsof het contrast tussen de verschillenden gaven te groot is om samen te werken, maar zij moeten bedenken dat de mensen die bereikt moeten worden ook zeer verschillend zijn in aard. Sommige mensen zullen de waarheid afwijzen als het op de ene manier gebracht wordt, maar aannemen als het op een andere manier door een andere persoon gebracht wordt. Als Gods werkers dit begrijpen dan zullen ze samenwerken. Hun talenten zijn verschillend, maar staan onder de controle van dezelfde Geest. In elk woord en elke daad zal vriendelijkheid en liefde geopenbaard worden. En als elke werker zijn plicht trouw vervult, zal het gebed van Christus voor eenheid onder zijn volgelingen beantwoord worden en de wereld zal weten dat zij Zijn discipelen zijn. {9T 145.1}

De evangelieopdracht



Matteüs 28:19 - Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

Handelingen 8:4 - Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende.

2 Timoteüs 4:2 - verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting.

Daniël 11:32 - En degenen die zich misgaan tegen het verbond, zal hij door vleierijen tot afval bewegen, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen.

Romeinen 10:15 - En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen.

De evangelieopdracht is de grote zendingsovereenkomst van het koninkrijk van Christus. De discipelen moesten ernstig aan het werk gaan voor de redding van zielen en aan iedereen de uitnodiging van genade brengen. Zij moesten niet wachten totdat mensen naar hen toe zouden komen, maar zelf naar de mensen toegaan met hun boodschap. {AA 28.1}

De evangelieopdracht ter hand nemen is ònze belofte aan de Heer inlossen, vanuit het besef verlost te zijn. Vanuit intense dankbaarheid dat de Heer het hart van iemand heeft bewogen zich voor ons heil in te spannen en zijn of haar belofte aan God te vervullen, bewijzen we onszelf de dienst de vreugde te ervaren een verloren ziel te laten proeven van hetzelfde recht dat wij hebben genoten: “Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt” Psalm 34:9.

Job 22:2 - Kan een mens Gode een dienst bewijzen? Neen, de verstandige bewijst zichzelf een dienst.

Boosheid vermijden



Efeziërs 4:31- Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid.

Kolossenzen 3:8 - Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond.

Kolossenzen 3:21 - Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

Spreuken 29:22 - Een opvliegend man verwekt twist en de driftkop begaat vele misdaden.

Spreuken 14:17 - Wie spoedig toornig is, begaat dwaasheid, en een man met slinkse streken wordt gehaat.

Prediker 7:9 - Wees niet te spoedig geërgerd in uw geest, want ergernis huist in de boezem der dwazen.

Efeziërs 4:26 - Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan.

Wat ook de aard van het vergrijp is, het verandert het plan van God niet dat Hij heeft bedacht om onbegrip en persoonlijke grieven weer goed te maken. Vaak is een gesprek onder vier ogen en in de geest van Christus voldoende om iemand zijn fout te doen inzien en een moeilijkheid uit de weg te ruimen. Ga naar de persoon in kwestie met een hart gevuld met de liefde van Christus en met sympathie en zoek naar het oplossen van het probleem. Bespreek het geval op een kalme en stille manier. Laten er geen boze woorden aan uw lippen ontsnappen. Spreek op zo’n manier dat u een beroep doet op zijn goede kanten. Gedenk de woorden: “Weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekken.” Jacobus 5:20.

Neem naar uw broeder het medicijn mee dat de ziekte van onenigheid zal genezen. Doe uw deel om hem te helpen. In naam van de vrede en de eenheid van de gemeente, voel het als een voorrecht en als een plicht om dit te doen. Als hij naar u luistert, dan hebt u hem gewonnen tot een vriend. Heel de hemel is geïnteresseerd in het gesprek tussen hij, die gewond is geraakt en hij, die heeft verwond. Als degene die fout was, de vermaning, die in de liefde van Christus is gebracht, accepteert en zijn fout erkent, God en zijn broeder om vergeving vraagt, dan zal de zonneschijn van de hemel zijn hart vervullen. Het geschil is voorbij; vriendschap en vertrouwen hersteld. De olie van liefde heeft de pijn van het verkeerde verzacht. De Geest van God bindt hart aan hart en er is muziek in de hemel over de eenheid die daardoor ontstaat. - Counsels for the Church, p.256

Wacht op de Here



Psalm 37:9 - Want boosdoeners worden uitgeroeid, maar wie de HERE verwachten, zullen het land beërven.

Psalm 123:2 - Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand van hun heren, gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand van haar gebiedster, zo zijn onze ogen op de HERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij.

Jesaja 30:18 - Daarom verlangt de HERE ernaar u genadig te zijn, en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen, want de HERE is een God van recht; welzalig allen die op Hem wachten.

Jesaja 40:31 - Maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Jeremia 14:22- Zijn er onder de nietigheden der volken, die het laten regenen? Of kan de hemel regenstromen geven? Zijt Gij dat niet, HERE, onze God? Zo zullen wij op U hopen, want Gij doet dit alles.

Psalm 27:14- Wacht op de HERE, wees sterk, uw hart zij onversaagd; ja wacht op de HERE.

Psalm 37:34- Wacht op de HERE en bewaar zijn weg, dan zal Hij u verhogen om het land te beërven, de uitroeiing van goddelozen zult gij met vreugde zien.

Spreuken 20:22 - Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HERE, Hij zal u helpen.

Er is in eerlijk geloof een veerkrachtigheid, een evenwichtigheid in principes en een doelgerichtheid die niet door tijd of omstandigheden kan worden verzwakt. “Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.” -- Jesaja 40:30,31
Er zijn velen die ernaar verlangen om anderen te helpen, maar ze voelen dat zij geen geestelijke kracht of licht hebben om uit te delen. Laten zij hun smeekbeden voor de troon der genade brengen. Pleiten voor de Heilige Geest. God staat voor elke belofte die Hij heeft gemaakt. Zeg, met uw Bijbel in uw hand: “Ik heb gedaan wat u mij gevraagd hebt. Ik pleit op Uw belofte: “Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden.” -– Lukas 11:9,10.
We moeten niet alleen bidden in de naam van Christus, maar in de inspiratie van de Heilige Geest. Dit wordt bedoeld als er gezegd wordt: “Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” -- Romeinen 8:26
Het is Gods welbehagen zulke gebeden te beantwoorden. Als wij in oprechtheid en grote intensiteit een gebed in de naam van Christus uitademen, dan is er in dat ernstig gebed een belofte van God dat Hij spoedig ons gebed zal beantwoorden “oneindig veel meer … dan wij bidden of beseffen.” – Efeziërs 3:20 (COL 147)

Er zijn kostbare beloften in de Bijbel voor hen die wachten op de Here. Wij allemaal verlangen meteen antwoord op onze gebeden en we komen in de verleiding om ontmoedigd te raken als onze gebeden niet meteen beantwoord worden. Mijn ervaring heeft mij geleerd dat dit een grote fout is. De vertraging is in ons voordeel. We hebben de gelegenheid in te zien waar ons geloof waarachtig en oprecht is of net zo veranderlijk als de golven der zee. We moeten onszelf vastbinden op het altaar met sterke koorden van geloof en liefde en geduld haar volmaakt werk laten doen. Geloof wordt gesterkt door voortdurende oefening. (CH 380-381)

Onze verlangens en aandacht zouden zich moeten verliezen in Zijn wil. Deze ervaringen die ons geloof uittesten, zijn voor ons bestwil …. (MH 230)

Geloof wordt gesterkt door oefening. We moeten geduld haar volmaakte werk laten doen, en ons eraan herinneren dat er kostbare beloften zijn in het Woord van God, voor hen die op de Here wachten. Een werker kan geen succes hebben als hij zich door het gebed tot God heen haast om zijn aandacht te geven aan een zaak die naar hij vreest vergeten of verwaarloosd dreigt te worden. Hij trekt er tijd voor uit om God alleen een paar haastige gedachten te geven, dat is alles. Hij gunt zichzelf niet de tijd om te bidden, te wachten op de Here voor vernieuwing van geestelijke en fysieke kracht. (LHU 263)

Verlangen naar God



Psalm 42:2-4: - 2 Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God. 3 Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen? 4 Mijn tranen zijn mij tot spijze dag en nacht, daar men de ganse dag tot mij zegt: Waar is uw God?

Als u het werk wilt doen die Christus aan Zijn discipelen geeft opgedragen en zielen wilt winnen voor hem, dan zult u een nood voor een diepere ervaring en grotere kennis in heilige zaken voelen. .. U zult met God pleiten en uw geloof zal versterkt worden en uw ziel zal met grote teugen drinken uit de bron van verlossing. Als u met tegenstand en verleidingen geconfronteerd wordt, zullen die u naar de Bijbel en gebed leiden. U zult groeien in genade en de kennis van Christus en u zult een rijke ervaring ontwikkelen.” (AG 305).

“Laten wij de zwakheid van de mensheid in gedachten houden en de ogen niet sluiten voor het falen van de mens in zijn zelfgenoegzaamheid. We zullen dan vervuld worden met het verlangen om juist dat te zijn wat God wil dat wij zijn – puur, edel, geheiligd. We zullen hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van Christus. Om als God te zijn, zal het enige verlangen van onze ziel zijn. Dit was het verlangen van Henochs hart. Hij bestudeerde het karakter van God met een doel. Hij zette niet zijn eigen koers uit en plaatste zijn eigen wil niet op de voorgrond… Hij streefde ernaar veranderd te worden naar het goddelijk beeld. Er is geen excuus voor afval of ontmoediging, want al de beloften van hemelse genade zijn zeker voor hen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. De intensiteit van het verlangen dat voorgesteld wordt door hongeren en dorsten is een eed aan ons dat de beloofde voorraden geschonken zullen worden.” (AG 317).

“Wat we nodig hebben, waar we niet zonder kunnen is dat de Geest van God samenwerkt met onze inspanningen. Al het vertroetelen van onszelf moet ophouden. Er moet een ernstig verlangen, een zielhonger zijn voor de aanwezigheid van de Heer. … Het is een zaak van leven of dood voor ons. We zijn verstrikt geraakt in een geestelijke verlamming en iedereen heeft de hulp van de Grote Geneesheer nodig. Hij alleen kan onze zaak aan. Hij wacht alleen op onze uitnodiging uit een oprecht hart, met een oprecht verlangen. Niets anders is nodig dan de voorbereiding van het hart, en ernstig en gelovig gebed, om Jezus, die machtige helper, aan onze kant te brengen. Hij verlangt ernaar tot ons te komen. Als wij maar zouden willen luisteren naar Zijn stem en de deur zouden willen opendoen, dan zal Hij binnenkomen.” (GW 225-226).

“De geestelijkheid van de kinderen van God is hun heerlijkheid in Zijn ogen. Dit is het onderscheidend kenmerk dat hen scheidt van de wereld … We moeten hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zodat wij Christus kunnen brengen aan de wereld. Als Zijn liefde in ons hart is, zal dat duidelijk tot uiting komen. We zullen lichten in de wereld zijn. Christus roept elk van Zijn volgelingen op om Zijn karakterdeugden aan de wereld te tonen en Hem te vertegenwoordigen in woord en daad en Zijn liefde kenbaar te maken.” (RC 124).

“God eist van ons volmaakte gehoorzaamheid aan Zijn wet – de uitdrukking van Zijn karakter. “Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet” (Romeinen 3:31). De wet van God is de echo van Zijn stem, dat tegen ons zegt: Heiliger, ja, nog heiliger. Verlang naar de volheid van de genade van Christus. Ja, verlang – honger en dorst – naar gerechtigheid. De belofte is: U zult verzadigd worden. “Laat uw hart vervuld zijn met een intens verlangen voor deze gerechtigheid, het werk dat in Gods woord verklaard wordt als vrede, en het resultaat zal zijn stilheid en zekerheid voor altijd.” (3SM 202-203).

“We moeten een diepere zielenhonger hebben voor de rijke gave die de hemel ons kan geven. … O, dat wij een brandend verlangen hebben om God te kennen door ervaringskennis en te komen in de auditiezaal van de Allerhoogste, waar wij onze handen mogen uitstrekken in geloof en onze hulpeloze zielen aan die Ene geven voor verlossing. Zijn liefdevolle goedheid is beter dan leven.” (SD 121).

Bemiddelend gebed


Hebreeën 4:14-16 - Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

Romeinen 8:26-27 -- En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.

1 Timoteus 2:1-6 --Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen. Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd. 

De bemiddeling van Christus is als een gouden ketting dat vastgemaakt is aan de troon van God. Hij heeft de verdienste van Zijn offer in gebeden omgezet. Jezus bidt en door het gebed overwint Hij. -- (MS 8, 1892). {7BC 914.8}

Wat houdt die bemiddeling in? Het is de gouden ketting die de eindige mens bindt aan de troon van de oneindige God. De mens voor wie Christus gestorven is, bestormt de troon van God en Zijn verzoek wordt door Jezus, die hem gekocht heeft met Zijn eigen kostbaar bloed, opgepakt. Onze grote Hogepriester plaatst Zijn gerechtigheid aan de kant van de oprechte verzoeker en het gebed van Christus verenigd zich met het gebed van de menselijke verzoeker. -- {TMK 78.2}

We moeten niet alleen bidden in de naam van Christus, maar in de inspiratie van de Heilige Geest. Dit wordt bedoeld als gezegd wordt dat de Geest voor ons pleit met woordloze zuchten (Romeinen 8:26). Het is Gods verlangen om zulke gebeden te beantwoorden. Als wij met de oprechtheid en ernst een gebed uitspreken in de naam van Christus, is er in dat ernstig verzoek de belofte van God dat Hij ons gebed “oneindig veel meer dan wij kunnen bidden of beseffen” (Efeziërs 3:20) zal beantwoorden. -- {COL 147.3}.

Gods voorzieningen en gaven aan ons zijn oneindig. De troon van genade wordt ingenomen door Degene die ons toestaat Hem Vader te noemen. Hij heeft naast Zijn altaar een Advocaat staan, Hij die bekleed is met onze natuur. Als onze Middelaar is het de taak van Christus ons als de zonen en dochters van God aan God voor te stellen. Hij bemiddelt in het belang van hen die Hem hebben aangenomen. Met Zijn eigen bloed heeft Hij de losprijs voor hen betaald. Door Zijn verdiensten geeft Hij hun kracht om leden van het koninklijke gezin van de hemelse Koning te worden. En de Vader demonstreert Zijn oneindige liefde voor Christus door de vrienden van Christus welkom te heten als Zijn eigen vrienden. Hij is tevreden met de verzoening die gedaan is. Hij wordt verheerlijkt door de geboorte, het leven, de dood en de bemiddeling van Zijn zoon. -- {TMK 76.2}

In de naam van Christus stijgen onze verzoeken op naar de Vader. Hij bemiddelt in ons belang en de Vader legt al de schatten van Zijn genade open voor onze verlossing en onze vreugde en voor ons om die uit te delen aan anderen. -- {TMK 76.3}

Eenheid



Johannes 17:11 En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.

Psalm 133:1-2 Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op de baard, de baard van Aäron, die nedergolft op de zoom van zijn klederen.

De bezorgdheid over de toekomst van de kerk door de eeuwen heen is een verklaring voor de bezorgde toon van het gebed van Jezus. Hij wist dat als de kerk zou falen om één gezicht te tonen aan de wereld, zij zou falen om haar opdracht te vervullen, omdat dat de wereld een reden zou geven om niet in het evangelie te geloven (vs. 21,23). Volgens het gebed is het meest overtuigende bewijs voor de waarheid van het evangelie de waarneembare eenheid van Zijn volgelingen – Gilbert Bilezikian.

Geen van de leden van de Godheid werkt onafhankelijk van de andere twee. Zij handelen in perfecte harmonie met elkaar. De Godheid is een perfecte gemeente. Waar het bij God om gaat, is gemeenschap.

Genesis 1:26-27 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Toen God zei: “Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis,” schiep God een mens die qua karakter erg veel op Hem leek. Dat bedoelt God als Hij de mensen schept naar Zijn beeld. We zijn geschapen om Gods karakter aan de wereld te presenteren. Zoals de drie wezens van de Godheid een perfecte eenheid zijn, ofschoon zij verschillende persoonlijkheden zijn en verschillende functies hebben, zo worden de gelovigen opgeroepen in eenheid met elkaar te leven. Mensen zijn geschapen als sociale wezens om in gemeenschap met elkaar te leven. Gelovigen hebben een extra dimensie aan hun samenzijn: ze leven samen met hun God.

Satan weet zeer wel dat succes alleen komt door harmonie en orde in handelen. Hij weet heel goed dat alles dat in verbondenheid met de hemel gebeurt, op een ordelijke wijze verloopt. Dat onderwerping en perfecte discipline het handelen van de engelen kenmerkt. Hij heeft erop gestudeerd om hen die zich voorgeven christenen te zijn, zo ver mogelijk van de hemelse orde der dingen af te houden. Daarom misleidt hij hen die zeggen christenen te zijn door hen te laten geloven dat orde en discipline vijanden zijn van geestelijkheid; dat de enige veilige weg voor hen is dat zij hun eigen weg uitstippelen en zich verre houden van georganiseerde christenen, die zich beijveren om in discipline en harmonie te handelen. Alle inspanningen voor orde worden afgeschilderd als gevaarlijk, een beperking van het grondrecht van vrijheid, die moeten worden gemeden als de pest. Deze toegewijde zielen beschouwen het als een deugd te roemen in hun vrijheid van denken en onafhankelijkheid van handelen. Zij willen niets aannemen van wat anderen zeggen. Zijn vinden dat zij niemand verantwoording schuldig zijn. Mij werd getoond dat dit het speciale werk is dat Satan doet om mensen te laten voelen dat het Gods bedoeling is dat zij hun eigen doelen kunnen nastreven en hun eigen weg gaan, onafhankelijk van hun broeders.’ {TM 29.1}

God verlangt geen grote instituten en gebouwen, geen uiterlijk vertoon, maar een harmonieus handelen van een bijzonder volk, een volk door God gekozen en waardevol, verenigd met elkaar, hun levens geborgen in Christus in God. Elk mens moet op zijn plaats staan, een goede invloed uitoefenen in gedachten, woorden en daden. Wanneer al Gods werkers dit doen, en niet eerder, dan zal Zijn werk een compleet en symmetrisch geheel zijn.’ {8T 183.2}

De methoden en plannen waardoor het werk gedaan moet worden, moeten volgens de richtlijnen van God zijn en niet volgens uw eigen ideeën. De resultaten zullen dan meer dan genoeg compenseren voor het gebrek aan uiterlijk vertoon. Zendingsactiviteiten zullen algemeen worden en het voorbeeld van één ijverige werker, die op de juiste manier te werk gaat, zal anderen stimuleren en ook zij zullen erop uitgaan om het evangelie te verkondigen.
De geest van zending zal van huis tot huis gaan en de broeders zullen iets beters hebben om over te praten dan over hun grieven. … De broeders zullen verbonden zijn met koorden van liefde en gelovigen in alle delen van de wereld zullen eenheid ervaren als zij merken dat zij één plan en één doel hebben. … Zo zal door de bekering van zielen tot de waarheid een luide roep van lofprijzing uitgaan naar Hem die zit op de troon.’ {FE 208.1}

Hongeren en dorsten naar gerechtigheid



“Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.” - Matteüs 5:6

“De Heer wacht om Zijn Heilige Geest uit te storten op allen die willen hongeren en dorsten naar gerechtigheid.” (CW 118).

“Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Het besef van onwaardigheid zal in het hart een honger en een dorst naar gerechtigheid teweeg brengen en dit verlangen zal niet teleurgesteld worden. Zij, die in hun hart plaats maken voor Jezus, zullen zich Zijn liefde bewust worden. In iedereen die ernaar verlangt veranderd te worden naar het beeld van het karakter van God zal dat verlangen vervuld worden. De Heilige Geest helpt degene die op Jezus ziet altijd. Hij brengt van de gaven van Christus en richt zijn aandacht daarop. Als het oog op Jezus gericht is, houdt het werk van de Geest niet op voordat de ziel veranderd is naar Zijn beeld. Het element van liefde zal het hart verruimen en het de mogelijkheid geven om hogere hoogten te bereiken en meer kennis op te doen over hemelse zaken, zodat het niet rust voordat het volledig vervuld is. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.” (DA 302).

“Ofschoon u bemerkt dat u zondig en onvolkomen bent, zijn dat juist de zaken waarvoor u een Verlosser nodig hebt. Als u zonden te belijden hebt, verlies dan geen tijd. Deze momenten zijn waardevol. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Johannes 1:9).
Zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid zullen verzadigd worden, want Jezus heeft het beloofd. Trouwe Verlosser! Zijn armen zijn wijd opengesperd om ons te ontvangen en Zijn grote hart van liefde wacht op ons om ons te zegenen.” (FW 37-38).

“Gerechtigheid is heiligheid, het beeld van God, en “God is liefde.” 1 Johannes 4:16. Het is acht slaan op de wet van God, want “want al uw geboden zijn gerechtigheid” (Psalm 119:172), en “Liefde is de vervulling der wet” (Romeinen 13:10). Gerechtigheid is liefde en liefde is het licht en het leven van God. De gerechtigheid van God tot leven gekomen in Christus. Wij ontvangen gerechtigheid door Hem te ontvangen.” (FLB 109).

Er zijn voldoende voorzieningen getroffen door Christus om de ziel die hongert en dorst naar gerechtigheid te bevredigen.” (FLB 152).

“Als u een gevoel van nood ervaart in uw ziel, als u hongert en dorst naar gerechtigheid, dan is dat het bewijs dat Christus aan uw hart werkt, zodat Hij, door de inwoning van de Heilige Geest, voor u de dingen kan doen die u onmogelijk voor uzelf kunt doen.” (AG 217).

Zelfbeheersing



1 Korinthiërs 9:25 - Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.

2 Petrus 1:5-8 - Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen. Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, is uw kennis van onze Heer Jezus Christus niet nutteloos maar vruchtbaar.

“Wijzend naar deze wedstrijden als een symbool voor de christelijke strijd, benadrukt Paulus de voorbereidingen die nodig zijn voor het behalen van de overwinning in de strijd: allereerst discipline, een dieet van onthouding van het verkeerde, de noodzaak van zelfbeheersing. “Iedereen die aan een wedstrijd meedoet, streeft ernaar de beste te zijn,” verklaart hij “en beheerst zich in alles.” De renners legden elk genot af dat hun fysieke krachten nadelig zou kunnen beïnvloeden en door strenge en continue discipline oefenden ze hun spieren op kracht en uithoudingsvermogen, zodat wanneer de dag van de wedstrijd zou aanbreken, zij de hoogste inspanning van hun krachten zouden kunnen leveren.
Hoeveel te meer belangrijk is het dat de christen, wiens eeuwig belang op het spel staat, zijn eetlust en hartstocht onder controle brengt van zijn verstand en de wil van God! Nooit mag hij toestaan dat zijn aandacht afgeleid wordt door vertier, luxe en gemak. Al zijn gewoonten en hartstochten moeten onder de strengste discipline worden gebracht. Het verstand, verlicht door de onderwijzing in Gods woord en geleid door Zijn Geest, moet voortdurend de controle hebben.” {AA 311.1}

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. In welke situatie van het leven hebt u meer zelf controle nodig? Maak een lijst en leg deze voor aan God.
2. Maak aanspraak op Zijn beloften voor overwinning en prijs Hem bij voorbaat voor de overwinning die Hij u zal geven.
3. Weet u iemand anders die meer zelf controle nodig heeft? Neem de tijd voor gebed en doe een beroep op Gods beloften.

Zachtmoedigheid



Op elke bijeenkomst die wij bijwonen, zouden onze gebeden voortdurend moeten opstijgen, en God zal warmte en Zijn geest geven aan onze zielen. Terwijl we Gods aangezicht zoeken voor de Heilige Geest, zal in ons een vriendelijkheid, nederigheid van gedachten en een bewustzijn van onze afhankelijkheid van God voor de uitstorting van de spade regen teweeg brengen. De Heilige geest zal komen tot allen die smeken om het brood des levens en het uitdelen aan hun naaste. {FLB 334.6}

Sefanja 2:3 -Zoekt de HERE, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des HEREN.

Jakobus 3:13 -Als iemand onder u voor wijs en verstandig wil doorgaan, moet hij dat waarmaken door een voortreffelijke levenswandel, door daden van wijze zachtmoedigheid. (WV95)

1 Petrus 3:15 -Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze.

Psalm 22:27 -De ootmoedigen zullen eten en verzadigd worden, wie de HERE zoeken, zullen Hem loven, uw hart leve op, voor immer.

Psalm 25:9 -Ootmoedigen doet Hij wandelen in het recht, en Hij leert ootmoedigen zijn weg.

Psalm 37:11- Maar de ootmoedigen beërven het land en verlustigen zich in grote vrede.

Psalm 149:4 - Want de HERE heeft een welbehagen in zijn volk, Hij kroont de ootmoedigen met heil.

Jesaja 61:1 - De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis.

Numeri 12:3 - Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem. Mozes was de grootste man die ooit als leider van het volk voor Gods aangezicht heeft gestaan. Hij was erg door God geëerd, niet vanwege zijn ervaring die hij aan het Egyptische hof had opgedaan, maar omdat hij de meest zachtmoedige man was. God sprak met hem van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Als mensen ernaar verlangen door God geëerd te worden, laten zij dan nederig zijn. Zij die Gods werk doen, moeten zich van alle andere onderscheiden in nederigheid. Christus zegt dat de mens die bekend staat om zijn nederigheid, een betrouwbaar mens is. Door hem kan Ik Mezelf aan de wereld openbaren. Hij zal I het web geen eigen draden van zelfzucht weven. Ik zal Mezelf aan hem openbaren zoals Ik het aan de wereld niet doe. (Manuscript 165, 1899). {1BC 1113.4}

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. In welke gebieden van uw leven zou u zachtmoediger kunnen zijn? Tegen welke mensen zou u zich zachtmoediger kunnen opstellen?
2. Maak een lijst van mensen tegen wie u zachtmoediger zou kunnen zijn en vraag God om u Zijn zachtmoedigheid te geven, zodat u dat naar hen mag weerkaatsen. Prijs Hem bij voorbaat voor de overwinning die Hij u zal geven.

Geloofsvertrouwen



Hebreeën 12:2 - Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Hebreeën 11:6 - maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Hebreeën 10:22-23 - laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw.

Hebreeën 10:38 - En mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.

1 Timoteus 6:11-12 - Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen.

De ogen van hen die begrijpen waar het over gaat, moeten worden verlicht en het hart en de gedachten in harmonie worden gebracht God, die alleen Waarheid is. Hij die in geloofsvertrouwen op Jezus ziet, ziet geen eer in zichzelf, want de heerlijkheid van de Verlosser wordt in de gedachten en het hart weerkaatst. De verzoening van Zijn bloed is bewerkt en de bedekking van zonden ontsluit in het hart een bron van intense dankbaarheid. {OHC 203.3}

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. Hebt u geloof in God zelfs in de meest moeilijke omstandigheden? Vraag God om uw geloof sterker te maken! Sta op Zijn beloften.
2. Lees de laatste alinea hierboven. Maak een lijst van dingen die u kunt doen om uw geloof te vermeerderen. Vraag God om u te leren om ze toe te passen in uw leven.

* SV, vertaalt in Gal 5: met 'geloof'; NBG vertaalt met 'trouw'; Willibrordvertaling 1995 vertaalt met 'vertrouwen'. Het is een combinatie van deze alle drie.

Goedheid



3 Johannes 11 - Geliefde, volg het kwade niet na, maar het goede. Wie goed doet, is uit God, (maar) wie kwaad doet, heeft God niet gezien.

1 Petrus 3:10-11 - Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij wijke af van het kwade en doe het goede, hij zoeke de vrede en jage die na.

Jakobus 3:17 - Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.

Hebreeën 13:21 - God bevestige u in alle goed, om zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Jakobus 1:17 - Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.

Titus 2:11-14 - Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Niemand kan zijn eigen fouten begrijpen.

“Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?” Jeremia 17:9. De lippen kunnen een armoede van geest verkondigen, die niet door het hart erkend wordt. Terwijl we spreken tot God over onze armoede in de geest, kan het hart opgezwollen zijn van hoogmoed over een eigen superioriteitsgevoel en zelfverheven gerechtigheid. Een ware kennis over zelf kan maar op één manier verkregen worden. We moeten vasthouden aan Christus. Het is onwetendheid over Hem dat maakt dan de mens zichzelf verheft in eigengerechtigheid.
Wanneer we Zijn reinheid en verhevenheid overdenken, zullen we onze eigen zwakheid en armoede en fouten zien zoals ze echt zijn. We zullen onszelf zien als hopeloos en verloren, gekleed in kleden van eigengerechtigheid, net als elke andere zondaar. We zullen zien dat als wij gered moeten worden, het niet zal zijn door onze eigen goedheid, maar door de oneindige genade van God. {COL 159.1}

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. Op welke wijze heeft u kort geleden Gods goedheid gezien in uw leven? Neem de tijd om God te danken dat Hij dit heeft gedaan.
2. Wat kunt u doen om deze goedheid aan anderen mee te delen? Vraag God om u te tonen wat u kunt doen om door uw kracht Zijn goedheid aan anderen over te brengen.

Vriendelijkheid



Galaten 5:22: Maar de vrucht van de Geest is … vriendelijkheid….

De Heer zal ieder van ons helpen waarbij we de meeste hulp nodig hebben in het grote werk van het overwinnen van de eigen-ik. Laat de wet van vriendelijkheid op uw lippen zijn en de olie van genade in uw hart. Dit zal wonderbaarlijke resultaten voortbrengen. U zult zacht, sympathiek en hoffelijk zijn. U hebt al deze goede omgangsregels nodig. De Heilige Geest moet worden ontvangen en gebracht worden in uw karakter; dan zal het zijn als heilig vuur, dat wierook zal geven die naar God opstijgt, niet van lippen die veroordelen, maar als een genezer van de zielen van mensen. Uw gelaat zal het beeld van het goddelijke uitdrukken (Ye Shall Receive Power, p.81 U zult kracht ontvangen).

Geen scherpe, kritieke, botte of felle woorden zouden gesproken moeten worden. Dit is onheilig vuur, en moet uit al onze besprekingen en contact met onze broeders en zusters weggelaten worden. God verwacht van elke ziel in Zijn dienst dat het zijn wierookvat aansteekt met de kolen van heilig vuur. De banale, felle, ruwe woorden die zo snel van uw lippen komen, moeten worden ingehouden en de Geest van God spreekt door de mens. Door het karakter van Christus te aanschouwen zult u veranderd worden naar Zijn beeld. De genade van Christus alleen kan uw hart veranderen en dan zal u het beeld van de Heere Jezus weerspiegelen. God roept ons op om als Hij te zijn – puur, heilig en onbevlekt. We moeten het goddelijke beeld dragen (Ye Shall Receive Power, p.81 U zult kracht ontvangen).

De Here Jezus is onze enige Helper. Door Zijn genade zullen we leren om liefde te cultiveren, om onszelf te onderwijzen om vriendelijk en zacht te spreken. Door Zijn genade zullen onze koude, ruwe manieren hervormd worden. De wet van vriendelijkheid zal op onze lippen zijn, en zij die onder de kostbare invloeden van de Heilige Geest zijn, zullen niet voelen dat het een bewijs van zwakte is om te huilen met degenen die huilen, om blij te zijn met degenen die blij zijn. We moeten hemelse uitnemendheid van karakter cultiveren. We moeten leren wat het betekent om goed te zijn voor alle mensen, een oprecht verlangen om als een zonneschijn en niet als een schaduw te zijn in het leven van anderen (God’s Amazing Grace, p.299 Gods ongelofelijk genade).

Grijp elke gelegenheid aan om bij te dragen aan het geluk van degenen om u heen, waarbij u uw liefde deelt. Woorden van vriendelijkheid, blikken van sympathie, liefdevolle uitingen zouden voor vele worstelende eenzame mensen zijn als een glas koud water aan een dorstige ziel… (God’s Amazing Grace, p.299 Gods ongelofelijke genade).

Leef in het zonlicht van de Redders’ liefde. Dan zal uw invloed de wereld zegenen. Laat de Geest van Christus u beheersen. Laat de wet van vriendelijkheid altijd op uw lippen zijn. Geduld en onzelfzuchtigheid kenmerken de woorden en daden van degenen die opnieuw geboren zijn, om het nieuwe leven in Christus te leven (Gods Amazing Grace, p.299 Gods ongelofelijke genade).

We mogen praten over de zegeningen van de Heilige Geest, en bidden om deze te ontvangen; maar tenzij de mens bewerkt is door de Geest van God, openbaart Hij dat hij Hem niet heeft. Als de Geest het karakter vormt naar het goddelijke beeld, zal Hij onmiskenbaar worden geopenbaard in elk woord dat we spreken en in alles wat we doen, daarmee aan de wereld tonend dat er een duidelijk verschil is tussen de kinderen van het licht en de kinderen van de duisternis. De Heere wil dat we sterk staan voor het geloof dat eens gegeven is aan de heiligen. We moeten de waarheid in liefde spreken. Onze grote Leraar zegt, “Neem Mijn juk op u, en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart: en u zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht” (Mattheüs 11:29,30) (Ye Shall Receive Power, p.81 U zult kracht ontvangen).

Lankmoedigheid


Galaten 5:22-23 - Maar de vrucht van de Geest is … geduld. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

De geest die kalm blijft onder provocerende omstandigheden zal veel beter in het voordeel zijn om van de waarheid te kunnen spreken, dan welk argument, hoe krachtig ook gebracht. --The Desire of Ages, p. 353. {ChS 241.1}

2 Korinthiërs 10:1 - Maar ik, Paulus, doe een beroep op u bij de zachtmoedigheid en de vriendelijkheid van Christus…

Hoe komen we als een eenheid samen? Als er zoveel onderlinge meningsverschillen zijn? Hoe vaak gedragen wij ons als een kind met een moeilijke legpuzzel, als we geconfronteerd worden met een dilemma of verschil van mening? We keren de stukken om, duwen en drukken ze in vorm, terwijl het juiste stukje zonder moeite op zijn eigen plekje past. Laat, zoals de dauw en zachte regen op de verwelkte planten valt, zachte woorden vallen op degene die men van het verkeerde wil winnen. Gods plan is om eerst het hart te bereiken. We moeten de waarheid in liefde uitspreken en op Hem vertrouwen om kracht te geven om levens te hervormen. De Heilige Geest zal zelf toevoegen aan woorden die in liefde worden uitgesproken.--The Ministry of Healing, p. 157. {ChS 241.2}

Een zachte geest, een kalm en winnend voorkomen kunnen redden van verkeerdheden en menige zonde bedekken. De openbaring van Christus in uw eigen karakter zal een veranderende kracht uitoefenen op allen met wie u in contact komt. Laat Christus dagelijks in u gezien worden en Hij zal u de creatieve energie van Zijn woorden openbaren: zachte, overredende, maar machtige invloed om anderen te herscheppen in de schoonheid van de Here onze God. --Thoughts from the Mount of Blessing, p. 185. {ChS 241.3}

Christus, de meester onderwijzer heeft Zijn grootheid getoond op een manier die vreemd was voor de gewelddadige religieuze en vrome joden. Christus zei: “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven” (Matteüs 5:5).

Jakobus 3:13 - Wie is wijs en verstandig onder u? Hij tone uit zijn goede wandel zijn werken met wijze zachtmoedigheid.

2 Timoteüs 2:25 - Met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot erkentenis der waarheid te keren.

God wil dat wij altijd kalm en geduldig zijn. Welke weg anderen ons ook willen opdringen, wij zijn vertegenwoordigers van Christus en doen wat Hij zou doen in vergelijkbare omstandigheden. De kracht van onze Verlosser lag niet in een sterk argument, uitgesproken in stekende, scherpe bewoordingen. Het was Zijn vriendelijkheid, Zijn onzelfzuchtige en pretentieloze geest, die maakte dat Hij een veroveraar van harten was. Het geheim van succes ligt in het openbaren van dezelfde geest. --{PM 96.4}

Psalm 18:36 - Ook gaaft Gij mij het schild uws heils, en uw rechterhand ondersteunde mij, uw nederbuigende goedheid maakte mij groot.

Ja, het is Gods vriendelijkheid en neerbuigende goedheid die ons groot maakt! En met Zijn vriendelijkheid kunnen ook wij anderen leiden naar grootheid. Zien uw vrienden u als een vriendelijk en zachtaardig mens? Of als een trots en arrogant persoon?

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. Heb je de gewoonte wraakzuchtig te spreken wanneer iemand iets verkeerds tegen je heeft gedaan? Hoe reageer je wanneer men je slecht behandeld? Vraag aan God om je lankmoedigheid te leren. Maak aanspraak op Zijn beloftes.
2. Is er iemand in je leven die op je tenen trapt en het ook nog opzettelijk doet? Vraag aan God om je geduld, liefde en vergiffenis voor die persoon en om je te helpen om Zijn liefde te tonen.

Vrede


Galaten 5:22-23 - Maar de vrucht van de Geest is … vrede. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

2 Petrus 3:13-14 - Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen.

Jacobus 3:17-18 - Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. Maar gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten.

Hebreeën 12:13-15 - En kies rechte paden, zodat een voet die gekneusd is niet verder ontwricht raakt, maar juist geneest. Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien. Zorg ervoor dat niemand zich de genade van God laat ontgaan, dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet.

1 Tessalonicenzen 5:23 - Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.

Filippenzen 4:6-7 - Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Gedurende deze dagen die Jezus met Zijn discipelen doorbracht, deden ze een nieuwe ervaring op. Nadat ze hun geliefde Meester hen met behulp van de Schriften hoorden uitleggen waarom alles zo had moeten gebeuren, werd hun geloof in Hem bevestigd. Zij kwamen op het punt waarop ze moesten erkennen: “Ik weet in Wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.” 2 Timoteüs 1:12.
Zij begonnen de aard en de omvang van hun taak te beseffen, in te zien dat zij de waarheden die aan hen waren toevertrouwd, aan de wereld moesten gaan verkondigen. De gebeurtenissen van het leven van Christus, zijn dood en opstanding, de profetieën die daarop wezen, de geheimenissen van het verlossingsplan, de macht van Jezus om zonden te vergeven – van al deze dingen waren zij getuigen geweest en zij alleen konden het aan de wereld verkondigen. Zij moesten de wereld het evangelie van vrede en verlossing door berouw en bekering en de kracht van de Verlosser gaan brengen. {AA 27.1}

Terwijl ze een intense gemeenschap met Christus hadden, vertoefden ze in hemelse sferen. Met vurige woorden werden hun idealen omkleed als zij van Hem getuigden! Hun harten werden opgeladen met zo een grote en diepe welwillendheid, zo verrijkend, dat het hen drong tot aan het einde van de wereld te gaan om over de macht van Christus te getuigen. Zij waren vervuld met een intens verlangen om het werk dat Hij begonnen was, voort te zetten. Zij realiseerden zich de omvang van hun schuld aan de hemel en de verantwoordelijkheid van hun taak. Gesterkt met de vervulling van de Heilige Geest, gingen zij met ijver voort om de overwinning van het kruis door te geven. De Geest gaf hen kracht en sprak door hen. De vrede van Christus straalde af van hun gezichten. Zij hadden hun leven toegewijd aan Zijn dienst en hun karakters en houding waren het bewijs van hun overgave. {AA 46.1}

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. Hebt u vrede in uw hart? Welke dingen nemen uw vrede weg? Breng tijd in gebed door, geef die dingen op en claim Gods beloften.
2. Gelooft u God op Zijn Woord? Geven Zijn beloften u vrede in moeilijke situaties? Bid dat God u Zijn vrede zal geven als u voor beproevingen komt te staan.

Vreugde


Jesaja 51:3
Want de HERE troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des HEREN; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.

Jesaja 51:11
De vrijgekochten des HEREN zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd wezen, blijdschap en vreugde zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Jesaja 61:1-3
De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten,om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

“Wat was het resultaat van de uitstorting van de Geest op de Pinksterdag? De blijde boodschap van de opgestane Heer werd gebracht tot aan de uiterste grenzen van de toen bestaande wereld…. Er werden aan de kerk toegevoegd, mannen die het woord des levens hadden ontvangen, en die hun leven wijden aan het werk om aan anderen de hoop door te geven, die hun hart had vervuld met vrede en vreugde. Honderden verkondigden de boodschap dat het Koninkrijk van God nabij was”. Zij konden door geen enkele intimidatie of bedreiging worden tegengehouden. De Heer sprak door hen; en waar ze ook kwamen, werden zieken genezen en ontvingen armen de prediking van het evangelie. Zo machtig kan God werken als mensen zichzelf overgeven aan de controle van Zijn Geest." --Southern Watchman, Aug. 1, 1905. {ChS 254.3}

Matteus 13:44
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker.

Johannes 16:24
Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.

Romeinen 15:13
De God nu der hope vervulle u met louter vreugde en vrede in uw geloof, om overvloedig te zijn in de hoop, door de kracht des heiligen Geestes.

Filippenzen 2:2
Maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven.

Hebreeën 12:2
Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Jacobus 1:2,3
Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt.

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. Bent u een blij christen? Zo niet, wat neemt uw vreugde weg? Neem de tijd om al die dingen in gebed voor God te brengen in overgave. Claim Zijn beloften dat Hij u vreugde geeft. Vraag Hem u een vreugdevol hart te geven.
2. Denk aan dingen die u kunt doen die u zullen helpen voortdurend vrolijk te zijn. Maak een plan en vraag God om u te helpen deze dingen in uw leven toe te passen.

Liefde


Johannes 13:34-35
Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.

Johannes 14:15
Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.

Johannes 14:21
Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.

Johannes 14:23
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.

Johannes 14:31
Maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zó doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan.

Johannes 15:9-10
Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde. Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.

Johannes 15:12-13
Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.

Johannes 15:17
Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.

Johannes 15:19 - Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld. Johannes 17:26
En Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.

Johannes 21:15-17
Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid mijn lammeren. Hij zeide ten tweeden male weder tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed mijn schapen. Hij zeide ten derden male tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? En hij zeide tot Hem: Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid mijn schapen.
Nu weet u waarom Johannes, de geliefde, de apostel van de liefde wordt genoemd.

Vragen voor persoonlijke overdenking
1. Is er iets in uw leven dat u verhindert om God met uw gehele hart lief te hebben? Vraag aan God u deze dingen openbaar te maken. Geef deze dingen aan Hem over.
2. Zijn er mensen in uw leven die u moeilijk vindt om lief te hebben? Neem de tijd om God te vragen u gewillig te maken om van hen te houden, u de liefde in uw hart te geven voor hen en de mogelijkheden om deze liefde naar hen te tonen.

Het karakter van God


Exodus 34:5-7 -
En de HERE daalde neder in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep de naam des HEREN uit. De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar (de schuldige) houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Toen Mozes de Here vroeg om hem Zijn heerlijkheid te laten zien, zei de Heer: Ik zal mijn goedertierenheid aan u voorbij laten gaan.” En “de HERE ging aan hem voorbij …. Mozes knielde haastig ter aarde, boog zich neder.” Wanneer wij dan eindelijk het karakter van God begrijpen zoals Mozes deed, dan zullen ook wij ons haastig nederbuigen in aanbidding en lofprijzing. Jezus had het grote verlangen “dat de liefde waarmee Gij mij hebt liefgehad,” in de harten van Zijn kinderen zou zijn en dat zij die kennis over God zouden delen met anderen. {FE 177.2}

2 Petrus 3:9
De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

O als de mens het geduld en de lankmoedigheid van God zou verstaan! Hij legt zichzelf beperkingen op. Zijn alomtegenwoordige macht is ondergeschikt aan de Alomtegenwoordige. O als de mens zou begrijpen dat God weigert zich te laten ringeloren door de perversiteiten van deze wereld en nog steeds hoop en vergeving aanbiedt aan de hen die dat het minste verdienen! Maar Zijn geduld zal niet altijd voortduren. Wie is gereed voor de plotselinge verandering die zal plaatsvinden in Gods handelen met de zondaar? Wie is gereed aan de straf te ontkomen die zeker voltrokken zal worden aan de overtreders? {FE 356.2}

2 Korinthiërs 6:4-10
We willen juist laten zien dat we dienaren van God zijn, door altijd te volharden: in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger, door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid, we worden geëerd en gesmaad, belasterd en geprezen. We worden bedriegers genoemd maar spreken de waarheid, we zijn vreemdelingen maar toch bij iedereen bekend, we sterven maar toch leven we, we worden gestraft maar niet ter dood veroordeeld, we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles.

Talent, welsprekendheid noch zelfzuchtig bestuderen van de Schrift, zullen liefde tot God of gelijkvormigheid naar het beeld van Christus bewerkstelligen. Niets anders dan goddelijke kracht kan het menselijke hart en karakter hervormen en de ziel vullen met de liefde van Christus, die altijd geopenbaard wordt in liefde voor hen voor wie Hij stierf. --Review and Herald, Nov. 28, 1893.

De Heer heeft mannen en vrouwen nodig die in het dagelijkse leven het licht van Zijn goddelijke beeld uitdragen, mannen en vrouwen wiens woorden en acties tonen dat zij in Christus blijven, in hun hart, leerwijze, in het leiden en leiding geven. Hij heeft gebedsmannen en -vrouwen nodig, die al worstelend met God, de victorie verkrijgen over zichzelf, en dan anderen betrekken in dat wat ze hebben ontvangen van de Bron van kracht (To Be Like Jesus, p. 262).

Kracht en doop van de Geest


Johannes 1:12
Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.

2 Petrus 1:4
Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur.

De ogen van Paulus waren voortdurend gericht op het onzichtbare en eeuwige. Omdat hij zich realiseerde dat hij tegen bovennatuurlijke machten streed, stelde hij zich afhankelijk van God op en hierin lag zijn kracht. Door het zien van Hem die onzichtbaar is, worden sterkte en geestkracht verworven en wordt de macht van de aarde over gedachten en karakter verbroken. {AA 363.1}

Wanneer de ziel zichzelf aan Christus overgeeft, neemt een nieuwe macht bezit van het nieuwe hart. Er wordt een verandering bewerkt, die de mens zelf nooit kan bewerkstelligen. Het is een bovennatuurlijk werk, waarbij een bovennatuurlijk element in de menselijke natuur ingebracht wordt. {DA 324.1}

Jezus zei: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” Wanneer mensen niet gedwongen of door eigenbelang, maar door liefde verenigd zijn, dan laten ze zien dat er een invloed van kracht is, die boven iedere menselijke invloed uitgaat. Waar deze eenheid bestaat, is het een bewijs dat het beeld van God in de mensheid hersteld is, dat een nieuw levensprincipe ingeplant is. Het laat zien dat er in de goddelijke natuur macht zit om de bovennatuurlijke machten van het kwaad te weerstaan en dat de genade van God de zelfzucht onderwerpt die van nature in het hart is. {DA 678.1}

De reden dat velen er niet in slagen succesvolle arbeiders te zijn, is dat ze handelen alsof God van hen afhankelijk is en dat zij God moeten influisteren wat Hij met hen verkiest te doen, in plaats van dat zíj afhankelijk zijn van God. Ze leggen de bovennatuurlijke kracht terzijde en laten het bovennatuurlijke werk na. Voortdurend leunen ze op de menselijke krachten van zichzelf en van hun broeders. {FW 27.1}

Zonder de genade van Christus verkeert de zondaar in een hopeloze situatie. Er kan niets voor hem gedaan worden, maar door goddelijke genade wordt aan hem bovennatuurlijke kracht verleend en die werkzaam is in gedachten, hart en karakter. {FW 100.3}

Onze situatie is door de zonde onnatuurlijk en de kracht die ons herstelt, moet bovennatuurlijk zijn, anders heeft zij geen waarde. Er is maar één macht die de greep van het kwaad op de harten van de mensen kan verbreken en dat is de macht van God, die op Jezus Christus rust. {AG 104.5}

Christus beloofde dat de Heilige Geest zou wonen bij wie streeft naar overwinning over de zonde, om daarmee de kracht van de goddelijke macht te laten zien door de menselijke rentmeester met bovennatuurlijke macht te bekleden en de onwetenden in de geheimenissen van het Koninkrijk van God te onderwijzen … {AG 212.5}

Door zijn verdiensten en door de kracht die Hij schonk, zullen ze “meer dan overwinnaars” zijn. Bovennatuurlijke hulp zal hun worden gegeven, die hen in hun zwakheid in staat zal stellen de daden van almachtige te doen … {HP 252.4}

Wees er zeker van dat je de heilige Geest vraagt je te tonen wat en hoe je moet bidden in je leven en in bepaalde situaties. De Bijbel zegt ons dat we niet weten waarvoor we moeten bidden en dat de heilige Geest diegene is die voor ons bemiddelt. “We moeten niet alleen bidden in Jezus’ naam, maar ook met de inspiratie van de heilige Geest. Dit verklaart wat wordt bedoeld met ‘Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.’ Romeinen 8:26. Zulke gebeden zal God willen beantwoorden. Wanneer we een gebed met een dergelijke vurigheid en intensiviteit uitspreken in de naam van Christus, is daar in diezelfde intensiteit een belofte van God dat Hij op het punt staat ons gebed te verhoren ‘aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken’ Efeziërs 3:20” (Christ’s Object Lessons, p. 147).

Belijdenis en berouw


Handelingen 3:19:
Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren.

Er moet in de gemeenten een wonderbare openbaring van de kracht van God zijn, maar dit zal niet van nut zijn voor degenen die zichzelf niet hebben verootmoedigd voor de Heer en de deuren van hun harten niet hebben opgezet door hun zonden te belijden en berouw te tonen. {Mar 219.1}

Laat er een werk van hervorming en berouw plaatsvinden. Laat allen zoeken naar de uitstorting van de Heilige Geest. Net als bij de discipelen na de hemelvaart van Christus, vereist dit om gedurende verscheidene dagen te zoeken naar Gods aangezicht en de zonden in uw midden weg te doen.
Als Gods volk door de Heilige Geest wordt gedreven, zullen zij een ijver tonen die overeenstemt met hun kennis … Zij zullen het licht weerkaatsen dat God hen reeds jarenlang geschonken heeft. De geest van kritiek zal uitgebannen worden. Vervuld met een geest van nederigheid, zullen zij een van zin zijn in eenheid met elkaar en met Christus. {ML58.4}

Er is een grote nood vandaag voor oprechte berouw en belijdenis vanuit het hart. Zij die hun harten niet in nederigheid voor de Heer hebben gebracht door hun schuld te erkennen, hebben nog niet voldaan aan de eerste voorwaarde voor aanvaarding. Als wij nog geen berouw hebben ervaren door bekering en onze zonden niet hebben beleden in de waarachtige verootmoediging en gebrokenheid van onze ziel; als wij de ongerechtigheid niet echt verafschuwen, dan hebben we nog nooit echt naar de vergiffenis van zonden gezocht. En als we nog nooit hebben gezocht, dan hebben we de vrede van God niet ontvangen. De enige reden waarom wij terugvallen in de zonden van het verleden is, omdat wij niet gewillig zijn om onze trotse harten voor God te verootmoedigen en in te stemmen met de voorwaarden in het woord der waarheid. Ons wordt ten aanzien van dit onderwerp duidelijke instructies gegeven.
De belijdenis van zonden, publiekelijk of in de binnenkamer, moet uit het hart komen en bij naam genoemd worden. Het moet niet afgedwongen worden. Het moet niet op een onverschillige en zorgeloze manier geuit worden of afgedwongen worden van degenen die geen benul hebben van het afschuwelijke karakter van de zonde. Een belijdenis dat gemengd wordt met tranen en verdriet, dat het uitstorten van de innerlijke ziel inhoudt, vindt zijn weg naar de God van oneindig mededogen. De Psalmist zegt: “De HERE is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest” - Ps. 34:19. {5T636.2}

1 Johannes 1:9
Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

2 Korintiërs 7:9-10
Thans verblijdt het mij, niet, dat gij bedroefd zijt geworden, maar dat de droefheid u tot inkeer heeft gebracht; want gij zijt bedroefd geworden naar Gods wil, zodat gij generlei nadeel van ons hebt geleden. 10 Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood.

Onder invloed van de Geest, mengden zich woorden van berouw en belijdenis met liederen van lofprijzing voor vergeven zonden … Duizenden werden bekeerd in één dag … {LDE 185.1}

Een sabbatsdienst van lofprijzing


Suggestie voor een sabbatdienst van lofprijzing voor alles wat God voor u en uw gemeente heeft gedaan gedurende de tien dagen van gebed. Ontwerp de dag zo dat het Gods goedheid en almacht in het middelpunt staat. Denk na hoe u de uitstorting van de Heilige geest gedurende de tien dagen ervaren hebt. Deze sabbat is een gelegenheid om u te verblijden in wat Hij heeft gedaan, doe ten zal doen.

Thematekst: Johannes 10:7-16
7 Jezus zeide dan nogmaals: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen.
8 Allen, die voor Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord.
9 Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
10 De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.
11 Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen
12 maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht - en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen -
13 want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.
14 Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij,
15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. 16 Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder.

De noden van elke gemeente zijn uniek, dus werk samen met de leiders in de gemeente om een plan te ontwikkelen voor uw gemeente. Een paar suggesties voor de dienst:
 De leer van de Bijbel in Johannes 10:7-16: Dit kan het onderwerp voor een preek of overdenking zijn, of de passage kan als basis gebruikt worden om er andere verhalen doorheen te weven over Hoe God gewerkt heft gedurende de tien dagen van gebed.

Getuigenissen: neem voldoende tijd voor getuigenissen over beantwoorde gebeden. Zij die deelgenomen hebben aan de Tien dagen van Gebed zullen veel verhalen hebben die ze kunnen delen met de gemeente, maar moedig hen aan om kort te zijn, dat zo veel mogelijk mensen kunnen deelnemen. Anderen die niet deelgenomen hebben, hebben misschien ook verhalen. Het is goed om hen van tevoren een paar mensen te vragen naast de spontane getuigenissen.

Gebedstijd: Nodig de hele gemeente uit om deel te nemen aan een tijd van verenigd gebed. U kunt de gemeente voor gaan in een interactieve vorm van gebed zoals u gedurende de week gedaan hebt. U kunt samen bidden over een bepaalde passage in de Bijbel, bv. de belofte in Joel 2. Dit kan gedaan worden in kleine groepen of in de grote groep. Een andere vorm is om gedurende de dienst meerdere korte momenten van gebed te hebben – bidden over een tekst, bidden met degene die naast u zit, stil gebed, dat een persoon voor de hele gemeente bidt.

Zingen: Deze dag is om God te loven voor wat Hij heft gedaan en met muziek is het een goede manier om dat te doen. Als er een lied is dat het themalied is geworden gedurende de week, zing dat lied met de hele gemeente.

Toekomstplannen: Als God u om gedurende de Tien dagen van Gebed heeft geleid om een special project van dienstbaarheid of evangelisatie op te zetten, vertel het aan uw kerkgemeente en vraag of ze u daarbij wil helpen.

Kinderen en Jeugd: Een kinderverhaal over gebed is zeker toepasselijk. Als kinderen en jeugdleden meededen aan de reguliere gebedsbijeenkomsten, laat hen deelgenoot zijn van het programma door hen te vragen hun getuigenissen te delen met de gemeente en betrek hen bij de gebedsmomenten.

Wees flexibel: Verzeker u ervan dat u niet star bent in het plannen voor deze dag, zodat u de Heilige Geest de gelegenheid geeft het programma anders te laten lopen.

Christus weerspiegeld in de woonomgeving


“Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde..” Handelingen 1:8

Gods kinderen zijn geroepen om vertegenwoordigers te zijn van Christus. Zij moeten de goedheid en de genade van de Heer aan anderen laten zien. Zoals Jezus ons het ware karakter van de Vader heeft geopenbaard, moeten wij Christus openbaren aan een wereld, die Zijn tedere, zorgzame liefde niet kent. Jezus zei: “Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld.” Ik in hen en Gij in Mij, … opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt.” Johannes 17:18,23.

De apostel Paulus zegt tot de discipelen van Jezus: “Daar gij toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten. Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen.” 2 Korintiërs 3:3, 2.

In elk van Zijn kinderen stuurt Jezus een brief aan de wereld. Als u een volgeling van Christus bent, stuurt Jezus in u een brief aan uw gezin, aan het dorp en aan de straat waar u woont. De Jezus, Die in u woont, wil graag tot de harten spreken van hen, die Hem nog niet kennen. Misschien lezen deze mensen de Bijbel niet en horen ze de stem niet, die door de bladzijden van de Bijbel tot hen spreekt. Zij zien de liefde van God niet in de werken die Hij doet. Maar als u een echte vertegenwoordiger van Jezus bent, kan het gebeuren dat zij door u ertoe gebracht zullen worden, om iets van Zijn goedheid te begrijpen en zullen zij gewonnen worden tot liefde en dienst aan Hem. (De weg naar Christus (2014), p.115,116).

Bezoek uw buren en toon belangstelling in de redding van hun zielen. Wend elke geestelijke energie aan tot actie. Vertel hen die u bezoekt dat het einde der dingen op handen is. De Heer Jezus Christus zal de deuren van hun harten openen en zal op hun gedachten een blijvende indruk achter laten. Zelfs wanner ze bezig zijn met hun dagelijks werk, kunnen Gods kinderen anderen tot Christus brengen. En terwijl ze dit doen zullen ze de kostbare verzekering hebben dat de Heiland dicht naast hen staat. Zij hoeven niet te denken dat zij overgelaten zijn aan hun eigen zwakke pogingen. Christus zal hen woorden geven om te spreken die de arme, worstelende zielen in de duisternis, zal verkwikken, aanmoedigen en versterken. Hun eigen geloof zal versterkt worden als zij beseffen dat de Heilands belofte vervuld wordt. Niet alleen zijn zij een zegen voor anderen, maar het werk dat zij voor Christus doen brengt een zegen voor hen mee. (Counsels for the Church, p. 62)

Uw invloed bereikt de ziel; U raakt een snaar aan dat terug trilt naar God. … Het is uw plicht als christenen in de breedste betekenis van het woord – zijn als Christus. Het is door de onzichtbare koorden die u verbinden met de gedachten van anderen waardoor u in contact met hen komt en, als u voortdurend in contact staat met God, indrukken op hen achterlaat als een geur ten leven. Als u aan de andere kant, zelfzuchtig bent, als u hoogmoedig bent en op de wereld gericht, zal ondanks uw positie, ondanks de ervaringen die u hebt opgedaan, of hoeveel u ook weet; als u de wet van vriendelijkheid niet op uw lippen hebt, die als een liefelijke geur aan uw hart ontspringt, zult u niets kunnen doen zoals het gedaan zou moeten worden. (My Live Today, p. 178)

Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan (ook) God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben. En dit gebod hebben wij van Hem: Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben. (1 Johannes 4:20, 21)

De ware, eerlijke uitdrukking van een zuster, broeder of vriend, gegeven in echte eenvoud, heft kracht om de deuren te openen van harten die de geur van christelijke woorden en de eenvoudige, tedere aanraking van de geest van de liefde van Christus nodig hebben. (My Life Today, p. 178)

Overal om ons heen horen we het geweeklaag van een verdrietige wereld. Overal zijn er mensen in nood en in wanhoop. Het ligt aan ons om het helpen de harde en miserabele levens te verzachten en nood te lenigen. Alleen Christus kan de noden van de ziel bevredigen. Als Christus in ons verblijft, zullen onze harten vol van goddelijk medelijden zijn. De verzegelde bronnen van oprechte christelijke liefde, zullen geopend worden. (Sons and Daughters of God, p. 151)

Welk een lieflijkheid vloeide van de aanwezigheid van Christus. Dezelfde geest zal geopenbaard worden in Zijn kinderen. Zij in wie Christus woont, zullen omringd worden met een goddelijke atmosfeer. Hun witte klederen van reinheid zullen een geur verspreiden van de hof van de Heer. Hun gezichten zullen het licht van Zijn gelaat weerkaatsen, en het pad verlichten voor struikelende, vermoeide voeten. (The Adventist Home, p. 424)

Persoonlijke vragen om over na te denken
1. Hebt u het verlangen om vervuld te worden met de liefde van Christus en met de Zijn medelijden voor een stervende wereld?
2. Wat zijn de praktische manieren waarop u kunt getuigen in uw woonwijk?

Christus weerspiegeld in uw gemeente


“Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt..” Johannes 17:23

Er is niets dat de invloed van de kerk zo verzwakt als gebrek aan liefde … De mensen in de wereld kijken naar ons om te zien wat ons geloof doet voor onze karakters en onze levens. Zij kijken om te zien of het een heiligende invloed heeft op onze harten, als we erdoor veranderen naar het beeld van Christus. Zijn staan gereed om elke fout in ons leven te ontdekken, elke afwijking in ons handelen. Laten we hen geen gelegenheid geven om ons geloof te smaden. Het is niet de weerstand van de wereld dat ons bedreigt; het is het kwaad dat wij in ons midden dulden da teen grote ramp bewerkstelligt. Het zijn de ongeheiligde levens van halfslachtige gelovigen die het werk van de waarheid vertragen en duisternis brengen over de gemeente van God.
Er is geen betere manier om onszelf in geestelijke zaken te verzwakken dan om jaloers, wantrouwig in de ander te zijn, fouten vinden en kwaadsprekerij. ..
Wanneer u bij elkaar komt, wees bedacht op uw woorden …. Als de liefde voor de waarheid in uw hart is zult u spreken over de waarheid. U zult spreken over de gezegende hoop die u in jezus heeft. Als u liefde in uw hart heeft, zult u ernaar zoeken om uw broeder te bevestigen en op te bouwen in het meest heilige geloof. Als er een woord valt dat schadelijk is voor het karakter van uw vriend of broeder, moedig dit kwaadsprekerij niet aan. Het is het werk van de vijand. Herinner de spreker er vriendelijk aan dat het woord van God dat soort gesprekken verbiedt. We moeten het hart leegmaken van alles dat de zielentempel vervuilt, opdat Christus erin mag wonen. Onze Verlosser heeft ons verteld hoe wij hem aan de wereld bekend moeten maken. Als we Zijn geest koesteren, als we elkaar Zijn liefde tonen, als we de belangen van de ander beschermen, als we vriendelijk zijn, geduldig, verdraagzaam, zal de wereld het bewijs hebben door de vruchten die we als kinderen van God voortbrengen. Het is de eenheid in de gemeente dat haar in staat stelt om invloed uit te oefenen op het bewustzijn van ongelovigen en wereldse mensen. (That I May Know Him, p. 153)

Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander. (Johannes 13:35)

De godsdienst van Christus betekent meer dan de vergeving van zonden; het betekent dat zonden wordt weggenomen, en dat de lege plaats wordt gevuld door de Geest. Het betekent dat de gedachten door het goddelijke wordt verlicht, dat het hart van zelfzucht gereinigd word ten gevuld met de aanwezigheid van Christus. Wanneer dit werk voor de gemeenteleden wordt gedaan, zal de gemeente een levende, werkende gemeente zijn. (Ye Shall Receive Power, p. 318)

Wanneer we onze harten in eenheid brengen met Christus, en onze levens in harmonie met Zijn werk, zal de Geest die op Pinksteren neerdaalde, op ons vallen. We zullen sterk zijn in de sterkte van Christus en vervuld worden met de volheid van God …. We zullen onszelf aan Christus geven en onvoorwaardelijk al ons bezit en onze mogelijkheden wijden in Zijn dienst. We zullen een goed getuigenis geven over ons geloof; we zullen God dienen door hen te dienen die in nood verkeren. Dan zullen we ons licht laten schijnen in goede werken. (The Review and Herald, Dec. 16, 1884)

Zoals de discipelen vervuld warden met kracht van de Geest, op pad gingen om het evangelie te verkondigen, zo mogen Gods dienaren vandaag aan de dag op pad gaan. Iedereen die het licht van de tegenwoordige waarheid laat schijnen moet met medelijden bewogen worden voor hen die in duisternis zijn. Van alle gelovigen moet het licht in heldere goed te onderscheiden stralen weerkaatst worden. Hetzelfde werk dat de heer deed doormiddel van Zijn op pad gestuurde boodschappers na de dag van Pinksteren wil Hij vandaag voor ons doen Deze keer, nu het einde aller dingen nabijgekomen is, moet de ijver van de gemeente die van de eerste gemeente overtreffen. IJver voor de heerlijkheid van God heeft de discipelen ertoe bewogen om met grote kracht van de waarheid te getuigen. Zou niet dezelfde ijver onze harten in vuur en vlam moeten zetten door een verlangen om het verhaal van de reddende liefde van Christus en Hem gekruisigd te vertellen? (The Review and Herald, Jan. 26, 1905)

Persoonlijke vragen om over na te denken
1. Hoe kunt u, als lid van Gods levende gemeente, eenheid aanmoedigen en liefde voor uw broeders en zusters?
2. Overdenk onder gebed of u iemand moet vergeven, uw excuses moet aanbieden of u met iemand moet verzoenen, binnen of buiten de gemeente.

Christus weerspiegeld in uw gezin


Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God. (1 Johannes 4:7)

De godsdienst van Christus zal ons ertoe brengen om al het mogelijke te doen, aan zowel laaggeplaatsten als hooggeplaatsten, rijk en arm, gelukkige en verdrukte mensen. Maar vooral zal het leiden tot het doen van goedheid aan ons eigen gezin. Het zal tot uiting komen in daden van vriendelijkheid en liefde voor vader en moeder, man en vrouw en kind. We moeten naar Jezus kijken om Zijn Geest op te vangen, om te leven in het licht van Zijn goedheid en liefde en Zijn heerlijkheid naar andere te weerkaatsen. (My Life Today, p. 200)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. (Jakobus 4:7) Als u uzelf volledig aan Jezus geeft zal Hij in u een intens verlangen scheppen naar vriendschap met God en u zult een diep verlangen hebben om de goedheid en de liefde van Jezus in uw leven en karakter te weerkaatsen naar uw gezin en naar hen van wie u weet dat ze de liefde van God nog niet kennen. Door het kweken van geduld, zachtheid, verdraagzaamheid, door respect te tonen en gehoorzaamheid te betrachten aan uw vader en moeder, wat goed is in God ogen, zult u het getuigenis afgeven in uw dagelijks leven dat de waarheid kracht heeft om het karakter te heiligen. (Manuscript Releases, vol. 4, p. 194)

Het is een harde dienst om gezinsproblemen op te lossen, zelfs als man en vrouw ernaar streven om een eerlijke en juiste overeenkomst te sluiten ten aanzien van de vele plichten die zij hebben, als zij hun harten niet aan God hebben gegeven. (The Adventist Home, p. 119)

Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (Johannes 7:38)

Indien de wil van God vervuld wordt, dan zullen de man en de vrouw elkaar respecteren en liefde en vertrouwen aankweken. Alles wat de vrede en eenheid van het gezin kan bederven, moet vastbesloten onderdrukt worden en vriendelijkheid en liefde moet gekoesterd worden. Hij die de geest van tederheid, verdraagzaamheid en liefde openbaart, zal merken dat dezelfde geest op hem teruggekaatst zal worden. Daar waar de Geest van God regeert, zal geen sprake zijn van de ongeschiktheid in de huwelijksrelatie. Indien Christus, de hoop der heerlijkheid, werkelijk in u gestalte krijgt, dan zal er eensgezindheid en liefde in het huis zijn. Christus die verblijft in het hart van de vrouw, zal in overeenstemming zijn met Christus die verblijft in het hart van de man. Ze zullen samen streven naar de woningen, die Christus bereidt voor degenen die Hem liefhebben. (Het Adventistisch Gezin, hfdst 17.)

Wij moeten de Geest van God bezitten, anders kan er nooit eensgezindheid zijn in het gezin. Als de vrouw de Geest van Christus heeft, zal ze voorzichtig met haar woorden zijn; ze zal haar geest beheersen, ze zal nederig zijn, en toch zal ze niet vinden dat ze een slaaf is, maar een kameraad van haar man. Indien de echtgenoot een dienstknecht van God is, zal hij niet over zijn vrouw de baas spelen; hij zal niet eigenmachtig en veeleisend zijn. We kunnen de genegenheden thuis niet genoeg koesteren, want het gezin, is een zinnebeeld van de hemel, als de geest van de Here daar verblijft. . . Indien de een zondigt, zal de ander christelijke verdraagzaamheid beoefenen en zich niet op een afstandelijke manier terugtrekken. (Het Adventistisch Gezin, hfdst 17.)

Als u hoge doelen hebt en het voornemen om een hoge standard te bereiken, is het huiselijk leven de beste discipline die u kunt hebben. Als u thuis verkeerd bezig bent, zult u dat in elk ander doel en voornemen zijn. Begin daar het karakter te vervolmaken dat God goedkeurt, dat zal u tot een zegen thuis laten zijn en wanneer u van huis weg bent, zult u niet falen om een zegen te zijn voor hen waarmee u in contact komt. Godsdienst thuis uitgeoefend werpt zijn licht vooruit ver voorbij de huiselijke kring. (The Youth’s Instructor, April 21, 1886, par. 7)

Persoonlijke vragen om over na te denken
1. Hoe kunt u uw gezin door voorbeeld leiden naar een uitbundiger leven in Christus?
2. Bent u altijd een goed gezinslid geweest? Moet u dingen in orde maken? Moet u uw gezin meer prioriteit geven in plaats van andere dingen?

Een leven tot zegen van anderen


“Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien..” (Johannes 7:38)

Iedereen in wiens hart Christus aanwezig is, iedereen die Zijn liefde aan de wereld toont, werkt samen met God voor de zegen van de mensheid. Terwijl hij genade van de Heiland ontvangt om aan anderen uit te delen, vloeit er uit hem een stroom van geestelijk leven. (Van Jeruzalem naar Rome, hfdst 1)

Zelfs de armste en nederigste discipelen van Jezus kunnen een zegen voor anderen zijn. Zij beseffen misschien niet dat zij iets speciaals, iets goeds doen, maar onbewust kunnen zij door hun invloed een stroom van zegeningen op gang brengen, die steeds breder en dieper wordt. Zij zullen pas op de dag dat de uiteindelijke beloning wordt gegeven, de zegenrijke gevolgen zien. Zij hebben niet het gevoel dat zij iets belangrijks doen. Zij behoeven zich niet voortdurend zorgen te maken over het succes. Zij moeten alleen maar rustig verder gaan met getrouw het werk te doen, dat God hen in Zijn voorzienigheid heeft gegeven, en hun leven zal niet tevergeefs zijn. Zij zullen innerlijk steeds meer naar het beeld van Christus toegroeien. Zij zijn Zijn medewerkers in dit leven en zijn daardoor geschikt voor hoger werk en voor de onbeperkte vreugde van het leven dat te komen staat. (Schreden naar Christus, hfdst.9, Het dagelijkse leven )

De Heer roept ons op om te ontwaken tot et besef van onze verantwoordelijkheid. God heft aan iedere man zijn werk gegeven. Iedereen mag een leven van bruikbaar dienstbetoon leven. Laten we alles leren wat we kunnen en daarna een zegen zijn voor anderen om aan hen de kennis van de waarheid te leren. Laat iedereen doen naar zijn mogelijkheden, gewillig helpen om de lasten te dragen. (Adviezen over gezondheid, …)

Maak er ernst mede u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid. (2 Timoteus 2:15

U mag een grote zegen zijn voor anderen als u uzelf onvoorwaardelijk geeft in Gods dienst. Kracht van omhoog zal u gegeven worden als u uw plaats inneemt aan Gods zijde. Door Christus kunt u ontsnappen aan het verderf dat in de wereld heerst door de begeerte en een edel voorbeeld zijn van wat Hij kan doen voor hen die met hem samenwerken. (Adviezen aan ouders, leraren en studenten, p. 489)

God verlangt dat mannen en vrouwen het hogere leven leiden. Hij geeft hen de weldaad van het leven, niet om hen alleen maar in staat te stellen om rijkdom te vergaren, maar om hun hogere vermogens te ontwikkelen, door het werk te doen wat Hij aan de mensheid heeft toevertrouwd: het werk van het onderzoeken en verlichten van de noden van hun medemensen. De mens dient niet te werken voor zijn eigen egoïstisch belang, maar voor het belang van iedereen om hem heen, door anderen te zegenen door zijn invloed en vriendelijke daden. Deze bedoeling van God vindt zijn voorbeeld in het leven van Christus. (Geest, Karakter en Persoonlijkheid, p 547)

Maar Hij geeft dan ook des te grotere genade. Daarom heet het: God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. (Jakobus 4:6)

Wanneer we nederig zijn en gebroken van hart staan we waar God zich kan en wil openbaren aan ons. Hij is blij als wij gegeven genade en zegeningen aanhalen als reden waarom Hij nog grotere zegeningen over ons zou brengen. Hij zal de verwachtingen van hen die volledig op Hem vertrouwen boven verwachting vervullen. De Heer Jezus weet precies wat Zijn kinderen nodig hebben, hoeveel goddelijke kracht we nodig hebben voor de zegen van de mensheid en Hij geeft ons alles wat zij zullen gebruiken in het zegenen van anderen en waarmee we onze eigen ziel zullen veredelen. (Help in Daily Living, p. 61

Zij die echt van God houden zullen ernaar verlangen om de talenten die Hij hen gegeven heft te vermeerderen, zodat ze een zegen kunnen zijn voor anderen. En al gaandeweg zullen de poorten van de hemel wijd opengaan om hen binnen te laten en de zegen van lippen van de Koning der Heerlijkheid zal hun oor bereiken als lieflijke muziek, “Kom, gezegende Mijns Vaders, beërft het koninkrijk dat van de grondleging der wereld voor u in gereedheid is gebracht.” (Matthew 25:34). (In Heavenly Places, p. 367)

Persoonlijke vragen om over na te denken
1. Welke kleine dingen kan ik doen om een zegen te zijn voor anderen om mij heen?
2. Vaak is het gemakkelijker om een zegen te zijn voor de mensen die ver weg zijn, dan voor ons eigen gezin en onze eigen familie. Hoe kan ik een zegen zijn voor degenen die mij het dichtst nabij zijn?

Zelfonderzoek


“Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; Zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg.” (Psalm 139:23-24).

“Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën, en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.” (Hebreeën 12:12-15).

“Deze dagen van voorbereiding waren dagen van diepgaand zelfonder¬zoek. De discipelen voelden hun geestelijke nood en riepen tot de Here om de heilige zalving die hen voor het werk van zielenredding moest bekwamen. Zij vroegen niet alleen voor zichzelf om een zegen. Aan hen was de last opgelegd om zielen te redden. Zij waren zich ervan bewust dat het evangelie aan de gehele wereld moest worden gebracht en zij deden een beroep op de kracht die Christus had beloofd.” Van Jeruzalem naar Rome, hfdst 4: Pinksteren

“Na de hemelvaart van Christus, warend e discipelen vergaderd in een plaats om hun nederige smekingen voor God te brengen. En na tien dagen van hartsonderzoek en zelfonderzoek, werd de weg bereid voor de heilige Geest om de gereinigde, toegewijde tempels te betreden. Elk hart was gevuld met de Geest alsof God aan Zijn volk wilde tonen dat het Zijn bedoeling was om hen te zegenen met de meest kostbare zegen van de hemel.” Evangelism, p. 698.

“Toets mij, Here, en beproef mij, keur mijn nieren en mijn hart. Want uw goedertierenheid houd ik voor ogen, en ik wandel in uw waarheid.” (Psalm 26:2,3).

“Als in het gezin een gezinslid verloren is voor God zal elk middel moeten worden aangewend om hen te redden. Alle anderen moeten zichzelf ernstig en nauwkeurig onderzoeken. Laat hen de praktijk van hun leven onderzoeken. Om te zien of er niet een fout is, een verkeerd beheer, waardoor die ziel bevestigd wordt in onberouwlijkheid.”  Lessen uit het leven van alledag, hfdst: De verloren penning.

“Maar zo zegt de Here: Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit van een geweldige. Ik zelf zal strijden tegen uw bestrijders en Ik zelf zal uw zonen redden.” (Jesaja 49:25).

Bemiddelend gebed: Verloren gezinsleden en gemeenteleden
• Vraag God aan u te openbaren of er iets in u is, dat uw geliefden ervan weerhoudt om gered te worden en hoe u met Hem kan samenwerken voor hun redding.
• Bid dat uw gezin en gemeente een beschermde plek zal zijn tegen afval en een plek waar men Jezus terugvindt.
• Doe in geloof een beroep op kracht voor verloren gezinsleden en gemeenteleden, in beloften als: Jesaja 49:25, Jesaja 55:13, Ezechiel 11:19-20, Joel 2:28-29, Jeremia 24:7, Markus 10:27, en Efeziërs 3:14-21.
• Prijs de Heer voor wat Hij nu al doet in hun leven en dat Hij hen redt!

Eenheid liefhebben


“En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren;” (Handelingen 2:1,2).

“Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen.” (Psalm 133:1).

“Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.” (Johannes 15:12,13).

“En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.” (Johannes 17:20-23). “Ondanks de goede kwaliteiten die een mens kan hebben, kan hij geen goed soldaat zijn als hij onafhankelijk handelt van hen met wie hij verbonden is. Onzekere bewegingen, zo nu en dan, hoe oprecht en energiek ze ook zijn, zullen op het einde toch de nederlaag opleveren. Neem een sterk team paarden. Als zij in plaats van gezamenlijk trekken, de een vooruit rent en de andere naar achteren, zullen ze de vracht niet verplaatsen, hoeveel kracht ze ook hebben. Zo moeten ook de soldaten van Christus samenwerken, anders zal er slechts een concours van onafhankelijke atomen zijn. Sterkte, zal verspild worden in lossen, betekenisloze inspanningen als het niet zorgvuldig gedoseerd wordt om dat ene grote doel te dienen. In eenheid is sterkte. Een paar mannen en vrouwen die samenwerken, met de heerlijkheid van God voor ogen, zullen groeien in sterkte en wijsheid en nieuwe overwinningen behalen.” Signs of the Times, Sept. 7, 1891, par. 7

Bemiddelend gebed: Vernieuwde liefde, vooral voor de verlorenen
Bid dat Gods volk een nieuwe liefde zal ervaren in de volgende gebieden:
• God en Zijn woord
• Medegelovigen – onze broeders en zusters in Christus
• Tussen gezinsleden
• Voor de verlorenen, vooral:
  • • Al de mensen in de wereld die nog nooit over Jezus hebben gehoord
  • • Zij, die wel over Jezus hebben gehoord, maar Hem nooit persoonlijk hebben ontmoet
  • • Individuen die eens van Jezus hebben gehouden, maar weggevallen zijn
  • • Onze families en vrienden die niet meer geloven.  

Oprechte erkenning van zonde


“En mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.” (2 Kronieken 7:14).

“Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; Maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.” (Jesaja 59:1,2).

“Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.” (Jakobus 5:16).

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:9).

“Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” (Hebreeën 4:15-16).

“Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons” (Psalms 103:12).

“Ware belijdenis is altijd specifiek van karakter en erkent specifieke zonden. Ze mogen van zulk een aard zijn dat ze alleen voor God gebracht worden; zij mogen verkeerdheden zijn die aan individuen beleden moeten worden die eronder geleden hebben; of ze mogen publieke zonden zijn en moeten even publiekelijk beleden worden. Maar elke belijdenis moet specifiek en tot he point zijn, elke zonde waaraan u zich heft schuldig gemaakt, erkennen.” – Het geloof waardoor ik leef, 2 mei

“Heel veel belijdenissen zouden nooit stervelingen ter ore moeten komen, want het beperkte oordeel van stervelingen kan ze niet aan. . . . God zal meer verheerlijkt worden als we de geheime zonden van ons hart alleen aan Jezus belijden, dan wanneer we ze aan zondige sterfelijke mensen belijden die geen rechtvaardig oordeel kunnen vellen tenzij zijn hart voortdurend door de Geest van God doordrenkt is … Giet niet in menselijke oren dat wat allen God zou mogen horen.”  Our Father Cares, p. 73

Bemiddelend gebed: Verzoening
Bid dat God verzoening en genezing brengt in al onze gebroken relaties, tussen:
• Ouders en kinderen, familieleden
• Vrienden – tussen gemeenteleden
• Kennissen – onze relaties met ongelovigen
• Kerkleiders en gemeenteleden  

Berouw vanuit het hart


“Toen deze zag, dat Petrus en Johannes de tempel zouden binnengaan, verzocht hij om een aalmoes.” (Handelingen 3:19).

“Thans verblijdt het mij, niet, dat gij bedroefd zijt geworden, maar dat de droefheid u tot inkeer heeft gebracht; want gij zijt bedroefd geworden naar Gods wil, zodat gij generlei nadeel van ons hebt geleden. Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood.” (2 Korinthiers 7:9,10).

“Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.” (Openbaring 2:5).

“De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.” (2 Petrus 3:9).

“Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.” (Openbaring 3:19).

“Maar ook nu nog luidt het woord des Heren: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Here, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil. Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven, tot een spijsoffer en een plengoffer voor de Here, uw God” (Joel 2:12-14).

“Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israel bekering en vergeving van zonden te schenken.” (Handelingen 5:31).

“Christus is de bron van elke goede impuls. Hij is de enige die in het hart vijandschap tegen de zonde kan planten. Elk verlangen naar waarheid en reinheid, elke overtuiging van onze zondigheid, is het bewijs dat Zijn Geest ons hart beweegt.”  Schreden naar Christus, hfdst. 3 - Berouw.

“Doe mij blijdschap en vreugde horen, laat het gebeente dat Gij verbrijzeld hebt, weer jubelen. Verberg uw aangezicht voor mijn zonden, delg al mijn ongerechtigheden uit.” (Psalm 51:10,11).

Bemiddelend gebed: Een ontmoeting met God in gebed
Vraag God ootmoedig als u berouw moet vragen voor de volgende zonden en die moet nalaten:
• Misleiding in verkeerde prioriteiten
• Trots en zelfzucht
• Te veel aandacht aan media
• Gebrek aan liefde
• Weinig gebed en Bijbelstudie
• Gebruik van tijd en geld
• Relaties met anderen
• Onbeheerste eetlust
• Bedroeven / niet luisteren naar de Heilige Geest
• Gebrek aan vergevingsgezindheid
• Jaloezie en begeerte

Dieper geloof


“De Here wenst dat al Zijn zonen en dochters gelukkig, vreedzaam en gehoorzaam zijn. Door de oefening van geloof komt de gelovige in het bezit van deze zegeningen. Door het geloof kan in elk tekort van het karakter worden voorzien, kan elke verontreiniging worden gereinigd, kan elk gebrek verbeterd en elke bekwaamheid ontwikkeld worden.”  (Van Jeruzalem naar Rome, hfdst 55: Veranderd door genade)

“Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk” (Mattheus 19:26).

“Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.” (Hebreeën 12:2).

“Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof.” (1 Johannes 5:4).

“Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.” (1 Petrus 1:6-7).

“De tijd waarin we geloof meten tonen is wanneer we ons verlaten van de Geest voelen. Wanner dikke wolken van duisternis ons verstand lijken te bedekken, dan is het de tijd om levend geloof de duisternis te laten doorboren om de wolken uiteen te drijven. Waar geloof rust op de beloften die in het woord van God staan, en alleen hen die dat woord gehoorzamen mogen een beroep doen op de heerlijke beloften.”  Christian Experiences & Teachings, 126.

“Maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.” (Hebreeën 11:6).

“En mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.” (Hebreeën 10:38).

“Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” (Hebreeën 4:16).

Bemiddelend gebed: Dieper geloof
Bid dat al Gods kinderen zullen leren hoe ze in Christus kunnen blijven door:
• Voortdurende communicatie met God
• Openstaan voor het ontvangen van de Heilige Geest
• Onvoorwaardelijke overgave aan Gods liefde
• Zich in geloof vastklampen aan Jezus
• Zijn sterkte en leven ontvangen
• Zijn overwinnende gerechtigheid aannemen
• Veel vrucht dragen voor Gods heerlijkheid
• Voortdurend in gehoorzaamheid wandelen  

Uitstorting van de Heilige Geest


“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.” (1 Johannes 5:14-15).

“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Hebreeën 7:25). “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.” (Romeinen 8:26, 27).

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden.” (Zacharia 12:10).

“En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Here, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen… Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten..” (Joel 2:23, 28-29).

“Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?!” (Lukas 11:13).

Tegen het einde van de oogst op aarde is een speciale uitstorting van genade beloofd, om de gemeente op de komst van de Zoon des mensen voor te bereiden. Deze uitstorting van de Geest wordt met het vallen van de spade regen vergeleken. Om deze verhoogde kracht des Geestes moeten de christenen hun gebeden tot de God van de oogst opzenden, „ten tijde van de late regen". In antwoord hierop “zal de Here een stortregen geven". „Regenstromen laat Hij nederdalen, vroege regen en late regen.” (Zach.10:1; Joel 2:23) – Van Jeruzalem tot Rome, hfdst 5: De gave van de Heilige
Geest.

Elke morgen opnieuw, wanneer de herauten van het evangelie voor de Here neerknielen en hun belofte van toewijding aan Hem vernieuwen, wil Hij hun de tegenwoordigheid Zijns Geestes verlenen, met diens bezielende, heiligende kracht. Als zij hun dagelijkse plichten op zich nemen, hebben zij de verzekering dat de ongeziene werking van de Heilige Geest hen in staat stelt om „arbeiders tezamen met God" te zijn.” – Van Jeruzalem tot Rome, hfdst 5: De gave van de Heilige Geest.

Bemiddelend gebed: Uitstorting van de Heilige Geest
Bid voor de uitstorting van de Heilige Geest op de volgende personen:
• Kerkleiders
• Ouders
• Kinderen/ jeugd
• Leraren
• Predikanten
• Zendelingen


Allen schuldenaars 


In de gelijkenis waarin de schuldenaar pleitte voor uitstel, met de belofte: “Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen,” werd het vonnis ingetrokken. De hele schuld werd kwijtgescholden. En hij werd in de gelegenheid gesteld het voorbeeld van de meester, die hem vergeven had, te volgen.

Bij het naar buiten gaan, kwam hij een collega bediende tegen die hem een klein bedrag schuldig was. Hem was een schuld van tien duizend talenten kwijtgescholden. Zijn medebediende was hem honderd muntstukken schuldig. Maar hij, die zo genadig behandeld was, handelde met zijn medearbeider op een heel andere manier. Zijn schuldenaar pleitte op dezelfde manier als hij bij de koning gepleit had, maar zonder hetzelfde resultaat. Hij die zo pas genadiglijk vergeven was, was zonder medelijden en genade. De genade die hem betoond was, werd door hem niet op dezelfde wijze getoond aan zijn mededienstknecht. Hij luisterde niet naar de smeekbede voor geduld. Het kleine bedrag dat hem toekwam was alles waar zijn ondankbaar hart naar uitging. Hij eiste alles op wat hij dacht dat hem toekwam en voltrok het vonnis voor een schuld dat hem zo genadiglijk was kwijtgescholden. { COL 245.2}

Hoevelen tonen niet eenzelfde geest vandaag aan de dag? Toen de schuldenaar pleitte bij zijn heer om genade, had hij geen goed besef van de grootte van zijn schuld. Hij realiseerde zich zijn hulpeloosheid niet. Hij hoopte om zichzelf te bevrijden. “Heb geduld met mij,” zei hij, en ik zal u alles betalen.” Zo zijn er vandaag velen die hopen dat zij door hun eigen werken Gods goedgunstigheid zullen verdienen. Zij realiseren zich hun hulpeloosheid niet. Zij aanvaarden Gods genade niet als een gave, maar proberen zichzelf groot te maken in zelfrechtvaardiging. Hun eigen harten zijn niet gebroken en verootmoedigd vanwege hun zonden, en zij handelen onvergeeflijk jegens anderen. Hun zonden tegenover God, zijn, in vergelijking met die van hun broeders jegens hen als een verhouding van tien duizend talenten tot honderd muntstukken --- bijna 1 miljoen tegenover 1. Toch hebben ze het euvele moed onvergeeflijk te zijn. Hij die weigert te vergeven verspeelt hiermee zijn eigen hoop op pardon. {Col 245.3}.

Johannes 20:21-23
Jezus] dan zeide nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. 22 En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvangt de heilige Geest. 23 Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.

In deze tekst valt op dat de Geest van God wordt gegeven, voordat Christus hen herinnerde aan de daad van vergeving. Waarlijk, de enge manier waarop de mens kan vergeven als Christus is door de aanwezigheid van de Heilige Geest in zijn hart! Waarom houden we vast aan wrok en boosheid?
Waarom laat u Gods Heilige Geest vandaag niet toe in uw leven om u te bevrijden van de onmacht om iemand die u iets aangedaan heeft, te vergeven?

Vergeving


Matteüs 6:14-15
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; 15 maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.

Johannes 13:35
Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.

Heb Elkander Lief. -– Zelfzucht en trots verhindert de pure liefde die ons in de eenheid van de Geest verbindt met Jezus Christus. Als deze liefde gecultiveerd wordt, zal het eindige zich binden aan het eindige en iedereen zal samen verbonden worden met het hart van de Oneindige. Geheiligde liefde voor elkaar is heilig. Dit grote werk van christelijke liefde voor elkaar –- steeds hoger, steeds aanwezig en beleefd, steeds onzelfzuchtiger dan tot nu toe ten toon gespreid – beschermt christelijke tederheid, christelijke goedheid en beleefdheid, omgeeft de menselijke broederschap in de omarming van God en erkent de waardigheid die God aan ieder mens heeft geschonken. Deze waardigheid moeten christen altijd aan elkaar tonen tot eer en heerlijkheid van God… {5BC 1140.6)

De eniggeboren Zoon van God heeft de edelheid en de menselijkheid erkend door de menselijke gedaante aan te nemen en de door te sterven voor ieder mens. Hiermee heeft Hij voor alle eeuwen aangetoond dat God “de wereld alzo heeft lief gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe” – Johannes 3:16. – Letter 10, 1897. {5BC 1141.1}

Een Fatale Vergissing. –. Ware heiligmaking verenigt gelovigen met Christus en met elkaar met banden van tedere sympathie. Deze eenheid maakt een continue stroom van christelijke liefde in het hart los, die zich uit in liefde tot elkander. { 5BC 1142.2}

De kwaliteiten die iedereen noodzakelijkerwijs moet bezitten zijn deze die het karakter van Christus tonen: Zijn liefde, Zijn geduld, Zijn onzelfzuchtigheid en Zijn goedheid. Deze eigenschappen worden verkregen door het doen van vriendelijke daden die voortkomen uit een vriendelijk hart … {5BC 1141.3}

Het is de grootste en meest fatale vergissing die voorstelt dat iemand geloof tot eeuwig leven kan bezitten zonder christelijke liefde te hebben voor zijn medebroeders. Hij die van God en zijn naaste houdt, is vervuld van licht en liefde. God is in hem en overal om hem heen. Christenen houden van degenen die rondom hen zijn als kostbare zielen voor wie Christus gestorven is. Er is niet zo iets als een liefdeloze christen. Want “God is liefde,” en “En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet …” 1 Johannes 2:3,4 {5BC 1141.4}

Petrus kwam tot Jezus met een vraag: “Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven?” Matteüs 18:21. De rabbi’s hadden het maximum voor vergeving gesteld op drie overtredingen. Petrus, die dacht dat hij de leer van Jezus verkondigde, had bedacht dat hij het aantal in genade kon uitbreiden tot zeven, het getal der volheid. Maar Christus leerde dat we nooit moe mogen worden van vergeven. “Niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal” vs. 22. {COL 243.1}

Dit is de basis waarop wij mededogen moeten tonen aan een medezondaar. “Als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben” 1 Johannes 4:11. “Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!” Matteüs 10:8. {COL 245.1}

Dieper, Dichterbij, Hoger


Hebreeën 10:18-23
Waar dan voor deze dingen vergeving bestaat, is er geen zondoffer meer (nodig). 19 Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, 20 langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, 21 en wij een grote priester over het huis Gods hebben, 22 laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. 23 Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw.

Gods werkers moeten een diepere ervaring opdoen. Als zij alles aan Hem overgeven, zal Hij een machtig werk door hen doen. Zij zullen het banier van waarheid op bolwerken planten, die tot dan in handen van Satan waren geweest en ze met uitroepen van overwinning veroveren. Zij dragen de lidtekens van de strijd, maar de troostende boodschap van de Heer drijft hen voort, veroverend en overwinnend. {CM 155.1}

Als Gods dienstknechten zichzelf met ijver toewijden om samen te werken met goddelijke boodschappers, zullen de staat der dingen in deze wereld veranderen en spoedig zal de aarde met vreugde vervuld haar Koning welkom heten. Dan “zullen de verstandigen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos” Daniël 12:3. – Review and Herald, 17 sept 1903. {CM 155.2}

Psalm 42:2-3
Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God. 3 Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen?

Zij, die drinken uit de fontein van zegeningen zullen dichter bij elkaar staan. Waarheid in het hart van de gelovigen zal leiden tot een gezegende en vreugdevolle eenheid. Op deze manier zal het gebed van Christus voor Zijn volgelingen beantwoord worden, dat zij een zouden zijn zoals Hij en de Vader een zijn. Naar deze eenheid moet elk bekeerd hart streven. {FLB 343.2}

De discipelen baden met intense ernst om geschikt te zijn om erop uit te gaan en in hun dagelijkse gesprekken met mensen de woorden te spreken die zondaren naar Christus zouden leiden. Door alle verschillen en alle verlangens naar macht uit de weg te ruimen, kwamen ze dichter bij elkaar in christelijke gemeenschap. Zij kwamen ook steeds dichter bij God en daardoor realiseerden zij zich wat een voorrecht aan hen geschonken was om zo een hechte gemeenschap met Christus te hebben. {AA 37.1}

Lukas 24:15, 32
15 En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. 32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?

Hooglied 1:4
Trek mij achter u mee, laten wij ons spoeden. De Koning voerde mij naar zijn vertrekken, laten wij juichen en ons in u verheugen, uw liefde prijzen boven de wijn! Met recht heeft men u lief!

Word wakker en laat uw licht schijnen


Matteüs 13:24-25
Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. 25 Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg.

Jesaja 52:1-2
Waak op, waak op, bekleed u met sterkte, Sion; bekleed u met uw pronkgewaden, Jeruzalem, heilige stad. Want geen onbesnedene of onreine zal meer in u komen. 2 Schud het stof van u af, welaan, zet u neder, Jeruzalem; maak de banden van uw hals los, gevangene, dochter Sions.

Jesaja 60:1-5
Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op. 2 Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. 3 Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang. 4 Hef uw ogen op en zie rondom: zij allen verzamelen zich, komen tot u; uw zonen komen van verre en uw dochters worden op de heup aangedragen. 5 Dan zult gij het zien en stralen van vreugde; uw hart zal zich ontroerd verruimen, want tot u zal de rijkdom der zee zich wenden, het vermogen der volken zal tot u komen.

Romeinen 13:11-12
Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. 12 De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!

Efeziërs 5:14
Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

Als elke strijder voor Christus zijn plicht had gedaan, als elke wachter op de muren van Sion de juiste toon had geblazen op de trompet, zou de wereld de waarschuwingsboodschap reeds hebben gehoord. Maar het werk is jaren vertraagd. Terwijl de mannen lagen te slapen, is Satan op ons ingelopen.
Laten wij nu het werk oppakken dat ons is opgedragen en de boodschap verkondigen, dat mannen en vrouwen bewust zal maken van het gevaar waarin zij verkeren. Als elke Zevende-dags Adventist het werk had gedaan dat hem of haar was opgedragen, zou het aantal gelovigen nu veel groter zijn. In alle steden van de wereld zouden er mensen zijn die de boodschap hadden gehoord, die leidt naar het gehoorzamen van de wet van God. – Testimonies, vol. 9, p. 25 {ChS 86.3}

Als het doel van God was uitgevoerd door Zijn volk, door de boodschap van genade te brengen aan de wereld, was Christus reeds gekomen en waren de heiligen welkom geheten in de stad van God. – Testimonies, vol. 6, p. 450. (ChS 86.4}

Stralen van Licht


De aarde verlicht. –- Ik zag stralen van licht schijnen uit steden en dorpen en van hoge en lage plaatsen op aarde. Gods woord werd gehoorzaamd en het resultaat daarvan was dat er gedenkplaatsen voor Hem werden opgericht in elke stad en dorp. Zijn waarheid werd verkondigd in de hele wereld. -Testimonies, vol. 9, pp. 28, 29. (1909) {Ev 699.3}

Honderden en duizenden werden gezien, die gezinnen bezochten en voor hen het woord van God openden. Harten raakten overtuigd door de kracht van de Heilige Geest, en een geest van ware bekering werd gezien. Overal gingen deuren open voor de verkondiging van de waarheid. De wereld leek verlicht met de hemelse invloeden. -Testimonies, vol. 9, p. 126. (1909) {Ev 699.4}

De grote uitstorting van de Geest van God, welke de hele wereld verlicht met haar lichtglans en heerlijkheid, zal niet komen voordat we een verlicht volk zijn, die uit ervaring weet wat het betekent om medearbeiders met God te zijn. Wanneer we een volledige, toewijding, met geheel ons hart tonen voor de dienst van Christus, zal God dat feit erkennen door de uitstorting van Zijn Geest zonder terughoudendheid. Maar dit zal niet gedaan worden als het grootste deel van de gemeente niet met God samenwerkt. God kan Zijn Geest niet uitstorten, wanneer zelfzucht en zelfgenoegzaamheid zo wijd verbreid zijn; wanneer er een geest heerst dat, als het in woorden zou worden uitgedrukt, het antwoord van Kaïn zou zijn: “Ben ik mijn broeders hoeder?” - R. & H., July 21, 1896. {CS 52.1}

Matteüs 28:18-20
18 En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op [de] aarde. 19 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. 20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Openbaring 14:6-7
6 En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; 7 en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

Gideon, de Vijf Wijzen en de Vijf Dwazen


Richteren 7:7
7 Toen zeide de HERE tot Gideon: Door de driehonderd mannen, die geslurpt hebben, zal Ik u verlossen: Ik zal Midjan in uw macht geven; maar al het overige volk kan heengaan, ieder naar zijn woonplaats.

Vaak wordt het karakter op eenvoudige wijze getoetst. Zij die in tijden van gevaar van plan waren om zelf in hun noden te voorzien, waren niet de mannen die te vertrouwen waren in een noodgeval. De Heer heeft geen plaats in Zijn werk voor nalatigen en zelfgenoegzamen. De mannen van Zijn keuze waren de weinigen die hun eigen noden opzij konden leggen voor de plicht waartoe ze geroepen waren. De driehonderd uitverkoren mannen bezaten niet alleen moed en zelfbeheersing, maar ze waren mannen van geloof. God kon hen leiden en door hen kon Hij het werk van verlossing voor Israël doen. Succes hangt niet af van aantallen. God kan even goed verlossen door weinigen als door velen. Hij is niet zozeer geëerd door de grote getallen, als door de karakters van hen, die Hem waarlijk dienen. {PP 549.3}

Matteus 25:1
Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2 En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. 3 Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; 4 doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen.

De gelijkenis van de tien maagden van Mattheüs 25 illustreert ook duidelijk de ervaringen van de adventisten. … In deze gelijkenis zijn er net zoals in Mattheüs 24 twee groepen mensen. Ze hadden allemaal hun lampen - de Bijbel - meegenomen en waren bij het licht daarvan uitgegaan om de Bruidegom te ontmoeten; „de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie”; „doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen.” De wijze maagden hadden Gods genade, de vernieuwende, verlichtende kracht van de Heilige Geest, die zijn Woord maakte tot een lamp voor hun voet en een licht op hun pad, ontvangen. In de vreze Gods hadden zij de Schrift bestudeerd om de waarheid te leren kennen en hadden oprecht gestreefd naar een rein hart en een rein leven. Zij hadden een persoonlijke ervaring meegemaakt en hadden een geloof in God en zijn Woord dat niet kon worden geschokt door teleurstelling en oponthoud.
De anderen hadden hun lampen bij zich, maar hadden geen olie. Zij hadden impulsief gehandeld. Zij waren bang geworden door de plechtige boodschap, maar hadden gebouwd op het geloof van hun broeders en zusters, zij hadden genoegen genomen met het flikkerende licht van hun gevoelens, zij hadden geen grondige kennis van de waarheid en hadden de echte uitwerking van de genade in hun hart niet ervaren. Zij waren uitgegaan om de Bruidegom te ontmoeten, ze waren vol hoop door het vooruitzicht van een onmiddellijke beloning, maar waren niet voorbereid op uitstel en teleurstelling. Toen de beproevingen kwamen, schoot hun geloof tekort en brandden hun lampen op een laag pitje. (Grote Strijd, hfdst 22)

Het kruis verheffen


Van alle christenen zouden Zevende-dags Adventisten de eerste moeten zijn die het kruis van Christus voor de wereld verheffen. De verkondiging van de boodschap van de derde engel roept om de presentatie van de sabbatswaarheid. Deze waarheid, met de anderen die in de boodschap zijn vervat, moet gebracht worden, maar de voornaamste kern van aandacht, Christus Jezus, mag niet weggelaten worden. Het is aan het kruis van Christus dat genade en waarheid elkaar ontmoeten en gerechtigheid en vrede elkaar kussen. De zondaar moet ertoe geleid worden om naar Calvarie op te zien. Met het simpele geloof van een klein kind moet hij vertrouwen in de verdiensten van de Verlosser, Zijn gerechtigheid aanvaarden, geloven in Zijn genade. {GW 156.2}

Johannes 12:32
32 en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.

Habakuk 3:4
Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan zijn zijde en daar is het omhulsel zijner kracht.

1 Korintiërs 1:18
18 Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.

Galaten 6:14
14 Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld.

Het offer van Christus als een verzoening voor zonden, is de grote waarheid waar omheen alle ander waarheden draaien. Om het op de juiste wijze te begrijpen en te aanvaarden, moet elke waarheid van de Bijbel, van Genesis tot Openbaring, bestudeerd worden in het licht dat schijnt van het kruis van Calvarie en in verband gebracht worden met het wonderlijke centrale thema van de verzoening van de Heiland. Zij die het wonderlijke offer van de Verlosser bestuderen, groeien in genade en kennis. {OFC 33.1}

Ik stel u voor aan een groot, magnifiek monument van genade en herstel, verlossing en redding, - de Zoon van God, verhoogd aan het kruis van Calvarie. Dit moet het centrale thema zijn in al ons spreken. {OFC 33.2}

Gods Volk


2 Kronieken 7:14
14 En (wanneer) mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

Jesaja 60:4-5
4 Hef uw ogen op en zie rondom: zij allen verzamelen zich, komen tot u; uw zonen komen van verre en uw dochters worden op de heup aangedragen. 5 Dan zult gij het zien en stralen van vreugde; uw hart zal zich ontroerd verruimen, want tot u zal de rijkdom der zee zich wenden, het vermogen der volken zal tot u komen.

Openbaring 18:4
4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.

Jesaja 51:11
11 De vrijgekochten des HEREN zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd wezen, blijdschap en vreugde zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Jesaja 43:5-7
5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. 6 Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde, 7 ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.

Openbaring 7:9-10
9 Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. 10 En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam!

Jesaja 66:23 - 23 En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Here.

Sta op en schijn!


Elke inspanning die gedaan wordt voor Christus, zal een zegen voor onszelf zijn. Als we onze middelen gebruiken voor Zijn heerlijkheid, zal Hij ons meer geven. Terwijl we naar mogelijkheden zoeken om anderen voor Christus te winnen, de lasten voor zielen dragen in onze gebeden, zal ons eigen ziel onder invloed van Gods Geest verkwikt worden. Onze voorkeuren zullen met meer goddelijke bezieling schijnen; ons hele christelijk leven zal meer een realiteit worden, meer echt, meer gebedsvol. {COL 354.2}

Exodus 34:29
29 Toen Mozes van de berg Sinai afdaalde, – de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, toen hij van de berg afdaalde – wist hij niet, dat de huid van zijn gelaat straalde, doordat hij met Hem gesproken had.

2 Korintiërs 4:6
6 Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus.

Jesaja 60:1-3
1 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op. 2 Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. 3 Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang.

De godsdienst van Christus betekent meer dan vergeving van zonden; het betekent het wegdoen van onze zonden en de leegte vullen met de genade van de Heilige Geest. Het betekent goddelijke verlichting, zich verheugen in God. Het betekent een hart dat leeggemaakt is van zelfzucht en gezegend is met de inwonende Geest van Christus. Wanneer Christus regeert in de ziel, is er een reinheid, vrijheid van zonde. De heerlijkheid, de volheid, de compleetheid van het plan van het evangelie is vervuld in het leven. De aanvaarding van de Heiland schijnt door in volmaakte vrede, volmaakte liefde en volmaakte zekerheid. De schoonheid en lieflijke geur van het karakter van Christus, dat geopenbaard wordt in het leven, bewijst dat God inderdaad Zijn Zoon in de wereld gestuurd heeft om haar Verlosser te zijn. {COL 419.6}

Christus vraagt niet van Zijn volgelingen dat ze proberen te schijnen. Hij zegt: Laat uw licht schijnen. Als u de genade van God hebt ontvangen, dan is het licht van God in u. Verwijder de obstakels en de heerlijkheid van de Heer zal geopenbaard worden. Het licht zal doordringend schijnen en de duisternis verdrijven. U kunt niet anders dan te schijnen binnen het bereik van uw mogelijkheden. {COL 420.1}

Niet bang zijn


Handelingen 4:29-30
29 En nu, Here, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, 30 doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus.

Zo zal de boodschap van de derde engel worden verkondigd. Als de tijd gekomen is om de boodschap met grote kracht te brengen, zal de Heer door nederige instrumenten werken en de gedachten van hen die zich wijden aan Zijn dienst, leiden. De arbeiders zullen meer geschikt gemaakt worden door de zalving met Zijn Geest dan door training of literaire scholing. Mannen van geloof en gebed zullen gedrongen worden om op pad te gaan met heilige ijver, en zij zullen het woord verkondigen dat God hen zal geven. De zonden van Babylon zullen blootgelegd worden. De vreselijke resultaten van de dwang door de burgerlijke overheden in het opleggen van kerkleer aan de mensen, de onb